29.2.20

Chandler

 Soms als ik mij verveel, maar dat komt zelden voor, mag ik nog wel eens op "Marktplaats.nl" naar de rubriek "Oldtimers" onder de daar geadverteerde automobielen kijken. Ik haat dat woord en Nederlanders zouden geen Nederlanders zijn, in hun ijver andermans taal te verknoeien, als ze ook niet het woord "Youngtimer" gebruikten. Echt oude auto's vind je zelden op "Marktplaats.nl", ik heb geen zin statistiek te bedrijven, maar ik vermoed dat het gros van de verkopers nog geen vijfentwintigjaaroude Mercedessen afficheert. Ik heb om begrijpelijke redenen niets met dat merk, maar om de adepten te treiteren heb ik in het verleden in "De Gezamenlijke Zenders Peazens en Moddergat" nog wel eens een grammofoonplaatje aan hen opgedragen, iets van "Mit Mercedes-Benz voran", een lied met een hoog "Horst Wessellied" gehalte, gezongen door een nazikoor.
Omdat het weer tijd is om mijn belastingaangifte in orde te maken, keek ik vanmorgen in een ordner, waar ik belangrijke zaken bewaar, achterin zit een vakje met oude schoolfoto's en andere zaken die ik de moeite waard vind. Ik kijk er zelden in, maar een uur geleden deed ik dat wel en vond deze brief van de schrijver F.B. Hotz uit 1981. Hij gaat over oude auto's, met name over de in Cleveland gemaakte Chandler.

STRIJD 5

"Maar eh, Oerstallinga, ik denk dat we nu helaas een eind moeten maken aan ons gesprek. Nee, nee geen  dank voor het glaasje wodka,  graag gedaan  kerel, maar ik  krijg over drie minuten een  belangrijk gesprek uit Boedapest over mijn stallen in Székesfehérvár en je begrijpt dat ik daar even al mijn aandacht voor nodig heb, want ik heb een aanbieding gedaan om per week  tweeëneenhalfduizend varkens af te leveren aan een Hongaarse worstfirma, die ze gaat verwerken in paprikakolbasz, een speciale Hongaarse smulworst met de naam Orbán,  in de handel gebracht door een neef van  de  premier. Dit soort contacten zijn bijzonder waardevol, Oerstallinga, dat begrijp je, maar bijzonder aardig je gesproken te hebben en ik zou zeggen kom nog eens langs. Ik zal Agnieszka even roepen  dan kan die je uitlaten." Speestra klapte in zijn handen. 
Het duizelde hem toen hij wegfietste, zelfs het woord Hobbedobbe was niet gevallen. Het gesprek, nou ja gesprek? Speestra's redevoering was eigenlijk alleen maar over varkens gegaan en over de all dan niet empatische gevoelens van de Friezen voor de zwarte medemens. Leaver dea as slaef, hoe kwam je er godverdomme op? Moest hij wat  de Hobbedobbe betreft contact opnemen met de krant? Hij schudde zijn hoofd. Er was maar één krant en die was in het grijze verleden ook al eens fout geweest. Hij was bijna thuis toen hij gemeenteraadslid Sipke Fluimstra inhaalde, die riep: "Hé Oerstallinga, wat ik je vanmiddag nog vergeten heb te vertellen: het buurtje dat in de plaats van de Hobbedobbe komt gaat Obe Slotplantsoen heten, ter herinnering aan de man die de het standbeeld van de heilige drievuldigheid aan de gemeente heeft  geschonken en aan zijn kleinzoon bumperjumper Obe junior, zo jammerlijk omgekomen bij bumperjumpen in Leeuwarden. Het standbeeld van de drievuldigheid wordt er ook naar toe verplaatst. Je kunt de tekeningen inzien  op het gemeentehuis."
Hoe zei korporaal Jones het ook alweer? O, ja: "Don't panic. Don't panic." Er moest toch een manier zijn om het  onzalige plan stop te zetten. De Hobbedobbe moest hoe dan ook bewaard blijven. Dan bouwden ze het nieuwe wijkje  er maar omheen. Misschien moest hiij wel stickers laten maken. In het Nederlands dat wel, vanwege de Hollandse import in het dorp. En meteen daarop dacht hij: Staterinx, die man  uit  Soest, altijd in de weer voor de natuur. Dat hij daar niet eerder aan gedacht had. Misschien kwam het grijze paarlmoermotje wel voor in de Hobbedobbe? Of de vlakbuikgehoorndeneuspad? Hij noemde maar wat.  In elke geval wist  hij dat sommige wegen in Nederland niet waren aanglegd omdat er een zeldzame diersoort huisde of een plantje als het  dwarsgeweldehelmgras. Hij begon sneller te trappen. Op naar Staterinx en meteen met de deur in huis vallen en zich  niet het gedrag van Speestra laten welgevallen.

28.2.20

TRAM 2

Dit is een oude prentbriefkaart (begin jaren negentig gekocht in Praag) met een tram (met trolleystang i.p.v. beugel,)  die juist van de Svatopluk Čechbrug afkomt. Met de bouw van de door de architecten Koila en Soukup ontworpen brug werd in 1905 begonnen en hij is versierd met Art Nouveaubeelden.
Meer trams op Praags meest beroemde plein: het Wenceslausplein. Het beeld is dat van de heilige Wenceslaus De rails rond het beeld liggen er inmiddels niet meer.
 








STRIJD 4

Het drankje rook naar ingekuild gras en waarschijnlijk smaakte ingekuild gras ook zo, maar dat had hij nog nooit geproefd. Inmiddels had Speestra voor zichzelf  een tweede glaasje ingeschonken, terwijl hij tegelijkertijd opmerkte dat varkens net als Polen gezelligheid  hoog in het vaan hadden. "Daar begrijpen ze hier niets van Oerstallinga, hier mag je maar twee varkens op een bepaald aantal vierkante meters mag houden terwijl je in Świnoujście, net als  trouwens in heel Polen, negen varkens in dezelfde ruimte mag houden. Dat vinden varkens gezellig, daar beleven ze lol aan Oerstallinga, ze zouden, als er een muziekje aan te pas kwam en ze  zouden kunnen zingen, heel  toepasselijk  de polonaise kunnen doen", en Speestra zwaaide met beide handen boven zijn hoofd en zong 'Heidewitzka'.

