9.10.26

Stationette

 


Aan deze auto kwam nogal wat hout te pas, het  is  de door James V. Martin in 1950 in New York ontworpen  "Stationette" met een viercylinder Herculesmotor. Het was een  auto die noch schokbrekers noch  een cardanas had en 60 mijl per uur haalde. Er is  maar één prototype gemaakt want helaas voor Martin kwam het niet tot een serieproductie

Voiturette

 


Een Lion Peugeot tweecylinder die op 22 april 1911 meerdere records brak in de voiturettecategorie met Georges Boillot aan het stuur. 

Polka

 


U dacht dat de polka een wat  suffig ouderwets  dansje was, dan dient u daarop terug te  komen want hier zijn we op een nationale polkawedstrijd in Monterrey, Mexico.

Gigantisch

 


Ik was acht en het was een dun boekje in de etalage met voorop een blauw vliegtuig.  Ik vroeg het voor Sinterklaas. Daar zullen mijn ouders best over  hebben nagedacht want het boekje lag niet  in een reguliere boekwinkel, maar vermoedelijk in de etalage van een "foute" firma. Toch kreeg ik het boekje begin december 1944. Voorop stond een Morane Saulnier, maar binnenin vond ik de Messerschmitt ME 323 "Gigant",een  enorm transportvliegtuig met zes Gnome et Rhônemoore, motoren afkomstig uit het bezette Frankrijk. Het kwam in 1942 in gebruik en werd ingezet in het Middellandse  Zeegebied en later ook aan het Oostfront. De snelheid lag op zeeniveau  bij 218 km/u.  Vooral het aantal wielen vond ik toen indrukwekkend: tien. 

8.10.26

Mexico


Waar het woord mariachi precies vandaan komt zal naar alle waarschijnlijkheid altijd wel een raadsel blijven. Lang werd gedacht dat het een verbastering was van het Franse woord mariage, niet zo vreemd omdat de Fransen in 1862 Mexico binnen vielen en kort daarna Maximiliaan als keizer op de troon plaatsten. Het keizerrijk was van korte duur: op 19 juni 1867 werd Maximiliaan geëxecuteerd. Het woord mariachi dateert echter al van voor de zogenaamde "Franse Interventie".
Vandaag de dag associëren we mariachi met violen, gitaren en trompetten, maar van schallend koper is in de eerste grammofoonplatenopnames geen sprake. Het Cuerteto Coculense, genoemd naar de plaats van herkomst, Cocula, telde vier instrumentalisten: twee violisten, een vihuela- (kleine gitaar) en een guitarron (basgitaar)-speler. Het kwartet werd in 1907-'08 door drie verschillende Amerikaanse maatschappijen opgenomen: Edison, Columbia en Victor. Dit is "Las Abajeñas" waarin de vrouwen uit uit het laag gelegen land worden bezongen. Ook bij de Mariachi Coculense de Cirilo Marmolejo (foto) is van trompetten (nog) geen sprake. Een opname uit 1937 van "La Cantinera". Cirilo's oomzegger José Marmolejo maakte, voordat hij een eigen mariachigroep (Mariachi Tapatio) startte, deel uit van het orkest van Cirilo, en alhoewel er sprake is van een cornetspeler in sommige vroege mariachibands, is de eerste bekende trompettist Jesús Salazar, die we hier horen in "La Rosita" met de Mariachi Tapatio. 

 

Fries

Ik moet toch nog even terugkomen op de Dialectenatlas, want wat lees ik op pagina 142, de vertaling van  het Friese rijmpje: "Boter, brood en groene kaas, wie dat niet zeggen kan is geen echte Fries", maar  hier wordt brea in pap vertaalt, terwijl het toch wel degelijk brood betekent. Bij dergelijke fouten vraag je je af welke voor mij oncontroleerbare  fouten er meer in het boek staan.      

Megola 2

 


Geen versnellingsbak, geen koppeling en een stermotor in het voorwiel,  lijkt me lastig sturen en om de motor te laten aanslaan:  een flinke draai  aan het voorwiel, ook wanneer het regent en je  in de  modder staat. 

7.10.26

Megola

 


Een motorfiets uit het begin van  de jaren twintig van de vorige eeuw met voorwielaandrijving en  magneetontsteking. 

