De fantastische Kaapverdische zangeres Cecaria Evora (1941-2011) met "Sangue de Beirona".
4.4.22
Mexico

Waar
het woord mariachi precies vandaan komt zal naar alle
waarschijnlijkheid altijd wel een raadsel blijven. Lang werd gedacht dat
het een verbastering was van het Franse woord mariage, niet zo vreemd
omdat de Fransen in 1862 Mexico binnen vielen en kort daarna Maximiliaan
als keizer op de troon plaatsten. Het keizerrijk was van korte duur: op
19 juni 1867 werd Maximiliaan geëxecuteerd. Het woord mariachi dateert echter al van voor de zogenaamde "Franse Interventie".
Vandaag de dag associëren
we mariachi met violen, gitaren en trompetten, maar van schallend koper
is in de eerste grammofoonplatenopnames geen sprake. Het Cuerteto
Coculense, genoemd naar de plaats van herkomst, Cocula, telde vier
instrumentalisten: twee violisten, een vihuela- (kleine gitaar) en een
guitarron (basgitaar)-speler. Het kwartet werd in 1907-'08 door drie
verschillende Amerikaanse maatschappijen opgenomen: Edison, Columbia en
Victor. Dit is "Las Abajeñas"
waarin de vrouwen uit uit het laag gelegen land worden bezongen. Ook
bij de Mariachi Coculense de Cirilo Marmolejo (foto) is van trompetten
(nog) geen sprake. Een opname uit 1937 van "La Cantinera". Cirilo's oomzegger José
Marmolejo maakte voordat hij een eigen mariachigroep (Mariachi Tapatio)
startte deel uit van het orkest van Cirilo, en alhoewel er sprake is
van een cornetspeler in sommige vroege mariachibands, is de eerste
bekende trompettist Jesús Salazar, die we hier horen in "La Rosita"
met de Mariachi Tapatio. Een ander fameus mariachi-orkest is dat van
Silvestre Vargas en zijn Mariachi Vargas de Tecalitlán. Niet alleen een
trompettist (Miguel Martinez) maar ook een harpist in een naoorlogse
opname van "El Toro Veijo".
*Wie
meer wil weten over oude mariachi-orkesten doet er goed aan deze drie
CD's aan te schaffen: Mexico's Pioneer Mariachi's, Vol.1 , 2 en 3.
Arhoolie Folklyric 7011, 7012 en 7015.3.4.22
ZZ 19
ZZ 19
Bouw in het rijtuig op rails zelf de motor in is, voordat het met succes
met benzine- en daarna met dieselmotoren gebeurde ook met stoommachines
gedaan. Rond 1880 werden acht verschillende modellen gebouwd in Leeds,
d.w.z. het motorgedeelte werd daar onder de naam Rowan gefabriceerd
door Kitson, terwijl de wagenbak door een plaatselijke industrie, zoals
Scania in het Deense Randers, werd gemaakt. Het door stoom aangedreven
draaistel werd gekoppeld aan een rijtuig en had succes, niet alleen in
Europa, maar zelfs in Australië. In 1885 stond op een tentoonstelling in
Antwerpen een Rowan waarvan het aangedreven deel onder het rijtuig kon
worden weggereden, als ware het een moderne trekker met oplegger.
Natuurlijk werkte het succes van Kitson aanstekelijk en ook Franse
fabrieken als Serpollet en De Dion Bouton (laatstgenoemde later o.a. in
samenwerking met de Hongaarse fabriek Ganz) probeerden een graantje mee
te pikken. Het eerder op dit blog geplaatste postrijtuig van de Franse
Nord is een ander voorbeeld. Maar het grote succes in Frankrijk was
voorbehouden aan Purrey (in Bordeaux), die aan de Paris-Orléans (P.O.)
een aantal stoomautomotrices leverde, die zelfs met aangehangen rijtuig
konden rijden en ook de PLM en de État bestelden Purreys. Wonderlijk
genoeg was het overigens niet Frankrijk waar men, zelfs nadat er succes
werd geboekt met door benzinemotoren aangedreven railrijtuigen, dapper
door bleef gaan met stoom, maar het Verenigd Koninkrijk: Sentinel
leverde in 1925 een stoomautomotrice aan de P.O., die in 1939
tegelijkertijd met de drie nog resterende Purreys werd afgeschreven. De
zwanenzang van stoom als aandrijving voor een automotrice dateert van
1933 toen er her en der in Frankrijk al automotrices met
verbrandingsmotoren reden: de Nord gaf aan de Atliers du Nord de la
France et des Mureaux opdracht tot de bouw van een op een Sentinel
geïnspireerd stoomrijtuig, het kreeg twee ondervloerse zescylinder
Sentinelstoommachines, die oorspronkelijk op stookolie en later op kolen
werkten. Bij de in dienststelling onder nummer ZZ 19 in 1935 waren er
56 zitplaatsen verdeeld over twee compartimenten. Omdat er tijdens de
oorlog geen mogelijkheden waren om (Britse) reserveonderdelen aan te
schaffen bleef de automotrice tot 1946 aan de kant, in dat jaar kwam hij
in dienst van een kleine Franse maatschappij in het Noorden, tot hij
begin jaren vijftig werd gesloopt.
GEEN MONDHARPJE
Nee,
je frommelt een alpenhoorn niet zo gemakkelijk in je broekzak als een
mondharpje, je hebt voor het transport ervan een vrachtwagen nodig.
Lisa Stoll uit de buurt van Schaffhausen speelt alpenhoorn, niet
alleen in voor Zwitserland traditionele stukken als dit, maar ook in werkjes alsof ze ooit met Fats Domino op het podium stond.
TV
Er zijn momenten dat ik ernstig terug verlang naar Achter het Nieuws, Hier en Nu, Televizier en Brandpunt in plaats stelselmatig te worden blootgestel aan alweer een talkshow waar de vaderlandse televisie klaarblijkelijk maar niet genoeg van krijgt. Waarom zijn er bijvoorbeeld bij Op1 twee presentatoren? Is één onvoldoende? Daarom een paar voorstellen. Er worden geen andere televisiemakers meer uitgenodigd die hun programma komen promoten, ook ijdele omroepbazen als Jan Slagter komen niet meer aan bod, een burgemeester kan maar één keer per maand worden uitgenodigd, publiek dient uit de studio weg te blijven en zo zijn er vast nog wel een paar zaken die de televisie aangenamer zullen maken.
Subscribe to:
Posts (Atom)



