22.8.26

Winnebago

 


Dead  Kennedys met  "Winnebago Warrior".

Wimille

Jean-Piere Wimille was een beroemd autocoureur, die tijdens de oorlog - er viel weinig te beleven op de racecircuits - een prachtig gestroomlijnde auto ontwierp. De bedoeling was een V6-motor met  een inhoud van 1500cc te installeren, maar toen die in 1946 niet klaar was werd een Citroënmotor - bekend van de 11CV Traction Avant - achterin geplaatst.  Daar gaf Citroën bij nader inzien geen toestemming voor, zodat Wimille bij Ford France aanklopte en een V8 met een inhoud van 2158cc in het tweede prototype mocht inbouwen, bovendien kreeg de ontwerper Philippe Charbonneaux  gelegenheid de wagen iets comfortabeler te maken. Na de dood van Wimille, die verongelukte tijdens de training voor de Grote Prijs van Buenos-Aires in 1949, werd nog een derde prototype tentoongesteld op de Parijse Salon in 1950, maar inmiddels had de Franse Fordfabriek van het hoofdkantoor in Detroit de opdracht gekregen iedere samenwerking voor een eventuele, toekomstige Wimille-automobiel te stoppen. Hier boven staat een model van prototype drie met een centrale chauffeursplaats. Een soortgelijke Wimille staat in het museum Rochetailée-sur-Saône.


GP 2

 


Met  zijn viercylinder "Go Devil"-motor werd de oorspronkelijk Peep en Blitz Buggy genoemde Jeep het 1/4ton 4x4 voertuig van de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog. Gemaakt door Willys en Ford.  Een slag groter 1/2 4x4  en 3/4 to 4x4 was de Beep (vermoedelijk genoemd naar beefed up Jeep, met een zescylindermotor) gemaakt door Dodge. Let wel alleen  door  Dodge en submerken als DeSoto en Fargo.

21.8.26

Novelty +

Je noemde het in de vorige eeuw noveltymuziek, en dit is er een  duidelijk voorbeeld van: een aantal maten pseudo-Arabische klanken om dan over te  gaan  tot het eigenlijke nummer: "The sheik of Araby", muziek uit 1921. Zo'n vijftien jaar later, was  het nummer ingelijfd bij de jazzstandards en klonk het uitgevoerd door het kwintet  van de Hot Club de France (met Django Reinhardt  en Stéphane Grappelli) heel wat meer opwindend.

20.8.26

Abshire

 

Nathan Abshire (1913 - 1981), cajunaccordeonfenomeen. Hier met zijn Pinegrove Boys in "Ma Negresse". Heel duidelijk hoorbaar is "le p'tit fer", de triangel.

Berlijn

 

Tango's, met hoofdzakelijk beelden van het vooroorlogse Berlijn. 

GP

 


Er zijn in totaal  639245 van deze Jeeps gebouwd, het oorspronkelijke model kwam van  American Bantam,  een fabriek die de vooroorlogse Austin Seven produceerde, zij het met een totaal andere  carrosserie. Het prototype was ontworpen door Karl K. Probst en gebouwd door Roy Evans. Willys bouwde later in 1940 eveneens een prototype en uiteindelijk werd een bestelling geplaatst van 1500  verbeterde modellen. Ook Ford kwam met een prototype en ook dat bedrijf kreeg de opdracht 1500 exemplaren te bouwen, de respectievelijke benamingen werden Bantam 40BRC, Willys MA en Ford GP. Dat GP (General Purpose) zou aan het eind van liedje de naam van de auto worden, GP werd Jeep. Na uitvoerige tests werd de Willys, met de meest bruikbare motor, gekozen voor  massaproductie, dat werd de Willys MB, Ford werd in begin  1942  coproducent.  De Willysmotor was  de zogenaamde GO Devil viercylinder. Toch waren de Willys en Ford verschillend, de  Ford GPW had namelijk een iets ander chassis. De aanhanger werd ondermeer gebouwd door de Nashfabriek in Kenosha. Na de oorlog zag je in ons land veel Jeeps rondrijden met zelfbouw houten carrosserieën. 