Orchestrion

 


Koenigsberg Orchestrion uit Antwerpen

Goliath

 


Vliegtuigen die in de Eerste Wereldoorlog waren gebruikt werden na 1918 in gezet in het civiele luchtverkeer, zo vloog de KLM van Schiphol naar Londen met een De Havilland DH9, een vliegtuig dat ontworpen was als  bommenwerper. De Farman F60 "Goliath", bedoeld als tweemotorige bommenwerper,kwam te laat klaar om als bommenwerper  te worden ingezet en verscheen in 1919 als vliegtuig voor twaalf passagiers en vloog op 8 februari 1919 voor de eerste keer van Parijs naar Londen. De motoren kwamen van Salmson. De maximum snelheid was 160 km/u.

6.10.26

Thee voor twee

 

Laat ik het eens omdraaien. Geen Bach, Grieg of Borodin geïntroduceerd in de lichte muze, maar een populair liedje als "Tea for Two" bewerkt door een serieus componist. "Tea for Two", hier hoogst waarschijnlijk het meest bekend in de uitvoering van Doris Day en Gordon McRea, komt uit de, en nu aarzel ik even, want noemde je zo'n Amerikaans muziekwerk in 1924 een operette of een musical, "No, No Nanette" van Victor Youmans (foto) (muziek) en Irving Ceasar  & Otto  Harbach. Een van de eerste grammofoonplaten met het  lied verscheen in 1925, de zangeres was Marion Harris. In 1928 werd "Tea fo Two" de inzet van een weddenschap tussen dirigent Nikolai Malko en de tweeëntwintigjarige componist Dmitri Shostakovich, zou laatst genoemde, het werkje  in een uur kunnen orkestreren voor symphonieorkest? Het lukte: in veertig minuten, alleen gaat het onder andere naam door de wereld: "Tahiti Trot".


Stoom

 In 1956  werden er in
Groot-Brittannië  nog steeds stoomvrachtwagens gebouwd voor export naar Argentinië.

Klederdracht

 

Onder klederdracht heb ik altijd iets regionaals verstaan, ik bedoel dat de kleren van iemand uit Twente verschilden met die van iemand uit Drente. Maar als ik het boekje uit 1912 "Geschiedenis der Kleederdrachten", uitgegeven ter gelegenheid van het vijfentwintig jarig bestaan der firma H. Hollenkamp, raadpleeg, dan blijkt dat toen onder klederdracht alle kleding werd verstaan. Het fraai geïllustreerde boekje, ontworpen en gedrukt bij Van Leer in Amsterdam begint in Egypte en eindigt in het begin van de twintigste eeuw. Uit het uitgebreide bijschrift bij "Een sportfeest in de 20e eeuw" citeer ik het volgende:
"Tussen 1882 en 1900 droeg de vrouw vaak een soort tuniek, een Figaro en Jacco-jakje. De hygiène dwong haar te breken met de verderfelijke gewoonte zich te eng te rijgen om een dun middeltje te hebben en deed haar schoeisel verwerpen, dat het lichaam vervormde en mismaakte. Steeds grooter omkeer in de kleeding bracht de sport. Het rijwiel eischte ook voor de dames een practische kleeding; al te vurige ijveraarsters wilden een heerenkleed invoeren, doch het bleek onnoodig. Nieuwe verandering bracht weeder de luchtscheepvaart. De vliegenierster werd gedwongen, om de beperkte ruimte, zich in een overal even wijd, slechts van onderen minder wijd, zelfs zeer eng kleed te steken. De "entravée" ontstond. Bedoeld voor het er mee in de lucht gaan, gingen de jonge dames, ook op aarde in de "jupe entravée" wandelen. In den aanvang ging het moelijk, vele schoonen struikelden en strompelden. Daarom noemde men de "entravée"... de strompelrok. Buitennissige dames wilden, vrij van de aarde, in de lucht direct man worden en schiepen een kleedingstuk, dat zij  noemden: "jupe Harem" of "Harembroek". Dit kleedingstuk bracht het niet tot mode. De sport heeft de vrouw gebracht tot de schoone, soepele kleeding van thans, die de schoone lijn van het lichaam volgt, en slechts ontsierd kan worden door het te vele, het te opzettelijke. De kleedimg van de rechte lijn schiep vele en kostbare fantaisieën, toiletten van duizenden guldens. Men ziet avondtoiletten van soepel goudbrocaat met lichtmauve overwaasd, met een garneering van orchideeën. De automobiles hebben voor den man de sportpet en de sportjas in zwang gebracht en voor de vrouw een costuum, dat er weinig van verschilt. Ook de jongens- en meisjeskleeding heeft in de laatste eeuw groote verandering ondergaan. De wijd uitstaande meisjeskleeding, de hessen en buisjes der jongens verdwenen in de tweede helft der 19e eeuw voor de matrozen- en norfolkpakjes. Beider kleeding wordt steeds losser en fleuriger en staat ook in het teeken der sport. Thans is de sport nog de heerscheresse voor een deel der mode. Welke invloed zich na de sport op de mode zal doen gelden. ligt in het duister."

