22.9.17

Twijnstra 2


"Ik had mijn hoop op jou gevestigd Twijnstra omdat jij de enige op de secretarie bent die Nederlands gestudeerd heeft."
Hebt, dacht Twijnstra, niet heeft. Het was nog waar ook, anderhalf jaar was hij vrijwel iedere dag met de trein naar de Groninger universiteit geboemeld, maar uiteindelijk had hij zijn studie opgegeven vanwege examenvrees. 
Het koude zweet brak hem uit.
"Ik dacht aan een Leeuwarder schrijver die iedereen kent, Twijnstra."
Nynke van Hichtum? Maar nee, die had weliswaar in de stad gewoond, maar je kon haar toch bezwaarlijk een Leeuwarder schrijfster noemen.
"Wat dacht je van Havank, Twijnstra."
Jezus, Havank? Maar dat was toch geen literatuur?
Meneer Miedema keek hem met getuite lippen vol verwachting aan. Hij moest nu antwoorden.
"De man van de detectiveboekjes, bedoelt u?"
"Juist ja, die! En je mag gerust boeken zeggen in plaats van boekjes, Twijnstra en we hebben grootse plannen met hem!"
Grootse plannen met Havank? Twijnstra was ooit in zo'n boekje begonnen, maar had het na een bladzij of vijftien weggelegd, het haalde het niet bij het werk van Simenon.
"Ja Twijnstra, onze stad heeft een fantastisch plan: wij gaan een Havankpark aanleggen en jij, Twijnstra, wordt de spil van dat plan. Jij wordt twee maanden vrijgesteld van ander werk."
"Hoe bedoelt u meneer Miedema? Wat, wat wordt van mij verwacht? Hoe, hoe...?"
"Jij, Twijnstra gaat alle boeken van Havank lezen en je gaat je bovendien verdiepen in zijn leven: jij zoekt uit wij zijn vrienden waren, met wie hij getrouwd was, kortom jij wordt, zoals ik al zei, de spil waar ons Havankproject omdraait!"
"Maar, maar, meneer Miedema, wat is de zin van dat alles?"
Hij zag zich al dag in dag uit achter zijn bureau met, hoe heetten die boekjes ook alweer, "Grijze Miertjes"? "Oranje Tijgertjes"?
"De zin, beste Twijnstra is, dat wij volgend jaar het Havankpark kunnen openen met namen uit de door Havank geschreven "Zwarte Beertjes". Die namen die jij gevonden hebt worden straatnamen in het Havankpark en je krijgt bij je werk zelfs hulp. Er komt een stagiaire je assisteren. Ik heb er al eentje op het oog: Marrichje van der Brol! Zij komt bij jou op je kamer en jullie zorgen er samen voor dat ik een reeks van potentiële straatnamen krijg, waaruit de gemeenteraad dan een keuze kan maken. Je begrijpt, Twijnstra, hoe meer namen hoe liever!"

Woorden 2

Als Fiat de C van "Croma" had weggelaten, had de auto keurig in het  rijtje Morris "Oxford", Mercedes "Mannheim", Austin "Cambridge" en Chrysler "New Yorker" (foto boven) gepast. Auto's hebben klaarblijkelijk namen nodig maar "Herald", "Le Sabre" en "Picasso" heb ik nooit zo goed begrepen. In de vliegtuigndustrie was het niet anders, daar werd natuurgeweld bij de naamgeving van jachtvliegtuigen in ere gehouden: "Hurricane", "Taifun", "Tornado" en  ook ""Thunderbolt" past wel in het rijtje. Van laatst genoemd jachtvliegtuig, de Republic P47 werden tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan 15000 exemplaren gebouwd, toch is de naam in tegenstelling tot die van de North American "Mustang" in het vergeetboek geraakt. 
Republic onstond uit de Seversky Aircraft Corporation, opgericht in februari 1931 door majoor Alexander Nikolayevitch de Seversky (1894-1974), een voormalig Russisch legerofficier die dienst had gedaan bij de tsaristische marineluchtvaartdiens, tijdens zijn eerste vlucht werd neergeschoten en zijn rechterbeen verloor. Dat weerhield hem er niet van zijn carrière voort te zetten en dertien overwinningen op zijn naam te zetten. In 1917 maakte hij deel uit van een Russiche missie aan de Verenigde Staten. Na het uitbreken van de revolutie in zijn geboorteland besloot hij in de V.S. te blijven en zich aan de vliegtuigbouw te wijden. Uit het amfibievliegtuig de SEV-3, dat op 15 september 1935 's werelds snelheidsrecord voor dergelijke vliegtuigen veroverde met een snelheid van bijna 371 km/u., werd de "Thunderbolt" ontwikkeld.