Hij zou nu eindelijk wel eens willen vertellen waarom hij Speestra had opgezocht, maar die  begon nadat hij tweemaal "Heidewitzka" had gezongen, een lied dat hij zich overigens herinnerde van zijn grootvader die het altijd zong als  hij de kippen op stok joeg, met het verhaal dat hij ook elders in Oost-Europa op megaschaal varkens ging fokken. "Op 1 februari aanstaande gaat een enorme varkensstal van mij open in Hongarije, om precies te zijn in Székesfehérvár, de geboorteplaats van Viktor Órban, je weet wel, de Hongaarse minister-president, die gaat de stal met de naam "Sertek A Területen", gebouwd met Europees geld, daar  heeft Órban voor gezorgd, openen en het mooie is dat ik in Székesfehérvár maar vijf procent belasting hoef te betalen, omdat ik alle inwoners boven de vijfenzestig ieder jaar een kerstpakket schenk en de spelers van het derde elftal van  de lokale voetbalclub MOL Vidi FC, ter gelegenheid van de opening van de stal,  nieuwe voetbalschoenen geef. Dat is andere koek dan dit land Oerstallinga, hier word je als varkenshouder weggetreiterd. Ik ben zelfs met een Saoedische prins bezig geweest plannen te onwikkelen voor een megastal in Al Artaweeiyah,  helaas is dat om voor mij onbekende redenen niet doorgegaan. Ik heb inmiddels trouwens wel goede contacten in Azerbeidzjan. Ik  denk dat het daar best gaat lukken, de regering in Bakoe heeft de naam van mijn onderneming "Kosmosda Donuzlar" al goedgekeurd."

"Maar hoe groot je een bedrijf ook opzet, en dat doe ik, je moet altijd maatschapplijk betrokken blijven en dat ben ik ook" en Speestra priemde zijn rechterwijsvinger naar Oerstallinga.  "Maatschappelijk betrokken, zoals destijds bij de Friese strijd "Swarte Pyt moat bliuwe", ik heb toen vierendertig euro overgemaakt, voor iedereen, die terecht moest staan in de zaak van de snelwegblokkade, één euro, en bij de ingang van iedere megastal in Polen komt een groot bord met "Leaver dea as slaef". Bovendien heb ik vijfentwintig Friese vlaggen besteld waarbij de rode pompeblêden vervangen zijn door rode varkenskoppen. Die vlaggen komen straks niet alleen te wapperen in Polen, maar ook in Hongarije en als het een beetje meezit ook in Azerbeidzjan. Kijk, Oerstallinga, je moet laten zien waar je voor staat in het leven en ik sta voor de Friese zaak en het belangrijkste is dan dat je het smaakvol moet aanpakken en zo'n  zin als "Leaver dea as slaef" in een mooi lettertype, zoals fraktoer moeten laten uitvoeren. Misschien dien ik het bord wel uit roestvrijstaal te en laten maken  in een grote boog boven de ingang van de stallen ophangen."
 

Komfort T-drie

Het moet toch nog best meevallen met de klimaatverandering als er op de eerste dagen van mei in  Zandvoort naar hartelust geraced mag worden en het snelle tuig, omdat het ingekwartierd is in  hotels  in Noordwijk, over het strand mag jakkeren tussen beide kustplaatsen. 
Het verplicht stellen van rookmelders op elke etage van een woning is natuurlijk een één-tweetje van de heren Knopje en Blokhut in het kabinet, zodat vastgesteld kan worden waar nog een sigaret, sigaar of pijp wordt opgestoken, om vervolgens de boosdoeners standrechtelijk te kunnen liquideren.
Adriana van Tulpen-Tootha.

27.2.20

CUBA

Uit Cuba komt Papa Orbe Ortiz. Hier met zijn Conjunto Real de la Luz. Orbe wordt in  1968 in Santiago de Cuba geboren, verhuist op achttienjarige leeftijd naar Havana, waar hij werkt als tresspeler, gitarist en percussionist in verschillende groepen tot hij wordt geëngageerd door Toto la Momposina, met wie hij niet alleen platen opneemt maar ook op tournee gaat. Hij wordt platenproducer voor Discos Fuentes in Columbia en verhuist in 1999 naar Barcelona. Dit is Papa Orbe & Los Turpiales Sabaneros met de cumbia "Wendy Juanita".

 

 

TRAM


Keer op keer kijk ik met verbazing naar oude ansichtkaarten van Den Haag. Soms denk ik dat de hele kaart in scène is gezet: een fotograaf heeft een markante hoek van de stad gefotografeerd en daarna zijn personen en tram ingemonteerd, om tenslotte alles in te kleuren. De uit de Parkstraat komende tram is duidelijk een fordje met een oud paardentramrijtuig als bijwagen, maar waar is de bovenleiding? En waarom ontbreekt het lijnnummer? Omdat de kaart afgestempeld werd op 9 oktober 1905 moet het om lijn 8 gaan, die op 31 mei 1905 was gaan rijden tussen Kurhaus en Plein.

