20.11.17

Brussel 32

Dit zou  een in Engeland vervaardigde Morgan kunnen zijn, maar is het niet. Het is een in Frankrijk - in Courbevoie - in licentie gebouwde, Darmont, een driewieler geheel volgens de lijnen van het Britse voorbeeld, met een  tweecylinder in V-vorm voorop en kettingaandrijving. Wonderlijk genoeg was er een tweede Franse fabriek die de Morgan in licentie bouwde, al zag het front van de Sandford met zijn  gewone radiateurmantel, waarachter zich in de regel een vierclinder verborg er meer als een normale auto  uit. De Darmont op  de foto dateert uit 1927 en is een DS Spécial, de motor heeft een inhoud van 1084cc en de top ligt om en nabij de 125 km/u.

Badwater

Ze hadden de kaas in plaats van het kind met het badwater weggegooid. Dat was zonde van het badwater, want volgens de overlevering had Sybren van Arimathea (juist ja, een nazaat van Jozef) zijn voeten er nog in gewassen. 
Sybren van Arimathea, mijn hemel, als ik aan hem denk, wat een aardige man. Hij had een winkeltje in buitenlandse kazen in Sneek. Daar was hij niet geboren, oorspronkelijk kwam hij uit Balk. Dat kon je zien aan de kleur van zijn sokophouders. Balker sokophouders zijn turquoise, u weet wel, boterzachtgroen. Behalve wanneer een Balker tien jaar weduwnaar is. dan draagt hij anderhalf jaar lang donkerbruine sokophouders. Wie de moeite doet eens door Balk te fietsen, zal ze op dinsdag - anders dan elders in Friesland is het daar dan wasdag - aan de waslijnen zien wapperen naast de handgebreide, veelkleurige koeienuierzakken. Vanuit Beetsterzwaag heeft men getracht machinaal gebreide koeienuierzakken te introduceren, maar dat is ondanks een flinke subsidie van het Frysk Nasjonaal Jaarfûns (Fries Nationaal Uierfonds), in Balk falikant mislukt.
Sybren van Arimathea begon, net als zijn verre voorzaat Jozef, in het begrafeniswezen, voordat hij eerst in Workum, maar later in Sneek buitenlandse kazen ging verkopen. "Qua geur verschilt het ene niet veel met het andere vak', grapte Sybren als hij weer eens een lading Munster uitstalde. Toch was het niet Munster of een andere Franse kaas waaraan Sybren het grootste plezier beleefde. Nee, de import daarvan liet hij het liefst aan anderen over. Regelmatig was hij op reis, om met name in Oost-Europa obscure kaasjes te ontdekken, want hij kwam erachter dat zijn klandizie, vooral 's zomers onder de watersporters - met name tijdens de Sneek Week -, op zoek was naar zeer exclusieve producten. De Dyllë Beshi uit Albanië was bijna niet aan te slepen. Het was een kleine geitenkaas, lang geleden de favoriete kaas van koning Zog (foto), een kaasje dat op smaak gemaakt was met wat oorsmeer, waardoor het een bitterzoete nasmaak had. Nog veel moeilijker was de Roemeense Degetele Dela Picioare Brânza uit de buurt van Cluj in de schappen te krijgen. Een kaas in de vorm van een mensenvoet, die alleen maar goed te houden was in een bak met enigszins vervuild water. Iedere avond waste Sybren zijn voeten dan ook in een bak voordat hij de Degetele Dela Picioare Brânza in hetzelfde water liet zakken, 's ochtends viste hij de voetenkaasjes, want noch hij noch zijn klanten onthielden de Roemeense naam, dus heetten ze in de wandeling voetenkaasjes, voorzichtig, want ze waren uiterst breekbaar, uit het water en stalde ze uit onder het glas van de toonbank. Ze waren prijzig, maar buitengewoon geliefd. Op een zaterdagavond, juist toen hij, nadat hij zijn voeten had gewassen en de kaasjes in het water had laten glijden, kreeg Sybren van Arimathea een hartinfarct. Hij werd pas dinsdagochtend, toen de winkel open moest gaan, door  buurman en bakker van drabbelkoeken Harke Modderman gevonden. Harke was het ook die de inmiddels bedorven kaasjes in de vuilnisemmer kieperde en het badwater door de gootsteen wegspoelde. In Sneek werd toen in plaats van het kind de kaas met het badwater weggegooid.

