31.5.20

YOUTUBE

16.4.15


Mel Brooks

Ik heb heel even geaarzeld of ik Mel Brooks in de serie parodisten zou opnemen, want hij voorziet  bekende liedjes niet van een andere tekst, bij hem gaat om satire, zoals in dit fragment uit zijn film "Blazing Saddles", waarin een aantal blanken in de negentiende eeuw zwarte spoorwegarbeiders laat zien hoe je een 'worksong' zingt. Het werkt buitengewoon komisch. Inmiddels is Brooks'  film  "The Producers" uit 1968 voor het toneel bewerkt. "Spingtime for Hitler" blijft fantastisch, net zoals Brooks'  "Hitler Rap" uit "To Be Or Not To Be", een remake uit 1983 van de film van Ernst Lubitsch uit 1942.
Dit schreef ik vijf jaar geleden op mijn blog en omdat iemand vandaag in het archief dook en dit item bekeek en beluisterde, bladerde ik zelf ook terug en ontdekte dat het vaderlands YouTube-commando "Springtime for Hitler" verwijderd had.  Reden:
"Deze video is verwijderd wegens schending van het YouTube-beleid voor het aanzetten tot haat."
Mag ik nu heel even hard om het vaderlands YouTube-commando lachen en "Springtime for Hitler" opnieuw op mijn blog zetten?

RAMEAU

RAMEAU, MAAR DAN NET EVEN ANDERS

LUI SPOOK

LANTERFANTOOM

LIEVER NIET

Hier is onze viruspinksterblom
En ik zou hem zo graag eens wezen
Met zijn mooie kransen op het hoofd
En met zijn rinkelende bellen
Recht is recht, krom is krom
Gelief je wat te geven voor de viruspinksterblom
Want de viruspinksterblom moet voort!

JORDAN

Sla een willekeurig boek over automobielgeschiedenis op en zoek naar het hoofdstuk dat over adverteren gaat en je vindt onderstaande advertentie. Edward S. "Ned" Jordan wist hoe hij zijn auto's in de markt moest zetten, dat had alles te maken met zijn vorige baan, toen hij hoofd was van de publiciteitsafdeling was van de Thomas B. Jeffery Company in Kenosha, Wisconsin. 
Zijn eigen, bijna letterlijk uit de grond gestampte, fabriek stond in Cleveland (Ohio). In het oprichtingsjaar 1916 werden meer dan duizend wagens afgeleverd, er was weinig bijzonders aan de auto's want alle onderdelen werden van buiten aangeleverd, de motoren kwamen bijvoorbeeld van Continental. De carrosserieën werden eveneens elders gemaakt, maar werden in huis gespoten en de kleuren kregen schitterende, aan Jordans brein ontsproten, namen als Apache Red, Ocean Sand Gray, Venetian Green, Egyptian Bronze, Liberty Blue, Submarine Gray en Briarcliff Green. In 1931 was het afgelopen, het laatst geproduceerde model was de "Speedway" (foto onder) met een 5,3 liter achtcylindermotor en een vierversnellingsbak, maar hij was met een prijskaartje van meer dan $5000 duidelijk te duur.

ALABAMA

Het is, ik geef het toe, zelfs op pinksterzondag, even wennen wanneer je het voor de eerste keer hoort: shape note singing. In dit geval in een kerk in Henagar, Alabama. Voordat de tekst van het lied wordt gezongen, wordt eerst  zoals gebruikelijk, met la-la-la  ingezongen.

HONDJE 7

Nadat de lichtpaarskortgebroekte grijsaard zich uit de voeten had gemaakt, vroeg mijn verlosser: "Waar ken ik u ergens van?", terwijl Van der Blaf, van de éénmetervijftigregel geen weet, hartstochtelijke pogingen deed om, waarschijnlijk vanwege de vleeslucht, bij hem in het gevlei te komen door tegen hem op te springen en zijn schoenen te likken, "Bent u klant in mijn slagerij?" "Nee, ik was ooit lid van "Wilt heden nu treden", antwoordde ik. "Aha, ik dacht ik ken dat gezicht, maar dat is inmiddels toch wel vier jaar geleden, want "Wilt heden nu treden" bestaat al vier jaar niet meer en is omgevormd tot het shantykoor 'Op de woelige baren'. Maar waar ging de ruzie met die man daarnet nou eigenlijk om?" "Hij zei dat ik  Van der Blafs drolletjes niet had opgeruimd terwijl ik altijd zakjes bij me heb, hij was in hondenpoep getrapt maar die kon onmogelijk van mij zijn, want ik ruim na Van der Blaf altijd keurig netjes op." "Kortom een zeikerd dus. Kom, ik weet een mogelijkheid om een kopje koffie, al is het in een kartonnen bekertje, te bemachtigen om de ellende te vergeten." En zo zat ik tien minuten later op anderhalve meter afstand van hem op een  bankje in de Jacobus Fontanelstraat  met slager Bakker, ik heb die naam altijd heel verwarrend gevonden en me afgevraagd of er ook een bakker Slager bestond, aan de cappuccino.
"Maar laat ik me eerst even voorstellen. De naam is Bart Bakker, slager, ik zeg dat laatste er altijd even bij want anders denken de mensen nog dat ik de grote man ben achter Bakker Bart enne hahaha, dat ben ik niet!" "Giselda Botermelk, aangenaam",  zei ik.  
Er passeerden een drietal luidruchtige groepjes van helmpjes voorziene  zogenaamde wielrenners,  terwijl Van der Blaf  niet van 's mans schoenen was weg te slaan. "Hij vindt me klaarblijkelijk aardig!", zei Bart Slager, bakker, o nee, het is precies andersom. "De liefde gaat bij Van de Blaf door de maag", zei ik, hij ruikt dat u met vlees omgaat, maar dat krijgt hij nooit, ik geef hem altijd brokjes, hondenbrokjes, dat schijnt veel beter te zijn." "Dat weet ik nog  zo net niet, een hond stamt af van de wolf en ik heb nog nooit  van een brokjestetende wolf gehoord", ze Bart Bakker, slager terwijl hij een sigaartje opstak. Ik zag dat hij hetzelfde merk rookte dat Cor mijn man. die vijf jaar geleden gecremeerd is, rookte. Waar moet een mens het over hebben als zij zomaar, met een vreemde man op de koffie komt, ik vond dat Van der Blaf nou maar eens op moest houden 's mans voeten te likken, maar Bart Bakker,  slager  scheen het niet erg  te vinden, misschien was hij het wel gewend, dus ik vroeg "Hebt u een hond?' Nee, die had hij niet, hij had er wel een gehad toen zijn vrouw nog leefde maar een hond was te bewerkelijk voor een man alleen die ook nog een zaak had, al had hij wel vandaag zijn vrije dag. "Wat voor hond had U?" vroeg ik, dat leek mijn namelijk een goede vraag om het gesprek gaande te houden. "We hadden er twee. Chows. Want chows moet je altijd met meer nemen, die hebben gezelschap van elkaar nodig." "Dat is een hele hand vol", zei ik, "en ze vragen nog veel onderhoud ook en behoorlijk grote poepzakken", voegde ik er aan toe. "Ach, daar werd zo'n tien jaar geleden nog niet  zo opgelet,  hondenstront  is pas de laatste jaren echt een issue geworden, niet dat honden vroeger  niet poepten, maar toch, het heeft allemaal met elkaar te maken, vroeger liep iedereen in  het dorp op klompen en die trok je bij de deur uit, dus er kwam nooit hondenstront op het tapijt." Daar had Bart Bakker, slager een punt en ik zei "Het komt ook doordat mensen uit de stad hier zijn komen wonen, die zeuren graag, maar ja, ik geef ze uiteindelijk toch wel gelijk, ik ruim Van der Blafs drolletjes altijd op", terwijl ik een slokje koffie nam.
Giselda Botermelk-van Assen

