8.9.26

GP 17

Dit wordt nummer 17 en tevens het laatste stuk over de jeep en laten we om te begonnen even teruggaan naar het begin van de jeep, naar de Bantam 40BRC uit 1940. Dit is het prototype met een Continental viercylindermotor . Uiteindelijk werden 2675 Bantams geproduceerd, de meeste werden geëxporteerd naar het Verenigd Koninkrijk en de Sovjet-Unie.

 
Jaren later werd op basis van de jeep  de Dispatcher gebouwd, hier in de uitrusting voor de US Mail, de Dispatcher had alleen achterwielaandrijving en was destijds de goedkoopste auto in de Verenigde Staten.  
 
Een bijzondere Land Rover, de Forward Control, waarvan het prototype in 1966 verscheen.           

7.9.26

Moten

 


Bennie Motens Kansas City Orchestra met "Kater Street Rag". 

Verzet



Canadian  Resistance Army met "Dollar for Dollar".

Electra


 
Omdat de VVD denkt dat de olie nooit opraakt mogen we her en der 130km/u. Tweeenzeventig jaar geleden raakte de benzine in Frankrijk ook op, nee, niet definitief zoals nu, maar de Duitsers hadden die nodig voor hun frisse en vrolijke krijg. En dus zagen we toen, net als nu, alternatieven. Zoals electrische auto's. Pierre Faure in Parijs bouwde een vierwielig onafhankelijk geveerd wagentje met een topsnelheid van 45 km/u  en een bereik van 70 km. Zelfs na de oorlog stond de Faure nog één keer op de Parijse Salon, maar in 1947 was het - benzine was weer volop verkrijgbaar - gedaan. 
Peugeot bouwde tijdens de Tweede Wereldoorlog 377 exemplaren van de V.L.V. (Voiture Légère de Ville). Topsnelheid 36 km/u, bereik 80 km/u.
En zelfs Ettore Bugatti bouwde een aantal electrisch aangedreven autootjes (T56), al waren die alleen maar voor eigen gebruik, met een maximale snelheid van 25 km/u. Bugatti had de nodige ervaring met electrisch aangedreven auto's, zijn T52 was speciaal voor kinderen, oorspronkelijk bouwde hij de "Baby" voor zijn zoon Roland.

 

Tsiis

Ze hadden de kaas in plaats van het kind met het badwater weggegooid. Dat was zonde van het badwater, want volgens de overlevering had Sybren van Arimathea (juist ja, een nazaat van Jozef) zijn voeten er nog in gewassen. 
Sybren van Arimathea, mijn hemel, als ik aan hem denk, wat een aardige man. Hij had een winkeltje in buitenlandse kazen in Sneek. Daar was hij niet geboren, oorspronkelijk kwam hij uit Balk. Dat kon je zien aan de kleur van zijn sokophouders. Balker sokophouders zijn turquoise, u weet wel, boterzachtgroen. Behalve wanneer een Balker tien jaar weduwnaar is. Dan draagt hij anderhalf jaar lang donkerbruine sokophouders. Wie de moeite doet eens door Balk te fietsen, zal ze op dinsdag - anders dan elders in Friesland is het daar dan wasdag - aan de waslijnen zien wapperen naast de handgebreide, veelkleurige koeienuierzakken. Vanuit Drachten heeft men getracht machinaal gebreide koeienuierzakken te introduceren, maar dat is ondanks een flinke subsidie van het Frysk Nasjonaal Jaarfûns (Fries Nationaal Uierfonds), in Balk falikant mislukt.
Sybren van Arimathea begon, net als zijn verre voorzaat Jozef, in het begrafeniswezen, voordat hij eerst in Workum, maar later in Sneek buitenlandse kazen ging verkopen. "Qua geur verschilt het ene niet veel met het andere vak', grapte Sybren als hij weer eens een lading Munster uitstalde. Toch was het niet Munster of een andere Franse kaas waaraan Sybren het grootste plezier beleefde. Nee, de import daarvan liet hij het liefst aan anderen over. Regelmatig was hij op reis, om met name in Oost-Europa obscure kaasjes te ontdekken, want hij kwam erachter dat zijn klandizie, vooral 's zomers onder de watersporters - met name tijdens de Sneek Week -, op zoek was naar zeer exclusieve producten. De Dyllë Beshi uit Albanië was bijna niet aan te slepen. Het was een kleine geitenkaas, lang geleden de favoriete kaas van de Albanese vorst Zog, een kaasje dat op smaak gemaakt was met wat oorsmeer, waardoor het een bitterzoete nasmaak had. Nog veel moeilijker was de Roemeense Degetele Dela Picioare Brânza uit de buurt van Cluj in de schappen te krijgen. Een kaas in de vorm van een mensenvoet, die alleen maar goed te houden was in een bak met enigszins vervuild water. Iedere avond waste Sybren zijn voeten dan ook in een bak voordat hij de Degetele Dela Picioare Brânza in hetzelfde water liet zakken, 's ochtends viste hij de voetenkaasjes, want noch hij noch zijn klanten onthielden de Roemeense naam, dus heetten ze in de wandeling voetenkaasjes, voorzichtig, want ze waren uiterst breekbaar, uit het water en stalde ze uit onder het glas van de toonbank. Ze waren prijzig, maar buitengewoon geliefd. Op een zaterdagavond, juist toen hij, nadat hij zijn voeten had gewassen en de kaasjes in het water had laten glijden, kreeg Sybren van Arimathea een hartinfarct. Hij werd pas dinsdagochtend, toen de winkel open moest gaan, door  buurman en bakker van drabbelkoeken Harke Bontebok gevonden. Harke was het ook die de inmiddels bedorven kaasjes in de vuilnisemmer kieperde en het badwater door de gootsteen wegspoelde. In Sneek werd toen in plaats van het kind de kaas met het badwater weggegooid.
Adeline Pronk-Schonebroer, Woudsend. 

 

GP 16

 


Behalve de wonderlijk ogende door de eigenaars geconstrueerde houten bouwsels op de jeep waren er jeeps die van spoorwielen werden voorzien en op die manier spoorwagons konden verplaatsen. In 1961 kwam Willys Mototors met een op de Dispatcher berustende Jeep FJ, geen fourwheeldrive, maar een bestelwagentje dat vervolgens door Kaiser-Jeep en daarna door  American Motors werd gebouwd.


Na de oorlog bleven Jeeps achter in dumps, in de Filipijnen was dat  ook het geval en daar kwam men met een unieke oplossing: de jeepney, een busje op basis van  de jeep, met in de verlengde bagageruimte tegenover elkaar geplaatste banken voor de passagiers. 

 

6.9.26

Vanillevla

 

 

De vraag is of dat inkleuren van prentbriefkaarten iets toevoegt? Benadert het de werkelijkheid meer dan een zwart/wit-kaart? Ik heb mijn twijfels, vaak zijn de kleuren niet correct. In Amsterdam heeft rond 1910 nooit een rode tram gereden en bovenstaande foto van een tramstel van de "tramway electrique de Valenciennes" in Bonsecours lijkt me onder een lading vanillevla  bedolven, bovendien zijn details verdwenen.


Een zwart/wit-foto brengt  dan uitkomst, want de echte kleur zal crème geweest zijn. De tram reed trouwens tussen 1881 en 1966, toen hij werd opgedoekt.


Een nieuwe service dateert van 2006.