In de jaren zestig kwamen uit Oost-Europa regelmatig nationale danstheaters op bezoek: gegrondvest op folklore toonden zij acrobatische dansen, de zaal verbijsterd achterlatend. Nu geef ik grif toe dat een danspaar begeleid door een orkestje uit een dorpje in de Karpaten Carré waarschijnlijk niet vol gekregen zou hebben, maar aan de andere kant moeten we ook niet denken dat wat we destijds voorgeschoteld kregen authentieke folklore was. Bij tijd en wijle gebeurt die opleuking nog steeds. Zie hier twee voorbeelden van een Hongaarse Romadans eerst in een dorp (foto), daarna in een theater.10.1.10
Dans
In de jaren zestig kwamen uit Oost-Europa regelmatig nationale danstheaters op bezoek: gegrondvest op folklore toonden zij acrobatische dansen, de zaal verbijsterd achterlatend. Nu geef ik grif toe dat een danspaar begeleid door een orkestje uit een dorpje in de Karpaten Carré waarschijnlijk niet vol gekregen zou hebben, maar aan de andere kant moeten we ook niet denken dat wat we destijds voorgeschoteld kregen authentieke folklore was. Bij tijd en wijle gebeurt die opleuking nog steeds. Zie hier twee voorbeelden van een Hongaarse Romadans eerst in een dorp (foto), daarna in een theater.Muziek
Helemaal precies weet ik het niet meer, maar het is zeker dertig jaar geleden dat ik mijn eerste radioprogramma maakte over klezmermuziek, dat kon met behulp van door mijn vader verzamelde Amerikaanse 78-toerenplaten van Abe Schwartz e.a., die, met zijn andere joodse platen, keurig verpakt zaten in een album. Ik kon niet vermoeden dat in dezelfde tijd een heuse revival van die muziek in de Verenigde Staten opgang kwam en in Nederland tientallen groepjes die muzieksoort zouden omhelzen. Oorspronkelijk kwam klezmermuziek uit Oost-Europa, maar heel veel opnamen zijn daar voor de Tweede Wereldoorlog niet gemaakt. Toen zo'n vijftien jaar geleden ergens in het Ruhrgebied een klezmerbandje uit Odessa zou optreden, reisde ik vol verwachting er naar toe. Eindelijk kon ik tenminste één van de bronnen beluisteren, want anders dan vaak werd verteld, was er niet één soort klezmermuziek, maar er waren er vele, vaak beinvloed door regionale folklore: Roemeense klezmer- klonk anders dan Poolse klezmermuziek. Ik herinner me mijn teleurstelling toen ik het groepje uit Odessa zag: het belangrijkste instrument was niet een klarinet noch een een viool, maar een keyboard. Toch begreep ik na enig nadenken, dat mijn verwachtingspatroon volledig misplaatst was, want waarom zouden de muzikanten uit Odessa geen gebruik mogen maken van moderne instrumenten: was het geen logische ontwikkeling? Was het niet zo met elke volksmuziek gegaan? Want wat was er jaren eerder bijvoorbeeld gebeurd met de viool in de cajunmuziek, die was toch vervangen door de accordeon? Muziek staat nu eenmaal niet stil, tenzij er sprake is van een revivalmuziek. Daar is op zichzelf niets op tegen, voor veel mensen betekent het spelen en/of luisteren van/naar dixieland een ultiem genoegen. Gelukkig is het repertoire, waarop men bij dixieland kan teruggrijpen zo groot, dat het niet bij "High Society", When The Saints Go Marchin' In" en "Jazz Me Blues" hoeft te blijven. Helaas bleek de keuze bij de vaderlandse klezmeradepten te beperkt en werd ik overspoeld door een recycling van steeds maar weer "Firn Di Mekhutonim Aheym" en "Di Grine Kuzine", om zich te onderscheiden, gingen sommigen zelfs zo ver zich met pseudotallitot* en keppeltjes te voorzien. Die verkleedpartijen hebben tussen haakjes natuurlijk niets met muziek te maken.