Stadsfries 2

Anderhalf jaar geleden zat ik 's avonds op een terrasje naast twee AN-sprekende heren. Ik vroeg in het Liwaddes waar ze vandaan kwamen. Beiden antwoorden: "Uit Leeuwarden". Mijn volgende vraag lag voor de hand, waarom spreken jullie geen Leeuwarders? Ik ben in 1953 weggegaan, maar spreek  het  nog altijd. En hoe komt het  dat ik het  hier in stad nog maar zo weinig hoor?  Dat komt door  de studenten, die spreken het het niet. 

5.10.26

Anachronisme

 


Als u goed kijkt ziet u achteraan de keizerlijke garde, de garde van Napoleon Bonaparte naar ik  aanneem, iemand met een sousaphone, dat  is sterk want dat  instrument dateert van 1893 en zelfs als het de garde van  Napoleon III zou zijn, diens bewind was in 1870 afgelopen, sindsdien is Frankrijk een republiek.

Stadsfries

Om u even aan het Stadsfries te laten ruiken: het eerste deel van een verhaal dat ik ooit in die taal op deze blog schreef.

Oege Minnema had krekt 'n sjaal om- en syn frijskieterke andeen om syn dageluks blokje om te gaan, wat nyt fan 'n leien dakje gong, want hij wu nyt anne rollator, dus hy stroffelde soa nou en dan en was oek al 'n paar  keer oppe Eewal op syn bek fallen, toen er anbeld werd, wie kon dat nou godferdomme om kuttier over negenen op 'n saturdach weze? Welke kloatsak haalde 't in syn hassus om soa froeg bij 'n pensionneerde an te bellen? 't Bleek Ynte te wezen,  nou fan Ynte had 'r geen ferlet, want die lul had de bek altiten in beide hannen en dan op 'n manier waar anderen gin broad fan lusten. "Must 's hoaren juh", begon Ynte, "d'r is bran oppe Skraans en ik docht dat we dar maar even hene musten". Bran of gin bran oppe Skraans, maar d'r was gin denken an dat hij met Ynte, die d'r altiten flink de pas in had, naar de Skraans toffele su: "Gaastou maar allenich, das mij feulsten te fer. Ik haal amper de  Preensentuun." "Koop dan oek 'n rollator, groate soech", sei Ynte. Suden juh soan overkommeling gin feech omme hassus geve, docht Oege, noemt mij 'n soech, is drie jaar jonger as mij en hèt twee nije heupen."

