23.3.26

Tempo

 

De ook bij ons bekende Tempo driewieler had  een illustere voorganger: de millitaire Tempo G1200, ontwikkeld in 1936 voor het Duitse leger door Otto Daus, maar geëxporteerd naar zo'n veertig landen, o.a. naar Zweden (zie bovenstaande foto), Denemarken, Roemenië, Mexico en Argentinië. De G1200 had twee 600cc-tweetact-ILO-motoren, een voorin en één achterin, die onafhankelijk van elkaar de assen aandreven, ieder via een eigen versnellingsbak. Natuurlijk kon zowel op alleen de voor- als de achtergeplaatste motor worden gereden, de maximale snelheid met vieraangedreven wielen was 70km/u. Het innemen van tabletten tegen wagenziekte lijkt me een vereiste!
 

Ives


Charles Ives werd geïnspireerd door een brandweerwagen, Arthur Honegger  door een locomotief en George Antheil (foto) geïnspireerd door een vliegtuig, dit is zijn pianosonate "The Airplane" uit 1921. Maar George Antheil (1900 - 1959) liet het niet bij inspiratie, hij schreef vliegtuigpropellers voor bij de uitvoering van zijn "Ballet Mécanique", dat hij in de eerste helft van de jaren twintig componeerde en in het begin van de jaren vijftig herzag. In de oorspronkelijke orkestratie waren 18 piano's nodig, zestien pianola's verdeeld in groepen van vier en twee door mensenhanden bespeelde piano's, bovendien, afgezien van de percussie, een sirene, zeven electrische bellen en drie, al genoemde, vliegtuigpropellers van ongelijke grootte. Met name de synchronisatie van de pianola's leverde enorme problemen op. In Parijs, waar Antheil woonde was het stuk een succes, maar in zijn geboortestad, New York viel het als een baksteen. Het "Ballet Mécanique" in twee delen.

Brandweer

Brandweerauto's schijnen het eeuwige leven te hebben, dat komt ook omdat ze anders dan andere vrachtwagens, niet dagelijks in inzet zijn. Ik had graag wat meer geweten van deze - naar ik aanneem - American LaFrance, maar de brandweercommandant beantwoordt mijn emails niet. American LaFrance, voluit American LaFrance Fire Engine Co., opgericht in 1873, stond in Elmira (New York) en maakte tot begin 2014  brandweerauto's, ook rolden een eeuw geleden gewone vrachtwagens uit de fabriek en zijn er sportwagens gefabriceerd, alhoewel een aantal daarvan dat nu rondrijdt ooit als brandweerauto de fabriek verliet en pas veel later van een zogenaamde speedstercarrosserie werd voorzien.

 

Eenzaam 2

 

Ik ben dertien  eenzame cowboys, Ik rijd door regen en door
wind

 

Bestelwagen 18

 

De broers John & Horace Dodge, bouwden motoren voor Ford, voordat ze in 1914 hun eerste eigen auto's leverden,  en die meteen succes hadden tijdens de strafexpeditie van generaal Pershing in Mexico en vervolgens op grote schaal werden ingezet tijdens de Eerste Wereldoorlog. In 1916 was Dodge, qua verkopen, de vierde fabriek in de Verenigde Staten. In 1928 kocht Walter P. Chrysler Dodge voor 175 miljoen  dollar. In 1933 stond Dodge opnieuw op de vierde plaats. Op de foto een Dodge pick-up, op de onderkant van het model staat Dodge 1950, maar waarschijnlijk heeft de maker zich tien jaar vergist en is 1940 correcter.

 

22.3.26

Bestelwagen 17

Vandaag zou naast deze bestelwagenversie ongetwijfeld ook een personenbusje verschijnen, maar in 1950 was daar geen sprake van. Oorspronkelijk verscheen deze Ford E83W niet met Ford, maar met Fordson - ook gebruikt voor tractoren - op de grille, later met Thames. Wanneer deze bestelwagen als minibus verschenen zou zijn dan had er duidelijk of een andere motor of een ander verzet in de achteras moeten worden geïnstalleerd, want met de 1172cc-motor uit de "Prefect" lag de maximumsnelheid onder de 60 km/u en was de auto voor vakantietransport volledig ongeschikt.

 

Eenzaam