27.2.20

STRIJD 3

Sybert Speestra bleek niet thuis, dat was  geen wonder want hij had druk als voorzitter van de vereniging van varkenshouders , die eigenlijk "Bargen yn'e Romte" had zullen heten, maar naar  goed Fries gebruik een Engelse naam had gekregen: "Pigs in Space", Sybert ging in de ons omringende landen  als Cyber Spacestra door het leven en daar was Speestra apetrots op (sa grutsk as in pau op, hetgeen evenwel niet wil zeggen dat in Fryslân het onderscheid tussen een aap en pau niet wordt geweten). 
Hij zou het vanavond nog eens proberen, want dat Speestra nu alweer in zijn vakantiehuisje op de camping in Świnoujście (Schwinemünde)  zou zitten leek hem vreemd. Het gaf hem tijd een strategie te bedenken, want achteraf was het misschien niet zo verstandig geweest meteen een brief met de vraag om ondersteuning naar "Ús Deasnokje" te sturen. Het had niets uitgehaald, sterker nog zijn brief had zoals het er nu voorstond het  tegendeel bewerkstelligd en zou betovergrootvaders Hobbedobbe voorgoed  laten verdwijnen.
Toen hij om twintig over acht het  erf van Sybert Speestra opfietste stond diens BMW voor de garage geparkeerd, Sybert was dus thuis en voordat hij aangebeld  had ging de  deur al open: "Kom er in Oerstallinga. Ik ben net terug uit Polen,  drie megavarkensstallen, van vijftigduizend elk, speciaal laten openen door Bastian Schweinsteiger, je weet wel van de Mannschaft, Bayern München en Manchester United, hij speelt nu in Chicago, heb hem speciaal in de businessclass laten overvliegen, kostte natuurlijk het een en ander,  maar dan  heb je ook iets speciaals, de Polen stonden met de bek open, die zijn zulke speciale dingen niet gewend. Ik heb Schweinsteiger nog uitgenodigd om ook even hier naar toe te komen, had ons dorp ook nog iets speciaals gehad, maar ja, de voetballerij ging voor. Dat was wel  jammer, want wees nou eerlijk er gebeuren hier weinig speciale dingen. Weet je wat het is Oerstallinga", vervolgde Speestra, "de Polen houden niet alleen varkens, ze houden ook van varkens, het  is  gemakkelijker een megastal met honderdvijftigduizend varkens in Świnoujście te hebben dan één varken in je achtertuin in Nederland. Wat was het niet fantastisch geweest als we Schweinsteiger hier in ons dorp hadden kunnen ontvangen,  maar nee, voor zulke speciale dingen moet je naar Polen, zoals ik al zei, in Polen weten ze wat  een varken toekomt en maken ze het houden van varkens tot een speciale liefhebberij en worden  in plaats van  rare regeltjes in  te voeren rechters die dat toch willen naar huis gestuurd, in Polen is het varken nog koning, dat kunnen we hier nauwelijks meer waarmaken, Oerstallinga. En waarom, Oerstallinga? Iedereen wil toch een karbonaadje op  zijn bord of  niet soms? Zo'n lekker sappig karbonaadje met een speciaal sausje.

Jij wil toch ook een goed stuk vlees, Oerstallinga?" Op dat ogenblik betrad een hem vreemde dame gekleed in een met een panterpatroon bedrukt,  miniem jurkje de voorkamer waar ze inmiddels waren gaan zitten: "Kieliszek wódki, panowie?" "Of je een glaasje wodka wilt", verduidelijkte Speestra. "Poolse, speciale  wodka, Zubrovka, met bisongras en laat ik je meteen even voorstellen aan mijn vriendin Agnieszka uit Świnoujście, ik lig in scheiding met Lolkje, ik vertel je dit even Oerstallinga, zodat er geen gepraat in het dorp ontstaat, want daar  heeft niemand wat aan. Oerstallinga nipte voorzichtig van zijn glaasje. "Nee", riep Speestra,  "zo doen ze dat niet in Polen, je drinkt wodka in één teug. "Zdrowie!" en Speestra kneep Agnieska in haar linker bil.