Hij had 't er al 's met syn dokter over had, want hij had nou al 'n paar jaar pine in syn rechterpoat. 't Kon wel uutstraling weze fanuut de heup, had die kloatfioal seid. Daar skoten je oek gin soademiter met op. "En dan?", had 'r fraagd. "Nije heup", had de dokter seid. Gin denken an, hij had in 47, maar 't kon oek 48 weest hè, tien dagen in 't Bonnefasius legen bij de nontsjes, fanwege blinedarmonsteking en met suksoart sekreten wu hij noait meer fan doen hè, se hadden 'm smorns in plaats fan met 'n waslapke met 't leek wel 'n pannespoans de billlich wossen. Nee, soa gek kregen ze hem noait weer. Mar kom 't was deur dy ferrekte Ynte al laat wurren foor syn blokje om, hij trok de deur dicht en skuufelde de Speulmanstraat uut.
Mar nou hij dur even langer over nadocht, hij had noch één keer 'n nacht in 't sykenhuus legen, dat had in Den Haach weest, waar 'r bij de Olveh 'n opleiding tot fersekeringsagent folgd  had, op 'n nacht was 'r  op wech naar syn kosthuus fan 'e fyts fallen en was met 'n gat inne hassus naar 't sykenhuus oppe Suudwal transporteerd, hij had daar oek syn frou kennen leerd, want sij had daar ferpleegster weest. Sij waren een jaar later in Liwadden troud, maar sij kon dare nyt wenne, sy fon 't 'n allerferskrikkelukste rotstad en had 'm de kop gek seurd om naar Den Haach teruch te gaan, uuteindeluk hadden se 'n skoft in Ryswyk woand, maar toen se op 'r fyfenfyfstichste overleden was, wist 'r nyt hoe gau 'r werom naar Liwadden su. Kynders hadden se noait kregen en de enichste femilie dyt 'r had was 'n suster, maar dy sat al jaren in Groat Lankum.
Hij was verrekte blyd dat 'r werom was, hij had syn ferskeringsportefulje foar 'n moai bedrach ferkope kennen; syn meeste klantsjes had 'r destyds inne buurt fan 'e Hoefkade had, waar noch 'n paar keer 'n reltsje weest had: één keer omdat 'n overbuurman klaagd had over 'n bloat skilderij in de keunstakademie, waar de man altiten op uutsach, ' n andur keer had 'n man oppe tillevisie in 'n dokumentère sich beklaagd over 't feit dat 'r in syn kleine huuske gin behoarlukke wip make kon, gelukkich hadden dat gin klanten fan hem weest. Hij had syn frou noait soa goed begrepen, want har ouden kwamen godferdomme uut Sneek, dus waarom kon dat frommes sich nyt te plak foele in Liwadden en had hij soa gek weest om naar Ryswyk te ferhuzen? Flak foardat se trouden had syn vader 't 'm noch ernstig afraden: "Trou noait met 'n Sneker", had 'r seid. 'n Tante fan hem, tante Afke, had dat oait deen en had' r constant 'n paar blaue ogen an overhouden. "Snekers", had pappe seid, "hewwe gin gevoel foar humor, dat komt fan 't drabbelkoeken frete. Alle gefoel for humor ferdwynt as sneeuw foar de son by 't eten fan 'n drabbelkoek en soa as je wete lusse de Snekers daar wel pap fan."
Pappe hat gelyk had, hij had nyt oplet, as 'r dat al deen had, dan had 'r merke mutten, dat Sibbelsje har ouden, dyt in de Haagse Fogelbuurt woanden, har pappe was onderwyzer, elke sondach drabbelkoeken, dyt se uut Sneek opstuurd kregen, want dy krengen waren in heel Den Haach, ondanks de naam fanne fabrikant, nyt te krijen, bij de koffy hadden, want soas  Sibbeltsjes fader sei: addes was 't gin sondach. De earste keer dat 'r op sondach bij Sibbeltsjes ouden oppe koffy weest had, had 'r wat doms seid: "Lekker mefrou, self bakt mefrou?", waarop Sibbeltjes moeke 'm uutlachen  had: "Nee jonkje, dy wurre deur myn broer elke week fers uut Sneek opstuurd." Sibbeltsjes fader was nyt meer bijkomen fan 't lachen en bijna in syn drabbelkoek stikt. Dat was spytich genoech nyt beurd.
Sibbeltsje, dyt natuurluk Sybilla hiette, sat in Ryswyk op 'n kwiltklupke dat elke woensdagmiddag bij mekaar kwam. De wyfkes hadden 't tegare, mar toch oek individueel, wat hooch inne  hassus en daarom mocht Oege, hij had kantoor an huus, graach 's binnenfalle met 'n jolige opmerking dyt 'r oppikt had fan syn klandiezje rond de Hoefkade. So was 'r 'n keer binnenkomen, toen één fan de frouwen wat te lang naar syn sin op 't huuske sitten bleef, met "Ik mot schètte as 'n règer". Sibbeltsje had daarna dagen nyt met 'm sproken. 
Der fyl met Sibbeltsje totaal nyt te lachen, wat dat betreft was 't 'n echte Sneker, in 't begin had 'r noch probeerd de wekelukse drabbelkoekensending stop te setten, want oek sij must se elke sondach hewwe, mar suks had tot handgemeen leid. Hij had nameluk in syn hoofd set  dat gin drabbelkoek meer humor betekene su. Mar suks bleek nyt 't gefal, één keer drabbelkoek werkte krek as moekemelk. 't Maakte deel uut fan 't gestel. Syn pappe sei dat de laatste Sneker met humor Sam de Wolff weest had, mar dy was in 1960 sturven en had seer waarskynluk noait drabbelkoeken eten. In 1972 waren Sibbiltsjes ouden oppe hoek fanne Laan van Meerdervoort en de Conradkade op ’n trem fan lijn elf botst. Dat hadden se ‘t nyt overleefd fanself. 
Na de kremaasje wu Sibbeltsje de urnen met nar huus nimme, dat sach Oege heulendal ny sitte, want wat must 'r met twee fan die kruken oppe skoorsteenmantel? Mar Sibbeltsje sette har sin deur en laadde de as fan 'r pappe in één leech drabbelkoekenbuske en de as fan 'r moeke in 'n ander leech drabbelkoekenbuske en se kocht twee enorme speulgoedberen en stopte de drabbelkoekenbus mette as fan ‘r pappe inne ene beer en de  andere drabbelkoekenbus mette as fan ‘r moeke inne andere beer. Se kregen elk een borduurd truitsje an, het ene met 't woard pappe, ‘t andere met ’t woard moeke en elke avond, as oppe tillevisie 't achtuursjoernaal begon, nam Sibbeltsje de beren op skoat en aaide se over hun hasses.  Oege had ’t hart nyt om te protesteren, ’t mankeerde dur noch mar an dat Sibbeltsje de beren elk ’n drabbelkoek te freten gaf.
 