 

19.8.26

Jordan

 


Louis Jordan met "Caldonia"

Cyklonette

 

Dit merkwaardige driewielige, van origine Duitse voertuig, hier ingetuigd als droschke (taxi), heeft ook in  ons land, met name in  Amsterdam, nota bene als vrachtwagentje, dienst gedaan: de  Cycklonette. 

Jaguar

 
Dit is de meest beroemde Jaguar XK120 - met kenteken NUB120 - Ian Appleyard miste, met echtgenote Patricia (dochter van Jaguardirecteur William Lyons ) als navigator, op een haar na winst in de Tulpenrallye van 1950, maar won in datzelfde jaar de  Alpine Rallye en veroverde de Coupe des Alpes. De  XK120 was van 1948 tot 1954 in productie.

 

Waller

 


Fats Waller met "Your feet's too Big".

18.8.26

Pebble Beach

 


Concours d'élégance in Pebble Beach

Fluor

Gister maar eens gebeld met Elaine Boterbal-Kalkoen, voorzitster van de Koninklijke Nederlandse Vereniging ter Voorkoming van Onnodige Stampij (KNVVOS), een  vereniging die zich inzet voor fluoridering van producten van de tabaksindustrie, want zo zei ze meteen: "Met alleen afschuwwekkende afbeeldingen van een wegrottend gebit op sigarettenpakjes, meneer Bloemendaal, komen we er niet. Mensen blijven roken, mensen blijven alcoholische geneugten proeven en het enige wat wij daar tegen kunnen ondernemen is fluoridering van zowel tabak als bijvoorbeeld cognac. U zou eens moeten nagaan wat er jaarlijks kan worden bespaard aan tandartskosten wanneer de KNVVOS haar zin krijgt. De eigen  bijdrage in de ziektekosten kan zeer vermoedelijk tot de helft worden teruggebracht. En zulks willen we toch allemaal!" "Mijn eerste vraag was: "Maar mevouw Boterbal, fluoridering beïnvloedt toch de smaak?" "Welnee, hebt u ooit de smaak van fluor in kraanwater geproefd? Het is een ergerlijk fabeltje dat fluor een smaakverandering veroorzaakt, daarom pleiten wij al jaren dat - omdat de mens zal blijven roken en drinken - dat er zowel aan tabak als aan drank - fluor wordt toegevoegd!" "Maar ik zie de Fransen nog geen fluor aan wijn, laat staan aan Rémy Martin toevoegen." "Met Europese regelgeving kan alles, meneer Bloemendaal, dat hebt u gezien aan de afschrikwekkende afbeeldingen die de sigarettenpakjes en de doosjes pijptabak sieren. Een zelfde soort afbeeldingen zou ook op drankflessen moeten staan. Het is daarom zo jammer dat door de Brexit het niet mogelijk zal zijn Schotse whiskyverpakkingen van afbeeldingen van verwoeste levers te voorzien. Maar op wijn, cognac, armagnac, calvados, champagne, kortom op alle,  niet alleen Franse, maar alle Europese alcoholica kan zulks wel en tegelijkertijd pleiten wij voor toevoeging van fluor, niet alleen aan rookwaar maar ook aan drank!"  "Mevrouw Boterbal, ik dank u voor dit gesprek."

 

Die Fahne Hoch

Vanmiddag in het goyse dorp met geiwe per scootmobiel naar het gemeentehuis om mijn bromfietsrijbewijs  te  laten verlengen, maar daar kwam niks van in, volgens  de dienstdoende ambtenaar was de door mij aangeleverde foto meer dan zes maanden oud. Nu verander je na je tachtigste niet zo veel  meer, maar de  foto moest  nu eenmaal niet ouder dan twee maanden zijn. U begrijpt dat de  ambtenaar van het "befehl ist befehl" -type was en het geen donder kon  schelen dat  ik negentig ben en me alleen maar  met  een scootmobiel kan verplaatsen. Ik laat het rijbewijs verlopen, want de moeizame rit naar de pasfotograaf is me net één  te veel. 