Boppe? 2

De Telegraaf, de krant die in mijn jeugd zo'n voorname rol speelde tijdens het vaderlandse verzet, slaat opnieuw dapper toe en meldt  dat er een actie voor hun financiële ondersteuning  is gestart,  mochten de zaterdagse barracadeurs op de A7 worden vervolgd en er blijkt, verneem ik uit dezelfde bron, ook een advocaat te zijn  die gratis bijstand aan  het rapalje wil verlenen.

Tekening


19.11.17

Boppe?

De Friezen hebben gister na 1263 jaar weer een ware heldendaad verricht en opnieuw speelde Dokkum daarin een uiterst voorname rol, want gister werden twee autobussen op weg naar Dokkum met mensen die Zwarte Piet niet  zien zitten op de snelweg  stilgezet. Nu gaat  het mij niet om de discussie rond Sints helper en of die beroet, wit, groen of zwart moet  zijn, maar om het feit dat men in Friesland klaarblijkelijk straffeloos een snelweg kan barricaderen en dat vervolgens de  regionale prinsemarij verschijnt die op  last van de burgemeester van Dongeradeel (voor de onwetenden dong is het Friese woord voor mest) beide bussen terugstuurt, terwijl de inzittenden anders dan de  barricadeurs toestemming hadden voor hun protest. Nu neem ik twee dingen aan: a. wanneer ik het niet eens ben met het feestje Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018 kan ik met  een aantal  getrouwen een in Friesland gelegen snelweg, zonder dat mij iets in de weggelegd wordt, afsluiten, b. de burgemeester  van Dongeradeel betaalt  uit eigen zak de bushuur voor degenen die gister teruggestuurd werden.

SINT

Merkwaardige woorden: kweekschool en kwekeling, alsof ze iets met planten of vissen te maken hebben, terwijl ik in 1953 aan een onderwijzersopleiding begon. Ieder jaar eind november werd de rijkskweekschool aan de Haagse Koningin Emmakade door hoofden van lagere scholen uit dezelfde stad gebeld, met de vraag of aankomende onderwijzers misschien Sinterklaas en Zwarte Piet wilden komen spelen, klaarblijkelijk in de veronderstelling dat ze dan een pedagogisch verantwoord optreden tegemoet konden zien. Ik ben een aantal jaren Sinterklaas geweest. Sommige scholen hadden een eigen sintcostuum, andere huurden er een, maar ze waren voor mijn een-meter-zesennegentig steevast te kort, vaak hing de witte onderrok niet op, maar onder mijn heupen. Dat was verdraaid lastig lopen. Verkleden gebeurde soms bij een lid van de oudercommissie, vervolgens werden Piet en ik dan naar de school gereden, dat was in een Volkswagen "Kever" geen pretje, zeker als je voor tientallen wuivende en zingende kinderen waardig diende uit te stappen. Maar het kon ook heel anders, zo hebben Alex (een aantal jaren mijn vaste Piet) en ik in de buurt van het Gemeentemuseum ooit in de barre kou in een open caleche gezeten. Bibberend, maar wel majesteitelijk voornaam. Behalve rokken waren snorren een crime, ik herinner me eentje, die met een tweetal ijzerdraadjes in de neus vastgehouden werd, dat was tien minuten vol te houden, maar geen moment langer. Voor de kleine gelovigen volharden we ernstig in onze rol, maar voor de hogere klassen wilden we die nog wel eens omdraaien en gaf ik Alex mijn staf en kreeg ik zijn zak, klom ik in de gymzaal in een wandrek en sprak Alex een vermanend woord. Dat liep op zeker moment niet goed af toen een geschrokken zesde klasser Alex met een potlood in zijn oog prikte en we tien minuten later, nog steeds geschminkt, onderweg waren naar een zijstraat van de Laan van Meerdervoort, waar de kliniek voor ooglijders gevestigd was. Een volgend optreden zat er dat jaar voor Alex niet meer in, gelukkig had ik een vriendinnetje dat bereid was in te vallen.

Tekening