23.1.19

DDR

Ooit was ik samen met Dick Verkijk in de DDR in een Tatra 603 onderweg, voor ons uit reed een andere 603 met André van der Louw en Jan Nagel aan boord. Het was winter en bar koud, maar in een enkel dorp draaide ik, wanneer  zo'n typisch Duits, draaiend stoplicht op rood stond, het raampje open en liet ik, ter verhoging van de  vervreemding, op mijn cassetterecorder muziek van "The Rolling Stones" naar buiten schallen. Ons kwartet was uitgenodigd door de National Rat des Nationalen Fronts, wat dat precies inhield weet ik niet meer, maar het was allemaal wel heel officieel. Dick, die wat vasthoudenheid niet onderdoet voor  een cairnterrier als Una, onderging samen met ons een lofzang op de "eerste boeren- en arbeidersstaat op Duitse bodem" door een hotemetoot van de universiteit van Rostock. Na afloop van de jubelkreten ging Dick op zijn onnavolgbare manier in de aanval: "Aber Herr Professor, Sie haben doch nicht immer so gedacht". Waarop hij stelde dat de man ooit de zegeningen van het nazisme had verkondigd. Er volgde wat gemompel, dat er op neer kwam dat een mens toch van mening kon veranderen. Alles goed en wel, stelde Dick, maar u was ooit lid van de N.S.D.A.P. en ik heb hier zelfs uw partijnummer. Dat was pijnlijk en Dick deed er nog een schepje bovenop met de mededeling dat Herr Professor ook lid was geweest van het N.S.K.K. , het Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps.


Verleden tijd 8

Veel  van het op de kweekschool geleerde weet ik niet meer, maar ik kan - voor mijn  gevoel - feilloos een  plattegrond van het schoolgebouw tekenen. Ik weet nog een aantal namen van een befaamde opvoeders: Ach, Dalton, Piaget, maar waar zij voorstonden, wat hun ideeeën waren bij de opvoeding van een kind, herinner ik me met de beste wil van  de wereld niet. Rousseau was de man van de natuurlijke straffen, wanneer een kind een raam kapot maakte, dan moest het ten gevolge daarvan maar in de kou zitten, als hetzelfde kind in een boom klom, dan diende het er zelf maar uit te  klimmen, ik vond dat wel grappig, maar ik gooide dan ook geen ramen in en klom niet in bomen. Ik kan me niet herinneren dat de naam Comenius destijds genoemd is, een  man die, ver voor  Maria Montessori, pleitte voor aanschouwelijk onderwijs en boekjes liet vervaardigen met tekeningen. Hem heb ik sindsdien hoog in het vaan.  Op zeker moment moest ik een tuin ontwerpen, dat werd een horizontaal lopende band, waarvan de snelheid  geregeld kon worden, met rode en blauwe bloemen, die, bij verhoogde snelheid, paars oogden. Achteraf gezien heb ik me tamelijk verveeld en toch weinig uitgevoerd.



CORRECTIE

Helaas behoeft het artikeltje van mevrouw Gisèle Loefkens van het Symphoarmorphistisch Genootschap,  dat enige dagen geleden op dit blog verscheen, enige aanvulling dan wel correctie, want alhoewel Loefkens overgrootvader een belangrijke rol gespeeld heeft bij de verspreiding in de door Prof. Dr. Standardophian Patterpunkt uitgedachte cryptofenemologie, waarbij het zijn en niet zijn op christelijk-taoïstische wijze met elkaar worden vermengd, is deze vorm van cryptofenemologie in 1929 een zachte dood gestorven met de overgang van Patterpunkt naar het phemonardicosendom, een afsplitsing van een uit Oost-India stammende religie, waarbij reïncanatie een niet geringe rol speelt. Ook in Nederland was de cryptofenemologie in 1935 zo goed als verdwenen, alleen in Rotsterhaule trachte een minieme gemeenschap onder leiding van Johannes en Tryntje Oerdehoed het cryptofenemologisch gedachtegoed in ere te houden, maar verder dan een mager succes bij hun negental kinderen, waarvan vijf op jeugdige leeftijd overleden, valt er niet  te melden. Pas in 1998 werd de bekende Britse politicus Boris Johnson gegrepen door de ideeeën van Patterpunkt, die hij uiteraard aanpaste aan de immer nodige speciale regels die in het Verenigd Koninkrijk gebruikelijk zijn, waarvoor hij, ter onderscheiding van Patterpunkts cryptofenemologie, de term orthodox toevoegde. Drie jaar later waren Stoman Frunzemaecker en Gerard ter Plecke uit het Belgische Halle op de hun tandem in Londen en onmoetten zij toevalligerwijs, juist na sluitingstijd voor een pub aan de Portobello Road, Johnson - eveneens per rijwiel - terwijl zij vervolgens met elkaar opfietsten, vertelde Johnson behalve veel over zichzelf, ook over de door hem weer, zij het op orthodoxe basis, tot leven gewekte cryptofenemologie. Frunzemaecker en Ter Plecke (zie foto, waarbij Ter Plecke de befaamde HøneHønesjerp draagt) raakten ogenbikkelijk enthousiast en hebben bij thuiskomst een Europese sectie opgericht en vanuit Halle heeft de cryptofenemologie zich ook in ons land verspreid.
Namens het Cryptofenemologisch Genootschap op Orthodoxe Basis, Leeuwarden,
Abe Sprot, seccretaris-penningmeester