ATLANTIC

Zelfs de typenaam verraad welke bedoeling Austin had met dit in februari 1949 verschenen model "Atlantic": export naar de Verenigde Staten. Voorzien van een forse viercylindermotor (2660cc) met twee SU-carburateurs boekte de auto succes in Indianapolis en haalde verscheidene internationale records tijdens een rit van zeven dagen en nachten. Maar de verkoop aan de andere kant van de Atlantische Oceaan viel desondanks tegen, van de 7981geproduceerde wagens eindigden slechts 350 in de Verenigde Staten. De motor komen we vanaf 1953 tegen in de Austin-Healey.

30.5.20

Billy Cotton slot

Jaren geleden  bouwde ik een model  van MG K3 uit een kitje, van de echte K3 zijn er maar 33 exemplaren gebouwd.  Het  was de racende  variant in de K-serie met een zescylindermotor (oorspronkelijk van Wolseley) met een inhoud van 1087 cc.

BUSSEN

Dit kan niet missen een Londense dubbeldekker, een model in blik gefabriceerd door Triang en opwindbaar met een sleuteltje. Of het een Routemaster of een AEC "Regent" is laat ik maar in het midden.
De bussen in Berlijn hadden altijd een crèmekleur, ook in 1911 hadden ze overwegend die tint, het bovendek was open met een bank  in het midden in de lengterichting, beneden waren de banken in de dwarsrichting geplaatst. De bus werd gefabriceerd door Daimler.
Het balkon van deze Parijse Renaultbus uit 1934 was eveneens open, maar afsluitbaar  met een ketting. Opvallend is de plaatsing van de vooras, redelijk ver achter de motor.

SOUSA

Nu Giselda Botermelk veronderstelt dat een inwoner  van van het Drentse Donderen wellicht een  Donderer heet, kunt u hier luisteren naar de vermoedelijk favoriete mars van alle Donderers.

HONDJE 6


Van mijzelf  heet ik van Assen, volgens mijn vader was dat een naam uit Drenthe, daarom zijn Cor, mijn man die vijf  jaar geleden gecremeerd is - ik zeg dat er altijd maar even bij, want Cor was toen de eerste Botermelk die gecremeerd werd en ik wil dat niet, maar Cor werkte bij de Hoogovens -  zo'n twaalf jaar geleden met de Opel naar Drenthe gereden en zijn we daar de kerkhoven langs gegaan om te kijken of daar van Assens begraven waren, maar helaas hebben we niemand aangetroffen.  Misschien had mijn vader het  dus wel fout en komen wij helemaal niet uit Drenthe maar bijvoorbeeld uit Groningen, dat schijnt het ook heel mooi te wezen, maar ik ben daar, net als in Friesland nooit geweest. Mijn buurvrouw Aagje Platfladder haar grootvader kwam uit Drente, uit Donderen dat vind ik een vreemde naam en persoonlijk zou ik daar niet graag vandaan komen, heet iemand die daar weg komt een Donderaar of misschien wel een Donderer, ik zal het Aagje toch eens vragen, al ben ik niet zo dik met haar,  want ze is nogal op zichzelf, ik heb aan Van der Blaf  meer aanspraak.
Heb ik gisteravond naar de televisie gekeken, nou nee. Ik zet de televisie nauwelijks meer aan vanwege al die getatoëerde apen die avond aan avond voorbij komen paraderen, zo’n opmerking is natuurlijk een belediging voor een aap, want wat knoeien mensen graag om en aan hun lijf, dat zie ik een gorilla of een sjimpaanzee nog niet doen en het  afschuwelijke is dat mensen ook niet met hun vurige tengels van de soortgenoten van Van der Blaf af kunnen blijven, niet alleen door het afknippen van staart en oren, maar ook door belachelijke fokprogramma's waardoor sommige hondjes een te kleine schedel hebben voor hun hersens en daardoor lijden aan epilepsie of andere verschrikkelijke ziektes, maar daar hoor en zie ik BNNVARA's "Je zal het maar hebben" nooit over.
Helaas is het de laatste dagen niet koud en regenachtig en daardoor komt veel lelijks naar buiten, het fatsoen dat wij lang geleden hadden meegekregen van onze ouders is vandaag de dag ver te zoeken, ik zag de afgelopen dagen mannen van mijn leeftijd in korte broek door het dorp flaneren met spataders en al, het liefst op een electrische damesfiets, want behalve hun jongeheer omhoog krijgen ze ook hun been niet meer over de stang van hun fiets, vrouwen zijn trouwens niet veel beter, bovendien eten ze veel te veel en in plaats van naar de kerk gaan ze naar de zonnebank.
Ik moet ook nog even terugkomen op de hondendrollen, want vanochtend werd ik lastig gevallen door een bejaard manspersoon - hij leek mij dichter bij de negentig dan bij de tachtig - maar hij had desalniettemin een lichtpaarse, korte broek om zijn kont, die mij beschuldigde van het feit dat ik  Van der Blafs uitwerpselen, hij gebruikte het woord feses, niet had opgeruimd en dat hij er daarom met zijn schoenen, hij gebruikte het woord lofers, ingetrapt had. Nou kan ik redelijk veel hebben, maar zeker geen valse beschuldigingen door een lichtpaarskortgebroekte oude van dag, dus ik toonde hem drie lege poepzakjes die ik altijd bij mij draag, maar de antieke rimpelaar was daarmee allesbehalve tevreden en zei dat iedereen wel zakjes bij zich kon dragen maar toch zijn drolletjes niet wenste op te ruimen. Toen werd ik echt giftig en vroeg hem: "Hebt u Van der Blaf zien poepen en krijgt u daar een opgewonden gevoel bij?" De rapen waren vervolgens gaar want hij wilde mij te lijf, gelukkig passeerde op dat moment een lid van het zangkoor "Wilt heden nu treden", waar ik een blauwe maandag lid van geweest ben en bovendien slager aan de andere kant van het  dorp en die vroeg of ik problemen had. Ik antwoordde bevestigend en zei dat lichtpaarsekortebroekemans mij lastig viel, die blies vervolgens razendsnel de aftocht met de kreet: "Dat is de laatste keer dat ik ossenworst bij jou gekocht heb!
Giselda Botermelk-van Assen

