Ik moet hem in de jaren tachtig voor de laatste keer ontmoet hebben. Dat was in Amsterdam bij een bijeenkomst van Nieuw Links. Ik stond bij de ingang en stak ogenblikkelijk mijn hand uit: " Dag Oom Wim". Me meteen realiserend dat die begroeting wel heel informeel was. Maar zo kende ik Wim Thomassen nu eenmaal. Hij had voor de oorlog samen met mijn vader in het hoofdbestuur van de AJC gezeten. Na de oorlog, het moet in 1946 geweest zijn, kwam hij in militair uniform, hij was majoor bij het Militair Gezag in de Zaanstreek, bij mijn ouders thuis in de Goudsbloemstraat in Leeuwarden en ik mocht toen hij wegreed bij hem op schoot de auto sturen. Een fantastische ervaring voor een negenjarige. Nu is er een boek uit van Klaas Tammes: "Het spraakmakende leven van Wim Thomassen de rode burgemeester: De Drijver". Ik heb het bij wijze van spreken in een adem uitgelezen. Wat een power had Oom Wim.
