13.8.08

Wobbe

"Ik fyn dat se naast ut sinkroan duke en swemme, bij de folgende Olympische Speulen, oek ut sinkroan foetballe en basketballe infoere mutte en dat men daar dan sinkroan ferslag fan gewe mut."

Georgië

In mijn verzameling CD's bevinden zich hooguit tien met Georgische tafelzang, maar ze zijn allemaal even fascinerend. Na enig zoeken op YouTube vond ik twee voorbeelden van dit unieke genre zang, al valt er op het eerste nummer geluidstechnisch wel het een en ander aan te merken. Het wordt gezongen door de, bij een ongeluk in 1985 omgekomen, beroemde Hamlet Gonashvili (foto) met een koor. Het lied "Orovela" werd oorspronkelijk gezongen tijdens het ploegen.
Gonashvili is ook van de partij in het tweede lied (hij staat op de tweede rij) in "Odoia" een oogstlied. Odoia was de god van de oogst.

Igor Strawinsky over Georgische zang: "Opnames van Georgische polyfone vokszang geven een belangrijke muzikale indruk. Ze zijn opgenomen om de Georgische volksmuziek,die heel lang geleden is ontstaan, weer te geven. Het is een schitterende ontdekking en kan ons veel meer schenken, dan alle moderne muziek".

12.8.08

Leeuwarden 13


Het wordt tijd voor een foto van de straat, waarin ik tot medio 1953 woonde: de Goudsbloemstraat ligt er verlaten bij, er loopt een mevrouw op het trottoir rechts en een fietser rept zich links over de Groningerstraatweg. Er staan slechts twee auto's, de voorste lijkt me een Renault 4, in de volksmond "rattenstaartje" genoemd, de tweede auto kan ik niet thuis brengen. Ik woonde in het tweede blok links, in het op een na laatste huis van de hoek.

11.8.08

De Folgeren

Ik ben een schoftje uit van huis geweest naar de plaats waar ik gehaakt en geteerd ben: De Folgeren, ik had er de laatste jaren niet meer op aan geweest, maar ik kreeg een uitnoging van een dochter van een oudschoolvriendin en het moest er toch eens van komen. Het viel me niet toe, want weethoe veel veranderd. Het is allegaar Drachten wat de klok slacht en ik heb altijden min over dat volk gekund. Drachtsters hebben het te hoog in het hol, ze doen te stadsk en Fries praten kunnen ze ook niet meer. Toen ik te boodschappen ging in de Noorderbuurt vroeg het meisje in de bakkerij: “Wat had mevrouw nog verder gewenst?” Toen heb ik in mijn beste stoepenschijterhollands gezegd dat ik best nog een stuk oud wijf wilde hebben. Vreewijk is ook niet meer wat het eerder was, het is verdomme nog aan toe een partijcentrum. Van wat vraagt een slochte weduwvrouw zich af. Van het CDA? Staat dat manspersoon met dat nuivere brilletje op de snuit, ik bedoel Balkenende, daar achter de garderobe? Ik word van zulkzowat tijge warrig en ik ben zo blijd als een vogeltje dat ik mijn eigen stoel weer onder het gat heb.

Vrouw Ymkje Sinnema - Meindertsma, Rotsterhaule

Geen zin

Te beweren dat ik buitengewoon geinteresseerd zou zijn in sport is onzin, maar ik heb nu absoluut geen behoefte aan het nationalistische krijgsgehuil van de reporters bij de Olympische Spelen te horen, terwijl er een oorlog aan de gang is.

Leeuwarden 12

Uit Den Haag, de stad waarnaar ik 55 jaar geleden verhuisde, herinner ik me maar een figuur met een bijnaam: een ouderwets geklede, geblankette dame op een rijwiel, dat we nu een omafiets noemen, met een mandje voorop, die "Poederdoos" of "Poederdot" genoemd werd. In Leeuwarden had je veel meer bijnamen en dat moet altijd zo geweest zijn, want mijn moeder had het over "Anne met de gaffel", "Ate Mosterdpies" en "Lollige Johannes", straatfiguren uit haar jeugd. Ik kan me maar twee straatfiguren herinneren, maar die hadden eigenlijk geen bijnamen: Bonne en Ouwe Hatte. Toch moet de behoefte aan het geven van bijnamen groot geweest zijn, want waarom heetten jongens uit de buurt Koekel, Bulle en Dolle? En werd ik op straat nooit bij mijn voornaam genoemd? Mijn vader kon er trouwens ook wat van wat bijnamen geven betreft: hij noemde een van zijn broers Wobbe en een zuster gaf hij de fantastische naam Sjuttele D. Kruis Koei.

Bagad

Er staan inmiddels een aantal CD's van het muziekcorps van de Franse marineluchtvaartdienst, de "Bagad de Lann-Bihoué", in mijn kast, toch kon ik het vorige week niet laten om de jongst verschenen CD aan te schaffen. Sinds ik zo'n veertig jaar geleden in Bretagne een "festival de cornemuse" bijwoonde, ben ik aan het geluid van een Bretoense doedelzakband verslingerd, niet alleen vanwege het geluid van de cornemuse, maar ook door de bijna snerpende klank van de bombarde en de roffels op de caisse-claire. Deze CD zit in een blikken doosje en als verrassing is zo'n rode pompon, die iedere Franse matrozenpet siert, toegevoegd. Tot zover de verpakking, maar het gaat natuurlijk om de inhoud en die mag er zijn. Het is allemaal zo weinig militair, het is zo luchtig en heel veel berust op de eigen Bretoense folklore. Om duidelijk te maken wat ik precies bedoel: de dansante klanken van de "Bagad de Lann-Bihoué" tijdens een bezoek vorig jaar aan Mexico worden in deze video een aantal malen onderbroken door militaire muziek van het ergste soort. Over de uniformen van die andere dames en heren zwijg ik liever.