De viersnarige Bandola Llanera bespeelt door een grootmeester.
22.6.26
Vinot
De Parijse firma Vinot-Deguingand werd bekend onder de naam Vinot en bestond tot 1926. De auto's werden oorspronkelijk naar Engeland geëxporteerd onder de naam "La Silencieuse". Of die naam gerechtvaardigd was, weet ik niet. Wat ik wel weet dat ze een stalen frame hadden en dat de eindoverbrenging door middel van en riem en een ketting ging. Van af 1903 kregen de wagens een houten chassis en werd de oorspronkelijke cylinderinhoud van de anderhalve liter tweecylinder zijklepper verhoogd en kwamen er viercylinders in productie.
Jan
Jan Brulaars noemde zich humorist maar de mensen om hem heen noemden hem moppentapper. Brulaars had een heel repertoire, dat hij naar omstandigheden aanpaste. Voor een FvD-publiek had hij een groot aantal Turken- en Marokkanengrappen paraat, maar moest hij voor een zaaltje Marokkanen optreden, wat overigens zelden voorkwam, dan nam hij Nederlanders op de hak. Kortom hij had een goed belegde boterham, zeker tijdens de wereldkampioenschappen voetbal was hij een veel gevraagd man na de wedstrijden van Oranje. Hij was voorzichtig, viel de eerste grap in het water, dan zorgde hij er voor dat de tweede in een totaal andere richting draaide, zodat succes niet uitbleef.
21.6.26
Joropo 2
De Venezuelanen noemen de joropo deel van hun folklore, maar de bewoners van buurland Columbia doen exact hetzelfde, je kunt de tango typisch Argentijns noemen maar de meest beroemde tangozanger komt uit Uruguay. Colombia timmerde muzikaal meer aan de weg dan Venezuela, dus veel mensen denken dat de joropo alleen bij de Colombiaanse folklore hoort.
20.6.26
Decauville 5
Decauville timmerde niet alleen aan de weg in Frankrijk, maar exporteerde ook smalspoorwegen, niet alleen naar Tunesië en Indochina, maar zelfs naar Australië. In 1932 werd het programma uitgebreid naar normaalspoor toen de Noordspoorwegen in Frankrijk twee voertuigen door Decauville liet bouwen met twee dieselmotoren, geleverd door Saurer. Iedere bogie had zo'n motor. In 1935 bestelde de Franse staatsspoorwegen twee voertuigen, die in tegenstelling met die van de Nord dieselelectrisch waren, maar wel met twee Saurermotoren per voertuig. Op de foto een automotrice van de Etat opvallend is de gelijkenis met de neus van de van veel later datum daterende TGV.


