Showing posts sorted by relevance for query Chardon. Sort by date Show all posts
Showing posts sorted by relevance for query Chardon. Sort by date Show all posts

28.2.12

Chardon

Plotseling is Chardon in het nieuws, een dorp ten oosten van Cleveland. Ik ken het redelijk goed, omdat ik er regelmatig gelogeerd heb. Ik heb er ook over geschreven. Wie wil weten wat, typt linksboven Chardon in of clickt hier.

24.3.15

Polka

Veel te lang was er sprake van de  grote smeltkroes, 'the melting pot' waar alle muziek in de Verenigde Staten in verdween en die geen ruimte liet voor de eigen klanken van immigranten en toen daar ten gevolge van de crash van Wall Street een grote crisis over Amerika denderde, was er helemaal geen plaats meer voor muziek uit Polen, Griekenland of van waar dan ook. Zo had ik het geleerd, zo stond het in de boeken. Maar het bleek niet waar, misschien dat er minder grammofoonplaten werden gemaakt voor Amerikaanse Zweden en Amerikaanse Hongaren om twee andere voorbeelden te noemen, maar ik was al een paar  keer met  de neus op andere feiten gedrukt, dus reed ik een tiental jaren geleden op zondagmiddag van Chardon naar Kirtland in Ohio, want in Kirtland zouden elke zondagmiddag Slovenen samen komen om polka te dansen. Ik reed Mayfield Road af, sloeg bij de drogist rechtsaf en stopte in Kirtland bij een, ja, wat het meest leek op een iets te luxueus gebouwde boerenschuur. Ik hoorde muziek en verdraaid het waren polka's. Gespeeld door een amateurorkestje en gezongen in het Sloveens. Niks geen smeltkroes, hier werd al bijna een eeuw de Sloveense cultuur hoog gehouden. En eigenlijk wist ik het ook wel, werd polkakoning Frankie Yankovic (foto) hier  niet vlakbij in 1915 geboren? Ik was een jaar of dertien toen AFN Bremen en Bremerhafen elke woensdagmiddag om kwart over één een polkaprogramma uitzond, ik vond dat destijds voor de Amerikaanse soldatenradio vreemde muziek, Frankie Laine, Perry Como, Bing Crosby dat waren de namen die in 1949 opgeld deden. 
Een paar dagen eerder was ik van Chardon naar Euclid, nog dichter bij Cleveland waar de Rock and Roll Hall of Fame vlakbij het Eriemeer staat, gereden om het polkamuseum te bezoeken. Natuurlijk heet het museum anders, het heet National Cleveland-Style Polka Hall of  Fame, want hoe kon ik het vergeten er is verschil tussen de Cleveland polka en de Chicago polka of beter tussen de Sloveense polka en de Poolse polka. Een zoveelste bewijs dat zelfs de  polka's niet in de Amerikaanse smeltkroes geëindigd zijn. In de pauze sprak ik in Kirtland met de muzikanten, mijn vragen buitelden over elkaar: waren ze alle vier van Sloveeense komaf? Welnee. Spraken de de twee met een Sloveense achtergrond nog Sloveens? Welnee. Maar elke zondag waren ze hier in Kirtland en werd er gedanst niet alleen door oud, maar ook door jong. De teksten van de liedjes hadden ze fonetisch opgeschreven.

10.8.15

Jane

Voorin een boekje, dat nog het meest op een equivalent van een Nederlands poëziealbum lijkt, ligt dit certificaat, waaruit blijkt dat Jane Scott op 10 maart 1885 een graf kocht in Chagrin Falls, een dorp in  Cuyahoga County, onder de rook van Cleveland in de Amerikaanse staat Ohio. Hoe het boekje in mijn vrouws bezit gekomen is kan ze zich niet meer herinneren. Ik heb het vage vermoeden dat ze het ooit kocht in een antiekwinkel in  Chardon, een ander dorp vlakbij Cleveland. Het lijkt me aardig om meer te weten te komen over Jane, dat moet aan de hand van alle anderen, die hun kleine schriftelijke bijdrage geleverd hebben aan het boekje. De komende dagen ga ik op zoek en houd ik u middels dit blog op de hoogte van mijn vorderingen.

