30.9.23

Scotte

 


Terwijl de Britten, redelijk slordig, hun Trevithick "Steam Carriage" dusdanig hebben laten verkommeren dat ze een replica moesten bouwen, zijn  de Fransen wat zuiniger met hun mobiel erfgoed omgegaan en zijn zowel Cugnots artillerietrekker als Bollées "Mancelle" bewaard gebleven. Ook de door Scotte in Epernay gebouwde "Omnibus" is sloop bespaard, nadat hij in 1894 meedeed aan de wedstrijd Parijs-Rouaan. In dat zelfde jaar construeerde de Société des Chaudières et Voitures à Vapeur onder leiding van Scotte een vergrote "Omnibus" die, in plaats van zes, veertien passagiers kon meenemen.

TV

  


Knutten

Nu knutten aanzienlijk meer schapen doden dan wolven,  begrijp ik niet waarom ik de gedeputeerde staten van Gelderland daar niet over gehoord heb.

Dorps nationalisme

 


 blyf der dan oek mar

Niets


 

29.9.23

Antony Blinken

 De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken met Muddy Waters'
"Hoochie Coochie Man".

Brooddronken


 

??? 2

 


Nee, het is niet het prototype van de Renault 4L uit 1958 waarvan u gister het neusje zag op dit blog. Het was een  veel oudere auto met als  basis een Audi 14/50m Typ K uit 1923 (zie foto boven), die datzelfde jaar door Paul Jaray van een stroomlijncarrosserie werd voorzien. Jaray had gewerkt bij Zeppelin, maar  was in Zwitserland een eigen bureau begonnen, dat op basis van  verschillende Duitse auto''s carrosserieën ontwierp, o.a op  basis van Apollo, Audi, Dixi en Maybach. Soms namen fabrieken zijn ideeën, zonder  te betalen over, dat kon na 1933 gemakkelijk toen de nazi's het in Duitsland het voor het zeggen hadden  en Jaray als jood niets in de melk te brokken had. Vandaag de dag worden zijn ontwerpen steevast met de naam van de basis waarop hij zijn wagen ontwierp genoemd, zonder dat zijn hij er op een of andere wijze aan te pas komt. Zijn naam  ontbreekt dan ook in Hans-Heinrich von  Fersens "Autos in Deutschlands 1920-1939". De Audi 14/50 Typ K had een zescylindermotor  met een inhoud van 3500cc.

28.9.23

Idle

 


Eric Idle laat op sublieme manier zien wat satire is.

Wat voor een


 

???

 


Nee, u hoeft niets in te vullen en op te sturen, toch wil ik graag, het merk en het jaar waarin bovenstaande auto gebouwd is, weten. Morgen  de oplossing.

27.9.23

Bright Site

 


Bright Site of Life

Hardlijvigheid


 

Harvard

 
In ons land heette bovenstaand vliegtuig net als  bijna overal elders in de wereld "Harvard", maar dat was in feite  de Britse benaming van de North American "Texan",  een Amerikaans lestoestel, dat bij Amerikaanse luchtmacht dienst deed als AT-6 en bij de  Amerikaanse marine als  SNJ. Niet alleen North American (hoofdkantoor en fabriek Los Angeles Municipal Airport, Inglewood, Californië) bouwde het toestel maar ook Noorduyn Aviation in Montreal, Canada. De Britse "Harvards" hadden een Engels instrumentarium. De motor was een Pratt & Whitney R-1340-AN1. De kruisnelheid lag bij 272 km/u en het vliegbereik was 1200km. Zowel Syrië als Israël zetten in 1948 het als lestoestel bedoelde vliegtuig in als een met een mitrailleur bewapende lichte duikbommenwerper.