 

Nürburg

 


Racen op de Nürburgring 

17.8.26

Record

 


Dashboard van de 350pk Sunbeam waarmee Kenelm Lee Guiness in 1922 het wereldsnelheidsrecord verbeterde.

Occarino

 


De occarino zoals u hem nog nooit gehoord hebt. 

Helldiver

Curtiss-Wright SB2C Helldiver,  tweezits duikbommenwerper, waar van het prototype vloog in november 1940 en die in de Pacific voor het eerst in actie kwam in november 1943. Behalve bij  de marine  vloog de Helldiver als A-25 bij de luchtmacht. De Helldiver had één Wright R-2600-20 veertien cylinder luchtgekoelde, superchargede motor en werd behalve door Curtiss-Wright gemaakt door Fairchild en de Canadian Car & Foundry.

Dateren

 

 


De Haagse heren dragen strohoeden, het is dus een zomerse dag. De tram heeft een tweecijferig lijnnummer, waarschijnlijk nummer 13, want lijn 15 kwam niet op de Kneuterdijk. Er hebben in Den Haag meer lijnen met nummer 13 rondgereden, de eerste was een zomerlijn, die alleen op zon- en feestdagen reed. Maar ik kan me moeilijk voorstellen dat op zondag een sleperswagen onderweg was. De derde lijn 13 kan het ook niet zijn, want die reed van de Loosduinsebrug naar het Plein. Het moet dus de tweede lijn 13 zijn die van Frankenslag, via Frederik Hendrikplein, Javastraat en Parkstraat naar Staatsspoor reed, van 15 oktober 1912 tot 6 april 1916, toen de lijn werd omgedoopt in lijn A. De foto moet dus in die periode gemaakt zijn, een ander dateringsmogelijkheid heb ik niet, omdat de kaart nooit verstuurd is en een poststempel dus ontbreekt. De motorwagen is een "Fordje" en de bijwagen is een voormalig paardentramrijtuig.

Bandola

Jholman Diaz op bandola, een peervormig instrument uit Colombia en Venezuela, met "Zumba que Zumba"

16.8.26

Modellen

 

 Adler Limousine 1905
 Adler Limousine 1905 overgeschilderd
 N.A.G. Phaeton 1904
 N.A.G. Phaeton 1904  overgeschilderd
Was J.M.K. de firma die de RAMI-modelletjes maakte - waarvan de grote voorbeelden in het Henri Malartremuseum in Rochetaillée-sur-Saône stonden -  al in 1958 actief, het Duitse bedrijf Ziss volgde later, in de jaren zestig en maakte niet alleen modellen van, zeg maar, pionierwagens. Ziss Modelle was niet de naam waaronder de firma startte, de eerste autootjes verschenen als RW-Modelle. Het bedrijf was anders dan J.M.K.  en DUGU ook niet gekoppeld aan een museum, dus waar de grote voorbeelden staan, weet ik niet. De Ziss-autootjes lijken qua materiaalkeuze en uiterlijk op de RAMI's, ze zijn bijvoorbeeld in "harde" kleuren geschilderd en een enkele keer lijkt de buitenkant van een deur, door de kleurkeuze, met leer bekleed. Toch is de basis goed en gaat het niet zoals vandaag de dag om het zoveelste Ferrari- of Bugattimodel. Ik heb ze overgeschilderd, zowel de hierafgebeelde N.A.G. als de Adler. Laatstgenoemde was een bekende fietsenfabriek, die vanaf 1900 auto's bouwde, een paar jaar later Edmund Rumpler aantrok en de eerste Duitse fabriek was die motor en versnellingsbak als een geheel bouwde. N.A.G. (Neue Automobil Gesellschaft) was een onderdeel van A.E.G. in Berlijn, het bedrijf had de kans (volgens Hans-Heinrich von Fersen in"Autos in Deutschland 1885-1920) tot één van de machtigste automobielconcernen in Duitsland uit te groeien, dat dat niet gebeurde vindt zijn oorzaak in de jaren twintig, toen het bedrijf een aantal noodlijdende autofabrieken opkocht en ervan een strikte modellenpolitiek geen sprake was. In 1934 was het gedaan met de personenwagenproductie.

