6.7.20

voltooid verleden tijd

Tjoklat
VéGé
Medinos
V&D
Old Mac
Morris
Fiedelflier van de Sparkruidenier
Mekkareep
plusfour
Chief Whip
pompelmoes
Bruintje Beer
De Gruyter
kunsthoning
Weesperkarspel
Full  Speed
Simca
hannekemaaier
Miss Blanche
Flipje, het fruitbaasje van Tiel 
Simon de Wit
TEO-jam
 

Weer op reis 6

Handige zinsneden voor gebruik in het buitenland:
unfortunately peanutbutter
hélas beurre de cacahuète
leider Erdnußbutter

5.7.20

Bugatti Type 41

In het Grootbritse kocht de koninklijke familie Daimler, in het Deense kocht men Cadillac en aangezien het chassis van de Bugatti Type 41 vier keer zoveel kostte als het chassis van een Rolls-Royce waren de kansen voor het slijten aan de hoven van Nederland, België, Noorwegen en Zweden feitelijk nihil. In Italië lag het voor de hand een Isotta-Fraschini of eventueel een Fiat aan te schaffen en in Spanje een Hispano-Suiza. Ettore Bugatti had duidelijk geen marktonderzoek gedaan voordat hij het Type 41 op stapel zette, bovendien sloeg de crash in 1929 ongenadig toe. Maar  gyneacoloog Dr. Joseph A. Fuchs uit Neurenberg had klaarblijkelijk in 1931 geld genoeg om chassis  41121 aan te schaffen en er door de firma Weinberger in München een cabrioletcarrosserie op te laten zetten. In 1933 vertrok hij naar de Verenigde Staten, waar hij uiteindelijk vrij roekeloos met zijn "La Royale" omsprong, want in de winter van 1937-'38 bevroor het motorblok en bleek het gescheurde blok in de Verenigde Staten niet te repareren. 

In 1943 stond de wagen op een sloperij in New York, daar werd de auto gekocht door een vice-president van General Motors, C.A. Chayne die de wagen naar Flint (Mich.) liet brengen en eind 1946 aan een moeizame restauratie begon. Niet alles bleef origineel: zo werd de enkele carburatuur vervangen door vier Strombergcarburateurs, het remsysteem werd gewijzigd, de Scintillakoplampen bleven weliswaar op de wagen, maar werden buitengebruik gesteld en het interieur werd geheel vernieuwd. Chayne deed de wagen tenslotte cadeau aan het Henry Ford Museum in Dearborn. Op onderstaande foto zijn duidelijk onder de niet functionerende koplampen de "sealed-beams", die nu voor de verlichting zorgen, te zien.

Laag & zwaar

De tuba is een lastig te transporteren instrument en dus is er met verschillende vormen geëxperimenteerd, in Amerikaanse "marching bands" worden ze soms op de schouder gedragen, maar in de jaren twintig toen ze veelvuldig in jazzbands werden gebruikt hadden ze soms een verlengde hals en dan is er natuurlijk op verzoek van John Philip Sousa uitgedachte sousaphone, die het marcherend spelend  meedragen "'n fluitje" van een cent maakt. Maar de drie genoemde vormen zijn  natuurlijk genoegzaam bekend en ik hoef er hier verder geen aandacht aan te besteden. Er is ook een poging ondernomen het instrument te verkleinen tot de zogenaamde "pocket tuba". De tuba is trouwens een laat tot de koperfamilie toegevoegd instrument, Beethoven heeft bijvoorbeeld geen noot voor de pas in 1828 uitgevonden tuba geschreven (hij overleed een jaar eerder), en Johann Sebastian Bachs muziek op tuba is natuurlijk helemaal ongehoord, tenzij er een speciaal arrangement geschreven is. De virtuoze tubaspeler Oren Marshall (foto), geboren in Genève en wonend in Londen,  speelt een afwijkend model tuba, hier is hij  solistisch in de weer met Duke Ellingtons "Rockin' in Rhythm". Oren treedt behalve met de "Charming Transport Band" ook op met accordeonist/drummer Koby Israelite.

CRYPTOFENEMOLOGIE 2

Het doet het bestuur van de Cryptofenemologische Vereniging op Orthodoxe Basis
gevestigd in "Veste Knolkenborgh" aan de 3e Saskiadwarsstraat 631 te Leeuwarden bijzonder veel deugd dat er voor de vereniging een plaats wordt ingeruimd op deze blog:
 voorzitter Jonkheer Broselius R.M. Bockinghe van der Gracht
en secretaris-pennigmeester Abe Sprotje. Helaas was het derde bestuurslid Wamsebier Schnelsnavel bij het maken van bovenstaande foto verhinderd wegens urgente werkzaamheden voor zijn nieuwe partij.