Ik kom op dit verhaal n.a.v. een ontmoeting met Hylke Tromp van de leuke Friese formatie "Wiltsje fan Peasens" tijdens de nieuwjaarsreceptie van het Leeuwarder Historisch Centrum, j.l. woensdag. Hij vertelde me mij ooit en brief geschreven te hebben om te weten te komen welke Hongaarse zigeunermuziek ik in "De Gezamenlijke Zenders Peazens en Moddergat" gedraaid had, waar hij buitengewoon vrolijk van werd. Ik had hem weliswaar een lange brief terug geschreven, maar zijn vraag niet beantwoord. Het was muziek waarin op de opening van een aarden kruik werd geslagen. Uit mijn hoofd zei ik: "O, dat is "Kalyi Jag", maar als je het origineel wilt horen, dan moet je op zoek naar een andere CD". Er zijn intussen een paar emails heen en weer gegaan en ik heb de CD, die ik bedoelde, opgezocht, het is "Gypsy, Folk Songs From Hungary", verschenen op Hungaroton onder nummer HCD 18028-29. Natuurlijk zijn er nu een aantal Hongaarse zigeunerformaties, dat op basis van, zeg maar, die ethnische muziek, het toneel heeft betreden en behalve de kruik, de electrische gitaar en de accordeon gebruikt. Ik kan dat jammer vinden, maar zoals ik hier boven al schreef: muziek staat nu eenmaal niet stil. Toch is het mogelijk zo nu en dan een stukje muziek te vinden, dat dicht bij de bron gebleven is.* tallit = gebedskleed
9.1.10
IJsland
Sveinn Grimsson keek boos uit het venster van zijn huis in Kopafogur en vloekte: "Fjandinn, Vigdis, het zullen die skitugur Hollendinga og Breta weer niet zijn die ons de fotur dwarszetten." Zijn vrouw Vigdis knikte: "Alleen maar uit op peningar, Sveinn, hoe denken ze dat wij het met 320.000 folk voorelkaar krijgen fáeinir milljarðar terug te betalen, klaarblijkelijk willen ze ons terug hebben in sod huts, blóðugum skömm, zo'n Bos en Darling." "Boar", beaamde Sveinn, "dat zijn het en alleen omdat hun skit lit landa een paar procent meer nafnvextir op hun bankinn wilden hebben. Voor mij mogen die peningar grabbers falla dauður." "Als Bos en Darling hun eigin landa einum potti willen uitdraaien, moeten ze dat zelf weten, maar van ons Íslendingar en ons peningar blijven ze af", vulde Vigdis aan. "Het is maar auðveldur om andermans peningar uit te geven, ze zouden het in feite uit eigin vasa sínum moeten betalen dan zouden Bos en Darling wel anders piepen en het is natuurlijk ákaflega abject om aan de ndurgreiðsla het aðil van de Evrópusambandið te koppelen. Pure kúgun."
8.1.10
Lijn 3

Wie vandaag naar de Haagse Kwartellaan wil, zal gebruiken moeten maken van buslijn 24, lijn 3 rijdt van Loosduinen naar Zoetermeer. Toen op 18 maart 1906 de eerste lijn 3 in dienst kwam, reed hij van de Groothertoginnelaan, via Waldeck Pyrmontkade, Zoutman- en Prinsestraat naar het Buitenhof, na diverse verlengingen en wijzigingen liep hij vanaf 31 december 1926 van de Lijsterbesstraat naar Marlot. In mijn Haagse tijd reed lijn 3 van de Kwartellaan naar het Staatsspoorstation. Op de foto PCC-car 1222, deel uitmakend van de serie 1201 - 1240, in dienst gekomen in 1963, later deed de 1222 (als onderdeel van de serie 1201 - 1225) dienst op de buitenlijn naar Delft en kreeg een electrische claxon. Begin jaren tachtig werden de 1200en afgevoerd.
