4.12.20
Rameau
Jean-Philippe Rameau (1683-1764), zevende van elf kinderen van het echtpaar Jean en Claudine Rameau, kreeg muziekles van zijn vader en was leerling van een jezuïetencollege dat hij vanwege onvoldoende resultaten moest verlaten. Geen groot nieuw, maar toch kan hij in de annalen worden opgetekend als een van Frankrijks belangrijkste componisten, niet alleen van geestelijke maar ook van wereldlijke muziek, daarnaast was hij een befaamd muziektheoreticus. Dat hij uiteindelijk slachtoffer werd van een wonderlijke strijd die nog altijd niet is uitgewoed - moet muziek nationaal dan wel internationaal zijn - vergelijk het gevecht van het Russisch Hoopje tegen Anton Rubinstein c.s., is duidelijk, in zijn geval ging het tussen Franse en Italiaanse (lees internationale) muziek, een strijd die in de negentiende eeuw zijn hoogtepunt bereikte.
DETROIT ELECTRIC
Nadat in 1939 de laatste Minerva de fabriekspoort uitreed zijn er nog een paar pogingen gedaan om het merk te herstarten, uiteindelijk is dat niet gelukt, maar stel dat ik de naam zou kopen, zou ik dan de suggestie mogen wekken dat alles wat uit de fabriek rolde, bijdraagt aan mijn glorie. Ik stel die vraag omdat het Bugatti en Spyker werkelijk overkwam. Geen van beide merken heeft iets met de historische automobielen met die naam op de grille te maken en je zou bijvoorbeeld Isotta-Fraschini, Delage of welk ander groot merk ook uit hun slaap kunnen wekken. Zo nu een dan gebeurt dat. Een paar jaar geleden was er sprake in Twente van de wederopstanding van Voisin, uiteindelijk bleek het snel dovend lontje. Ook Detroit Electric werd slachtoffer. In de reclame stond een afbeelding van een een historisch product dat de indruk moest wekken dat de nieuwe firma een respectabele en lange geschiedenis had, terwijl het oorspronkelijk bedrijf op 23 februari 1939 zijn laatste wagen afgeleverd had. Productie was begonnen in 1907 door de Anderson Carriage Company in Detroit, die zoals de naam aangeeft, rijtuigen bouwde. Snel waren de auto's niet, het maximum lag rond de 32 km/u en op een lading kon ongeveer 130 kilometer gereden worden. Deze magere gegevens deden er niet toe, want er stond tegenover dat je de auto niet hoefde aan te slingeren en dus werden de meeste verkopen geboekt aan dames en artsen: rijden in een Detroit Electric was schoon en gemakkelijk en dus reden onder meer mevrouw Eisenhower en zelfs mevrouw Ford een product van de fabriek, die in 1920 zijn naam wijzigde in "The Detroit Electric Car Company".
3.12.20
FIAT
Type S.61 boekte tussen 1908 en 1912 met name successen in de Verenigde Staten. De motor - inhoud 10087 cc - was een in twee blokken verdeelde viercylinder, die de wagen een topsnelheid gaf van 150 km/u. Remmen kon op twee manieren: met de voet op de transmissie en met de handrem op de achterwielen.
Type S.74 dateert uit 1911 en won de Grote Prijs in Savannah. De motor met een houd van 14137cc was op de zelfde wijze geconstrueerd als die van de S. 61 en ook hier geschiedde de eindoverbrenging op de wielen met kettingen. De wagen had net als de S.61 vier versnellingen.
2.12.20
TRACTA
De
allereerste voorwielaandrijver werd voor 1900 in Wenen door de drie
broers Gräf, naar een ontwerp van Josef Kainz, gebouwd. Een paar jaar
later was de Amerikaan J. Walter Christie de grote propagandist voor het
principe van aangedreven voorwielen: hij verscheen met een
dwarsgeplaatste viercylinder op de racebaan en in België stond op de
Brusselse Salon van 1904 een Lorenc met twee-eencylinderDeDionmotoren,
die ieder een voorwiel aandreven. In Le Mans komen we de eerste
voorwielaandrijver in 1927 tegen, een Tracta, gebouwd door Jean-Albert
Grégoire, die zijn hele leven aan het principe trouw zou blijven. In
1927 eindigde een Tracta gereden door Grégoire & Lemesle op de
zevende en laatste plaats. In 1928 waren er drie Tracta's in het veld,
die alle finishten, nummer 42 (foto) met Grégoire en Vallon aan het
stuur eindigde op de zeventiende plaats.
VROLIJKHEID ALOM
Niets zo plezierig als het beluisteren van een georganiseerde ongeorganiseerde muzikale bende. En wat is dan beter dan Franz Liszts (1811-1886) Tweede Hongaarse Rapsodie in cis-mineur S.244/2 om de meest sombere gedachten te verdrijven.