14.1.25

Jaffe & Bonx

 

Bladerend door de enorme stapel bladmuziek in de kelder van de antiekwinkel op de hoek van het dorpsplein in Chardon stuitte ik (jaren geleden) op "Bolshevik" een compositie van Moe Jaffe en Nat Bonx (waar ze overigens nogal uitbundig citeerden uit het klezmerrepertoire), die in 1926 populair gemaakt werd door Fred Waring's Pennsylvanians. Waring is de man van wie gezegd wordt dat hij Amerika leerde zingen. Van Moe Jaffe en Nat Bonx weet ik nagenoeg niets. Ik moet dus op zoek en vind dat Moses Jaffe in 1901 werd geboren in het toenmalige Vilna in Rusland (nu Vilnius, de hoofdstad van Litouwen) en samen met medestudent rechten Nat Bonx een dansorkestje, Jaffe's Collegians, leidde op de universiteit van Pennsylvania. De herkenningsmelodie was "Collegiate" en dat moet het eerste succes van Jaffe en Bonx geweest zijn, want dat staat geafficheerd op de voorpagina van "Bolshevik". Na een blik op de tekst koop ik de bladmuziek: "I come from acrossky the sea, Oh! I'm a Bolshevik The land of Vodka and Tea, And stuff that has a kick, My girlovitch is waiting there, And misses me, I will give this place the air, For I long to be: Far, far away in that Bolsheviki Landovitch, They never shave, So they never get the barber's itch, When they do their dance, They were bloomer pants, When they take a drink, They don't stop to think, Far, far away in that Bosheviki Landovitch, Hey passky mesky the whiskey, I'msky Motka from Slabotky, I must havesky some Shabotka, Withsky mysky glasssky of Vodka, All-ay-up, Fill em' up, One more cup, Bolsheviki, Hey." Het is het soort pseudo-Russisch, dat ik op twaalfjarige leeftijd bedreef met vriendjes. Maar Jaffe had er duidelijk het nodige succes mee, want in 1944 was hij nog steeds actief op het muziekfront, uit dat jaar dateert een lied gewijd aan de Amerikaanse marine: "Bell Bottom Trousers".

23.8.09

Parijs 2


In de 'France-bak' in Chardon vond ik nog een paar kaarten uit Parijs, heel merkwaardig: onbeschreven, dus klaarblijkelijk ooit door een verzamelaar megenomen naar de Verenigde Staten. De bovenste, ingeleurde, foto dateert vermoedelijk van vlak voor de oorlog. Ik zie een Renaultbus, een Peugeottaxi en een aantal geparkeerde Citroën Traction-Avants. De andere, eveneens ingekleurde kaart toont de Place de la République in ongeveer dezelfde tijd. Op de eerste rij staan naast een motorbakfiets, vermoedelijk een Peugeot, met daarnaast een Hotchkiss en daarachter een Peugeottaxi.

28.2.12

Bolshevik

Wie de moeite heeft genomen om te kijken wat ik over Chardon schreef ontmoette ook de regels over "Bolshevik",  een compositie van de heren Moe Jaffe en Nat Bonx (die trouwens nogal vrijmoedig uit het klezmerrepertoire citeerden) uitgevoerd door de Warings Pennsylvanians.

17.7.07

Muziek

Inmiddels ben ik aangekomen op een nieuwe locatie: ten oosten van Cleveland in Ohio in het kleine plaatsje Chardon. Ik was er eerder. Op het plein in het dorp staat nog altijd een muziektent en concerteert de plaatselijke harmonie, ik geloof op vrijdagavond. Dat is een traditie die in ons land teloor gegaan is. Jammer. Op de highschool in het nabij gelegen Euclid hebben ze nog steeds een eigen symfonieorkest en een "marching band". In Nederland komen we er wat dat betreft bekaaid af. Muziek is een stiefkind.

20.12.07

Happy Boys


In 1887 had Alice D. Drake een abonnement op "Picture Gallery" een tijdschrift voor "Young Folks" en omdat ik nooit vergeet even binnen te stappen bij de antiekzaak op de hoek van het belangrijkste plein in Chardon kocht ik het blad voor $3,--. Ik zal de komende dagen wat van het 120 jaar oude blad laten zien. Dit is de achterpagina: een advertentie van een kledingzaak in Chicago. Het grappigst vind ik het derde figuurtje van links, gekleed in een "Child's Velvet Kilt Suit".

15.2.12

Doop na de dood

Het zal zo'n twintig jaar geleden zijn dat een oomzegger van mijn vrouw me vroeg hem in de Verenigde Staten te assisteren bij genealogisch onderzoek, we gingen naar een kantoortje, waar precies weet ik niet meer, het kan heel goed in Chardon (Ohio) geweest zijn. We vonden niets. Maar ik realiseerde me wel dat we in de leggers van de mormonen snuffelden. Ik stelde voor mijn familie, waar ik een goed beeld van had, te gaan opzoeken. Ik vond mijn 30 september 1942 in Auschwitz vermoorde tante Josie, van de rest geen spoor. Gelukkig maar, dacht ik, de rest is aan de mormoonse doop na de dood ontsnapt. Want iedereen die in de genealogische boekwerken van de mormonen voorkomt is door hen gedoopt, na de dood en zonder toestemming. Nu dat gebeurd is met de ouders van Wiesenthal zijn er excuses aangeboden voor dit wangedrag. Ik vraag me af wanneer ik verontschuldigingen krijg voor de doop van mijn tante Josie.