ORY

Een energiek muzikaal gezelschapje van lang geleden: Kid Ory and his Creole Jazz Band met "12th Street Rag". Op het etiket van de achtenzeventigtoerenplaat heb ik, toen ik de plaat kocht, een datum geschreven: 9-6-55, dat moet de datum van aanschaf zijn, want de opname dateert, zover ik kan nagaan, van zes jaar eerder. De plaat, met op de keerzijde "Savoy Blues"  zit dus al zestig jaar in mijn collectie. Er waren toen elpees, maar voor de aanschaf daarvan was mijn zakgeld niet toereikend. De bezetting van de Creole Jazz Band was Teddy Buckner, trompet; Joe Darensbourg, klarinet; Kid Ory, trombone; Lloyd Green, piano; Ed  Garland, bas en Minor Hall, drums.


zonnig nederland


29.5.20

Billy Cotton 3

Laten we nu eens kijken naar een racende MG K3, overigens zonder Billy Cotton.

NOSTALGIE

"Nostagie is niet  meer wat het geweest is", schreef actrice Simone Signoret, maar zij was een Française en aan de overkant van Het Kanaal wordt  daar heel anders over  gedacht, men zwelgt daar in nostalgie en niet ten onrechte zou je het land Groot-Nostalgië kunnen noemen. Er gaat geen avond  op de Britse televisie voorbij of de kijkers wordt een grote achteruitkijkspiegel aangeboden. Heel erg trots op vandaag kunnen de Britten ook niet zijn, want waar is bijvoorbeeld hun autoindustrie gebleven? Dezelfde vraag valt ook te stellen over derlui tabaksindustrie, want de eens fameuze merken Dunhill, Four Squares, John Cotton - om er slechts drie te noemen - zijn ook niet  meer onder ons. Wie het vlaggeschip  van Dunhill "Royal Yacht" aanschaft ontdekt  op het blikje dat het de naam Dunhill vervangen is door Peterson, maar de echte fabrikant zit in Denemarken, waar inmiddels bijna alle pijptabakken vandaan komen.

Billy Cotton 2

Kreeg nog een aanvulling van de al genoemde Pim Dorrestijn op de coureursactiviteiten van Billy Cotton: "De bandleider heeft vermoedelijk weinig in deze auto gereden. Ik meen dat te zien aan de manier van de bediening van de schakelaars op het dashboard. De handbediening voor de opvoerpomp wordt helemaal niet gebruikt. Immers dit type motor heeft een compressor die op druk gebracht moet worden voor de start.  Ook de instap getuigt van weinig kennis op dat gebied. Het spatmasker is uit het huidige Cronatijdperk. De mechaniciens hebben veel ervaring met olielekkage en gebruiken geen poetslappen maar wel hun overall. De keurig in plusfours gestoken kleinzoon helpt waar mogelijk. De auto is lichter gemaakt door de complete remtrommels aan de voorzijde weg te laten".

Billy Cotton

Billy Cotton was lange tijd de meest gevierde  bandleider in het Verenigd Koninkrijk, dat hij daarnaast in een MG racete was mij volledig onbekend, ik werd daar op attent gemaakt door de bekende Nederlandse MG-kenner Pim Dorrestijn. Het filmpje met Cottons MG K3 werd opgenomen in 1936 of  '37.

 

Van koper naar bamboe

BUSSES


Beide afgebeelde bussen zou ik als typisch Brits willen kwalificeren: geen torpedo- maar ook geen frontstuurbus, of misschien duidelijker: geen bus met een neus en ook niet met een platte voorkant, maar er precies tussenin. Buiten het Verenigd Koninkrijk en zijn voormalige overzeese gebiedsdelen is het het type, zowel als één- als dubbeldekker vrijwel onbekend. De chauffeur zit rechts meteen achter de voorruit en heeft de motor links, de passagiersrs zitten achter de motor.


HONDJE 5


Uiteindelijk heb ik  gister Van der Blafs drolletjes toch maar opgeruimd, al ben ik nog steeds des duivels over de plannen van die Tuitjen, het is dat Drogeham ver weg is en niet aan het spoor ligt anders was ik (met mondkapje) vandaag naar Tuitjen gereisd om hem eens even flink de waarheid te zeggen en hem een koekje van eigen deeg te geven door hem een plastic boodschappentas van de Lidl of de Aldi met tweecomponentenlijm aan zijn blote kont de plakken,  namens Van der Blaf en alle Nederlandse honden, behalve de rooddweilers en dergelijke verschrikkelijke soorten. Tuitjen: de verrekkeling. Dat is trouwens een oud woord dat mijn vader graag gebruikte als hij de smoor op iemand in had, verrekkeling, zulk soort woorden hoor je weinig meer en dat vind ik jammer, het heeft allemaal te maken met Engelse taalverruwing, je moet tegenwoordig iemand in het Engels uit schelden om indruk te maken, terwijl het prima in het Nederlands kan, maar dat zie je ook aan die Tuitjen, Tuitjen  vindt een drollenzakje uit voor een hond en noemt het een Dog Shit Collector. Als je het goed leest en dat doe ik, dan is Tuitjen zelf een hondenstrontverzamelaar, want zo staat het er echt: Tuitjen D.S.C., misschien doet hij dat wel en bestaat er in Drogeham zelfs wel een hondenstrontmuseum, waar Tuitjen directeur van is, het zou zo maar kunnen, want we leven in een gekke tijd, waarin mensen behalve corona, van alles en nog wat verzamelen, voor dat museum zal hij naast een flinke subsidie van de gemeente Drogeham ook nog een forse toegangsprijs vragen, wat ik je brom en natuurlijk is de museumjaarkaart weer niet geldig.
Nou heb ik al vijf jaar geen museumjaarkaart meer, want ik mag met Van der Blaf in normale tijden toch geen enkel  museum in, dus ook het Drogehammer hondenstrontmuseum niet, als het al bestaat, ik begrijp  dat niet zo erg goed, want alle Nederlandse museums zijn open voor die kleine, door de kinderopvang onopgevoede krijsertjes waar Nederland zo rijk aan is, die tussen het tentoongestelde krijgertje spelen en met hun ongewassen vingertjes overal aanzitten, terwijl  Van  der Blaf zonder enig  geluid af te geven, keurig netjes naast mij van zaal tot zaal voorttrippelt. Nou weet ik natuurlijk niet hoe Van der Blaf op Tuitjens hondenstrontmuseum in Drogeham zou reageren want dat is, zou ik bijna zeggen, de kat op het spek binden. Ik heb trouwens even gekeken of die Tuitjen een telefoonaansluiting heeft in Drogeham, nou dat heeft hij mooi niet en het hondenstrontmuseum is op het internet ook in geen velden of wegen te bekennen. Maar misschien heb ik wel verkeerd gekeken en staat het onder Fries hondenstrontmuseum en hangt de Friese vlag vol glorie boven de  deur. Dat zou zo maar kunnen.
Giselda Botermelk-van Assen.

