16.9.10

Lijn 3 & 6


Vanmiddag de laatste hand gelegd aan een uit een kit gebouwde PCC-car uit de Haagse 1100-serie, ingetuigd als lijn 3 in de richting Kwartellaan, op de achtergrond een andere 1100 op lijn 6.

Chazzeroor

Wees nou eens eerlijk, wanneer heb je iemand voor het laatst een droplul genoemd. Of een sloege, al denk ik, dat dat scheldwoord buiten de Friese grenzen, nauwelijks iets betekent. Op zeker moment houdt schelden op, behalve als je voetballiefhebber bent, want dan kan je de woorden hondenlul en kankerjood tot op hoge leeftijd blijven gebruiken. Schelden is gewoonlijk leeftijdsgebonden, bovendien raken sommige scheldwoorden uit de mode: proleet doet het niet goed meer, droplul trouwens ook niet. Labbekak en zakkenwasser hoor ik ook weinig meer. Klootzak blijkt van alle tijden. Maar het aanvullende rijmpje: "touwtje erom dan heb je een broodzak en lintje erom dan heb je een paasei", heb ik decennia al niet meer gehoord. In het kader van de globalisering moet je vandaag de dag als je echt wilt beledigen Engels gebruiken: bastard en son of a bitch schijnen het goed te doen. Ik scheld weinig meer en als ik het toch doe, meestal binnensmonds, dan gebruikt ik het liefst jiddisje woorden: beledigend, maar voor de ontvanger niet te begrijpen.

Rich


Vriend Charles Hurst, die me een aantal foto's stuurde van het auto-evenement in Westport (CT) van afgelopen weekend, noemt deze auto heel terecht "Queen of the Trailers", d.w.z. een auto, die van show naar show wordt gesleept op een trailer, zonder ooit op eigen vermogen een kilometer te rijden. Charles maakt zich ook boos over het feit dat de eigenaar nalaat enige informatie bij de auto te zetten, er klaarblijkelijk van uitgaand dat zijn voiture genoegzaam bekend is. Toen ik de voorruit zag wist ik dat het om een Labourdettecarrosserie ging, immers die firma had patent op de vrijwel niet omrande voorruitconstructie die Vutotal genoemd werd. De auto, een Rolls Royce Phantom lll van 1938, had oorspronkelijk een Hoopercarrosserie en werd zowel in Brussel als in Geneve en Londen tentoongesteld. In 1939 werd hij naar New York verscheept, waar hij door een zekere Louis Ritter werd gekocht, die de wagen terug naar Europa stuurde om hem in Parijs door Labourdette van deze extravagante cabrioletcarrosserie te laten voorzien. Maar de Tweede Wereldoorlog kwam er tussen en de auto in een metallicoranjekleur werd pas in 1947 afgeleverd. De tegenwoordige eigenaar John W. Rich(!) heeft hem in de bruine tinten laten overspuiten.




15.9.10

De Klassieken

Ooit Hamlet Gonashvili (foto) op Radio 4 gehoord? Of het Ensemble Riho? Het Ensemble Kutaisi? De kans is bijster klein, sinds niet westerse klassieke muziek verbannen is van Radio 4. Misschien zou het goed zijn als er in Georgiƫ een actie wordt gestart om Maartje van Weegen van gebruikte CD's met Georgische muziek te voorzien, die ze in haar programma De Klassieken kan draaien?

Dynamisch


Deze Panhard werd het afgelopen weekend in Westport (CT) verkocht voor bijna $100.000. Jammer, opnieuw verdween een Europese auto naar de Verenigde Staten van een merk dat in het jaar dat hij gebouwd werd de doorsnee Amerikaan niets zei. De Panhard is een "Dynamic" uit 1937, waarin de bestuurder in het midden van de voorbank zat en de voorruit uit drie delen bestond (een prototype van de panoramische voorruit), over het inladen van bagage was duidelijk minder nagedacht. Maar let op hoe de vorm van de radiateurgrille terugkeert in de beschermers van de koplampen.


14.9.10

Het reisgevoel

Een eeuw geleden waren grootstedelijke spoorwegstations tempels. Tempels ten gerieve van de reiziger. Soms maakt zich een gevoel uit mijn jeugd zich van mij meester, het verwachtingsvolle sentiment om op reis te gaan, en vervloek ik degeen die me dat gevoel ontnomen heeft. De kruideniersmentaliteit, die zonder enige eerbied voor de bouwer van de tempel het station verkwanseld heeft aan fastfoodgiganten en andere neringdoenden. Iedere keer als ik in Parijs ben probeer ik minimaal een half uur in het Gare de Lyon te zijn, de tempel van de P.L.M. In ons land geeft alleen het Haagse Hollands Spoor me nog een fractie van het verwachtingsvolle sentiment terug, het Amsterdamse Centraal Station ken ik nu al meer dan vijfentwintig jaar als een zandbak waar idioten ongestoord zich kunnen uitleven en het verkopen van spoorkaartjes tot de te verwaarlozen activiteiten behoort. Het is alsof ik in een tijd leef waarbij het uiterlijk belangrijker is dan de inhoud, wat er achter de gevel gebeurt is volslagen onbelangrijk. De verkoop van een kopje Starbuckskoffie schijnt voor de uitbaters van het station van meer importantie dan de reis naar Zuidhorn of Brussel. Maar het kan nog veel erger, in de Verenigde Staten staan sommige tempels al jaren leeg: ze zijn verworden tot ruines, ruines van het reisgevoel. Het geluid van treinen uit het verleden maakt de beelden van vandaag alleen maar schrijnender.

13.9.10

Westport


Het afgelopen weekend werd in Westport (CT) een autoshow gehouden, op de foto o.a. een Plymouth. een Ford, een Packard, een Pontiac, een Oldsmobile en een Cunningham. De Plymouth is een Coupe uit 1948.