STRIJD 3

Sybert Speestra bleek niet thuis, dat was  geen wonder want hij had druk als voorzitter van de vereniging van varkenshouders , die eigenlijk "Bargen yn'e Romte" had zullen heten, maar naar  goed Fries gebruik een Engelse naam had gekregen: "Pigs in Space", Sybert ging in de ons omringende landen  als Cyber Spacestra door het leven en daar was Speestra apetrots op (sa grutsk as in pau op, hetgeen evenwel niet wil zeggen dat in Fryslân het onderscheid tussen een aap en pau niet wordt geweten). 
Hij zou het vanavond nog eens proberen, want dat Speestra nu alweer in zijn vakantiehuisje op de camping in Świnoujście (Schwinemünde)  zou zitten leek hem vreemd. Het gaf hem tijd een strategie te bedenken, want achteraf was het misschien niet zo verstandig geweest meteen een brief met de vraag om ondersteuning naar "Ús Deasnokje" te sturen. Het had niets uitgehaald, sterker nog zijn brief had zoals het er nu voorstond het  tegendeel bewerkstelligd en zou betovergrootvaders Hobbedobbe voorgoed  laten verdwijnen.
Toen hij om twintig over acht het  erf van Sybert Speestra opfietste stond diens BMW voor de garage geparkeerd, Sybert was dus thuis en voordat hij aangebeld  had ging de  deur al open: "Kom er in Oerstallinga. Ik ben net terug uit Polen,  drie megavarkensstallen, van vijftigduizend elk, speciaal laten openen door Bastian Schweinsteiger, je weet wel van de Mannschaft, Bayern München en Manchester United, hij speelt nu in Chicago, heb hem speciaal in de businessclass laten overvliegen, kostte natuurlijk het een en ander,  maar dan  heb je ook iets speciaals, de Polen stonden met de bek open, die zijn zulke speciale dingen niet gewend. Ik heb Schweinsteiger nog uitgenodigd om ook even hier naar toe te komen, had ons dorp ook nog iets speciaals gehad, maar ja, de voetballerij ging voor. Dat was wel  jammer, want wees nou eerlijk er gebeuren hier weinig speciale dingen. Weet je wat het is Oerstallinga", vervolgde Speestra, "de Polen houden niet alleen varkens, ze houden ook van varkens, het  is  gemakkelijker een megastal met honderdvijftigduizend varkens in Świnoujście te hebben dan één varken in je achtertuin in Nederland. Wat was het niet fantastisch geweest als we Schweinsteiger hier in ons dorp hadden kunnen ontvangen,  maar nee, voor zulke speciale dingen moet je naar Polen, zoals ik al zei, in Polen weten ze wat  een varken toekomt en maken ze het houden van varkens tot een speciale liefhebberij en worden  in plaats van  rare regeltjes in  te voeren rechters die dat toch willen naar huis gestuurd, in Polen is het varken nog koning, dat kunnen we hier nauwelijks meer waarmaken, Oerstallinga. En waarom, Oerstallinga? Iedereen wil toch een karbonaadje op  zijn bord of  niet soms? Zo'n lekker sappig karbonaadje met een speciaal sausje.

Jij wil toch ook een goed stuk vlees, Oerstallinga?" Op dat ogenblik betrad een hem vreemde dame gekleed in een met een panterpatroon bedrukt,  miniem jurkje de voorkamer waar ze inmiddels waren gaan zitten: "Kieliszek wódki, panowie?" "Of je een glaasje wodka wilt", verduidelijkte Speestra. "Poolse, speciale  wodka, Zubrovka, met bisongras en laat ik je meteen even voorstellen aan mijn vriendin Agnieszka uit Świnoujście, ik lig in scheiding met Lolkje, ik vertel je dit even Oerstallinga, zodat er geen gepraat in het dorp ontstaat, want daar  heeft niemand wat aan. Oerstallinga nipte voorzichtig van zijn glaasje. "Nee", riep Speestra,  "zo doen ze dat niet in Polen, je drinkt wodka in één teug. "Zdrowie!" en Speestra kneep Agnieska in haar linker bil.


 

26.2.20

GOSPEL

Natuurlijk vond en vindt er over en weer beinvloeding plaats tussen uitvoerders van geestelijke en wereldse muziek, wie naar het Golden Gate Quartet luistert met hun "Gospel Train" herkent ,o.a. door de trompetimitatie, de "Mills Brothers", (foto) een kwartet dat begon in de "barbershop" van hun vader in Piqua, Ohio. Soms verlieten zangers het gospelcircuit, omdat er grotere successen in het popcircuit te halen waren, maar zelfs voordat Sam Cooke als soulartist furore maakte, horen we dat de Soul Stirrers, met hem als voornaamste stem, de ontwikkeling van wereldse muziek op de voet volgden.
Irritant wordt het trouwens als mensen zich de gospelcultuur toe-eigenen, terwijl ze van toeten nog blazen weten, een voorbeeld is dit "Give Me That Old Time Religion" (met een introductie van "Down By The Riverside") op een verkeerde melodie, maar ja, wat wil je in een land waar koren in pseudozeemanscostuum "De Klok Van Arnemuiden" als seashanty beschouwen.
 
Hoe "Give Me That Old Time Religion" dan wel gezongen moet worden? De oudste opname die ik van het nummer heb, dateert van 18 maart 1924 en is van het Original Valentin Choral Club Quinette gemaakt in New Orleans, maar deze uitvoering van Professor Johnson and his Gospel Singers dateert uit de jaren vijftig. Het hoesje van de plaat bevat geen enkele informatie over Johnson en ook in Eileen Southerns "The Music Of Black America" vind ik professor Johnson niet.

DESTIJDS

In het begin, wij schrijven 1948, dacht ik dat ze een paar waren, een  echtpaar, Barger en Margje Memnon pas nadat, wat destijds verkering heette, Barger op vrijersvoeten ging met Jennie Talens, geen familie van de Apeldoornse fabrikant van kunstschildersbenodigdheden, doch een dame met een dermate onbesneden lullig voorkomen, dat ze een pruik van bokkenhaar droeg,  maar het kan ook een pruik van geitenhaar geweest zijn, een pruik, die medeverzekerd was in het Woonpakket Plus bij Unigarant, 100% dochter van ANWB, waarom zoiets dochter heet mag Joost weten, terwijl Joost normaliter klaarblijkelijk bijzonder veel weet en door sommige Nederlanders versleten wordt voor een levende Wikipedia, hetgeen eigenlijk niets zegt, omdat aan het internetprogramma met die naam, zoals bekend nogal wat fouten kleven. Het spoor van Margje raakten wij al spoedig bijster,  volgens een voormalig buurmeisje moet zij gehuwd  zijn met ene Honkele Schoonderbarst en is ze met hem in de jaren vijftig naar Australië  geëmigreerd. Barger was evenwel meer honkvast en hij kreeg met Jennie een dochter, die  hij Margje noemde, naar zijn geëmigreerde zuster. We zullen om de dames uitelkaar te houden  deze Margje I en Margje II noemen, niet omdat wij vinden dat zij enige gelijkenis vertoont met een koe, want Margje II mist immers de  bekende gele merktekens in de oren, alhoewel zij haar niet zouden  misstaan. Op  zeker ogenblik geviel haar evenwel ook de wens zich buiten Nederlands grondgebied op te houden en vertrok Margje II naar de Verenigde Staten, alwaar zij behalve een cursus blokfluiten gecombineerd met figuurzagen en buikdansen, in korte tijd zich  het jargon van Trump  en andere Amerikaanse populisten eigen wist te maken, toch genoot zij de meeste  maaltijden in een burritobar met de naam "Juan's Cojones" terwijl een McDonald, zeker vanwege haar bewondering voor Trump eerder op zijn plaats geweest zou zijn