FRANSE DANS

De branle is een oude Franse dans, hier is er eentje uit Bresse (er komen dus niet alleen kippen vandaan) gespeeld op draailier (hurdy-gurdy, vielle à roue). De draailier is een uit de Middeleeuwen daterende mechanische viool, de snaren gaan klinken door het draaien van een wiel en worden gestopt door een toetsenbord, vaak zitten er ook nog een of meer sympatische snaren op het instrument. Je zou je kunnen afvragen waarom ik een branle gespeeld op een draailier op dit blog heb gezet. Ik heb daar een simpel antwoord op. Omdat het uiteindelijk om de muziek gaat en ik niet van anachronistische verkleedpartijen houd, wanneer ik iemand in een fluwelen wambuis accordeon zie spelen, dan word ik onpasselijk, begrijp me goed, zo'n accordeonist mag best een branle spelen, maar trek er dan geen middeleeuws costuum bij aan, want dat botst: accordeons bestonden destijds niet. Stel dat we de branle uit Bresse laten bewerken tot een vierdelig werk voor strijkkwartet en voorzien van de handtekening van de (niet-bestaande) Italiaanse barokcomponist Bernardo Chammerini, ik wed dat sommige luisteraars hun gezicht bij voorbaat al in de Concertgebouwkleinezaalplooi trekken en zich in de richting van de Van Baerlestraat reppen, terwijl ze hun neus optrekken voor een draailier. Want zo gaat dat, voor die mensen is muziek net oranjemarmelade, als die niet van Chivers is, dan deugt de marmelade niet. Ik heb dat nooit zo goed begrepen, ik bedoel de scheiding tussen "klassiek" en andere muziek, zoals bijvoorbeeld volksmuziek, want veel zogenaamde klassieke muziek is ontleend aan volksmuziek, een niet gering aantal befaamde componisten lustte er terecht wel pap van en gebruikte die folklore ook in hun werk. Bovendien is de term klassiek in muziekverband vaak een onzinterm, want je kunt twintigste-eeuwse-muziek toch moeilijk van dat predikaat voorzien. Maar het gebeurt veelvuldig, net zoals in het oude-auto-wereldje, waar een (wan)product als de American Motors "Pacer" rustig een klassieker genoemd wordt.

KETTINGLOOS

Keer op keer is het geprobeerd: een fiets zonder ketting aan te drijven. Ik geloof de laatste keer door tractorfabrikant Fendt. Hier boven staat een advertentie uit "The Youth's Companion" van 25 januari 1900, uit dat jaar dateert ook mijn Columbia Chainless. Remmen doe je door achteruit te trappen, waardoor een lepeltje de band raakt.


28.5.20

Nationaal

Dat u zich in een Friese doodkist  kunt laten begraven wist u waarschijnlijk al, maar in deze barre tijden kunt u zich ook met een nationaal mondmaskertje uitrusten, zodat een ieder op de hoogte is van uw achtergrond. De maskertjes zijn er niet alleen voor Friezen, maar ook voor Schotten en Bretoenen.



NOODLOT 3

Of je het noodlot moet noemen wanneer  je composities deel uit gaan maken van de nationale folklore is nog maar de vraag.  Het gebeurde de Amerikaanse componist Stephen Foster (1826-1864) niet alleen met "Oh! Susanna",  maar met veel van zijn andere liedjes, zoals "Hard Times Come Again No More", "My Old Kentucky Home" en "Beautiful Dreamer".

HONDJE 4

Gistermiddag na een korte wandeling met Van der Blaf vond ik een brief uit Drogeham in mijn brievenbus, nu had ik nog nooit van die plaats gehoord dus ik ben meteen op een inmiddels verouderde kaart van Cor, mijn man die vijf jaar geleden gecremeerd is, gaan kijken waar dat oord met zo'n vreemde naam wel mocht liggen en of in de buurt misschien ook een Natteham gelegen was, dat laatste bleek niet het geval. Drogeham ligt in Friesland, daar ben ik nooit geweest, Cor en ik gingen met de verschillende Opel Kadetten, die wij gehad hebben, altijd naar het zuiden. De brief uit Drogeham kwam van een meneer Tuitjen. Mijn moeder zei altijd: je hebt honden en brutale honden, nou één ding is zeker die meneer Tuitjen behoort tot de laatste soort, want in de envelop vond ik deze folder.