 

26.9.23

Wesp en zo 2

 

Ook veel later maakte Piaggio vliegtuigen, zoals dit futuristisch ogende zakenvliegtuig. Een groot succes werd het niet, alleen de Italiaanse luchtmacht nam een aantal af. Ontwikkeling  van de P.180 begon in 1979 en het toestel vloog de eerste keer in september 1986. Alhoewel ontworpen in Italië werden grote delen gebouwd in de Verenigde Staten, waaronder  de romp. De kruissnelheid was 482 km/u. De P.180 "Avanti" kon zes tot tien passagiers meenemen.

Wesp en zo

 

 

Wie Piaggio zegt, zegt Vespa, de Italiaanse scooter die  sinds 1946 wordt gebouwd, maar dat er een  hele geschiedenis aan vooraf  ging is minder bekend, de fabriek richtte vanaf 1884 schepen in, bouwde spoorrijtuigen, motorboten en vliegtuigen in beide wereldoorlogen.

 

In 1957 kwam een auto  in het leveringsprogramma, maar omdat Italië met zijn Fiat 500 voldoende bediend werd, ging het wagentje, gebouwd door A.C.M.A. (Ateliers de Construction Motocycles et Automobiles) in Frankrijk in productie. De Vespa 400 had een luchtgekoelde tweetacttweecylindermotor - met een inhoud van 393cc - die de wagen een maximale snelheid gaf van 90 km/u.

  

De smalle straatjes van bijvoorbeeld een eiland als Stromboli maken het bijna onmogelijk een winkel te bevoorraden, ook daarvoor bedacht Piaggio een oplossing: de Bij, of op zijn Italiaans de Ape.




Ook de carabinieri  kunnen zich in een piepklein busje verplaatsen, ter vergelijking een Citroën Berlingo.

6 + 7/8

  


The Six and Seven-Eights Stringband of New Orleans

Fiets


 

25.9.23

Bucciali

 

Saoutchik zorgde in de jaren dertig voor  de carrosserie van één van de opmerkelijkste auto's ooit  gebouwd. Het verhaal begint na de Eerste Wereldoorlog toen Frankrijk redelijk bezeten raakte van het racen met kleine auto's, de zogenaamde "voiturettes". Een tweetal broers met veel geërfd geld dat hun vader verdiend had met de bouw van kermisorgels, Paul-Albert en Angelo Bucciali deden met een eigen auto, die ze Buc genoemd hadden  aan de races mee. Het autootje met een tweecylindertweetakt motor met een inhoud van 1340cc werd verder ontwikkeld en in 1923 begon de verkoop, maar werd  de tweetakt Violet-  daarna vervangen door een viercylinderviertakt SCAP-motor. De Bucciali's waren overigens niet de enigen in Frankrijk die motoren van buiten inkochten en nogal eens van aandrijfbron wisselden. Later gebruikten ze bijvoorbeeld een CIME-zescylinder met een inhoud van 1489cc in de Buc AB6. De beide broers raakten begeesterd van het idee om een voorwielaangedreven auto in de markt te zetten en in  1928 stond een inmiddels tot Bucciali omgedoopte auto op de Parijse Salon, de Buccialia TAV. TAV betekende Traction AVant. De twee-en-een-halve-litermotor kwam van Continental uit de Verenigde Staten, maar werd spoedig vervangen door een vierliter-zes van hetzelfde merk en daarna door een acht-in-lijn met een inhoud van 5278cc. In 1931 volgde op de Salon het klapstuk: de TAV Double Huit, een zestiencylinder in V-vorm met twee Continentalachtcylinderblokken  met een totale inhoud van bijna acht liter, de carrosserie kwam van  Saoutchik. Maar hoogst waarschijnlijk heeft de wagen nooit op eigen kracht gereden en werd het carrosserie-ontwerp gebruikt voor een Bucciali's met een achtcylindermotor. Na 1932 was het uit met de pret, Paul-Albert Bucciali bouwde nog één auto, met een bescheiden zescylindertweeliter Mathismotor en achterwielaandrijving!

