25.5.20

HONDJE

Terwijl ik vanochtend mijn hondje, een maltezer, die ik de simpele naam Van der Blaf gegeven heb, zodat ik de naam niet vergeet, uitliet, zag ik dat mijn buurman, Alexander Troethaan, tussen ons gezegd, maar niet gezwegen, een vlerk van wat heb ik  jou daar, alweer een nieuwe auto onder zijn ruim bemeten kont heeft. Waar doet hij dat van? Niet, dat het mij wat aangaat natuurlijk, maar je moet soms vraagtekens zetten, want als je dat niet doet, leef je niet, zei mijn moeder zaliger. Troethaan is getrouwd met ene Clarissa en het duo heeft een dochtertje Wladimira, genoemd naar de Russische president Putin en die naam schijnt iets met kalkoenen te maken te hebben, maar wat precies ben ik vergeten.
Ik liep voor me zelf zingend langs de rooms-katholieke kerk de straat uit. Ik zing graag oude liedjes zoals "Ploem, ploem, jenka", waarmee Trea Dobbs ooit een hit had. Mijn God, waar blijft de tijd? Het was de mooiste tijd van mijn leven: Johnny Lion en die schat van een Trea Dobbs en niet te vergeten Karin Kent. Kent was ook een sigarettenmerk dat ik toen rookte, want dat deed  ik toen als een spreekwoordelijke schoorsteen, anderhalf  pakje per dag. In die tijd leerde ik, maar dat  wist ik toen nog niet,  mijn aanstaande man kennen, Cor, die nu alweer vijf jaar geleden gecremeerd is. Hij vroeg me om een vuurje bij een optreden van Trea in feestzaal Hummerdink in het dorp waar ik  toen woonde. Cor kwam op de Puch met hoog stuur en potje, want  zo heette dat, uit Nootdorp, daar was lef voor nodig, want de jongens uit mijn dorp zagen die uit Nootdorp niet zitten. Er is wat afgevochten en het ging natuurlijk altijd om ons meiden. Mij vriendin Katja's verkering is daar nog om uitgeraakt, want haar vrijer kwam ook uit Nootdorp en hem zijn een paar tanden uit de bek geslagen. 
Waar ik me trouwens verschrikkelijk aan erger is dat andere hondenbezitters de drollen van hun hond niet opruimen en dat ik daar op aangekeken word, terwijl ik bijna altijd Van der Blafs kleine keutels opruim, behalve als hij het bij een boom doet. Ik ben zeventig en heb moeite met bukken, maar ik heb altijd zakjes bij me. Gisteravond zag ik weer zo'n man met een heel grote hond. Ik zou het ras niet eens weten, maar hij was zwart, ik bedoel de hond, midden op het trottoir zijn enorme behoefte doen en daar word ik dan op aangezien. Ik zeg er maar niets meer van, want het enigste wat er gebeurt, wanneer je er wat van zegt, is een grote muil en daar heb ik geen enkele behoefte aan.
Ik wil het nog  even over die hondendrollenzakjes hebben. Ze zijn er in soorten en maten, over de maten hoef ik het hier niet te hebben, want voor Van der Blaf zijn de kleinste zakjes groot genoeg, maar voor labradoedels en dergelijke heb je grote zakken nodig. Van der Blafs zakjes zijn er in twee soorten: zilvergrijze, waar je een deel uit moet scheuren en donkergrijze, die lijken op kleine vuilniszakken, die laatste heb ik het liefst, al hebben ze  het bezwaar dat ze gemakkelijk inscheuren en dan zijn ze meteen onbruikbaar, want ik heb geen zin bij de Lidl boodschappen te doen met Van der Blafs grote boodschap aan mijn vingers. 
"Ploem, ploem, jenka" is gelukkig weer uit mijn hoofd, het is een leuk liedje, maar je moet er bij wijze van spreken niet te lang op omkauwen, maar juist dat gebeurt de laatste tijd heel veel: ik heb een wijsje in mijn hoofd en krijg het er dagenlang niet meer uit, dan zet ik de radio aan om iets nieuws te horen, maar de liedjes van vandaag kan ik niet nazingen, dus dan kom ik weer op "Ploem, ploem, jenka" en dergelijke en dat is heel vervelend, ik ben er al voor bij de dokter geweest, want je hoort tegenwoordig zulke vreemde kwalen, getuit in je oren en zo, maar daar heb ik gelukkig geen last van. De dokter kon trouwens niks voor me doen en zei dat ik noodgevallen maar een koptelefoon moest opzetten met een ander liedje dan dat ik in mijn  hoofd had. Nou, ik zie me al met zo'n ding op mijn hoofd, zoals je tegenwoordig bij veel jongelui ziet, volgens mij vernielen die hun  trommelvliezen, want hun geboenkeboenk hoor ik zelfs, wanneer ik ze voorbij loop. terwijl mijn gehoor natuurlijk is achteruitgegaan sinds ik Trea Dobbs voor de eerste keer hoorde, bovendien denk ik dat Van der Blaf het niet zou waarderen wanneer zijn baasje met een koptelefoon de straat op zou gaan, dus ik volg op aanraden van mijn buurvrouw nu een rodebietensapkuur en eet  ik 's ochtend voor het ontbijt vijftien amandelen geweekt in geitenmelk.
Giselda Botermelk-van Assen