Aan de achterkant van de folder staan aanbevelingen van zogenaamd bekende Nederlanders: Relix Fottenberg schrijft dat hij meteen twee Tuitjens D.S.C.'s besteld heeft, één voor zijn labradoedel en één voor zichzelf, Kunahan Tuzu schrijft dat hij vijfentwintig heeft opgestuurd naar Ankara voor Erdogans  hofhonden, Bierry Thaudet  heeft driehonderdtien Tuitjen D.S.C.'s  afgenomen om aan zijn meest trouwe volgelingen cadeau te doen als mondmaskertjes, Vaxime Merhagen meldt veel succes te hebben gehad door met een goedgevulde Tuitjen D.S.C. op zijn hoofd het carnaval in Blerick te bezoeken en Heodor Tholman heeft een Tuitjen D.S.C. vol met vergeetmenietjes neergelegd op het graf van zijn grote vriend Gheo van Togh.
Maar ik zie eerlijk gezegd mijn Van der Blaf nog niet met zo'n rode ballon aan zijn gat lopen, wat verbeeldt die Tuitjen zich wel en dan ook nog in  het gevlei proberen te komen bij de diverse gemeentes van ons land en mij via Van der Blaf geld van mijn toch al niet geweldige pensioentje aftroggelen, ik  hoop dat ze Tuitjen arresteren wegens oplichting of iets dergelijks, volgens mij heeft die Tuitjen nog nooit een hond gehad, het eerste wat een hond doet is zijn  zak afbijten, in ieder geval  doet Van der Blaf dat, want die gaat daar voor Jan met de korte achternaam de straat op, vergeet het maar, Van der Blaf is niet gek. Bovendien blijft de poep in de Tuitjenzakken aan de behaarde billetjes van van der Blaf plakken. Ik heb op mijn leeftijd al heel veel meegemaakt, maar nog nooit zoiets, vroeger had je dat niet toen werden zulke mensen meteen achter slot en grendel gezet op water en brood, al zijn bedorven en beschimmelde vegetarische hondenbrokken van vijf jaar oud voor die Tuitjen meer op hun  plaats. Ik ben boos en heb bij het afstoffen en stofzuigen vanmorgen dan ook niet gefloten en ga straks een heel eind wandelen met Van der Blaf en ruim uit pure ballorigheid zijn drolletjes niet op.
Giselda Botermelk-van Assen

GEEN ROEST

DMC, beter bekend als De Lorean, was niet de eerste fabriek die een roestvrijstalen auto produceerde, Ford deed dat in samenwerking met Allegheny Ludlum in 1936, er werden zes DeLuxe Sedans gemaakt, waarvan er nog vier bestaan. De auto's klokten meer dan  200.000 mijl, voordat ze in 1946 werden verkocht, één er van staat in het Crawford Auto-Aviation Museum in Cleveland (Ohio) naast een Ford Thunderbird uit 1960 waarvan twee in roestvrijstaal werden geproduceerd. De andere in het museum tentoongestelde roestvrije auto is een Lincoln uit 1966, waarvan er drie zijn gebouwd.

Grammofoonplaten

De eerste langspeelplaat kocht ik niet zelf, maar kreeg ik op mijn zeventiende verjaardag van mijn ouders, in een fel oranje hoes gestoken was het De Falla's "El sombrero de tres picos" in de uitvoering van l'Orchestre de la Suisse Romande onder leiding van Ernest Ansermet. De plaat is verdwenen en er staat naast ander werk van De Falla nu een uitvoering op CD ergens in een kast in mijn zogenaamde platenkamertje. Dit is de "Danza ritual del fuego" uit "De driekante steek", gecomponeerd naar een verhaal van Pedro Antonio de Alarcón, waarin een plattelandsrechter het hof maakt an een molenaarsvrouw. In datzelfde jaar kocht ik,  de zomervacantie werd benut om geld te verdienen, mijn eerste twee langspeelplaten: één van de legendarische New Orleans-trompettist Bunk Johnson (1879-1949) met de band van Lu Watters. Johnson was jarenlang zoek geweest en kreeg voor hij in de jaren veertig opnieuw gings spelen eerst een kunstgebit, hij was één van de musici die de revival van de oudestijljazzmuziek op gang bracht. De andere langspeelplaat was van een groep rond drummer en schilder George Wettling (1907-1968) (foto) met aanzienlijk ruigere muziek dan die op de plaat van Johnson. Het lijkt een typische formatie die is samengebracht door banjo- en gitaarspeler Eddie Condon.