21.9.17

Twijnstra 1


Twijnstra, derde klas onderklerk bij de gemeente Leeuwarden, had net zijn potloden geslepen en zijn driekleurenbalpointpen rechts op zijn bureaublad gelegd, zijn kalenderblaadje omgeslagen op 13 december 1998 toen de telefoon ging. Moest zijn vrouw wezen, dacht hij, waarschijnlijk had hij vergeten de vuilnisbak aan de weg te zetten of had hij de band van zijn oudste zoons fiets niet opgepompt voordat die naar school moest, de jongen was verdomme al veertien en zou dat al lang zelf moeten kunnen. Maar nee, het was Hylkje Zondervan, de secretaresse van zijn chef met de mededeling dat hij als de gesmeerde bliksem bij zijn chef, meneer Miedema, diende te komen. Dat voorspelde weinig goeds: was er een kastekort? Had hij het licht bij weggaan gisteravond niet uitgedraaid? Was hij vergeten opdracht te geven dat de brugwachter van de Vrouwenpoortsbrug, die al veertien dagen in het ziekenhuis lag, een Sinterklaascadeautje moest worden gebracht? Of had Miedema ontdekt dat hij eergistermiddag stiekem zijn hond vier uur onder zijn bureau had verstopt, nadat hij in de middagpauze met het beest naar de dierenarts was geweest? De hond had plotseling last gehad van winderigheid en omdat zijn vrouw in Franeker werkte, was er maar één oplossing geweest en dat was snel een bezoek van hem met het beest aan de dierenarts. Hij had wel de hele middag in de stank gezeten, want de pilletjes die waren voorgeschreven hadden natuurlijk niet meteen geholpen. Misschien had Miedema de indrukwekkende stank van Ceasar, want zo heette de hond, wel geroken?
"Goedemorgen meneer Miedema."
"Hallo Twijnstra, ga zitten!"
Dat viel mee, als hij iets fout gedaan had, mocht hij nooit gaan zitten, maar werden de zaken, voor hem althans, staand afgehandeld.
"Twijnstra, wat is volgens jou de belangrijkste schrijver die onze mooie stad ooit heeft voortgebracht?"
Een lastige vraag, want hij kende Miedema's literaire voorkeur niet en daar hing in feite natuurlijk alles van af. Twijnstra keek naar het plafond.
"Vooruit Twijnstra, jij moet met jouw achtergrond, toch wel een paar Leeuwarder auteurs kennen?"
"Nou meneer Miedema, wat dacht u van Starter, Cohen of Slauerhoff?"
"Nee, nee, neeeee, m'n beste Twijnstra", steunde meneer Miedema.
Nu wist hij dat hij moest uitkijken want als meneer Miedema m'n beste gebruikte dan voorspelde dat in de regel weinig goeds. Hij voelde dat hij in paniek raakte en dan dacht hij vaak heel verkeerde dingen zoals nu: waren Willem Weaze, Oebele Voorstreek, Johannes Wortelhaven en Pieter Tuinen schrijvers? Nee, natuurlijk niet, maar wie bedoelde meneer Miedema dan wel? Slauerhoff was als het er op aankwam, de enige Leeuwarder auteur die nationale faam genoot.
(eerder op dit blog gepubliceerd)

Woorden

Het verhaal gaat dat de Fransen in een deuk lagen toen Nederlandse scooterrijders, jaren geleden na invoering van de nieuwe kentekens, met nummerplaten verschenen die begonnen met NU. Het gebeurt wel  vaker dat een begrip in de ene taal iets totaal anders betekent dan in de andere taal, zo was de keuze voor de naam van het type "Croma" voor ons land geen goede keuze van autofabrikant Fiat. In Bad Pyrmont ontdekte ik een plaatje van een bewakingsfirma met een naam die in Nederland geen schijn van kans zou maken
Ik heb trouwens een sterk vermoeden dat iemand op het staketsel van deze steigerbouwer is geklommen om de N uit zijn naam te verwijderen, want ook in het Duits heeft - zoals hij nu heet - zijn naam een onfrisse betekenis.


Gezichtsbedrog

Een moment denk ik dat  een oude Mercedesbus voorbij rijdt, maar het is een trompe l'oeil: op de zijkanten van een moderne lijnbus heeft men oude bus afgebeeld. Het is de eerste keer dat ik bewegend gezichtsbedrog zie.
(meer gezichtsbedrog in het archief onder trompe l'oeil)

20.9.17

Openluchtmuseum 3

Ondanks de misselijkmakende taal van rechtsradicaal  Alexander Gauland, voorman van de Alternative für Deutschland, die tegen beter weten in beweert dat Wehrmachtsoldaten geen oorlogsmisdaden op hun geweten hebben en dat Duitsland daarom trots op ze moet zijn, geloof ik in dat andere Duitsland, dat in het openluchtmuseum bij Detmold voor een huis met winkel  een zuil met een meisjesportret  heeft opgesteld. Het meisje heeft geprobeerd haar ster met een van haar vlechten te bedekken. Het is de geadopteerde dochter Ilse van het Joodse echtpaar Uhlmann, dat ooit in het huis woonde toen het in  de Haupstraße in Ovenhausen stond. In december 1941 werden Norbert en Lene Uhlmann met Ilse via Bieleveld gedeporteerd naar het ghetto in Riga, om in 1944 in Auschwitz te worden vermoord. In het huis klinkt chazzanut, aan de deurposten zitten mezuza's en achter in een zijkamer bevindt zich een schat aan literatuur over de sjoa. Er ontbreekt een tallit (een talles, een gebedskleed), ik heb er twee. Ik besluit één ervan op te sturen samen met een "Tikun Schelomoh" dat in 1908 in Rödelheim  werd uitgegeven.

19.9.17

Vaderlands nieuws