 

Atlas

Voor me ligt de vorige  week aangeschafte Atlas van het Dialect in Nederland, een naar mijn mening iets te uitbundig geïllustreerd boek. Natuurlijk zoek ik de lemma's over het dialect dat ik ken het eerst op, het Stadsfries. Maar ook het stukje over Marijke Muoi, hier Maaike Muoike genoemd, een benaming die mij onbekend in de oren klinkt net als Leeuwardense, Leeuwarder noemen we dat toch. De atlas concludeert ook dat het Stadsfries een gesproken, geen geschreven taal is. Waarom bestaat er dan een Liwadder woordenboek, ken ik in ieder geval drie zangers die in het Stadsfries zingen en correspondeer ik in het Stadsfries? 

4.10.26

Indy 500

 

In 1930 verschenen in Indianapolis 38 wagens aan de start, slechts 14 daarvan haalden de eindstreep, dat waren behalve de Millers en een Duesenberg een door Russ Snowberger verbouwde Studebaker, een Stutz, een Fronty-Ford, een Oakland en een Buick. Op plaats 12 eindigde een Maserati (foto boven) gereden door Letterio Cucinotta.Winnaar werd Billy Hartz in een Miller. De pacecar was een voorwielaangedreven Cord L-29 met een door Lycoming gebouwde achtcylinderlijnmotor met een inhoud van bijna vijf liter. In dit filmpje, waarin bovendien stevig gemarcheerd wordt, zijn een aantal deelnemende wagens te zien, de wagen met racenummer 23 is een Miller, nummer 1 is eveneens een Miller net als nummer 34 en nummer 7, nummer 6 en nummer 44 zijn Duesenbergs en nummer 41 een Fronty-Ford.

 

 

Purcell

 


Henry Purcell: "Muziek voor de begrafenis van Queen Mary". 

Royal Aircraft

Een Royal Aircraft S.E.5A., S.E. stond voor Scout Experimental, er werden tijdens de Eerste Wereldoorlog  5400 exemplaren  gebouwd met een Hispano  Suiza- of een Wolseleymotor.

Leyland

Leyland  werd in 1896 opgericht en  bouwde vrachtwagens. Dat lijkt een correcte mededeling maar klopt hij ook?  Nou nee, want tussen 1920 en 1923 bouwde Leyland ook personenauto's.   Achttien in getal, ontworpen door Parry Thomas, voorzien van een achtcylinder in lijn van meer dan zeven liter en extreem duur.                