Weer op reis 5

Handige zinsneden voor gebruik in het buitenland:
je n'ai pas fait ça pour de cul du chat
der Apfel fällt nicht weit vom Baum 
its because of the grease that the cat is licking the candlestick

4.7.20

MOUNT RUSHMORE

Iedere Amerikaan kent het monument. "Mount Rushmore": de uitgehakte, enorme beeltenissen van George Washington, Thomas Jefferson, Theodore Roosevelt en Abraham Lincoln in de Black Hils van South Dakota. De "Founding Fathers", die de geboorte, groei en ontwikkeling van de Verenigde Saten verbeelden. In 2007 vond ik bovenstaand t-shirt in St.Paul, met een afbeelding van de "Original Founding Fathers": Chief Joseph, Sitting Bull, Geronimo en Red Cloud.
Chief Joseph, bij zijn eigen volk, de Nez Perce, bekend onder de naam In-mut-too-yah-lat-lat (Donder over het land komend van het water) heeft zich tot zijn dood in 1904 hevig verzet tegen de reservatenpolitiek van de Amerikaanse regering. Zijn volk, werd ondanks een overeenkomst met de regering het eigen land te behouden, gedwongen te verhuizen naar een reservaat in Oklahoma, waar velen van stierven door malaria en honger.
Sitting Bull (Thathanka lyotake), een Lakota, werd in 1867 opperhoofd van de Teton Sioux Nation en ondanks een in 1868 in Fort Laramie gesloten verdrag met de regering, werd zijn land, nadat er in de Black Hills goud gevonden was, aangevallen door het Zevende Cavalerie Regiment onder aanvoering van generaal Custer. Deze aanval in Big Horn werd door de Lakota Nation, geholpen door een aantal Cheyennes en Arapaho's, afgeslagen: alle Amerikaanse soldaten sneuvelden. Sitting Bull trok met zijn volgelingen naar Canada, maar na de buitengewoon strenge winter van 1881 gaf hij zich over. na een gevangenschap van twee jaar werd hij naar het Standing Rockreservaat in South Dakota verbannen. In 1885 sloot hij zich aan bij Buffalo Bills wildwestshow, die een tournee maakte door Europa. Na zijn terugkeer wilde de federale regering opnieuw de reservaten verkleinen en verdelen, o.a door het aanstellen van eigen opperhoofden. Sitting Bull behoorde daar niet bij. Vermoedelijk werd hij vermoord door medewerkers van een door de regering aangesteld opperhoofd.
Geronimo (Goyahkla), een Apache behorende tot de Bedonkohestam, werd geboren in wat nu New Mexico heet, maar destijds nog deel uitmaakte van Mexico. In 1858 werd Geronimo's nederzetting, terwijl hij afwezig was aangevallen door een legertje Mexicaanse soldaten onder aanvoering van kolonel Carrasco. Bij deze aanval werden Geronimo's vrouw, kinderen en moeder gedood. Vanaf dat moment leidde Geronimo een legertje volgelingen, dat uiteindelijk in 1886 slechts uit 36 mannen, vrouwen en kinderen bestond, maar dat de Mexicaanse en Amerikaanse autoriteiten zoveel last bezorgde dat er duizenden soldaten jacht op maakten. Op 4 september 1886 gaf Geronimo zich over aan generaal Nelson A. Miles. Geronimo werd gevangen gezet in Fort Pickens (Florida), zijn gezin in Fort Marion (in dezelfde staat) , in 1887 werden zij herenigd gevangen gezet in de Mount Vernon Barracks in Alabama om in 1894 naar Fort Sill in Alabama te worden verplaatst. Gedurende zijn laatste levensjaren werd Geronimo een beroemdheid en bezocht hij onder meer de wereldtentoonstelling in St. Louis in 1904, maar hij mocht niet terug naar zijn geboortegrond. In februari 1909 viel hij van een paard en bleef hij een nacht buiten liggen tot hij de volgende dag gevonden werd, hij stierf op 17 februari aan de gevolgen van een longonsteking als gevangene van de Verenigde Staten in Fort Sill, zijn graf ligt op de Apache Indian Prisoner of War-begraafplaats aldaar.
Red Clouds moeder was een Oglala, zijn vader een Brulé (beide stammen behoren tot de Lakota), hij werd opgevoed door een broer van zijn moeder, Chief Smoke. In 1866 en 1867 werd er oorlog gevoerd tussen Amerikaanse troepen en Cheyenne, Lakota en Arapaho, een oorlog die bekend werd onder de naar Red Cloud's War, waarbij uiteindelijk het volledige Amerikaanse legertje, bestaande uit 81 man, in de pan werd gehakt. Amerikaanse onderhandelaars stelden vast dat veel van de onvrede onder de Indianen gerechtvaardigd was en stelden voor grenzen te stellen aan de gebiedsuitbreiding van blanke settlers en zich terug te trekken uit de gebieden van de Lakota. Maar de verhoudingen bleven gespannen en toen in 1874 goud werd ontdekt in de Black Hills (zie hier boven onder Sitting Bull) werd generaal Custer op een verkenningsmissie gestuurd. In mei 1875 bezocht een delegatie, met onder meer Red Cloud, Washington D.C. in een laatste poging president Grant over te halen de instroom van goudzoekers te stoppen en de eerder gesloten verdragen te eerbiedigen, maar het Amerikaanse Congress besloot anders: ze boden de Indianen $25.000 voor hun land, waarna dezen zich in een reservaat dienden te vestigen. De delegatie weigerde het voorstel te aanvaarden. Spotted Cloud, een delegatielid zei: "When I was here before, the President gave me my country, and I put my stake down in a good place, and there I want to stay.... You speak of another country, but it is not my country, it does not concern me, and I want nothing to do with it. I was not born there... If it is such a good country, you ought to send the white men now in our country there and let us alone." Red Cloud werd gedwongen in een reservaat te leven, maar ondanks dat, bleef hij zich verzetten tegen de politiek van de Amerikaanse regering steeds meer land te moeten afstaan. Hij stierf in 1909 op 87-jarige leeftijd in het Pine Ridgereservaat (South Dakota), waar hij ook begraven werd.
Dat het Mount Rushmoremonument uitgerekend werd uitgehakt in de Black Hills wordt door Indianen nog steeds als een provocatie beschouwd.