Herd


Woody Herman (foto) noemde  zijn bands Herds, de 2nd Herd  bestond van october 1947 tor eind 1949 en had vier uitzonderlijke saxofonisten: Zoot Sims, Serge Chaloff, Herbie  Steward en Stan Getz, die de Four Brothers genoemd werden. Jimmy Giuffre  schreef het gelijknamige stuk: "Four Brothers".

15.8.26

Lorraine-Dietrich

 

Een Lorraine-Dietrich  Grand Prix 1912 met kettingaandrijving

Lully

 Marsen van Jean Baptiste  Lully 

Forts

 Farmers Defence Forts

Frisse lucht

 

Wat er precies in dit aan de zijruit hangend apparaat ging om de temperatuur in een auto in de Verenigde Staten 's zomers in 1947 aangenaam te houden, weet ik niet. Een natgemaakte doek? IJs? Vochtige houtkrullen? Maar dit toestel, gemaakt door de 'Glacier-Ice Corporation' in Santa Monica, hier gemonteerd op een Plymouth, is een oervorm van airconditioning.


14.8.26

Chevrolet

 

 


Chevroletreclame anno 1935

Sleepy

  


Sleepy LaBeef (1935-2019), echte naam Thomas Paulsley LaBeff.

Morris

De basis van de allereerste MG, 'Old Number One', was een Morris 'Cowley', de 'Cowley' was in 1915 geïntroduceerd en had een Amerikaanse motor: een Continental. Na de Eerste Wereldoorlog kwamen de motoren van Hotchkiss in Coventry, de versnellingingsbakken van Wrigley en de carrosserieën van Hollick en Pratt, firma's die successievelijk werden opgekocht door Morris. In 1925 versloeg Morris qua verkoopcijfers al zijn Britse concurrenten, er rolden dat jaar 54000 auto's van de band.

 

Apfelregal

 


Peter Waldner op het  zogenaamde Apfelregal 

13.8.26

Townes



Townes Van Zandt met "Pancho and Lefty".

C6

 


Er was ooit eerder een Citroën C6, maar dat  is lang geleden. Hij verscheen als zescylimderkompaan van de C4 in 1928 en zou tot media 1932 in productie blijven, natuurlijk met de nodige aanpassingen. Toch is er een C6 uit 1936, de Citroën C6 Pletsch, gebouwd op basis van  een oude C6, door een Parijs bedrijf, met twee aangedreven achterassen.


 

Dyane

 

De kans dat je een Citroën 2CV ziet is vandaag de dag vele malen groter dan dat je een Dyane ontmoet.  De auto - met een 2CV-motor -  werd voor het eerst getoond op de Parijse Salon eind 1967, in het jaar daarop verscheen de Dyane 6 met de motor uit de AMI. Het oorspronkelijke ontwerp is  van Panhard, destijds eigendom van Citroën.  In 1982 verdween de Dyane uit het Citroënpakket.

12.8.26

Motown?

Een eeuw geleden was het nog maar de vraag of Detroit zou uitgroeien tot motown, Cleveland had even grote kans de Amerikaanse motorstad te worden. Nou ja, als pleister op de wonde staat daar nu vlakbij het water van het Eriemeer de Rock 'n Roll Hall of  Fame, dus muzikaal is het in ieder geval voor elkaar gekomen. Motorisch niet. Cleveland had vier fabrieken die achtereenvolgens zaken deden onder de stadsnaam, de eerste fabriek bouwde van 1899 tot 1901 een een electrische auto, de tweede bestond tussen 1904 en 1909 en was in die zin bijzonder dat wanneer je de wieldoppen van  de achteras verwijderde de steekassen eenvoudig uit de achteras te trekken waren, Cleveland nummer drie hield het in 1914, met een licht autootje, een zogenaamde cyclecar, maar een jaar vol, de volgende Cleveland was een kleine versie van  de Chandler - een prominent Clevelands merk - de auto's onder de naam Cleveland, overigens met een eigen  zescylindermotor, waren in productie van 1919 tot 1926.