Peking-Parijs

Het leek pure waanzin, de aankondiging in "Le Matin" van 31 januari 1907: een autorace van Parijs naar Peking en dan nog wel een race zonder prijzen, waarin dus slechts naamsbekendheid te verdienen was. Maar in de volgende weken kwamen er desalniettemin vijfentwintig aanmeldingen, waaronder drie De Dion-Boutons, een Panhard-Levassor, een Spijker, drie Métallurgiques en een Itala, laatstgenoemde bereden door prins Scipio Borghese en zijn mécanicien Ettore Guizzardi. De Itala had een viercylinderveertig-pk-motor en woog volledig uitgerust met extra onderdelen en reservebanden 2000 kilo. Maar de race werd vanwege het regenseizoen een probleem, dus de zaak werd omgedraaid in Peking-Parijs en de auto's werden vanaf Marseille per boot naar Shanghai vervoerd en vandaar per boot en trein naar Peking. Een aantal deelnemers trok zich terug, maar op 10 juni viel om half acht toch het  startschot. De Spijker startte als eerste, gevolgd door de Itala en twee Dion-Boutons en een driewielige Contal. Na een week hadden de deelnemers slecht iets meer dan driehondervijfentwintig kilometer afgelegd. Het was een verschrikking, maar het lukte Borghese de anderen voor te blijven, (alhoewel afgesproken was gezamenlijk op te trekken) door de Transsiberische spoorweg te volgen, niet dat het hotsend over de dwarsliggers zorgde voor een comfortabele rit, maar alles was beter dan in de modder vast te komen zitten. Op een gegeven moment braken de spaken van een wiel, die later met hulp van een Russische smid werden werden vervangen.
Borghese bleef de leiding houden en via Nischni Nowgorod, Moskou, Warschau en Berlijn bereikte hij, verwelkomd door een uitzinnige menigte, op 10 augustus Parijs. De Dion-Boutons en de Spijker arriveerden drie weken later. Natuurlijk plukte Itala de vruchten van de overwinning en mocht zich na Fiat Italië's tweede automobielfabriek noemen, onderstaande 35/45HP uit 1909 staat drieënveertig maal groter dan dit model in het Museo Carlo Biscaretti di Ruffia in Turijn. Let op dat zelfs de communicatiehoorn van de passagiers met de chauffeur in miniatuur is vervaardigd.

香港

欢迎来到这个网站

24.5.20

The Residents

De elpee "Stars & Hank Forever" verscheen in 1986  als deel 2 in de serie "American Composers" van The Residents, een fascinerend groepje electronicamusici oorspronkelijk uit  Shreveport (Louisiana), maar opererend vanuit San Francisco. Klaarblijkelijk was een serie gewijd aan Amerikaanse componisten gepland, maar verder dan deel 1 "George & James" (George Gershwin & James Brown) en deel 2 "Stars & Hank Forever" (Hank Williams & John Philip Sousa ) zijn ze door de vele andere projecten nooit gekomen. Ik heb  een brief van ze, een dankbetuiging*, omdat ik ze naar het pierementmuseum in Utrecht had gestuurd met de missive dat een draaiorgelboek in feite een digitaal kunstwerk is. De Sousakant van de plaat bevat "Nobles of the Mystic Shrine", "Star & Stripes Forever", "El Capitan", "The Liberty Bell", "Semper Fidelis" en "The Washington Post", op een manier die voor electronishe muziek  redelijk overdonderend is, u hoort een band komen aanmarcheren, dus luider worden, passeren en vervolgens wegsterven, voordat een andere band zich manifesteert. enz. enz.
*

limburgse integratie

ramadansmariekes

De imperator

En het geschiedde in die barre dagen dat de imperator terugkeerde onder zijn discipelen, nadat velen onder hen met elkaar in onmin waren geraakt en enkelen onder hen, zoals Crollius, die hij persoonlijk op het schild had geheven, hem zelfs hadden verraden en een nieuw verbond hadden aangevangen; gelukkig was Dallius, de primus inter  pares onder zijn volgelingen, hem trouw gebleven en had hem dringend verzocht het heft wederom in handen te nemen  hetgeen hij  na rijp beraad ook had gedaan. Nagelius regeerde zoals hij dat altijd gewend geweest was.

BARYTON

Er bestaat het aardige verhaal dat toen Joseph Haydn in dienst kwam bij vorst Esterhazy, hij nauwelijks wist hoe je een baryton bespeelde en omdat dat het favoriete instrument van de vorst was, moest daar snel verandering in komen. De vorst op zijn beurt was geen geweldig muzikant. Dus Haydn had twee problemen: hoe schrijf je stukken voor je baas, die het instrument niet optimaal beheerst, voor een instrument dat jezelf niet kent. Elke avond nadat het hofleven ten einde was, zette Haydn zich aan de studie op de baryton, toen hij het intrument onder de knie had, maakte hij composities, waarbij de baryton een partij speelde die de vorst aankon. Roland Hutchinson laat dit bijzondere instrument zien. Vervolgens speelt het Esterhazy Ensemble (Michael Brüssing, baryton; Maria Brüssing, barokcello en Andras Bolyki, altviool) het tweede deel van Haydns Barytontrio no.97