22.1.19

Zwijnen

Ik moet me nodig weer eens bezighouden met de zogenaamde internetzwijnen, onfris volk dat mij ongevraagd reclame stuurt, beweert dat ik op hun nieuwsbrief geabonneerd ben, van "unsubscribe" een lachertje maakt of in het geheel de mogelijkheid niet biedt om van hun ongewenste boodschappen verschoond te blijven en klaarblijkelijk is mijn provider niet in staat de stroom aan ellende te stoppen, zodat ik soms tweemaal per dag geconfronteerd wordt met missives van CBD-oil, Albert Heijn, Mediamarkt, Fit with Tea en ander tuig. Wanneer men in Scheveningen, ter afsluiting van 2019 op het strand, weer een te grote stapel hout verbrandt, kunnen deze internetzwijnen dan fors geroosterd worden, verbranden hoeft voor mij niet, een zwart korstje is voldoende!

Dime House

Kèk be- of misschien betuch inwonuhs, afèn jullie wetuh wat ik bedoel, van Bussum, ook bekend als hacht van 't Gooi, jullie hebbuh allang dooch dat  as je je niks vechbeeldt, dan ben je ook niks, dus vechbeeld ik me ongelooflijk veel, ik hep 'n saak geopend, vechvolgus weet ik natuuchlik best dat huis in het engels house heet, maach ik gebchuik sulks vooch mèn winkel, eigeluk sou  dat dus store moetuh wezuh, maar dat ken mèn niks vechekke, net so min as 'n dime in Nedechland geen wettig betaalmiddel is en Bussum geen city,  sodemitech op seg, dan ken je so langsamechand ovechal wel chekening mee gaan houduh, ik ben 'n choot bewondechaach van Tchump en ik sou heel gaag willuh dat wè ons ondech sèn gezag souduh plaatsen, dat sou mè en mèn wèf bisondech veel deugd doen.

NRA Jr.


 
Van alle Amerikanen, die ik van redelijk goed tot goed ken, heeft er maar één een wapen: een revolver, onder de bank van zijn pickup-truck. Hij woont in Texas en wees me op de kogelgaten in de langs de kant van landweggetjes opgestelde verkeersborden, waarop uit louter plezier al rijdend op gevuurd was. Al mijn andere bekenden hebben er geen. Hoe komt het dan toch dat ik het idee heb dat de meeste Amerikanen het bezit van een vuurwapen noodzakelijk vinden? Wordt die noodzakelijkheid ze van jongs af aan ingeprent? Ik blader in "Little Folks", the Children's Magazine, van mei-juni 1917. Op de voorpagina een peuter met een bloem en een hondje op een stoel. Onschuldig, denk ik. Maar op bladzijde 286 vind ik onderstaande advertentie, die slecht combineert met het schutblad. Toch is het een advertentie van het blad zelf: bij het aanbrengen van 6 proefabonnees  ontvang je om niet dit pistool.

Tien bladzijden eerder staat een luchtbuks, gratis, als het lezertje 12 setjes prentbriefkaarten verkoopt.

Het blad zelf slaat op bladzij 270 opnieuw toe: wanneer het lezertje aan vijf vriendjes een jaarabonnement op "Little Folks" weet te slijten, krijgt hij een "Big Dick" (sic), een imitatiemachinegeweer.

Verleden tijd 7

Ik ging in september 1953 naar een school, een school waarvan de naam inmiddels veranderd is, net als de naam van al die andere scholen die nu anders heten: bewaarschool, fröberschool, lagere school, ULO, MULO, HBS - ik ging naar de kweekschool voor onderwijzers en onderwijzeressen, kort gezegd de kweekschool en ik heb die afgemaakt, ik heb hem moeten afmaken, terwijl ik de school liever in de andere  betekenis van het woord had willen afmaken. Want vooral de eerste twee jaren waren bar en boos. Er waren leraren, die op geen enkele manier behoorlijk les gaven, integendeel. Er was een dominee - hij gaf natuurlijk maatschappijleer, want je werd geacht les te  krijgen in de maatschappelijke maar ook in de christelijke deugden - die tijdens zijn eerste les een papiertje uitdeelde waarop wij leerlingen dienden mee te delen of wij geloofden ja of nee. Ik aarzelde en schreef op dat ik aarzelde, maar dat kon niet volgens dominee, je geloofde in de Heer of je geloofde niet in de Heer. Degeen met een hoofdletter natuurlijk, zoon van God en zo. Een andere wat  morsige heer (met een kleine lettter) dicteerde van ieder lesuur zo'n negentig procent en we hadden  naast zijn dictaat de door hem geschreven lesboeken te gebruiken, kortom eigenlijk waren er een paar onderwijzenden die precies aangaven hoe het niet moest. De enige waar ik prettige herinneringen aan bewaar is de leraar tekenen, hij is ook de enige die ik, lang nadat ik de kweekschool had verlaten, nog eens heb opgezocht en van wie ik me de straat herinner waar hij woonde, de Hendrik van Deventerstraat. Henk Baaren, want zo heette hij, maakte me bovendien nieuwsgierig naar bouw- en meubelstijlen. Nieuwsgierighied opwekken, zoals een goed onderwijzer betaamt.