Goin' Home

Antonin Dvořák (1841-1904) componeerde zijn Negende Symphonie in 1893 toen hij directeur was van het Amerikaans Nationaal Muziek Conservatorium in New York. De titel is dan ook "Uit de Nieuwe Wereld" of kortweg "Nieuwe Wereld Symphonie" en het werd zijn meest populaire symphonie. Dvořák had belangstelling voor Afrikaans-Amerikaanse muziek en dus ook voor negrospirituals, maar dat wil  niet zeggen dat hij originele spirituals heeft gebruikt in zijn Negende, al wordt wel anders beweerd, onder meer omdat het tweede deel van de symphonie, "Largo" in 1922 door een leerling van Dvořák, William Arms Fisher, van een tekst werd voorzien en als "Goin' Home" furore ging maken en voor een spiritual werd versleten.


Zou je


 

24.9.23

Opera

 


DUITSE OPERA

Satire

U vraagt zich natuurlijk al jaren af: wat is satire. Daar kwam gisteravond de geniale oplossing in "Hotel Hollandia" van Paul de Leeuw! Satire is het verschil tussen de bezoekersaantallen van de begraafplaatsen Père Lachaise en Zorgvlied, de vraag wat de weduwe Hazes met de as van haar negentien jaar geleden echtgenoot heeft gedaan en  hoe twee zussen, de een uit Pijnacker, de ander uit Den Haag, Prinsjesdag  vorige week beleefden.

Ernstig

ernstige problemen met mijn computer

23.9.23

Ja


 

22.9.23

President

 

Glasharp

 


Een  glasharp, een wonderlijk muziekinstrument, bestaande uit waterglazen die verschillend gevuld zijn, waarna er met natte vingers muziek op gemaakt kan worden. Dat een dame het instrument mede bespeelt, gebeurde een paar eeuwen geleden niet, zelfs het beluisteren van een glasharp werd voor vrouwen afgeraden, zij zouden er "hysterisch" van worden.

Obstipatie


 

21.9.23

Nuts & Bolts

 


Britse muzikale dwaasheid

Stroomlijn

 


Edmund Rumpler (1872-1940) was, voordat hij vanaf 1909 vliegtuigen ging bouwen, bezig geweest met auto's: hij was Hans Ledwinka behulpzaam  bij de constructie van de Nesseldorf "Präsident" in 1897 en werd later technisch directeur van Adler. Na de Eerste Wereldoorlog ging hij, nu onder eigen naam, aan de slag met automobielen en zijn "Tropfenwagen" liet duidelijk zien dat Rumpler het een en ander geleerd had van vliegtuigconstructie. Maar een succes werd het niet, de auto's - er zijn ongeveer honderd gemaakt - weken teveel af van wat in de vroege jaren twintig gebruikelijk was. De motor van de OA 104, gebouwd tussen 1921 en 1924 is een zescylinder Siemens met een inhoud van 2600cc. Benz ging de auto vervolgens in licentie bouwen met een viercylindermotor met een inhoud van 2595cc uit eigen huis. De topsnelheid van laatstgenoemde wagen - gebouwd in 1924 en 1925 - was 130km/u. Rumpler verliet daarna het pad van de achterwielaangedreven auto's en bouwde in 1926 een voorwielaangedreven auto en daarna ontwierp hij begin jaren dertig een zogenaamde "Schnelllastwagen" eveneens met voorwielaandrijving, er werden twee gebouwd, het snelste exemplaar met een twaalfcylindermotor haalde 100km/u. Beide vrachtwagens werden gebruikt om dagelijks kranten van uitgeverij Ullstein naar de badplaatsen aan de Duitse Oostzeekust te vervoeren.

Psychiatrisch ziekenhuis


 

20.9.23

Chris

 


Chris Hillman (The Byrds, The Flying Burrito Brothers  en nog veel meer) vertelt.