24.6.07

Springfield

Dit is, geen twijfel mogelijk, een Rolls Royce, maar wel een heel bijzondere. Hij werd in de Verenigde Staten gemaakt, waar de Britse fabriek tussen 1920 en 1931 in Springfield, Massachusetts een filiaal had. Het wonderlijke was dat de Amerikaanse klanten een echt Brits product prefereerden en er dus linksgestuurde exemplaren vanuit Derby (Derbyshire) moesten worden geexporteerd. De auto op de foto (gemaakt in Chardon, Ohio) is door de duidelijk Amerikaanse carrosserie meteen herkenbaar als Springfield Rolls Royce.

15.12.07

Bolshevik

Bladerend door de enorme stapel bladmuziek in de kelder van de antiekwinkel op de hoek van het dorpsplein in Chardon stuit ik op "Bolshevik" een compositie van Moe Jaffe en Nat Bonx, die in 1926 populair gemaakt werd door Fred Waring's Pennsylvanians. Waring is de man van wie gezegd wordt dat hij Amerika leerde zingen. Van Moe Jaffe en Nat Bonx weet ik nagenoeg niets. Ik moet dus op zoek en vind dat Moses Jaffe in 1901 werd geboren in het toenmalige Vilna in Rusland (nu Vilnius, de hoofdstad van Litouwen) en samen met medestudent rechten Nat Bonx een dansorkestje, Jaffe's Collegians, leidde op de universiteit van Pennsylvania. De herkenningsmelodie was "Collegiate" en dat moet het eerste succes van Jaffe en Bonx geweest zijn, want dat staat geafficheerd op de voorpagina van "Bolshevik". Na een blik op de tekst koop ik de bladmuziek: "I come from acrossky the sea, Oh! I'm a Bolshevik The land of Vodka and Tea, And stuff that has a kick, My girlovitch is waiting there, And misses me, I will give this place the air, For I long to be: Far, far away in that Bolsheviki Landovitch, They never shave, So they never get the barber's itch, When they do their dance, They were bloomer pants, When they take a drink, They don't stop to think, Far, far away in that Bosheviki Landovitch, Hey passky mesky the whiskey, I'msky Motka from Slabotky, I must havesky some Shabotka, Withsky mysky glasssky of Vodka, All-ay-up, Fill em' up, One more cup, Bolsheviki, Hey." Het is het soort pseudo-Russisch, dat ik op twaalfjarige leeftijd bedreef met vriendjes. Maar Jaffe had er duidelijk het nodige succes mee, want in 1944 was hij nog steeds actief op het muziekfront, uit dat jaar dateert een lied gewijd aan de Amerikaanse marine: "Bell Bottom Trousers".

10.11.17

Traffic & More

Foto gemaakt in Solihull, Engeland of Chardon, Ohio? Nee, in het goyse dorp met geiwe, waar de omleidingsborden vandaag nog net in de Nederlandse taal geplaatst worden, maar ook dat gaat binnenkort veranderen. Dat "more" op de deur van de cabine betekent  dat peanutbutter, elderberryjuice of varicose veins?

22.8.09

Parijs


Het dorpje Chardon, ten oosten van Cleveland heeft nog een typisch Amerikaans plein, compleet met kerk, raadhuis en muziektent, waar elke vrijdagavond een muziekkorps concerteert. Op de hoek van het plein bevindt zich een antiekgalerij, met in de kelder een verzameling bakken vol ansichtkaarten. Ik zou er uren kunnen doorbrengen, maar dit keer heb ik me beperkt tot de bak 'France' en vond twee kaarten van Parijse stations. Bovenstaande kaart, meer dan honderd jaar oud (er is nog geen auto te zien), is van het Gare de Lyon van de P.L.M. , nog altijd een must voor iedereen die Parijs bezoekt, vanwege het schitterende restaurant. Onderstaande kaart van het Gare de l'Est is van meer dan een halve eeuw later.


12.8.09

Open

Gisterochtend van Chicago naar Cleveland gevlogen en zit nu ver buiten het dorp Chardon, ten oosten van Cleveland. Omdat het vliegveld O'Hare in Chicago de mogelijkheid biedt meteen vanuit de auto in te checken, heb ik dat gedaan. De procedure nam hooguit drie minuten in beslag, tegelijkertijd vertelde de man me, dat hij de zesde van acht kinderen was, dat hij drie zoons had, waarvan twee, dankzij een hockey-scholarship naar college gingen op twee verschillende universiteiten en dat zij daarom soms tegen elkaar moesten spelen. Zo'n openheid verbaast me steeds opnieuw. Komt het doordat het land zo groot is en dat er een geringe kans is dat ik de man ooit weer zal zien? Ik weet het niet, maar het overkomt me regelmatig, dat ik uiterst persoonlijke dingen hoor.