Waarvan akte

In de rechterbovenhoek van mijn moeders geboorteakte staat een klein cijfertje, dat komt omdat de akte in 1942 werd gebruikt bij afstammingsonderzoek. Mijn ouders waren, zoals dat destijds heette, ‘gemengd gehuwd’, dat wil zeggen dat een van de partners joods was en de ander niet. Die ander, mijn moeder, moest bewijzen dat zij niet joods was. Zij diende zestien officiële bewijzen te vergaren en deze vergezeld van drie gulden vijftig op te sturen aan de ‘Gemachtigde voor Afstammingsbewijzen’ in Apeldoorn. Er was dus werk aan de winkel, eerst moest worden uitgevonden waar haar overgrootouders waren geboren, vervolgens moest hun geboorteakte en hun doopakte worden opgevraagd, daarna moest hun huwelijksakte vergezeld van dezelfde papieren van haar grootouders, ouders en van haarzelf worden opgestuurd Het kostte tijd en geld (voor ieder opgevraagd feit moest veertig cent leges worden betaald) en bovendien moest van elke akte een fotokopie worden gemaakt en daarvoor moest je destijds naar de fotograaf. Ik bewaar een mapje, waarin alle akten zitten. Ik kijk naar de papieren en hoor mijn moeder, vloekend, want dat kon ze, ('verdomde overkommelingen, wat denken ze wel!') de papieren verzamelen. Ze heeft zich zelfs op 29 maart 1942 op 39-jarige leeftijd Nederlands-Hervormd laten dopen.


Uittreksel uit het huwelijksregister van de gemeente Leeuwarderadeel. Mijn moeders overgrootouders aan vaders kant (clicken maakt het document leesbaar).

TUF-TUF

In 1942 leerde ik lezen.  In sommige boekjes was sprake van een tuf-tuf. Dat  was toen al een archaïsch begrip,  want auto's maakten toen niet meer het geluid van de ééncylinder De Dionmotor, waarmee ze rond 1900 vaak waren uitgerust. Woorden als boordenknoopje en sokophouder konden in 1942 nog wel,  maar zijn inmiddels ook achterhaald, net als jarretelgordel, al ontdekte ik net, omdat ik onzeker was over de juiste spelling, dat jarretelgordels  nog steeds leverbaar zijn. Tuf-tuf is een onomatopee,  net als woef-woef, dat woord hoor ik soms van een vader of moeder die naar Una wijst. Ik  vraag me dan af of  de peuter ook geconfronteerd wordt met dieren als mèèè-mèèè, miauw-miauw en boe-boe. Het is trouwens best merkwaardig hoe sommige mensen de  angst voor een hond aanwakkeren. door ze snel  bij  Una weg te trekken en te wijzen op de ernstige gevaren die een hond oplevert. Ik  probeer kinderen altijd te zeggen dat ze een hond van voren moeten benaderen,  zodat de hond zien kan  wat het kind  van plan is. Nu is Una heel aardig tegen mensen, zij heeft alleen  problemen met katten en vaak  met andere honden. Net zo aardig als Robbie, onze  vorige cairnterrier, die toen hij in Baarn benaderd werd door een ongeveer negenjarig jongentje dat vroeg of hij hem mocht kussen,  de omhelzing rustig onderging.

STRIJD 2

Zo, nu alleen nog zijn handtekening onder de brief  en dan was die klaar voor verzending. Hij  had net bedacht dat hij dat, ook ter besparing van kosten,  niet per post ging doen, per slot van  rekening stond hij binnen vijf minuten op de fiets voor het huis van Doekele en Deunske Volbehaard, dus hij ging de brief zelf bezorgen. Hij zou de brief niet in het groene busje aan het begin van  het tuinpad gooien maar in de van koperbeslag voorziene brievenbus in de voordeur. Wat hij niet kon weten dat Deunske net achter de brievenbus in de voordeur bezig was een tochtstrip aan te brengen. Ze had al weken tegen Doekele geklaagd dat het zo tochtig was en of hij er iets tegen wilde ondernemen, maar zoals gewoonlijk was het, wanneer het om kleine karweitjes in huis ging, bij hem het ene oor in-,  het andere oor uitgegaan en zat ze nu op haar knieën achter de voordeur toen Oerstallinga's brief op haar hoofd viel. Oerstallinga was  het tuinpad nog niet af toen de voordeur openging, Deunske wat moeizaam opgekrabbeld, had de brief en vooral de afzender  bekeken en riep: "U bent geen lid van "Ús Deasnokje"!" Daar had ze gelijk in, Oerstallinga vond het maar een vreemd clubje waarvan het bestuur in handen was van één familie, maar hij had ze nu  nodig dus stroop was  de boodschap: "Dat weet ik, maar jullie vinden het natuurlijk net zo erg als ik dat de Hobbedobbe dreigt te verdwijnen." "De Hobbedobbe?", informeerde Deunske. "Nou, ik vind het maar een een verzamelplek van steekmuggen en anders niet, bovendien zal onze dochter Lolkje, als de Hobbedobbe gedempt is, daar komen te wonen!" Oerstallinga slikte en zei behalve dat het bestuur van "Ús Deasnokje" eerst  maar eens zijn brief moest lezen, verder niets en stapte op zijn fiets.
Zouden ze je niet? En dat noemde zich een historische vereniging. Een monument vernietigen omdat de dochter een woning nodig had, wat een rotvolk. Hij lette even niet op en reed bijna Hylke Breedspraak aan die met een tas vol boodschappen het enige zebrapad van het dorp overstak. Hij verontschuldigde zich en begon meteen over "Ús Deasnokje" en de Hobbedobbe. Breedspraak zette zijn tas neer en zei "Dat is een verloren zaak Oerstallinga, de Hobbedobbe gaat gedempt worden en daar zal de historische vereninging geen moment wakker van liggen omdat Deunske Volbehaard en haar familie ieder jaar zo'n vijfentwintighonderd euro subsidie krijgt uit de gemeentekas en dan denk jij toch niet dat ze dat geld als zogenaamde historische vereniging willen mislopen alleen omdat jij de Hobbedobbe voor ons nageslacht wil bewaren. Man wees verstandig en als je er niet mee kunt leven,  verhuis, want er is echt geen andere oplossing".