 

Dorham

 

De Blue Note-lp 1535 staat al jarenlang tussen mijn jazzplaten, muziek van de veel te jong overleden trompettist McKinley Howard "Kenny" Dorham (1924-1972) samen met Hank Mobley op tenorsax, Cecil Payne op baritonsax, Horace Silver op piano, Percy Heath op bas en Art Blakey op drums in een compositie van Dorham die op mijn elpee "The Villa" heet maar hier "La Villa". Dorham stamde uit Fairfield (Texas), ging naar high scool In Austin, waar hij ondermeer deel uitmaakte van het boksteam, een plaats die hij later ook in het leger veroverde. Hij speelde tussen 1945 en 1948 trompet in verschillende big bands, o.a. van Dizzy Gillepie en Lionel Hampton, maar maakte ook deel uit van het kwintet van Charlie Parker met wie hij in 1949 in Parijs optrad. Daarna volgde een free lance-periode en optredens met Sonny Stitt, Thelonious Monk en Bud Powell, waarna Dorham regelmatig te vinden was met Mobley, Silver  en Blakey, mannen die ook op Blue Note 1535 uit 1955 te horen zijn.

Zonsverduistering

ALMOST TOTAL ECLIPSE

  Trump heeft net laten  weten dat hij vanavond de zon verduistert

11.8.26

Donderend geweld

 


Het moet zowel na de Eerste Wereldoorlog als na de Tweede Wereldoorlog tamelijk eenvoudig zijn geweest  om aan een vliegtuigmotor te  komen  en die  daarna in het chassis van een automobiel te plaatsen, zo zien we hier o.a. een Fiat met een door Isotta-Fraschini gebouwde vliegtuigmotor.

Payne

Wat bij mij altijd tot enig gegrinnik  leidt is wanneer muziekrecensenten maar ook andere muziekgebruikers menen muziek alleen maar  te kunnen genieten met de nodige bijkomende alcoholconsumptie,  als ik dat had gedaan had ik allang madeliefjes opgedrukt vanwege een ernstig leverfalen. Vooral de mededeling: "ik drink nu een goed glas port en luister naar Herb Alpert" doet mij bijkans van mijn stoel glijden van plezier, om nog maar niet te denken aan een kelkje "Blue Nun" begeleidt door Soeur Dominique. Dit even vooraf, want ik moet het over de baritonsaxofonist Cecil Payne hebben. Cecil Payne (1922-2007) kreeg nooit de bekendheid op zijn instrument als Harry Carney of Gerry Mulligan en zijn eerste opnamen komen nog duidelijk uit de nadagen van  de swing, dat  veranderde toen hij via Roy Eldridge  kennis maakte met Dizzy Gillespie. We horen hem hier samen met Ted Dunbar op gitaar, Richard Davis op bas en Roy  Haynes op drums in een compositie van Charlie Parker "Ko-Ko".

 

Charpenter

Marc-Antoine Charpentier (1643-1704) was huiscomponist van Maria van Guise, daarna schreef hij voor de Comédie Française en vervolgens voor de jezuïten, maar zijn grootste bekendheid geniet  hij als componist van de  herkenningsmelodie van de Eurovisieuitzendingen. Dat is nogal mager, want hij schreef twee opera's, veel toneelmuziek en geestelijke muziek. Dit is een mars  van hem.


 

10.8.26

Noratlas

 


Ontworpen eind jaren  veertig door de SNAC du Nord, tweemotorig vrachtvliegtuig in dienst  bij de Franse, Duitse en Israëlische luchtmacht.  

Luxemburg

  


Stoom en een railbus in Luxemburg.

Soucy

 

Isidore Soucy (1899 - 1963) was als teenager de beste "fiddler" in zijn geboortestad Ste-Blandine, in 1924 accepteerde hij een baan bij de gemeente in Montreal, maar nadat hij een grammofoonplatencontract kreeg bij "Starr', werd hij gevraagd door het radiostation CKAC om regelmatig mee te werken aan het programma  "Veillées du bon vieux temps". In de jaren dertig maakte hij deel uit van verscheidene groepen o.a. samen met zijn vrouw en hun vier kinderen. In de jaren 1960 tot '62 had Soucy het meest populaire televsieprogramma in Quebec. Op een 78-toerenplaat is dit is de "Reel de la Gatineau" (Gatineau is een stad in West-Quebec).