Van Rijckeborstel 4

Terwijl Zwadder van Rijckeborstel tot zijn dood in 1973 geijverd had voor toelating tot het jaarlijkse boekenbal was het hem nooit gelukt een kaartje te bemachtigen, hij had zich iedere boekenweek verschrikkelijk opgewonden en vond dat hem groot onrecht werd aangedaan: "Iedere imbeciel die een floddergeschrift over voetballers in de Drentse vierde klasse samenstelt wordt toegelaten, maar een serieus poëet wordt de deur geweigerd, typisch Nederland waar serieuze kunstenaars zoals ik met de nek worden aangekeken." Het was maar goed dat Zwadder de late jaren tachtig niet mee beleefde toen Carel Lohdfaeger dankzij het Spiegelsyndroom van Wroclawsky triomfen vierde en in 1988 met een lauwerkrans (snarkrewual) getooid de Amsterdamse Stadsschouwburg betrad. Lohdfager had zelfs een dansje gemaakt, al was het noodgedongen bij een solo gebleven omdat hij per abuis, hij was rond twaalf uur al redelijk in de olie (kjileder ni ed eilo), Harry Mulisch ten dans had genood, die op stel en sprong geïnformeerd had wie die lachwekkende met een lauwerkrans getooide dorpeling wel mocht zijn en zich had beklaagd over het feit dat naast hem klaarblijkelijk iedereen maar werd uitgenodigd.
Gisteravond telefonisch contact gezocht met Philippina van Rijckeborstel, want alhoewel ik me redelijk op de hoogte heb kunnen stellen van het wel en wee van Carel Lohdfaeger, kon ik op het internet niets vinden over de laatste jaren van haar vader, Zwadder van Rijckeborstel. Zwadder had in Tiel eind jaren zestig nog een dichterscollectief trachten te formeren onder de ludieke naam "De Flipjes", maar dat was door de jamfabriek ter plaatse verboden, men had zelfs met een kort geding gedreigd. Nou was dat niet geheel onbegrijpelijk want het duo dichters achter "De Flipjes"- behalve Zwadder was Camile Rammelaer bij het collectief betrokken - stortte zich in plaats van op de verwerking van fruit met hart en ziel op het scheppen van erotische poëzie: de geslachtsdaad was bij wijze van spreken niet van de lucht. Nadat "De Flipjes" hun naam hadden gewijzigd in "De Copulantjes" wisten Zwadder en Camile voor eigen rekening nog een klein boekje met hun gedichten en tekeningen van Erik Rektorius voor te bereiden, maar dat verscheen wat Zwadder aangaat postuum, want hij overleed op 2 januari 1973.
Er is eigenlijk weinig bekend over Zwadder van Rijckeborstels jonge jaren, maar na enig onderzoek, vond ik het volgende,  Zwadder werd op zeventienjarige leeftijd nationaal kampioen koekhappen tijdens de in Boelenslaan gehouden volksspelen, er werd die dag gehinkeld, slootgesprongen, geknikkerd, gekatknuppeld, vergepist, palinggetrokken en gekoekhapt, aan het katknuppelen en palingtrekken werd echter door agent eerste klas Bote Salverda Gzn. onder luid protest van de deelnemers echter vrijwel onmiddelijk een eind gemaakt omdat het de dieren leed zou berokkenen, hetgeen door slager Auke Beintema, zeker wat het katknuppelen betrof, hevig werd bestreden. Even dreigde, net als in 1886 in Amsterdam geschiedde, een oproer, zodat agent eerste klas Bote Salverda Gzn. zijn klewang - hij had nog onder Van Heutsz in Indië gevochten - van huis ging halen, maar kalmerende woorden van burgemeester Lolckema à Berkenbosch brachten rust onder de gelederen, zeker nadat het katknuppelen vervangen was door het zwijntjerijden. Het zwijntjerijden werd trouwens gewonnen door Zwadders oudere broer Bombardonius van Rijckeborstel, die zich oorspronkelijk had ingeschreven had voor het verpissen en het katknuppelen, maar na het zwijnjerijden wegens pijn in het onderlijf afzag van deelname aan het verpissen.
Zwadder werd op 6 januari 1973 in Driehuis-Westerveld gecremeerd, waarna een maand later, volgens eigen wens, zijn as werd uitgestrooid op het strand van Egmond aan Zee, terwijl tijdens deze ceremonie zijn gedicht “Ziet gij 1942?” door de bekende acteur Hommert "Hompie" Kaasjager werd voorgedragen.