27.5.20

Hondje 3

Helaas heb ik weinig  kennissen in het dorp, daarom is Van der Blaf een  hele steun voor mij en  heb ik toch aanspraak, tot twee jaar geleden had ik die ook van Carbina Ponteneur, zij was ook weduwe, maar is  toen naar Hemelum verhuisd. Zij was getrouwd met Jochem Ponteneur,  heette van zich zelf Pattefoon en is op een heel wonderlijke manier weduwvrouw geworden. Jochem is in 1969 naar Australië vertrokken en Carbina zou een jaar later ook daar naartoe gaan, maar  zij heeft nooit meer iets van Jochem gehoord, misschien is hij wel aan een origineel blijven hangen of is hij, want hij was een amateurbokser, door een kangoeroe neergeslagen, je weet  maar nooit, als je naar zulke vreemde landen gaat. Hij was een vreemde snuiter, niet  moede van het wandelen, zoals het lied zegt, maar even  zo goed, at hij elke morgen voor het ontbijt een eetlepel boetseerklei,  vertelde Carbina mij later, dat was om Groningen niet te vergeten, zei hij tegen haar. Toen Carbina pas naar Hemelum was verhuisd hebben we nog even met elkaar geschreven, maar op  mijn laatste brief heb ik nooit antwoord gekregen. Nou dan heb ik geen zin meer. Misschien is zij wel overleden, zulks kan  iedereen overkomen, anders vind ik het  wel vreemd. Je bent toch vriendinnen of niet soms? Ik  heb nog eens op de kaart gekeken waar Hemelum ligt, het is een goed eind weg en ik ga er niet op de bonnefooi naar toe. Carbina kwam oorspronkelijk uit Tilburg, wat  zo'n mens dan in Hemelum zoekt  is mij een raadsel, maar zij had wel  meer vreemde trekjes, zo at zij tomaat met  suiker. Ik moet daar niet aandenken. Carbina had een hond die zij vegetarisch voedde, ik had altijd het idee dat haar hond, die Jeroen heette, jaloers was op Van der Blaf, die van mij lekkere brokjes kreeg. Van der Blaf mocht Jeroen niet en zodra Carbina met Jeroen het tuinpad opkwam was het bal en moest ik van der Blaf opsluiten in de keuken, dat vond hij niet leuk en dus heb ik Carbina gevraagd Jeroen thuis te laten, maar dat heeft zij nooit gedaan en iedere keer moest ik nadat zij weg waren de kwijlplekken van haar hond van  de tafel, van de bank en van de vloer vegen. Wat dat betreft is het plezierig dat Carbina naar Hemelum verhuisd is.
Je hoort op straat zelden iemand meer  fluiten. Dat vind ik  vreemd, mijn vader was een echte buitenfluiter, als hij thuis kwam hoorde je hem al van verre aankomen, altijd met hetzelfde wijsje, waaarvan ik de titel helaas vergeten ben, het was iets van "Lammerschans", maar ik kan het mishebben, want het is lang geleden. De jongens uit de buurt floten ook allemaal, maar waarschijnlijk zijn de buitenfluiters verdwenen omdat nu iedereen in de auto zit en naar de radio luistert en als ze niet in de auto zitten dan lopen of fietsen ze al sms-end of telefonerend. Ik vind het jammer dat er niet meer op straat gefloten wordt. Als meisje hoorde je niet op straat te fluiten, ik heb dat dus ook nooit gedaan, ik ben een typische binnenfluiter en doe het altijd wanneer ik stof of stofzuig, dan laat ik de radio uit en fluit, soms ook het liedje van mijn vader als hij onze straat infietste. Ik zet de Van der Blaf dan zolang in de keuken want stofzuigers behoren niet tot zijn vriendenkring. Ik zal woensdag aan Katja en Gijsbertus toch eens vragen of zij nog fluiten, het gekke is dat een uitdrukking als "fluitend aan het werk zijn" nog steeds gebruikt wordt, maar niemand doet het meer en over een paar jaar weet niemand meer wat het eigenlijk betekent, wat dat betreft is fluiten net de Tweede Wereldoorlog.
Een heel enkele keer hoor ik nog iemand op zijn vingers fluiten,  dat heb  ik nooit geleerd, maar mijn vader kon het heel goed zelfs op twee manieren: hij stak twee vingers tussen zijn lippen of hij maakte een rondje met zijn duim en wijsvinger en deed hetzelfde, er waren vroeger ook kunstfluiters, je had Jan Tromp en Ronnie Ronald, van de laatste hadden we zelfs een grammofoonplaat, de enigsten die nog op hun vingers fluiten zijn mannen die hun hond uitlaten maar ook die sterven uit, ik bedoel de mannen, niet de honden. Nu is dat maar goed ook, want vaak zijn dat vervelende mannen die hun hond niet aan de riem hebben en daar heb ik een hekel aan, want dat zijn dikwijls hele grote honden, die achter Van der Blaf aangaan en ik ben o, zo bang dat ze hem dan wat aan zullen doen. Die mannen denken intussen dat ze hun honden met een fluitje kunnen dirigeren in plaats van met de riem. Nou heb ik al meegemaakt dat zo'n grote rooddweiler op Van der Blaf aankwam, ik heb Van der Blaf toen razendsnel op de arm genomen, maar toen moest dat sekreet van een rooddweiler natuurlijk mij hebben, de baas van de rooddweiler kwam toen, het was hier om de hoek, doodgemoedereerd aanstappen en zei dat hij afmoest en bood niet eens zijn excuses aan. Ik heb toen gezegd dat hij de rooddweiler moest aanlijnen want dat zulks in de gemeentewet staat, maar daarna zei hij: "Ach oud wijf, zeur niet!" Op zulke momenten is de politie natuurlijk in geen velden of wegen te zien en als ze wel te zien zijn zitten ze met hun luie reet in een auto, waar ze nooit en te nimmer uitkomen behalve om een rookworst bij de Hema te kopen. Gelukkig heb ik de man en zijn rooddweiler daarna nooit  meer gezien, waarschijnlijk woonde hij hier niet eens, maar wel de boel terroriseren, een woord waar ze het in de krant en op de televisie de hele tijd over hebben maar waar duidelijk helemaal nooit niets aangedaan wordt. 
Als hondenbezitster krijg ik regelmatig post waar ik helemaal niet om gevraagd heb, klaarblijkelijk is er een of andere onverlaat die mijn adres aan diverse instanties verkoopt, zo kreeg ik onlangs het verzoek om me te abonneren op het maandblad 'De Vegetarische Hond", waaruit maar weer blijkt dat ze altijd Van der Blaf en zijn soortgenoten moeten hebben, want van het weekblad "De Vegetarische Kat", laat staan "De Vegetarische Cobra" is natuurlijk nooit geen sprake. De hoofdredacteur van "De Vegetarische Hond" is de in Blaricum wonende Syrische dierenarts Babba le Khoukhyez, op de voorpagina van het proefnummer dat ik kreeg stond president Assad samen met president Poetin terwijl ze samen een bakje gerstepap aan een chihuahua voeren.
Giselda Botermelk-van Assen.

RIJBWIJS

   Dennis-John Parkeerder uit Spanbroek was voor de zesde keer gezakt voor zijn motorijbewijs maar dikke banden bleven trekken.

NOODLOT 2

Wij  hadden hem thuis op de grammofoonplaat: Haydns "Kindersymphonie", een muziekstuk met fluitjes en trommeltjes. Maar de compositie was helemaal niet van Joseph Haydn en ook niet van diens jongere broer Michael, daarna werd het  werk toegedicht aan de vader van Mozart Leopold, alhoewel er ook musicologen waren die er de hand van de meester, Wolfgang Amadeus , in meenden  te  herkennen. Jongste onderzoekingen hebben - hoogst waarschijnlijk - de ware componist achterhaald: de Oostenrijkse monnik Edmund Angerer (afbeelding)(1740-1794).

Ergens

 Parijse taxi met taximètre
Ergens las ik dat het woord taxi is ontleend aan het Duitse vorstenhuis Thurn und Taxis. Ik veronderstel dat de schrijver denkt dat het woord oliebol ontleend is aan de Amsterdamse schilder Jacob Olie, het woord snelkookpan aan de Achlumse schapenscheerder Keimpe Snel en het woord wc aan de Amerikaanse componist en bandleider W.C. Handy. Het woord taxi komt namelijk van taximètre, een Franse uitvinding om tijd en snelheid van een auto te meten en daarmee de kosten van een rit te berekenen.

 

26.5.20

anti-reinheidswaan

baudettologie

PISSED AWAY

PISSED AWAY
(een bewerking van Dobie Grays' "Drift Away")

Ritme

U bezit enig gevoel voor ritme, maar een compleet drumstel is toch ietwat te  prijzig, dan is dit de oplossing: de "hambone".

USA

Amerikaanse hondenvrienden slaan weer toe






Origineel

Honderden auto's van  dit type -  uit de vroege jaren dertig - zijn in de Verenigde Staten voorgoed vernield, ze rijden met verlaagde daken, verkeerde motoren en te kleine wielen als zogenaamde hot rods rond in de meest afschuwelijke metallic kleuren, gelukkig  valt het met deze idioterie in ons land wel mee, al zijn er hier en daar laagschedeligen die hier hun vernielzucht op dergelijke auto's wensen bot te vieren. De Chevrolet op de foto, enige jaren geleden gefotografeerd in Loosdrecht, is gelukkig origineel, met de "stove-bolt-six" in het vooronder.
 

