12.1.17

Ten paleize XVI

Aan het eind van een lange gang vond ik een door Polen en Hongarije gezamenlijk - met via corruptie verkregen Europees geld - gehuurd zaaltje, waarin de heren  Kaczynski en Orbán tegenelkaar opboden hoe zeer zij de vluchtelingen haten; riep Kaczynski dat ze een uur in de wind naar knoflook stonken, dan schreeuwde Orbán dat dat een volslagen onjuiste waarneming  was en dat de geur van vluchtelingen het best te vergelijken viel met de stank van varkensmest, waarop Kaczynski vervolgens kwam met een vijfdagenoude lijkenlucht en Orbán reageerde met "Vijfdagenoude lijkenlucht? Een maandoude lijkenlucht zal je bedoelen!" Toen ik me verwijderde vielen ze elkaar huilend van het lachen in de armen: ze stinken, ze stinken, ze stinken (śmierdzą & ők büdös ) en komen er bij ons nooit, néé nooit in.