3.10.26

Karnemelk


 

Ravel

 


Maurice Ravel: "Alborada del gracioso" 

Drie

 

Reliant Robin

Auto's hebben vier wielen. Ja, toch? Behalve in tijden van schaarste, na een oorlog bijvoorbeeld of als er "sport" mee bedreven wordt, onder "sport" dient dan o.a. het verzagen van een 2CV te worden verstaan. Na de Tweede Wereldoorlog kon het wat driewielers betreft niet op: Duitsers, Tsjechen, Britten, Fransen, zelfs Amerikanen bouwden driewielige auto's. Meestal waren het gloednieuwe ontwerpen, maar soms borduurde men voort op een vooroorlogs thema.


Reliant had  al een piepklein vrachtwagentje, een soort omgekeerde, overdekte motorbakfiets, maar kocht  de rechten van een personenwagen ontwikkeld en gebouwd door fietsenfabrikant Raleigh, hetgeen resulteerde in de Reliant Regal, die uiteindelijk Robin ging heten. Van de Robin bestond trouwens een vierwielversie, de Kitten.


1.10.26

Plastic

Plastic betekende voor modelbouw ongekende mogelijkheden. Waren de eerste modelauto's nog van bedrukt blik en kwam later zamak (ook gespeld zamac en een legering bestaande uit zink, aluminium, magnesium en koper) in gebruik, vanaf de de jaren vijftig zien we een verschuiving naar plastic. De Franse firma Minialuxe, actief sinds 1959 komt eerst met een reeks Franse auto's uit de jaren vijftig op de markt, maar vanaf 1964 verschijnt onder de naam "Les Tacots" een serie modellen naar auto's gefabriceerd tussen 1891 en 1918.

Een van die alleroudste betreft een modelletje van een Panhard uit 1891.


In 1895 verscheen deze gesloten auto, eveneens een Panhard-Levassor.

Ik zag een soortgelijke Panhard  in een museum in Cleveland. De kleur van het Minialuxemodel is natuurlijk volledig misgegrepen.

Maar qua kleuren zat ook een andere Franse fabriek, RAMI met deze "Tonneau" uit 1899 er flink naast. Het model was van zamak, maar had plastic wielen.

Safir, eveneens een Franse firma, maakte veel gedetailleerder modellen uit zamak en plastic, bij deze Panhard van rond de vorige eeuwwisseling is ook de onderzijde van de auto met motor, versnellingsbak en uitlaat weergegeven. Ik heb de auto trouwens wel omgeschilderd. Met alle kritiek, die ik op deze fabrikanten heb, ze maakten echt oude auto's en die vind je tegenwoordig niet meer.

 

VS1

Anders dan in Engeland en Duitsland heeft stoom als aandrijving voor automotrices in Frankrijk nauwelijks een rol gespeeld, dat is merkwaardig, want Serpollet was niet alleen een  befaamde fabriek  van door stoom  aangedreven auto's, maar men bouwde ook trams.  In juni 1897 kwam er bij de Franse Nord compagnie een speciaal postrijtuig op de rails, de VS 1,  dat 's nachts dienst ging doen tussen Beauvais en Creil. Er konden eventueel twaalf passagiers worden meegenomen, bovendien kon het voertuig drie wagons trekken met een snelheid die net boven de veertig kilometer per uur lag. Het verbruik was zeven liter water en twee kilo briketten per kilometer. (In dezelfde periode  schijnt de Nord  geëxperimenteerd te hebben met een veel kleiner door Panhard-Levassor geleverd postrijtuig (VP 1) met Daimlermotor.)

 

Copland

  

 Aaron Copland: "Fanfare for the common man".

Brescianelli

 


Giuseppe Brescianelli: "Sinfonia à 4".

Harald

Ik lees "De laatste Vikingkoning. Het leven en de wereld van Harald Hardrade" van Tore Skeie, uit het Noors vertaalt door Kor de Vries. Het gaat er bepaald niet zachtzinnig aan toe, Bulgaarse opstandelingen worden tot de orde gebracht door ze collectief blind te maken maar op elke 100 Bulgaren één 1 oog te laten houden, zodat ze toch in krijgsgevangenschap kunnen worden afgevoerd. Op de vertaling heb  ik wel wat aanmerkingen, een Noorse volksvergadering werd een  "ding" genoemd, maar omdat dat dan in het Nederlands ook een ding te noemen, vind ik wel heel kort door de bocht.  Het meervoud van edelman is edellieden en niet zoals het veelvuldig in het boek staat  edelmannen. En wat ik met "het bevolkste landsdeel van Noorwegen" aan moet, is ook  de vraag, zou dat niet "het dichtst bevolkte deel van Noorwegen" moeten zijn? 

