5.9.26

Duke

 Duke Ellington met "Shout 'em Aunt Tillie". 

GP 14

 

In 1960 kwam Ford  met de M151 met een opvolger van de jeep, die door de GI's ook jeep genoemd werd, maar in feite Mutt (Military Utitility Tactical Truck) heette. Er waren nog al wat problemen met de wegligging en het duurde een hele poos voor die waren opgelost. De motor was een vier-in-lijn met een inhoud van 2,3 liter.

3.9.26

Cajun

  


De Hackberry Ramblers met "La Breakdown à Pete".

Electra


Electrische auto's hadden natuurlijk geen radiateurs en die was destijds - en jaren later nog steeds - het onderdeel van een auto dat de herkenbaarheid van  het merk bepaalde, maar het ontbreken van de radiateur kan niet de oorzaak zijn van dat vrijwel alle electrische auto's als twee druppels water op elkaar leken: voor een ruimte voor de accu's, dan een ruimte voor chauffeur en passagiers en tenslotte een bagageruimte waarin de rest van de accu's waren geplaatst. Dit zijn drie Amerikaanse merken: Argo, Beardsley en Borland, die een vrijwel identieke carrosserie hadden.
Argo kwam uit Saginaw, Michigan en bestond slechts drie jaar (1912 - '14), topsnelheid van de auto was 20 mijl per uur. Klaarblijkelijk waren er twee voorstoelen tegen de rijrichting in, ieder aan een kant van de chauffeur.
Beardsley adverteerde heel duidelijk met de vrouw in gedachte, de auto kwam uit Los Angeles, Californië en dat is uitzonderlijk. Er schijnen tussen 1915  en 1917 twaalf verschillende modellen leverbaar te zijn geweest, de maximum snelheid van het lichtste model was 28 mijl per uur.
Borland zat in het laatste jaar van zijn bestaan (1913) nog altijd in Chicago, Illinois, waar de fabriek in 1903 was begonnen. In tegenstelling tot andere bouwers van electrische auto's had de Borland een cardanas in plaats van kettingen voor de eindaandrijving. De topsnelheid vas 22 mijl per uur.

 

GP 13

 


In Japan werd, zoals we zagen, door Mitsubishi een licentie genomen op de Willysjeep, maat tijdens de Koreaoorlog had het Amerikaanse leger plotseling en snel behoefte aan een licht 4x4voertuig en daarvoor werd Toyota benaderd. Het geleverde voertuig werd door Toyota jeep genoemd en zelfs  toen de productie werd voortgezet bleef de naam jeep. Dat schoot Willys in het verkeerde keelgat en na een gerechtelijke  procedure verdween bij  Toyota de naam jeep en kwam de benaming Landcruiser in zwang. Hierboven de Toyota jeep en  hier onder de  Landcruiser.


 

2.9.26

Pijpers

 


Geen trompetten, noch klarinetten, maar pijpers en  trommelaars, zoals militaire muziek klonk in het begin  van de  negentiende eeuw.

GP 12

 


De eerste Land Rover (toen nog met twee woorden) werd in 1947 ontworpen nota bene op een  Willys jeepchassis, bovendien  zat het stuur in het midden, dus  rechts  nog links. De auto werd gebouwd door Rover, een fabriek die met name bekend was door degelijke middenklassers, maar waarvan de hallen in Coventry door bombardementen waren vernietigd, zodat er uitgeweken werd naar een schaduwfabriek  in Solihull bij Birmingham. De eerste echte Land Rover had  het stuur niet meer in het midden, de  koplampen zaten in de  grille en natuurlijk had hij een Rovermotor. Die kwam uit  de P3 personenauto en had een cylinderinhoud van 1,6 liter, de carrosserie was van aluminium. Het idee was de  auto maar een  paar jaar te bouwen, tot de restricties van de  Britse regering op staal voor personenauto's was verdwenen  en de fabriek weer terug zou kunnen keren naar  zijn originele productie, maar de Land Rover bleek zo succesvol dat hij in  productie bleef.