Electra

 

Zelfs Henry Ford hield zich in 1913 bezig met een electrische auto, dat het project uiteindelijk geen doorgang vond had te maken met het feit dat hij de ontwikkeling van een tractor belangrijker vond. Toch waren er zo'n kleine vijfentwintig fabrieken en fabriekjes in de Verenigde Saten die zich bezig hielden met de bouw van electrische personenauto's, bovendien waren er ook constructeurs van electrische vrachtwagens die n.b. (zie hier boven) gezamenlijk reclame maakten. In 1925 had Autocar nog twee electrische vrachtwagens in zijn programma: de E-3-H en E-5-M, terwijl Ward o.a. een electrische bestelwagen, de B-222 bouwde, alle drie hadden een frontstuurcabine en de snelheid lag rond de twaalf mijl per uur.

De Dietrich 2

 


Een De Dietrichautorails onderweg in Luxemburg, gevolgd door een interview in het Letzeburgs. 

9.8.26

Texas & Pacific


Ach ja, hoe kon ik hem vergeten? Want natuurlijk schreef hij een lied over een spoorlijn. Zijn naam lijkt op die van een Frans filmacteur en de sukkelaartjes die denken dat de geschiedenis van de popmuziek begint met Presley en Haley hebben nooit van de overgrootvader van de rhythm & blues of mijnentwege de betovergrootvader van de rock & roll gehoord. Louis Jordan - zanger - saxofonist - humorist, hier in de weer met een lied over de Texas & Pacific Railway. De T&P-lijn liep van El Paso in het westen, via Abilene, Fort Worth, Dallas, Shreveport, Alexandria naar New Orleans, waarbij ik een paar zijlijnen hier buiten beschouwing laat.

 

Pompeus

Lodewijk XIV was dol op pompeuze klanken, Lully zorgde er voor!

Trio

 

Het Benny Goodman Trio (Benny Goodman (foto)
, klarinet; Teddy Wilson, piano en Gene Krupa, drums) in 1935 met "After you're  gone".

De Dietrich

Jaren geleden kocht ik op een Franse treinenbeurs  een plexiglazencarrosserie van een De Dietrich-autorails en maakte een begin met schilderen, maar omdat ik nergens een passende bodemplaat en een aandrijving kon vinden bleef hij in een doosje in de kast. Kort daarop vond ik een complete De Dietrich en vergat ik de plexiglazenkap helemaal. Veel later vond ik hem terug en besloot hem  in te korten en er  een soort directievoertuig van te maken. Hier boven in de werkelijke lengte, hieronder de ingekorte versie.
De Dietrich, van oudsher een fabriek van spoorwegmaterieel, dreigde begin jaren dertig om te vallen.  Er werden weliswaar tussen april 1930 en maart 1931 2125 personen- en goederenwagons afgeleverd, maar de orderportefeuille voor de komende  jaren was allebehalve goed gevuld, dat kwam voornamelijk omdat de spoorwegmaatschappij "Alsace-Lorraine", de voornaamste afnemer van De Dietrich, orders schrapte. In 1931 werden bij De Dietrich 372 werknemers ontslagen en in 1932 liep het aantal arbeiders van1381 tot 1021 terug. In 1933 moesten om de fabriek draaiende te houden kortingen worden gegeven, soms liepen die op tot 20%. Maar in october 1933 veranderde de zaak ten goede, de eerste De Dietrich-autorails werd gelanceerd en met succes. Het model werd - uiteraard met de nodige wijzigingen - tot 1950 geproduceerd en de in 1934, als vervolg op het prototype gebouwde  XD-1002 tot 1010, reden in 1958 nog altijd voor de "Est" met als thuisstations Châlons, Mohon en Vesoul. Wie nu een  rit  in een De Dietrich wil maken moet naar Luxemburg waar een aantal enthousiasten een een exemplaar in rijdende toestand heeft bewaard.