Noodlot

Je noteert een compositie en vervolgens slaat het noodlot toe, want jouw werk wordt aan een andere, bekendere collega toegeschreven. Dat gebeurde Jeremiah Clarke, de eerste organist van de pas herbouwde St.  Pauls Cathedral in Londen. Een  paar eeuwenlang werd zijn "The Prince of Denmark's March" toegeschreven aan Henry Purcell. Hier op schitterende wijze uitgevoerd op een natuurtrompet, een trompet zonder pistons of kleppen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de melodie door de BBC gebruikt voor uitzendingen naar het bezette Denemarken: "Her er London. BBC sender  til Danmark".

HONDJE 2

Behalve aan ingescheurde hondendrollenzakjes heb ik een ontzettende hekel aan mijn voornaam, want wie heet er nou in godsnaam Giselda, maar het komt zo: ik ben de derde van vier zussen, mijn oudste zuster heet Klazina naar de moeder van mijn moeder, de daarop volgende zuster heet Geertje naar de moeder van mijn  vader, ik heet Giselda naar de vader van mijn moeder en mijn jongste zuster heet Frederika naar de vader van mijn vader, zo ging het vroeger nu een keer bij het geven van namen, ik kan daar nog verschrikkelijk kwaad om worden, want zo'n naam draag je tot je dood mee, of niet soms? Ik herinner me nog heel goed het feminisme van de jaren zeventig, maar daarover heb ik Hepie Dankona nooit over gehoord, die had het alleen maar over bazen en buiken en ik hoor er vandaag de dag ook niemand over, ik bedoel de belachelijke vervrouwelijking van mannennamen, want Klazina is natuurlijk afgeleid van Klaas, Geertje van Geert, Giselda van  Giseldus en Frederika van Frederik en zo kan ik nog wel een paar uur doorgaan: Cornelia komt van Cornelis, Hendrika van Hendrik en Jasperina van Jasper,  daarom vond ik Trea altijd zo'n mooie naam. Ik had graag Trea willen heten, ik heb mijn man Cor, die eigenlijk Cornelis Henderik heette en die vijf  jaar geleden is gecremeerd, dan ook gevraagd om mij Trea te noemen, maar daar had hij geen zin in en daar heb ik me maar bij neergelegen, toch hadden we best een goed huwelijk, na zijn overlijden heb ik Van der Blaf  genomen, het is een aardige afleiding, toch lopen de kosten aardig op want ik moet belasting voor hem betalen en dat hoeven de mensen met een kat, die de hele dag in je tuin omwroet en  poept zonder dat het wordt opgeruimd, niet en Van der Blaf moet ook eten en daar boven op komen dan de zakjes waarover ik al eerder geschreven heb, soms kan ik me dan ook best voorstellen dat krapzittende mensen, die het van  een klein pensioentje moeten hebben zoals ik, vooral als ze een grote hond hebben, geen zakken kopen, want vooral grote zakken zijn duur.
Gelukkig kan ik mijn naam afkorten tot Selda, maar officieel blijft het natuurlijk Giselda, zo staat het ook in mijn bejaardenpas, ik weet niet waarom ik die heb, want ik krijg nergens korting, behalve als ik naar de oudheidkamer in het dorp ga, maar daar ga ik nooit  heen want Van der Blaf mag  daar niet  in.
Zaterdagmiddag kreeg ik een aan mij geadresseerde folder in mijn brievenbus, een paar jaar geleden zou ik die 's ochtends al ontvangen hebben, maar sinds de echte postbodes zijn verdwenen en vervangen door iedere dag een ander jeugdig, in oranje gestoken, op het trottoir fietsend persoon komen de brieven en drukwerkjes 's middags tegen vieren. De folder vroeg of ik ten bate van de zwerfhonden in Suriname maar even drie euro per maand over wilde maken, waarom ik me speciaal het lot van  de Surinaamse zwerfhonden zou moeten aantrekken en niet die in België of Armenië meldde de folder niet, maar als beloning maak ik kans op een naar het leven geschilderd olieverfportret van Van der Blaf, maar het kan natuurlijk komen doordat Suriname vroeger een Nederlandse kolonie geweest is. Tegelijkertijd ontving ik  een brief van Katja, de vriendin uit mijn jeugd, die eigenlijk Carolina heet, maar haar man Gijsbertus was, anders dan  mijn Cor, die vijf jaar geleden gecremeerd is, bereid om haar anders te noemen. Gijsbertus was werkzaam bij de plantsoenendienst in Den Haag, maar is inmiddels natuurlijk met pensioen, dat komt goed uit want zij willen volgende week woensdag langs komen en dan kan hij mij mooi adviseren welke planten ik in mijn tuintje kan zetten want de begonia's ben ik nu wel zat en ook vertellen hoe ik de katten er uit kan jagen, ik heb gehoord dat er een systeem is dat net zo werkt als schrikdraad om koeien in de weilanden te houden, dat lijkt mij erg goed al is het precies omgekeerd, ik zie die sluipgluiperds, waarvan ik de eigenaars nog nooit een drollenzakje heb zien aanschaffen, al flinke luchtsprongen maken. In ieder geval ga ik niet drie euro per maand aan de Surinaamse zwerfhonden overmaken, het geld groeit mij niet op de rug, dan maar geen geschilderd olieverfportret van Van der Blaf.
Giselda Botermelk-van Assen.

25.5.20

werkzaam vogeltje

mannetjesputtertje

BIER?

Jazz Tuber Trio met Sholem Secunda's "Bei Mir Bist Du Schoen": Ted Casher, clarinet; Jimmy Mazzy, banjo en Eli Newberger, tuba. De Jiddische tekst leidde voor de oorlog in de Verenigde Staten tot verwarring en werd verbasterd tot "Buy a beer Mr. Shane".