 

Tuinbonen


 

Kwela 2

 

Maar hoe klonk de echte  kwela muziek?  Daarvoor komen we terecht bij Spokes Mashiyane, in een oorspronkelijk Zuidafrikaans wijsje: "Skokiaan", dat in de versie van Louis Armstrong ook  hier bekend werd.

19.9.23

Prinsjesdag 2


 

Kwela

 


Kwelamziek komt uit  Zuid-Afrika. Oorspronkelijk waarschuwde de pennywhistle voor de naderende politie, maar uiteindelijk ontstond er een hele muziekcultuur rond de pennywhistle. Het Soweto String Quartet speelt de compositie "Kwela" in een klassieke setting: dus met twee violen, een altviool en een cello.

Van Rijckeborstel 3

Vrijdagmiddag j.l. snel even naar de boekenmarkt op het Spui in Amsterdam en gevraagd en gezocht naar het bekroonde werk van Carel Lohdfaeger. Dat viel waarachtig niet mee, want ik had, behalve dat het boek over de geneugten van kwartelpaté ging, geen idee van de titel van het  boek, tot iemand, die toevallig naast me stond, uitkomst bracht: “O, u bedoelt “De eikenhouten canapé”, daar heeft Lohdfaeger inderdaad eind jaren tachtig  een prijs voor gekregen.” Dat vereenvoudigde het zoeken aanmerkelijk en twintig minuten later had ik een exemplaar van het boekje in handen, nota bene met een krantenknipsel met een uittreksel uit het juryrapport, weliswaar voorgezeten door Gerrit Zalm, die ook de prijs van f.175,- uitreikte, maar ook de namen van de andere juryleden voor de staatsprijs “consumentenpoëzie” werden vermeld: Greetje Gabardin-Regenjas, Rein Kruimel, Bonno Schroefsma en Willem Nimmerboos, een kwartet Tweede Kamerleden, dat destijds furore maakte vanwege de enorme belezenheid. In het juryrapport werd Lohdfaegers taalvirtuositeit geprezen met name door het opwekken van eetlust, als voorbeeld werd het gedicht “Kwartel met stoofpeertjes” geprezen, dat ik vervolgens snel  heb opgezocht  in “De eikenhouten canapé” en hier laat volgen: 
“Plonkerdieplonkklonk, plonk,
De kwartel spartelt, de stoofpeer
 Gnuift, hoe heerlijk, 
De kwartel gnuift, 
De stoofpeer spartelt, 
Ik eet, 
De stoofpeer, 
De kwartel,
Ik gnuif. 
Dag  kwartel.
Welterusten stoofpeer. 
Het smaakt naar meer.” 
Kort na de prijsuitreiking werd  Lohdfaeger getroffen door het Spiegelsyndroom van Wroclawsky dat lijders eraan dwingt woorden omgekeerd te noteren, zodat bijvoorbeeld de eindstrofen van "Kwartel met stoofpeertjes" als volgt door Lohdfaeger moesten worden genoteerd om door de poëzieliefhebber correct te worden gelezen: "ki tee, ed reepfoots, ed letrawk, ki fiung. Gad letrawk. NetsuretleW reepfoots. Teh tkaams raan reem?" Met name zijn laatste jaren kon Carel Lohdfaeger in relatieve welstand doorbrengen, de oorzaak was m.i. niet de kwaliteit van zijn poëzie maar het Spiegelsyndroom van Wroclawsky, dat zorgde voor een hype onder de dichters in de Tielerwaard, veel van hen, niet behept met het syndroom, begonnen, zonder enige noodzaak, eveneens woord voor woord in hun dichtwerken om te keren en Lohdfaeger als hun grote goeroe te beschouwen. Ieder jaar werd in Herwijnen op 23 juni een Carel Lohdfaegerdag georganiseerd, waarbij hij met een Mercedes 230SL van huis werd gehaald en via  Zworrelstraat en Sluimerskamp naar De Strobbel werd gereden, waar tot in de zeer vroege uurtjes, onder het genot van het eten van een aan het spit geroosterd speenvarken en het drinken van zogenaamde bubbels, keer op keer uit  "De eikenhouten canapé" werd voorgedragen. Voor Lohdfaeger zelf was een apart vuur aangestoken met een grote bakplaat waarop tientallen kwartels, die levend waren aangevoerd,  werden gebraden, terwijl de dames van het gezelschap - en dat was een vereiste - verkleed als stoofpeer, en met namen als Angela Gieser-Wildeman, Brigitte Gieser-Wildeman en Veronika Gieser-Wildeman ieder half uur vaderlandse liederen als "Ferme jongens, stoere knapen" en "Alle man van Neerlands stam" zongen, begeleid door het combo van Carel Lohdfaegers zoon Kaftan, dat voor het vriendenprijsje van 2500 gulden optrad.