25.2.20

kennismaking 4


24.2.20

Susanne

Regisseur Frans Boelen bracht ons bij elkaar: Susanne Piët, Leo Jacobs, cineast Paul van den Bos, script Mia Steinebach en mij om het tv-programma Rood Wit Blauw te  maken. Het moet eind  jaren zestig geweest zijn. Het werd een typisch redactioneel programma, d.w.z. ieder van ons deed een voorstel en wanneer dat werd geaccepteerd dan werd het onderwerp, door degene die het voorgesteld had, gerealiseerd. Vorige week kreeg ik het  bericht dat Susanne op 18 februari j.l. is  overleden. Susanne was van alles: een renaissance woman, zouden Engelstaligen zeggen: psycholoog, adviseur, journalist, schrijver en ook programmamaker, want in die laatste hoedanigheid heb ik haar  eind jaren zestig leren kennen.  Ze  reed een Eend, nog met de kilometerteller in de linkerhoek die ook de ruitenwissers aandreef. Dat  soort dingen onthoud ik, maar als je mij naar het jaar vraagt, wanneer Rood Wit Blauw werd uitgezonden, dan krijg  je nul op het rekwest. Het was achteraf bezien een bizar programma. We brachten Nederlandse gezegdes in beeld (er werden echt paarlen voor de zwijnen gegooid en lakens uitgedeeld), gezegdes die door de kijkers moesten worden geraden, Erich von Däniken, schrijver van "Waren de goden kosmonauten?" werd geïnterviewd, een item over  Kunstmatige Inseminatie bij koeien samen met een pastoor van een Limburgse gemeente, die op dat onderwerp was afgestudeerd, werd uitgezonden, leden  van de vereniging Mensa kwamen aan het woord terwijl ze een spelletje "Mens erger je niet" speelden. Samen met Suzanne bezocht ik een gezelschap  mensen die het liefst met rolstoelzitters dansten en twee naturistenkampen, waarover later vragen in de Tweede Kamer werden gesteld,  want bloot kon en mocht destijds niet op de vaderlandse buis. 
Op de rouwkaart van Susanne staat een citaat van Tom Waits: "And if I have to go, will you remember me?" Natuurlijk herinner ik me Susanne. En dat blijf ik doen.

v.l.n.r. Leo Jacobs, Susanne  Piët  en Wim Bloemendaal in een decor  van Rood Wit Blauw


STRIJD


Hij was razend om een aantal redenen en hij probeerde helder te krijgen waaraan hij zich het  meest ergerde. Dat hij het van Sipke Fluimstra gehoord had, was één reden: Fluimstra was raadslid van de lijst Fluimstra, eerst afgescheiden van  Gemeentebelangen, daarna afgescheiden van Ons Aller Glorie en nu voor zichzelf  begonnen. Ten tweede: dat hij belangrijk nieuws voor  de zoveelste keer door achterklap moest vernemen, in plaats van het in de lokale of provinciale pers te kunnen lezen. Maar zo besloot  hij: de voornaamste reden was dat het eigenlijk ging om een persoonlijke erfenis: de Hobbedobbe, een poel aan de oostkant van het dorp, was door zijn betovergrootvader gegraven na kanalisatie van de beek "It Priemske", niet dat het beekje ooit veel voorgesteld had  en dat er ooit scheepvaartverkeer op had plaatsgevonden, maar toch. De Hobbedobbe moest verdwijnen, zo had het  college van Burgemeester en Wethouders besloten, vertelde Fluimstra, om plaats te te maken voor zogenaamde energievrije woningen: de daken bedekt met zonnepanelen en verwarming door middel van buizen die, nog altijd Fluimstra, zo'n anderhalve kilometer de grond in zouden worden geramd. Voor die onzin moest het levenswerk van zijn betovergrootvader wijken. Godgloeiendegodverdomme. Hij zou eens even een krachtig emailtje sturen naar de voorzitter van de lokale historische vereniging "Ús Deasnokje", Dong Slot, in de wijde omgeving beter bekend als Don Quichotte omdat hij in mei 1979 per abuis de enige molen die het dorp nog rijk was veel te snel had laten draaien, waardoor deze vlam had gevat. Zijn vader Obe Slot. was goed fout geweest in de oorlog, maar dat was heel spoedig vergeten toen hij het dorp in 1946 een standbeeld van de Heilige Drievuldigheid cadeau had gedaan. Obes kleinzoon, Obe junior was Fries kampioen bumperjumper geworden in 2017, maar helaas bij wedstrijden in het kader van Leeuwarden  Culturele Hoofdstad 2018 op het Oldehoofsterkerkhof bij een noodlottige sprong van de bumper van een vijftig kilomer per uur rijdende Trabant naar de bumper van een tachtig kilometer per uur rijdende Opel "Kadett" om het leven gekomen, terwijl net daarvoor mogelijkheden waren geopperd om van bumperjumpen een olympische discipline te maken.  Obe junior. had altijd beweerd dat hij in de Derde Wereldoorlog net zo goed fout wilde zijn als zijn grootvader in de Tweede. Helaas kon Obe junior dat nu niet meer waar maken.
Maar daar had hij uiteindelijk niets mee te maken, de Hobbedobbe moest  blijven en hij had al een goede slagzin in zijn hoofd "HOBBEDOBBE FIRST".Maar nu hij er iets langer over nagedacht had besloot hij, in plaats van een email, een aangetekende brief naar het bestuur van "Ús Deasnokje" te sturen, alleen wist hij niet of hij de brief aan voorzitter Dong Slot of aan de secretaresse moest sturen, niet dat het uiteindelijk heel veel  uitmaakte, want het totale bestuur van het historisch genootschap bestond in feite uit leden van één  familie: Dongs dochter Deunske gehuwd met Doekele Volbehaard - zijn voorvader had in 1812 weliswaar Volbeda gezegd, maar dat was door de slechthorende ambtenaar van de burgerlijke stand verkeerd genoteerd -  was secretaris, echtgenoot Doekele was, behalve ambtenaar derde klasse op de gemeentesecretarie, penningmeester van het historisch genootschap, terwijl hij bovendien het Zuiderdwarsvaarter Neusfluitensemble leidde dat, in navolging van de Wiener Philharmoniker, ieder jaar op 1 januari een nieuwjaarsconcert gaf in in de bovenzaal van Café "Klienkont",  met als solisten het befaamde maar inmiddels bejaarde duo Horkje en Horkje, een concert dat rechtstreeks werd uitgezonden door de lokale televisie. Eigenlijk maakte het geen donder uit als hij "Ús Deasnokje" maar achter zijn plannen kreeg om de Hobbedobbe tot in aller eeuwigheid te  bewaren.

