Vrijdag a.s. wordt in Leeuwarden het nieuwe Fries Museum geopend. Leeuwarden kreeg van de architect Abe Bonnema een legaat van 18 miljoen euro en met dat geld werd het Zaailand, door Alexander Cohen omschreven als een ruim plein, waarop ook een veel groter stad dan
Leeuwarden trots had kunnen zijn, om zeep gebracht, want met dat geld werd op dat plein het nieuwe Fries Museum gebouwd. Ik herinner me een argument waarom het uitgerekend daar moest komen: het oude museum stond te ver van het station. Voor de goede orde: iemand die een klein beetje doorstapte kon het oude museum in een kwartier bereiken.
Maar het nieuwe museum staat er nu, ik heb me destijds afgevraagd of de
gemeente, wanneer ik duizend euro zou schenken een volkstuintje op de
Brol zou mogen aanleggen. Natuurlijk kreeg ik geen antwoord,
Nederlandse gemeenten hullen zich in de regel in een hooghartig zwijgen
en leggen zelfs een referendum - want de Leeuwarders wilden het
museum niet op het Zaailand - naast zich neer. Deze week werd ook
bekend dat Leeuwarden in 2018 culturele hoofdstad van Europa zal zijn,
omkoopstad lijkt me een juister titel.