Chazzerim

De laatste weken ontvang ik emails van zogenaamd DHL en andere postbedrijven dat  er een pakketje voor mij bij de douane ligt en of ik maar even de douanerechten wil ophoesten. Ik heb  niks buiten de Europese Unie  besteld, dus ik betaal niet. Het blijft  vervolgens oorverdovend stil. Gister  kreeg ik een  bericht van  een firma die medische kosten int, ik zou zo'n 150,00 Euro niet hebben overgemaakt. Men wordt steeds brutaler, want ik weet nergens van. 

30.9.26

Léon Bollée

 


Dit is de allereerste voiturette, een naam die werd bedacht door Léon Bollée, zoon van Amédée Bollée, de man die de grootste bijdrage heeft geleverd aan door stoom aangedreven voertuigen in Frankrijk. Léon zocht het meer in kleine benzineauto's en dit is één van zijn eerstelingen, een driewieler met een luchtgekoelde ééncylindermotor met een inhoud van 650cc, die helaas niet al te  betrouwbaar bleek. Er waren drie versnellingen en riemaandrijving. 

Arcadian Serenaders

 


Eerst heette de band uit New Orleans de Original Crescent City Jazzers maar dat werd veranderd in Arcadian Serenaders en men nam o.a. "You gotta know how " op.

29.9.26

Packard

 


Bijna geruisloos: een 1937 Packard V12.  Hoe anders dan sommige bezitters van naoorlogse Amerikaanse auto's in ons land  die menen hoe meer lawaai hoe beter. 

Muggsy

 


Een jonge Muggsy Spanier (1901-1967) met zijn Stomp Six in "Everybody loves my baby".

Fandango


Genoveva Galvez (1929-2021), clavecymbel met "Fandango" van Scarlatti

28.9.26

Duo

 


 Het Duo Bonnin Campin met "La Michaude"

1917

 


 The Golden Submarine

Morgenrood

 


Kees Hillen (op de foto links, ik zit rechts)  vroeg me of  ik het radioprogramma Morgenrood wilde presenteren. Daar moest is over nadenken. Een programma met klassieke muziek, dus  met veel gemompel over "allegro moderato". dat was toch niks voor mij. Maar Kees maakte me duidelijk dat hij  klassieke muziek juist anders wilde  benaderen, zonder "allegro moderato". Ik vertelde Kees het verhaal van  Papa Haydn die door zijn broodheer,  de vorst Esterhazy, gevraagd werd muziek te  schrijven  voor baryton, een strijkinstrument dat Esterhazy zelf speelde en dus toog Haydn, toen iedereen naar  bed was aan het werk, allereerst om de baryton te  leren kennen en vervolgens om  niet al te moeilijke muziek voor  het instrument te schrijven. "Juist,  een meer anekdotische benadering van klassieke muziek." En zo begon een plezierige samenwerking met Kees Hillen, maar als ik  anno 2026 op een website met radioprogramma's kijk staat daar noch de naam  van Kees, noch mijn naam, maar Kees van Maasdam,  de sukkelaartjes slaan  weer eens toe.  Kees bedacht ook een uitzending van Morgenrood in Artis. Live, wel te verstaan, waarbij ik met een zendertje langs dieren liep, met verzorgers sprak om daarna een compositie waarin het betreffende dier werd gekarakteriseerd te laten  horen.  Op zeker moment belandde ik bij de olifanten. Ik was iets te laat,  de olifanten waren ongeduldig en stonden met hun slurf op de deur van het binnenverblijf te slaan. Ik vroeg: doen ze dat  vaker wanneer ze de pest in hebben?  "O ja, ze houden helemaal niet van popmuziek." "Heb u hier  een radio?" "Ja,  daar staat hij." "Kunt u die op Drie zetten?" En voordat de luisteraars "Polka voor  een jonge circusolifant" van Strawinsky  konden horen op Radio 4, hoorden ze eerst boze met hun slurf slaande olifanten en de uitzending van radio 3."