27.8.15

Jane vertaald

Omdat het aantal lezers van dit blog in de Verenigde Staten sinds het begin van mijn serie over Jane omhoog geschoten is en ik niet kan verwachten dat men, bijvoorbeeld in Chagrin Falls, onze taal machtig is, heb ik besloten de serie in gedeelten te vertalen. Vandaag het eerste deel: Jane tot en met Jane V. 

Jane
In the booklet,  that looks like an equivalent of a Dutch poetry album (mostly kept by girls), I find this certificate that shows that Jane Scott bought a grave on March 10. 1886 in Chagrin Falls, a village close to Cleveland in the American state of Ohio. I can’t remember how the booklet came into my wife’s possession, possibly she bought it in an antique mall in Chardon, another village near Cleveland. I would love to find out who Jane was and I have to do this by looking at all the people who wrote something  in the booklet. In the coming days I will start an investigation and I will keep you posted.

Jane II

But first the album, It measures 20x13 centimeters, is covered with a velvety  material and the word Album is punched out of tinplate that is fastened with three very small nails to the cover. The pages are gilded on the edges and most of them carry no writing at all.  Some leaves have a romantic illustration.  On its first page it says “Good Luck Album”. The first person who writes in the album does that on page five on October 25. 1886. Its not much of an effort because there are only a few words: “Compliments of Alida Gifford”. To start with my  investigation I have to be  on the look out for Alida in the census of Chagrin Falls of 1890 or a census of an earlier date, but unfortunately I can’t trace her. Although I find two families (Decorte and Nelisse) of Dutch origin and I discover a widow Sarah Gifford, born in Wales, with three children, none of  them is called Alida. After looking further elsewhere I find out that Sarah might be the widow of a blacksmith,  George D. Gifford (born in England) and that Alida, their eldest daughter, born  in 1869, married later in life J.W. Hutchinson and died on November 10. 1939. 

Jane III
On the next page I find "best wishes" of A.H. Church, born in 1838, and he must be a blacksmith, just like George D. Clifford. What is the connection between Jane Scott and the local blackmiths?



Jane IV

Two pages further on, I find the first contribution of somebody who makes a real effort in beautiful handwriting, C.W. Randall. He is a surveyor in Chagrin Falls. But friend Otho? I thought the album belonged to Jane Scott, this proves that during the past days I have been looking at a wrong owner of the album. Otho is an unusual name, such a name must be traceable and sure enough: in the census of 1870 I find the name: Otho Scott is an eight months old baby then (it means that he is 16 years old on November 22. 1886). He lives with his mother Jenny (32) en two brothers Frank (4) and George (2) in Chagrin Falls in a house worth $800 and the rest of the possessions are valued at $300. There seems to be no father. Has he passed away or is he working elsewhere? Is mother Jenny the same as Jane Scott who bought a grave on March 10. 1885 in Chagrin Falls?




Jane V
Thanks to C.W. Randall I know now that the album belonged to Otho Scott. Remarkable, because of the rather sweetish pictures spread through the album. One page further – after Randall –  J.J. Stranahan writes on December 13. 1886: “There is plenty of room in the upper story-climb”. I am able to find out a little bit more about Stranahan by reading  an obituary after his wife’s death in 1892. Stranahan came as an inspector of fishing to Chagrin Falls in the autumn of 1872. A year later he started -   together with P. Hohler -  a paper, “The Chagrin Falls Exponent”. The paper would exist until 1964. In 1875 Stranahan is the single publisher of the paper, it  became a weekly in 1930, but Stranahan died fifteen years before that.
 

8.4.07

Vergane glorie 13


Plymouth verscheen in 1928, op de markt gebracht door Chrysler, als concurrent voor Ford en Chevrolet. Het eerste jaar werden er meer dan honderdduizend verkocht en zelfs tijdens de depressie bleef het merk populair. Heel lang bleef Plymouth naast Ford en Chevrolet de meest verkochte auto in de Verenigde Staten. Dat veranderde in de jaren zestig toen er een aantal uitgesproken lelijke auto's op de markt werden gebracht en de concurrentie met het andere Chryslermerk Dodge hevig werd. Plymouth werd het stiefkind van Chrysler en men nam zelfs niet meer de moeite wagens, die oorspronkelijk onder de drie verschillende merknamen werden uitgebracht, als Plymouth te verkopen, nee, er werden Mitsubishis met een Plymouthnaamplaatje op de grille bij de dealers gezet. Die politiek veranderde eind jaren negentig: Plymouth zou een aantal voor het merk unieke modellen met een retro-uiterlijk gaan uitbrengen: een pseudohotrod "Prowler" en de "PT Cruiser", die uiteindelijk als Chrysler werd verkocht. In 2001 was het afgelopen met Plymouth. (foto gemaakt in Chardon, Ohio)