1.4.24

Jaarlijkse Paaspuzzel

 

 
Op de achtergrond zong het "SamenSterk"-kerkkoor uit Dronrijp "Öperdepöp zat op de stöp en laten we vrolijk wezen en Öperdepöp zat op de stöp en laten we vrolijk zijn", terwijl in het naburige Menaldum Katrien Lohte-Zooistra, die in november 1944 aan een Duitser was blijven hangen, langzaam uit haar graf opsteeg en de weg naar Slappeterp insloeg. Zij was ongeveer 38 jaar dood, maar zag er desondanks, zeker voor een Friezin, nog redelijk goed uit.
Inmiddels schijnt Katrien door een uiterst betrouwbare getuige, immers een ex-politieman, gistermiddag per rijwiel gesignaleerd te zijn, op de weg van Oudebildtzijl naar Nieuwebildtzijl. Zij was geheel naakt. Vermoedelijk was haar doodskleed vergaan en ze zong met een wonderlijk accent: "Ich bin ein Menamer auf  dem Weg naar Dokkum und dan geradeaus nach beppe." Ik heb gisteravond de lokale Menaldumer historicus drs. Sybren Loegema gebeld en geïnformeerd naar de juistheid van Katriens wederopstanding. Hij vertelde me dat de graven op de Menaldumer begraafplaats na veertig jaar worden geruimd. Soms lukt het een enkele dode aan de ruiming te ontsnappen door op te staan, maar dat gebeurt alleen maar als de het Dronrijpster kerkkoor "SamenSterk" tegelijkertijd "Öperdepöp" zingt.
Drs. Loegema vervolgde: "Het is natuurlijk bijzonder irritant dat wij ter wederopstanding van onze doden een kerkkoor uit een naburig dorp nodig hebben, dat een wat verbasterd onnozel lied als "Oeperdepoep" dient te zingen. Wij hier, in Menaldum, hebben inmiddels van alles geprobeerd: het punkrockkwartet "Rúnemiich", de fanfare "Pro Patria", het shantykoor "De Menamer Bûzehapperts" hebben op diverse uren van de dag en de nacht met hun eigen  repertoire op de begraafplaats opgetreden, maar helaas geen dode is uit zijn of haar graf gekomen. Wij dachten even succes te hebben met het gereformeerde kerkkoor "Hij Leeft, Ja, Hij Leeft", dat een weeklang iedere nacht om vijf voor twaalf "Mana Mana" van The Muppets aanhief als "Menaam, Menaam", maar behalve dat Sybbeltje Patier op de zesde nacht om precies twaalf uur een   fatale hartaanval kreeg, is er niets gebeurd."
Bijna riep ik: "Dan is mevrouw Patier rond 2056 een nieuwe opstandingscandidaat", maar ik hield me nog net in, doctorandus Loegema zou dat geen goede grap kunnen vinden en ik vroeg hoeveel doden in Menaldum uit hun graf waren herrezen en wat de verhouding was tussen uit hun graf gekomen mannen en vrouwen. "Helemaal exact weten we dat niet, mijn voorganger Hobbe Ossebosse, destijds hoofd van de christelijk-nationale school alhier, heeft er rond 1969 eens een slag naar geslagen en vermoedde dat het aantal verrezenen toen op 128 stond, sindsdien zijn er hooguit 43 bij  gekomen. Het heeft uiteindelijk natuurlijk allemaal te maken met de populariteit van "Oeperdepoep" en de Dronrijpse uitspraak van dat lied. Daar is nooit een gedegen onderzoek naar gedaan. Wel weten we dat "Öperdepöp" oorspronkelijk niet gezongen werd door het kerkkoor "SamenSterk", dat is pas het geval sinds de samensmelting van de hervormde en gereformeerde kerken in Dronrijp, oorspronkelijk schijnt het gezongen te zijn door het koor van de gereformeerde kerk onderhoudende  artikel 31 uit Dronrijp, begeleid door de harmonie "Soli Deo Gloria" uit Minnertsga. Maar ik moet daar nodig eens induiken, ik bedoel in de geschiedenis van de wederopstanding. De eerste wederopstandelingen schijnen allemaal mannen te zijn geweest, pas sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw zien we ook vrouwelijke herrezenen, de eerste was, maar dan citeer ik opnieuw de heer Ossebosse, Geesje Evel-Stienstra, zij was een getrouw volgelinge van Hedy Smit en Joke d'Ancona, heb ik mij laten vertellen."