27.9.26

1927

 Abe Lyman en zijn orkest met "Varsity Drag" 

Pedelec

 


JEZUS LEEFT, RIJDT PEDELEC EN WOONT IN 'S-HEERENBERG


Vampire

 


De Havilland Vampire

Uniek


Ettore Bugatti en zijn  zoon Jean waren dermate unieke figuren in de automobielbouw dat alles wat na hun onder de naam Bugatti geconstrueerd werd door Volkswagen en nu door een Kroatisch bedrijf gebouwd wordt die naam niet verdiend.  Miniaturen van laatstgenoemden komen dan ook in mijn verzameling niet voor. Maar wie op  zoek gaat naar die miniaturen wordt er bijna  mee dood gegooid. Ik zoek wel naar  miniaturen van auto's die Ettore bouwde en aan meewerkte voordat hij zijn eigen  fabriek in Molsheim had. Alles wat dus voor Type 13 te vinden is. Te beginnen met de hoofdzakelijk als bouwer van gemotoriseerde driewielers bekende firma Prinetti & Stucchi in Milaan. Bugatti bouwde ondermeer een van twee motoren voorziene driewieler waarmee hij ook een race won. Onderstaand, van vier wielen voorzien wagentje, nog steeds lijkend op een motorfiets (met fietszadel en -stuur),  is van zijn hand.

 

Volksgebruik

 


In 2017 eindigde deze zogenaamde fradelhannes op de eerste plaats tijdens de Drentse Cultuurdagen in Assen. Het zich op een buitengewoon ingewikkelde manier verkleden als fradelhannes dateert uit de de tweede helft van de eerste eeuw na Christus en is daardoor één van Nederlands oudste volksgebruiken, naast het stûmstypeljen dat ieder jaar in het Friese Zwartewegsend rond de derde Augustus wordt gedaan. Bij het stûmstypeljen strijden de mededingers op handen en voeten, die alle vier in klompen zijn gestoken, met een hooivork in de mond om zo snel mogelijk een afstand van anderhalve kilometer af te leggen. Het stûmstypeljen is vermoedelijk drie weken ouder dan het fradelhannesen. De strijd over wat er eerder was is één van de oorzaken van een tot in onze tijd voortdurende twist tussen Drenten en Friezen. Zelfs Pieter Jacobus Meertens (1899-1985), de bekende volkskundige, is niet tot een nauwkeurige datering kunnen komen en dus duurt de strijd nog immer voort.

 

26.9.26

Willys


Willys na de Jeep 

Duts Reelwees

 


Ai rielie nied toe tok uhbout Duts Reelwees uhgen, no, not uhbout de iddiotic englizeetsion of Duts  neems laik Moiderpoort end Oitgiest, but der feeliur toe provaide propper ker for pessunzjerz wiz disssubilleties. For monz ze elluhveetor on ze iestsaide of pletform  8 of Emstuhdems Sentrul  Steesjon hes bien out of surwiz, forsing mie toe wahk ze enteir lengz of ze pletform to rietz ze elluhveetor on  ze westsaid. Jestuhrdee, zet wan turnd out toe bie broken toe."Goed luk gettting daun wiz jaur wauker joe poer sod." In  Zjurmunny uh helpfoel emploijie woed stending bai toe assist,  but Woiter Koelmies (pictjur) koedn't ker les uhbout zet.

24.9.26

Trojan 2

 


Dan was er behalve het vliegtuig ook de  Britse Trojanfabriek, die had voor de Tweede Wereldoorlog een pracht slagzin; "Can you afford to walk?" en leverde tegelijk het bewijs dat je inderdaad beter een Trojan kon kopen dan te wandelen, want als je 320 kiometer liep was je meer geld aan schoenen en sokken kwijt. De afgebeelde naoorlogse Trojan, hier met reclame van Chivers, werd door Dinky Toys ook geleverd met o..a. reclame voor Dunlop en Oxo.

Trojan





North American T-28C Trojan, een opvolger van de Texan, die bij ons Harvard genoemd werd.

Lloyd

 


De Lloyd 600 gebouwd tussen 1955 en 1961 met een viertakttweecylindermotor met een inhoud van 596cc, die de voorwielen aandreef. De versnellingshandle zat onder het stuur en de versnellingen waren niet gesynchroniseerd . De opvolger heette Loyd Alexander en had dezelfde  motor maar vier in plaats van  drie versnellingen. Van de 600 en Alexander  zijn in totaal 176524 auto's gebouwd, maar uiteindelijk kon de fabriek in Bremen  de concurrentie met bijvoorbeeld Fiat niet volhouden.