Aan het bestuur van de
Historische Vereniging
"Ús Deasnokje" t.a.v.
mevr.Deunske Volbehaard-Slot
Oudeweg 435
te ALHIER

Geachte Bestuur,
Mij kwam in een gesprek met raadslid en aanvoerder van de lijst Fluimstra ter ore dat ons gemeentebestuur plannen  heeft de zo voor onze gemeente kenmerkende Hobbedobbe te dempen en te vervangen door energievrije woningen voor jonggehuwden, dit stuit mij, zoals u zult begrijpen,  hevig tegen de borst en zou dat u ook moeten doen, daarom verzoek ik u te protesteren tegen dit voornemen, waardoor een historische belangrijk monument in onze gemeente zal verdwijnen, niet alleen omdat mijn betovergrootvader zulks heeft gegraven maar ook omdat er behalve het Willy Dobbeplantsoen in Oss er geen dobbe in ons land dreigt over te blijven en dat zou en dat is ongetwijfeld eveneens uw mening een grote schande zijn, daarom verzoek ik u met de meeste kracht tegen  dit schandelijk voornemen te protesteren, voordat het zoals gewoonlijk weer eens te  laat is en het kalf verdronken is voordat de put gedempt werd.
Hoogachtend, 

S. Oerstallinga 
Baitsebokseleane 13,
te Alhier

23.2.20

TRAM

Huwelijk

Zaterdag j.l. werd onder zeer grote belangstelling het huwelijk voltrokken tussen Gijsbertina Allegonda  Zworkjen Maria barones Feuille de Navette van  Keimpema met jonkheer Wurd Cornelius Franciscus Bernardus Sigmund Haubitz Pachulke von Pendelversuch. Helaas gaat het verse echtpaar niet wonen op de in Wouterswoude gelegen Keimpemastaete maar op Schloss Radau in Oberammergau.
(uit Wâldster Nijs 20 febrewaris 2020)

WOORDEN

Sommige woorden zijn om verschillende redenen achter de horizon van de tijd verdwenen, zoals sokophouder en landwacht. Een ander keer wordt een woord vervangen, pompelmoes, gangwissel en  hefhoefschroefvliegtuig zijn daar  voorbeelden van. Ook zijn er woorden die het niet  halen zoals wagenvoerder (machinist van een electrische of dieseltrein).

22.2.20

OOIT

Ooit schreef ik de tekst behorende bij een autotest van deze Dodge uit 1914 voor Fred van der Vlugts "Wereld op Wielen". De auto stond destijds in Het Nationaal Automobielmuseum aan de Veursestraatweg in Leidschendam. Vanochtend vond ik, behalve de foto, de gegevens terug: viercylinderzijkepper met een cylinderinhoud van 3481cc, verbruik ongeveer 1 op 7, de auto had een  paar extra's zoals een compressiefluit en een zogenaamd fat man's wheel, een stuurwiel dat je weg kon schuiven, zodat ook de corpulente  chauffeur gemakkelijk kon gaan zitten.

Tien jaar geleden

tien jaar  geleden op dit blog

Journalist Aart Brouwer schreef onderstaande regels in het jongste nummer van "De Groene Amsterdammer ":
"Vandaag is de rol van wereldwijde voertaal voorbehouden aan het Engels en morgen wellicht aan het Chinees. Het Nederlands komt er hoe dan ook niet aan te pas. Dat geldt ook voor onze minderheidstalen zoals Tamazight, Maleisisch en Turks die in het buitenland veel meer worden gesproken dan hier. Het Fries hoort daar niet bij, zoals Ronald Plasterk ooit in een tv-column constateerde: het is geen taal maar een grappig dialect dat fonetisch wordt geschreven zodat vijftigers met een ringbaardje er subsidie voor kunnen aanvragen."
Nu ga ik niet in op een germanisme als "Maleisisch", waar ik wel over struikel is het feit, dat zowel Brouwer als Plasterk Fries neerzetten "als een grappig dialect dat fonetisch wordt geschreven", wie ooit de moeite heeft gedaan Fries niet alleen te leren spreken, maar ook te schrijven, weet dat het verre van fonetisch wordt genoteerd. Wat me echter het meest dwars zit, is het woord "ringbaardje", wat hebben uiterlijke kwalificaties met het Fries van doen, als ik Brouwer en Plasterk neerzet als Hollanders met aambeien, verheldert dat de discussie?