Borkum

 


Op deze oplegger staat  een in Wismar  gebouwde railbus voor het smalpoorlijntje op het Duitse waddeneiland Borkum. Voorzien van twee benzinemotoren, één voor iedere zijde. Er wordt op Borkum ook met stoom gereden en voor 250 euro kan zelfs een stoommachinistendiploma gehaald worden.

Prinsjesdag


 

18.9.23

Afrikaans

 

Of ik het nog helemaal goed citeer is de vraag, maar het gedicht is me bijgebleven:
"Ou Amsterdam is tog so mooi
Met al sijn liggies uitgetooi 
Dat flonker in die gragte"
Het klonk Nederlands, maar toch niet helemaal en was daarom interessant om te onthouden. Ooit kocht ik het boekje "Vir ons mense wat Hollands praat, een kennismaking met het Afrikaans"* van Pamm Dingemans. Geen  spijt van mijn aanschaf, want wat oud-advocaat Peter Dingemans noteert is de moeite van het weten waard. Het is een eenvoudig lesboekje waarin hij mijn kennis van het Zuidafrikaans beetje bij beetje uitbreidt en soms zelfs doodgewone Nederlandse woorden verklaart. Ik  heb bijvoorbeeld nooit begrepen waar de woorden opa en oma vandaan komen, in Zuid-Afrika heten de grootouders nog alijd oupa (oude vader) en ouma (oude moeder), zo zullen ze hier in de tijd van Jan van Riebeeck ook geheten hebben. Dingemans constateert terecht dat Zuidafrikaans met een klein beetje moeite best te lezen valt, het te verstaan is van een andere orde, maar wie het horen wil kan hier bij Wannie Cartens terecht. *Trichis Publishing bv, Rotterdam. ISBN 979-94-90608-47-7

Lebedeff

 


Aaron Lebedeff bezingt  in 't jiddisj zijn heimwee naar Roemenië.