HONDJE

Terwijl ik vanochtend mijn hondje, een maltezer, die ik de simpele naam Van der Blaf gegeven heb, zodat ik de naam niet vergeet, uitliet, zag ik dat mijn buurman, Alexander Troethaan, tussen ons gezegd, maar niet gezwegen, een vlerk van wat heb ik  jou daar, alweer een nieuwe auto onder zijn ruim bemeten kont heeft. Waar doet hij dat van? Niet, dat het mij wat aangaat natuurlijk, maar je moet soms vraagtekens zetten, want als je dat niet doet, leef je niet, zei mijn moeder zaliger. Troethaan is getrouwd met ene Clarissa en het duo heeft een dochtertje Wladimira, genoemd naar de Russische president Putin en die naam schijnt iets met kalkoenen te maken te hebben, maar wat precies ben ik vergeten.
Ik liep voor me zelf zingend langs de rooms-katholieke kerk de straat uit. Ik zing graag oude liedjes zoals "Ploem, ploem, jenka", waarmee Trea Dobbs ooit een hit had. Mijn God, waar blijft de tijd? Het was de mooiste tijd van mijn leven: Johnny Lion en die schat van een Trea Dobbs en niet te vergeten Karin Kent. Kent was ook een sigarettenmerk dat ik toen rookte, want dat deed  ik toen als een spreekwoordelijke schoorsteen, anderhalf  pakje per dag. In die tijd leerde ik, maar dat  wist ik toen nog niet,  mijn aanstaande man kennen, Cor, die nu alweer vijf jaar geleden gecremeerd is. Hij vroeg me om een vuurje bij een optreden van Trea in feestzaal Hummerdink in het dorp waar ik  toen woonde. Cor kwam op de Puch met hoog stuur en potje, want  zo heette dat, uit Nootdorp, daar was lef voor nodig, want de jongens uit mijn dorp zagen die uit Nootdorp niet zitten. Er is wat afgevochten en het ging natuurlijk altijd om ons meiden. Mij vriendin Katja's verkering is daar nog om uitgeraakt, want haar vrijer kwam ook uit Nootdorp en hem zijn een paar tanden uit de bek geslagen. 
Waar ik me trouwens verschrikkelijk aan erger is dat andere hondenbezitters de drollen van hun hond niet opruimen en dat ik daar op aangekeken word, terwijl ik bijna altijd Van der Blafs kleine keutels opruim, behalve als hij het bij een boom doet. Ik ben zeventig en heb moeite met bukken, maar ik heb altijd zakjes bij me. Gisteravond zag ik weer zo'n man met een heel grote hond. Ik zou het ras niet eens weten, maar hij was zwart, ik bedoel de hond, midden op het trottoir zijn enorme behoefte doen en daar word ik dan op aangezien. Ik zeg er maar niets meer van, want het enigste wat er gebeurt, wanneer je er wat van zegt, is een grote muil en daar heb ik geen enkele behoefte aan.
Ik wil het nog  even over die hondendrollenzakjes hebben. Ze zijn er in soorten en maten, over de maten hoef ik het hier niet te hebben, want voor Van der Blaf zijn de kleinste zakjes groot genoeg, maar voor labradoedels en dergelijke heb je grote zakken nodig. Van der Blafs zakjes zijn er in twee soorten: zilvergrijze, waar je een deel uit moet scheuren en donkergrijze, die lijken op kleine vuilniszakken, die laatste heb ik het liefst, al hebben ze  het bezwaar dat ze gemakkelijk inscheuren en dan zijn ze meteen onbruikbaar, want ik heb geen zin bij de Lidl boodschappen te doen met Van der Blafs grote boodschap aan mijn vingers. 
"Ploem, ploem, jenka" is gelukkig weer uit mijn hoofd, het is een leuk liedje, maar je moet er bij wijze van spreken niet te lang op omkauwen, maar juist dat gebeurt de laatste tijd heel veel: ik heb een wijsje in mijn hoofd en krijg het er dagenlang niet meer uit, dan zet ik de radio aan om iets nieuws te horen, maar de liedjes van vandaag kan ik niet nazingen, dus dan kom ik weer op "Ploem, ploem, jenka" en dergelijke en dat is heel vervelend, ik ben er al voor bij de dokter geweest, want je hoort tegenwoordig zulke vreemde kwalen, getuit in je oren en zo, maar daar heb ik gelukkig geen last van. De dokter kon trouwens niks voor me doen en zei dat ik noodgevallen maar een koptelefoon moest opzetten met een ander liedje dan dat ik in mijn  hoofd had. Nou, ik zie me al met zo'n ding op mijn hoofd, zoals je tegenwoordig bij veel jongelui ziet, volgens mij vernielen die hun  trommelvliezen, want hun geboenkeboenk hoor ik zelfs, wanneer ik ze voorbij loop. terwijl mijn gehoor natuurlijk is achteruitgegaan sinds ik Trea Dobbs voor de eerste keer hoorde, bovendien denk ik dat Van der Blaf het niet zou waarderen wanneer zijn baasje met een koptelefoon de straat op zou gaan, dus ik volg op aanraden van mijn buurvrouw nu een rodebietensapkuur en eet  ik 's ochtend voor het ontbijt vijftien amandelen geweekt in geitenmelk.
Giselda Botermelk-van Assen

Peking-Parijs

Het leek pure waanzin, de aankondiging in "Le Matin" van 31 januari 1907: een autorace van Parijs naar Peking en dan nog wel een race zonder prijzen, waarin dus slechts naamsbekendheid te verdienen was. Maar in de volgende weken kwamen er desalniettemin vijfentwintig aanmeldingen, waaronder drie De Dion-Boutons, een Panhard-Levassor, een Spijker, drie Métallurgiques en een Itala, laatstgenoemde bereden door prins Scipio Borghese en zijn mécanicien Ettore Guizzardi. De Itala had een viercylinderveertig-pk-motor en woog volledig uitgerust met extra onderdelen en reservebanden 2000 kilo. Maar de race werd vanwege het regenseizoen een probleem, dus de zaak werd omgedraaid in Peking-Parijs en de auto's werden vanaf Marseille per boot naar Shanghai vervoerd en vandaar per boot en trein naar Peking. Een aantal deelnemers trok zich terug, maar op 10 juni viel om half acht toch het  startschot. De Spijker startte als eerste, gevolgd door de Itala en twee Dion-Boutons en een driewielige Contal. Na een week hadden de deelnemers slecht iets meer dan driehondervijfentwintig kilometer afgelegd. Het was een verschrikking, maar het lukte Borghese de anderen voor te blijven, (alhoewel afgesproken was gezamenlijk op te trekken) door de Transsiberische spoorweg te volgen, niet dat het hotsend over de dwarsliggers zorgde voor een comfortabele rit, maar alles was beter dan in de modder vast te komen zitten. Op een gegeven moment braken de spaken van een wiel, die later met hulp van een Russische smid werden werden vervangen.
Borghese bleef de leiding houden en via Nischni Nowgorod, Moskou, Warschau en Berlijn bereikte hij, verwelkomd door een uitzinnige menigte, op 10 augustus Parijs. De Dion-Boutons en de Spijker arriveerden drie weken later. Natuurlijk plukte Itala de vruchten van de overwinning en mocht zich na Fiat Italië's tweede automobielfabriek noemen, onderstaande 35/45HP uit 1909 staat drieënveertig maal groter dan dit model in het Museo Carlo Biscaretti di Ruffia in Turijn. Let op dat zelfs de communicatiehoorn van de passagiers met de chauffeur in miniatuur is vervaardigd.