Dizzy

Kom ik tenslotte bij de meest beroemde musicus die ooit in Calloways orkest zat, zij het niet lang, want het verhaal gaat dat hij eruit werd gegooid omdat  hij een prop papier naar Calloway gooide, trompettist Dizzy Gillespie (1917-1993), naast Charllie Parker, één van de vaders van een jazzmuziekstijl, die we "bop" noemen. Een virtuoos op zijn instrument, dat kenmerkend met de beker 45 graden omhoog stond. Hier is hij in de weer met zijn eigen compositie "Salt Peanuts" die hij  op uiterst komische wijze bij het aanwezige publiek introduceert.

kennismaking 3


21.2.20

1951

Opruimen betekent dat ik dingen in handen krijg die ik jaren niet gezien heb, zoals dit beeld van de boerderij van Hendrik Jonker in Hoornsterzwaag, een tekening gemaakt  toen ik vijftien  jaar oud was.

HET BEGIN

 Dit is 'Old Number One', niet de allereerste MG, zoals de naam doet vermoeden, maar wel de eerste MG, die speciaal gebouwd was om aan wedstrijden mee te doen. De basis was een Morris 'Cowley', waarvan het chassis was ingekort, de motor was een kopklepper Hotchkiss met een cylinderinhoud van 1548cc gekoppeld aan een Morrisdrieversnellingsbak. De lichtgewicht carrosserie was ontworpen door Carbodies in Coventry en het geheel werd door de Morrisfabriek in Oxford geassembleerd. Cecil Kimber, salesmanager van Morris Garages in Oxford, had veel succes met 'Old Number One', hij won in 1925 in de Lands End Trial een gouden medaille in de lichte autoklasse. De totale bouwkosten schijnen 279 pond geweest te zijn, na de Trial verkocht Kimber de auto voor 300 pond de wagen dreigde vervolgens zijn bestaan te eindigen op een sloperij in Manchester, nadat hij gebruikt was om een aanhanger met varkens te slepen. Een werknemer van MG ontdekte 'Old Number One' in 1932 op de sloperij en kocht de wagen voor 15 pond. Daarna werd hij gerestaureerd en in de jaren vijftig werd hij donkerrood gespoten en kreeg hij kenteken FC 7900. Maar oorspronkelijk was de auto grijs en was het kenteken FMO 842.

Cozy

Eigenlijk heette hij William Randolph Cole (1909-1981) maar zijn bijnaam was Cozy en ook hij speelde in het orkest  van Cab Calloway,  nadat hij eerst had gedrumd in de orkesten van Wilbur Sweatman, Jelly Roll Morton  (waar hij een  solo voor zijn rekening neemt in "Load of Cole") en Cabs zuster  Blanche Calloway. Daarna vinden Cozy in de orkesten van Benny Carter en Willy Bryant, waarna hij deel gaat uitmaken van de Onyx Club Boys van violist Stuff Smith, daarna wordt hij gecontracteerd door  Cab Calloway. Cole krijgt grote bekendheid als drummer in Louis Armstrong's All Stars, hier te beluisteren in "Stompin' at the Savoy". In 1958 haalt  Cole met "Topsy II" zelfs de Billboard Hot 100 en de nummer 1 van de Rhythm and Blues chart. Tenslotte een opname met zijn oude kompaan trombonist Tyree Glenn uit het Calloway orkest: "Caravan".

20

Op pagina 2 van deze krant een uitgebreid interview met directeur Jacob Fluiminga van de basisschool "Ús Hynsteblom"  te Murmerwoude: "Mensapen rekenen, niet zoals wij in een tientalligstelsel maar omdat ze even handig zijn met hun voeten, in een twintigtalligstelsel".
 (uit "Wâldster Nijs", 20 febrewaris 2020)

kennismaking 2


20.2.20

HOLD THAT TIGER

Dat banjospeler Harry Reser in een filmpje uit 1936 afdaalt op een enorme fles en evenals het orkest gekleed is in een costuum waarmee sneeuwstormen kunnen worden getrotseerd, heeft te maken met het feit dat hij gesponsored werd door het champagnemerk van de weduwe Clicquot en zijn orkest de 'Clicquot Club Eskimos' heette. Vraag me niet waarom, want deze fantastische banjospeler had zo'n gimmick niet nodig. Natuurlijk de "Tiger Rag" is stuk gespeeld en is er van de originele compositie van Nick LaRocca en Harry de Costa dus weinig heel gelaten. LaRocca zelf legde met de Original Dixieland Jazz Band de 'Tiger Rag' vast in New York. Ik heb een aantal 'Tiger Rags' geselecteerd, van een orkest met bassaxofonist Adrian Rollini (waar iemand voorstaat, die ogenblikkelijk dient te solliciteren naar een baantje bij 'Nederland in beweging' van de Hilversumse bejaardenomroep 'Max' ), de Mills Brothers via Schnicklefritz Band tot de 101st Army Dixieland Band, Reginald Dixon op een Wurlitzerorgel en Art Tatum.

Memorabel

Afbeelding van een zogenaamd "Memorabel" begin deze week onthuld door mevrouw de weduwe Japke Pasveer-Jumpsuit aan de  muur van café "De Hof van Braaksma" in Wouterswoude  ter gelegenheid van het feit dat haar grootmoeder Yfke Jumpsuit op 17 februari 1941 de Maagd van Wouterswoude zag.
(uit "Wâldster Nijs", 20 febrewaris 2020)

TYREE

Trombonist Tyree Glenn (1912-1974) speelde zeven jaar in het orkest  van Cab Calloway. Geboren in Corsicana (Texas) tourde hij eerst met lokale orkestjes voordat hij naar Washington D.C. verhuisde en in 1937 in het orkest van Benny Carter belandde waar hij naast trombone ook  vibrafoon ging spelen, we horen hem hier als vibrafonist in "Savoy Stampede". In 1939 vinden we Glenn bij Cab Calloway, waar hij tot 1946 zal blijven. Daarna volgden de orkesten van Don Redman en Duke Ellington. In de jaren vijftig doet Glenn overwegend studiowerk en speelt hij in een dagelijkse radioshow, waarna hij vanaf 1965 op tounee gaat met Louis Armstrong. Hier soleert hij in Duke Ellintons "Mood Indigo".