Van Rijckeborstel 2

 

In of rond 1966 verliet Zwadder van Rijckeborstel de ornithologische woongemeenschap van Carel Loohdfaeger. Hij was inmiddels in 1951 gehuwd  en zijn echtgenote Zambina van Vlokje had schoon genoeg van de strakke leiding en het gedrag van Loohdfaeger. "De man deugde niet en van enig fatsoenlijk dichtwerk was bij hem ook geen enkele sprake, hij was alleen geïnteresseerd in het baltsgedrag van de dwarsgekuifde kromteengaai en daaraan ontleende hij zijn eigen gedrag. Hoe dikwijls hij me heeft lastiggevallen met het open- en dichtritsen van zijn gulp, dat te vergelijken is met het koerfluiten van de dwarsgekuifde kromteengaai, zou ik niet meer kunnen zeggen. Op zeker moment was ik het zat en heb ik tegen Zwadder gezegd als ik nog één keer die rits hoor dan ben ik weg en zo is het precies gegaan, ik ben met ons dochterje Philippina, voor wie Loohdfaeger ook al geritst had, weggevlucht naar mijn ouders in Tiel. Veertien dagen later heeft Zwadder de woongemeenschap eveneens verlaten, overigens wel met achterlating van al zijn dichtwerk, want dat was volgens Loohdfaeger gemeenschappelijk bezit en mocht niet uit de boerderij in Herwijnen worden meegnomen. Zwadder heeft daarna zijn  hele Salmiakcyclus uit het hoofd moeten  herschrijven. Loohdfaeger is, ondanks het ontvangen van de Grote Staatsprijs voor Consumentenpoëzie, hij schreef een bijkans onleesbaar bundeltje gedichten over de geneugten van kwartelpaté, uit handen van Eelco Brinkman, een enorme schoft."
Bovenstaande regels las ik in een interview met Zambina van Rijckeborstel - van Vlokje uit 1991 in de Herwijnse Koerier (waarin opgenomen De Bel van Herwijnen van 1837), dat gepubliceerd werd naar aanleiding van het overlijden van Carel Loohdfaeger.
 

Tijd voor


 

17.9.23

Van Rijckeborstel


Onlangs ontmoette ik in een Naardens tuincentrum Philippina van Rijckeborstel, ik had haar sinds de jaren zestig niet meer gezien. We noemden haar destijds, zij was afkomstig uit de Betuwe, steevast het fruitbazinnetje van Tiel, naar analogie van de hoofdfiguur in een strip die lang geleden rond een pot jam gewikkeld zat. Het was een bijzonder leuk weerzien en zij beloofde mij de oorlogsgedichten van haar in 1971 overleden vader te sturen, die door de in Kockengen e.o. bekende componist Herman Krentjes Sr. in de jaren vijfitg getoonzet zijn. Gister onving ik een alleraardigst boekje met de oorlogspoëzie van Zwadder van Rijckeborstel, waaruit ik de volgende gedichten citeer:
                                              
                                 Ziet gij februari 1942?
Ziet gij hoe de kromvoet waait aan Neerlands kust?
Gods hamerteen - goed uitgerust - zacht de ferme branding kust.
Heel, heel Drente juicht van puur jolijt
Als het brandend braambos zich daarbij nedervlijt.

                                           Knobbelzwaan Lente 1944
De grofgebloemde negenoog keek vanuit zijn hoeken naar Scherpenzeel,
Zijn tranen stroomden in het broodbeleg, gespijkerd aan suiker en kaneel.
“Gut, o gut, o gut”, riep de gynaecoloog, want hij kon de k niet zeggen.
De grutto, adelaar en knobbelzwaan gingen ieder hun eitjes leggen.

                                              Paarl
Ach, Stadskanaal, gij onreine paarl voor de wilde zwijnen,
Ziet hoe licht uw scheefgestapte tred,
Dwars door 't opgeschudde hamamelisbed,
D' oorzaak ligt natuurlijk weer bij die schavuiten van konijnen.

                                 Acht uur in Portengen
Lombok, Soemba, Soembawa, ferme jongens, Timorknapen,
Een gevierendeeld gezinshoofd dient steeds lusteloos te gapen.
Lysolletje, Lysnolletje, wat staat die borstrok je bijzonder goed,
De teerpot is geworpen en de vetkaars brandt fel onder de hoed.