7.1.10
Pot/ketel
Naar aanleiding van de Slowaakse agenten, die een landgenoot met door hen in zijn bagage geplante expolsieven naar Dublin lieten vliegen verklaarde Clark Kent Ervin (foto), voormalig "inspector general of the U.S. Homeland Security Department": "It should be a controlled exercise, it never should be done unwittingly". Een jaar of tien geleden vloog ik van Schiphol naar Miami. In Miami werden de passagiers van mijn vlucht rond de bagagercarrousel plotseling zonder enige waarschuwing geconfronteerd met twee geuniformeerde dames en twee honden. De dames begonnen kleine pakjes tussen onze bagage te stoppen, die vervolgens door de honden moesten worden teruggevonden. Drug sniffing dogs. Het "good doggie" was niet van de lucht. Geen van de passagiers werd van deze excercitie op de hoogte gesteld. It was done unwittingly. Het lijkt mijn verstandig dat Ervin eerst de boter van zijn eigen hoofd verwijderd.Nieuwe ogen
Er zijn maar twee Nederlandse steden waarmee ik een band voel: Leeuwarden en Den Haag. In die volgorde, terwijl ik me realiseer dat ik maar een tiende deel van mijn leven in Leeuwarden gewoond heb. Iedere keer als ik er heen reis, maakt zich een lichte opwinding van mij meester. Gister was dat weer het geval. In de stationsrestauratie kijk ik naar buiten en bedenk dat ik hier zestig jaar geleden ook zat, samen met de heren De Jong en Walstra van de expeditie van Het Vrije Volk, wachtend op de trein uit Holland met de kranten, waarvan een deel met de bakfiets naar de bussen op het busstation moest worden gebracht. De restauratie is veranderd, toen zag hij er veel kantineachtiger uit. Ik ga op weg naar het Historisch Centrum Leeuwarden, waar om twee uur een stadswandeling start. Gaandeweg die stadswandeling, voel ik iets veranderen: mijn nostalgische gevoelens worden weggedrongen, verdwijnen naar de achtergrond. Ik leer nieuwe dingen over de geschiedenis van de stad en vind dat heel plezierig. Het is een groter verhaal dan dat van het jongentje, dat tussen zijn negende en zestiende de stad verkende. Ik ga de stad door het enthousiaste verhaal van rondleider Klaas Zandberg (foto) anders zien: ik krijg nieuwe ogen, zonder mijn oude te verliezen.6.1.10
Dibbesman
Eind jaren vijftig, mijn vader en ik zijn in een ouderwets coupérijtuig per spoor onderweg naar het oosten des lands. In Amersfoort, maar het kan ook Apeldoorn geweest zijn, komt een meneer onze rust verstoren Mijn vader zegt: "Keimpema" (maar het ook Ferwerda geweest zijn) "heeft zich verslapen." Ons spel gaat beginnen, want mijn vader heeft de niets vermoedende binnengetreden heer Keimpema (maar het kan ook Ferwerda geweest zijn) gedoopt. Mijn taak is nu vast te stellen, waaruit blijkt dat de man zich verslapen heeft. Aha, hij heeft zich bij het scheren gesneden en twee knoopjes van zijn overhemd zijn niet gesloten. Ik moet nu iets zeggen over het te late opstaan van Keimpema, zonder dat de man in de gaten heeft, dat hij voor ons Keimpema is. Het noemen van aluin is dus uit den boze. Wat ik gezegd heb, weet ik niet meer. Maar bij verlaten van de trein moet de man een geheel door ons verzonnen c.v. gehad hebben. Zulke spelletjes speelden we vaker. Mijn vader was er een meester in, net als in het geven van bijnamen en het verzinnen van fantomen. Toen ik gister over mijn Amsterdamse herinneringen schreef, bedacht ik later dat hij toen ik nog heel klein was de dibbesman uitvond. In mijn kinderlijke verbeelding een angstaanjagende figuur. Wat ik nu ga opschrijven is deels mijn herinnering en deels mij later verteld. Mijn vader en ik zijn naar het circus. De clowns komen en ik zet op een schreeuwen: "De dibbesman, de dibbesman" en ben niet tot bedaren te brengen. Mijn vader neemt mee mee naar buiten. Ik sta - dat herinner ik me - plotseling vanuit het donkere circus in een fel verlichte gang. Kort daarop zijn we in Leeuwarden, ik ga met mijn oom Rinse naar een bijeenkomst van de AJC. Er wordt wat destijds een lekenspel heette opgevoerd. Om beter te kunnen zien, zit ik op de schouders van mijn oom. Er komt een vreemde figuur het toneel op. Ogenblikkelijk zet ik een keel op en roep - dat herinner ik me - "de dibbesman". Ik ben er nog een paar jaar bang voor geweest.
Subscribe to:
Posts (Atom)