kennismaking


19.2.20

MILT

Millt Hinton (1910-2000) was van 1936 tot 1950 de  bassist in het orkest van Cab Callloway.  Oorspronkelijk opgegroeid in buitengewoon armelijke omstandigheden in  Mississippi verhuisde hij op negenjarige leeftijd naar Chicago, zijn eerste instrument was viool, een instrument dat hij ook speelde in het schoolorkest, daar kwam de althoorn bij omdat hij ook in het harmonie-orkest van de Wendell Phillips High  School wilde spelen. Spoedig aangevuld met bassaxofoon en tuba bij. In 1930 speelde hij tuba in de band van Tiny Parham, met wie hij ook zijn eerste plaatopname maakte. Hij wisselde de tuba in voor de besnaarde bas en trad een paar jaar op in het kwartet van violist Eddy South voordat hij zich  veertien jaar lang aansloot bij het orkest van Calloway, dat wil evenwel niet zeggen dat hij - veel gevraagd bassist - geen opnamen maakte met anderen, zoals Benny Goodman. Ook waagde hij zich aan een opname met pianist Art Hodes, waardoor we in staat zijn hem solistisch te beluisteren. Art Hodes was een pianist uit de zogenaamde Chicagoschool die o.a. deze  opname maakte met cornettist Wild Bill Davison en sopraansaxofonist Sidney Bechet.

18.2.20

Niet begrepen...

Bella, the chow chow

Berlijn 2

Ik neem voetstoots aan dat u ondekt hebt dat beide foto's identiek zijn, maar dat er voor de tijd van het "photoshoppen" ook al heel aardig met originele opnames geknoeid werd. Laten we aannemen dat de  onderste foto de originele foto is dan blijkt de bovenste foto behoorlijk gemanipuleerd. Om het gezellig druk te maken is een aantal mensen toegevoegd.

CAB

De band van Cab Calloway werd in het begin behoorlijk beïnvloed door het geluid van Bennie Motens "Missourians", rond 1930 nam Calloway een aantal leden over. Bekende musici die ooit deel gemaakt hebben van het Calloway-orkest waren bassist Milt Hinton, trombonist Tyree Glenn, saxofonist Chu Berry, drummer Cozy Cole en trompettist Dizzy  Gillespie. Calloway was o.a. te zien in de film van de Blues Brothers, maar hier een ouder waanzinnig filmpje van het orkest opgenomen in een trein.

17.2.20

Berlijn



MET DEZE TWEE BERLIJNSE PRENTBRIEFKAARTEN IS IETS BIJZONDERS AAN HAND

ONTEVREDEN

Niet tevreden met het uiterlijk van uw viervoetige  vriend, volg de inwoners van Trumpiana en verbouw ze dusdanig dat ze vrijwel onherkenbaar  zijn.


 







STADSBUS

Van 1941 tot medio 1953 woonde ik in Friesland, de eerste jaren in Drachten, vanaf eind 1945 in Leeuwarden. Soms herinner  ik me dingen, maar kan met geen mogelijkheid een  jaartal invullen. Dan is het plezierig dat een boek uitsluitsel geeft. Ik weet nog heel  goed dat ik met een aantal vriendjes op een dag na schooltijd naar een bushalte op de Groningerstraatweg rende omdat ter gelegenheid van het feit dat Leeuwarden een stadsbus kreeg, het vervoer de eerste dag gratis was en die gelegenheid, om voor niks  naar het eindpunt op de Julianalaan in Huizum te rijden, lieten we ons niet ontgaan. We zaten op de achterbank en moeten ons gedragen hebben, want we werden niet weggestuurd. Dankzij het recent aangeschafte boekje "Op Reis met de NTM, De Nederlandse Tramweg Maatschappij 1880-1971" geschreven door  Melle C. van der Goot*) weet ik dat het 13 december 1947 geweest moet  zijn, ik was elf  jaar. De bus was een  Ford met een carrosserie van Jongerius uit Utrecht, ook dat wist ik niet meer. In het boekwerkje van Van der Goot vond ik een afbeelding.
*uitgegeven door Noordboek. ISBN 978 90 5615 567 4

16.2.20

DEUX CHEVAUX

Het idee was: "vier wielen onder een paraplu, in staat om vier personen met vijftig kilo bagage met een snelheid van 50km/u te vervoeren". Helaas is slechts een deel van de oorspronkelijke carrosserie van deze oer-2CV bewaard gebleven. Ik zag hem een paar jaar geleden in het prachtige automuseum in Rochetaillée-sur-Saône vlakbij Lyon. Hij werd voor de Tweede Werldoorlog in deze staat gebruikt om Michelinbanden te testen in Clermont-Ferrand.
Dit prototype van de 2CV uit 1938 is niet bewaard gebleven, er wordt destijds geexperimenteerd met twee verschillende motoren: een twee- en een viercylinder.
Dit complete prototype eveneens uit 1938/'39 werd in 1970 volledig gerestaureerd in de oorspronkelijke staat. Het is een klein wonder dat deze wagen uit een pré-serie van 250 exemplaren nog bestaat, want in 1948 had de hoogste baas van Citroën, Pierre Boulanger, opdracht gegeven alle protoypes te vernietigen. Ze waren voorbestemd om op de Salon van 1939 te worden voorgesteld, maar die vond vanwege de oorlog nooit plaats. De prototypes hadden een watergekoelde 2- of 4cylinder motor.
In 1948 stond de 2CV voor de eerste keer op de Parijse Salon, de motorkap bleef gesloten. Maar het was een publiek geheim dat er een luchtgekoelde tweecylinder met een inhoud van 375cc onder stak. Herkenbaar zijn die eerste 2CV's aan de lichtjes op de spatborden.

ONHANDIG




15.2.20

UNA

Una Barquhar heeft ongetwijfeld bezwaar, maar Bill Frenzers "Dead Puppies" uit 1977 mag net als "My Dog Rover" (een parodie op "I'm Looking Over A Four-Leaf Clover") van Hank, Stu, Dave & Hank op dit blog niet ontbreken.