24.8.26

Buddicom

 

En dit  is dan de Buddicom met zijn heel grote aangedreven wiel. De locomotief, genaamd St. Pierre, nummer 33 van een serie van 40 gebouwd door de firma Allcard & Buddicom in Chartreux (een buitenwijk van Rouen) in 1844 voor de spoorwegmaatschappij Parijs-Rouen. De aanvraag voor aanleg van een spoorlijn tussen Parijs en Rouen was in 1840 gedaan door  de Fransman Charles Lafitte en de Engelsman Edward  Blount en op 9 mei 1843 werd de lijn, aangelegd onder toezicht van de  Britse heren Locke, Mackenzie en Brassey,  feestelijk geopend door eerst een losse locomotief op pad te sturen vanuit het Parijse station Saint-Lazare, om acht uur gevolgd door een door twee locomotieven getrokken trein die om vier minuten voor één in Rouen aankwam, een kwartier later vertrok de officiële feesttrein met hoogwaardigheidsbekleders, na  gezegend te zijn door de kardinaal van Rouen. Hoofdingenieur Locke ontving ter gelegenheid van de opening van de Franse troonopvolger het Légion de Honneur. Er waren nogal wat Britten, zowel bij de aanleg van de lijn als bij de bouw van de locomotieven en ander rollend materieel betrokken, dat is geen wonder omdat de constructie van spoorwegen van oorsprong een Engelse aangelegenheid was en bovendien was ook het kapitaal voor de spoorwegmaatschappij voor een deel afkomstig van de overkant van het  Kanaal.  In het twaalf leden tellende bestuur van de firma zaten zes Britten.
de fabrieksplaat van Allcard & Buddicom
*111: één voorloopas, één aangedreven as, één naloopas

Kleur

De Compagnie de chemin de fer Paris à Orleans, opgericht in 1838 en in 1843 effectief in bedrijf tussen beide steden, gebruikte eerst Buddicoms, maar na overname van de Grand Central kwam ook bovenstaand locomotief in gebruik, die overigens ook bij de P.L.M. dienst deed, maar dan in een wat minder besmettelijke kleur. Want bovenstaande 030, bijgenaamd "Bourbonnais", heeft een voor een stoomlocomotief wel heel onverwachte tint. Latere locomotieven  van de P.O. waren grijs. Ook andere Franse maatschappijen gebruikten specifieke kleuren voor hun stoomlocomotieven. 

 

Goodman

 


De Benny Goodman Band in 1985 

GP 4

 


Alhoewel er een groot  aantal gebruikte en ongebruikte jeeps na de Tweede Wereldoorlog leverbaar waren, waarvan sommige met uiterst wonderlijke carrosserieën werden voorzien, begonnen in een aantal landen militaire overheden voort te borduren op het thema van een vierwielaangedreven voertuig. Frankrijk keerde  niet  terug naar de Laffly, maar Hotchkiss nam een licentie op de originele jeep, Delahaye bouwde de VLR (foto), maar moest  het uiteindelijk  afleggen  tegen de  Hotchkiss en begin  jaren vijftig kwam Peugeot op basis van de  203 met een eigen jeep, die geen  genade kon vinden bij het Franse Ministerie van Defensie.

23.8.26

Mars

 


Julius Fuciks Florentiner Marsch 

GP 3

De Wehrmacht had een grote variëteit aan kleinere vierwielaangedreven voertuigen, niet  alleen geproduceerd in Nazi-Duitsland maar ook daarbuiten. In het Derde Rijk waren BMW, Hanomag, Stoewer, Tempo, Horch, Mercedes-Benz, Opel, Ford en  Phänomen de makers, in de bezette landen waren  het Laffly, Latil (beide Frans) en Tatra (Tsjechoslowaaks) die jeep- en beepachtige voertuigen leverden. Onderstaande Laffly heet op de verpakking : "Laffly Lastkraftwagen 1.8t Typ V15T. 16. Infanteriedivision (motorisiert Kyiv (Ukraine) - September, 1941". Op de eerste plaats zou ik dit absoluut geen vrachtwagen willen noemen, maar belangrijker: voor dertien verschillende merken reservematerieel mee te moeten nemen is krankzinnig. De Laffly had een viercylnder Hotchkissmotor en bestond ook als V15R, die eveneens meeging in de Operatie Barbarossa,


 

22.8.26

Winnebago

 


Dead  Kennedys met  "Winnebago Warrior".