                          Botulisme   aan De Kaag 
Tombola der tombolisten in het bedauwde groengrijze lover,
Gefreiter Hampelmann gestrekt van lijf, hoopvol op weg naar Dover.
Botermes, Tegenzang, Avegoor, Flinterdun en Gregoriaan
Ziet ze daar in hun grauw, handgebreid badpak gebogen staan.

In "Negenendertig Jaar Vaderlandsche Poëzie: 1917 - 1946" van B. Zacharias Wezerik (Uitgeverij Clupea Sprattus, Standdaarbuiten, 1948) vond ik de volgende regels over Zwadder van Rijckeborstel:
“Zwadder van Rijckeborstel vormde samen met Vogeltje Zwelborst-Keimpema (haar vader herintroduceerde het voetloze Friese drankkelkje) en Simon Smalleweg, in 1938 de dichtersgemeenschap "De Wombatisten" in Jubbega 3e Sluis, nadat Van Rijckeborstel zijn eerste gedicht "Vachtgedruis" reeds in 1923 had gepubliceerd in "Het Nieuwsblad voor Rottevalle e.o.”. De Wombatisten stonden voor heldere, maar doordachte klanken en kregen in oostelijk Friesland zowel aanhang als navolging. Helaas koos Simon Smalleweg in 1941 voor collaboratie met de vijand en begon met publicatie  van propagandistisch en antisemitisch dichtwerk in "De Stormmeeuw", een uitgave van de Drentse N.S.B. Van Rijckeborstel en Zwelborst bleven echter het wombatisme trouw en namen duidelijk afstand van Smalleweg,  die na de oorlog een publicatieverbod kreeg van anderhalve week. Momenteel is er van Van Rijckeborstel een bundel in voorbereiding met oorlogspoëzie, waaruit we, terwijl we ons gelukkig prijzen, een voorbeeld kunnen publiceren.
        Om drie uur in de appelboomgaard augustus 1944
Onderhoudsbeurten op  de Kaag maar ook de Vinkeveense Plassen
Ach, hoe de zwangere veterdans ons kan verrassen en verassen
Kijk toch, kijk toch,  sukkelaarsjes met kunstleer gezoold,
Hoe de gelijkstroom van de autobatterij is omgepoold."

Vervolgens heb ik nog maar eens op het internet verder gezocht naar Zwadder van Rijckeborstel, die samen met Vogeltje Zwelborst-Keimpema de voornaamste naoorlogse dichter was van de Wombatistengroep. Klaarblijkelijk onstond in maart 1949 onenigheid en heeft Van Rijckeborstel de Wombatisten verlaten om zich aan te sluiten bij de "Negenenveertigers" rond Carel Lohdfaeger. Vogeltje Zwelborst-Keimpema heeft vervolgens met Uilkje Hamersma - Op de Tocht  en Zwalkje Zomerhof de Wombatisten omgevormd tot "Las Wombatistas", voornamelijk bekend door hun lesbische poëzie met Fátima Omberding als veel bezongen middelpunt.
De "Negenenveertigers" gingen  onder leiding van Lohdfaeger wonen in een gemeenschap op ornithologische grondslag - hun waarmerk was een dwarsgeveerd parelhoen - op Schiermonnikoog, om zich daarna blijvend te vestigen in Herwijnen in de Betuwe. Van Rijckeborstel werkte in de periode 1951 - 1963 voornamelijk aan zijn salmiakoeuvre, waarin hij op experimentele wijze de kwaliteiten van diverse dropsoorten bezong. Hier een voorbeeld uit 1955:
                                   Laurier
Droppiedropdrop. DROP. DRRRRRRROPPPPPP.
Zacht, o, O, o: laurier. Laurier. Zuig, zuig, zuig.
Droppiedropdrop. LAURIER. Schudt, schudt, schudt.
DDDDDDDDRRRRRRRROPPPPPPPPPP-
water. WATER. WATER. WATER. WATER. wawa...

 

Volksmuziek en -dans uit Minho

 


 Minho, Portugal