Meteen nadat ik het gesprek met doctorandus Loegema beëindigd had ging de telefoon. Het was de oud-politieman, die eerder contact met mij over Katrien had gezocht en zoals hij zelf zei zijn stinkende best deed om gang en wandel van Katrien na te speuren, hij zei ook dat het hem deed denken aan tijden van weleer, toen hij, nog in uniform, jacht maakte op Obbbeltje* Verkommeling, die begin jaren zeventig bekend stond als de neurende potentate van Ee. Op woensdagavond j.l. schijnt Katrien rond half zeven 's avonds - het was dus al donker - gesignaleerd te zijn op het kerkhof van Anjum, een plaats met een luguber verleden, vanwege de moord op een paar pensiongasten in de jaren negentig. Een dik uur later werd Katrien gezien door Jabikje Kruis-Wortel in Oosternijkerk, daarna moet ze in Wierum door een ernstig beschonken groep uit Moddergat, een groep, waarvan, volgens Seth Ierappel, melkveehouder te Metslawier, recent enige leden via Dokkum, Bontebok en Assen schijnen te zijn afgereisd naar Syrië, zijn gemolesteerd en voor dood op de Koaterhústerwei te zijn achtergelaten. 
*Obbbeltje moet volgens mijn zegsman inderdaad met drie b's worden geschreven, vanwege een fout van een ambtenaar van de burgerlijke stand in Dongeradeel.
"Dit is geen leven", mompelde Katrien "na de dood", terwijl ze langzaam weer bij  haar positieven kwam. Ze probeerde te gaan staan, toen de bromscooter van kapelaan Vincentius Unzigmann, oorspronkelijk afkomstig uit het Brabantse Ulicoten, die juist het laatste oliesel aan een parochiaan in Nes had  toegediend, naast haar stopte en vroeg: " Vrouwe waarom zijt ge bebloed en onbedekt? Naakt, mag ik wel zeggen, ge zijt toch niet Zelikah, Potifars vrouw, zo laat nog onderweg? Ik kan u kond doen dat ge in deze Friese uithoek Jozef niet zult treffen". "Jezus", zei Katrien. "Nee, nee," zo moogt ge mij niet aanspreken", was Unzigmanns antwoord. "Ik ben opgestaan", zei Katrien. "Welnee, ge zijt nog niet geheel herrezen, kom ik zal u helpen" en hij greep Katrien onder de rechterarm. "Dat bedoel ik niet", zei Katrien, "ik ben uit het graf herrezen". "Jezus Christus", zei Unzigmann en  zijn mond viel open.
"Dat kan niet waar zijn", voegde hij er meteen aan toe, "tot dusver is er slechts één onzer opgestaan en dat is de net door mij genoemde Jezus Christus  en aangezien gij van de vrouwelijke kunne zijt, lijkt het mij...". Hij werd onderbroken door een jammerende Katrien: "Ik wil weer dood". "Dan zij ge bij mij aan het verkeerde adres, wij doen niet aan euthanasie." "Ik wil weer dood en het kan mij helendal niks verdommen waar u niet aandoet." "Ge zijt wat ruw in de mond", zei Unzigmann, maar nu pas viel het hem op dat de vrouw die nu, zij  het wankel, naast hem stond, wel heel erg weinig vlees op haar botten had. Zou het dan toch waar zijn, werd hij hier in Frieslands hoge noorden geconfronteerd met een uit het graf opgestane vrouw? Dan verzocht ze niet om euthanasie maar om reuthanasie en hij vroeg zich af of Rome daar een encycliek over had doen laten verschijnen. En onder supervisie van welke paus zulks was geschied? Simplicius, Hilarius?
Hij zou het opzoeken, maar eerst, gedachtig de Barmharige Samaritaan, zou hij de vrouw, die klaarblijkelijk toch waarlijk was opgestaan naar een onderkomen voor de nacht transporteren. Hij trok zijn jas uit en hing deze om haar knoken. "Ik wil weer dood", zei Katrien opnieuw. "Jawel, jawel, ook daar gaan we iets aan doen, nadat ik de encyclieken heb geraadpleegd, maar eerst moet ge eens goed uitrusten." "Dat heb ik goddomme bijna veertig jaar gedaan." "Nog immer ruw in de mond", zei Unzigmann,  "ge gaat achterop de scooter en ik breng u, als het niet te ver is, naar een nachtverblijf. Waar wilt ge naar toe?" "Naar Menaldum!" En zo geschiedde het dat Unzigmann met Katrien op de buddyseat onderweg ging naar Menaldum. Het was bitterkoud en het duurde even voordat Unzigmann de N357 richting Stiens gevonden had. Ze stuiterden over het niet al te best onderhouden fietspad. Even voorbij Stiens moest hij afslaan, hij keek op de borden en lette een moment niet op de weg en zag Sybrichje Krous-Kenstra, die met haar recent uit Duitsland geïmporteerde Mercedes S-klasse, die, ver boven de toegestane maximale snelheid, onderweg was naar Sint Annaparochie, over het hoofd. En zo gebeurde het dat Katrien Lohte-Zooisma's wens werd ingewilligd, zonder dat kapelaan Vincentius Unzigmann, die overigens ook het leven liet, de encycliek over reuthanasie  hoefde te raadplegen.
Vragenlijst n.a.v. Paaspuzzel.
De tekst van "Paaspuzzel" werd dit jaar gebruikt voor het eindexamen Nederlands en Wetskennis van het Sint Formosus College te Sibrandabuorren. Dit waren de te beantwoorden vragen:
1. Waarom zong het koor uit Dronrijp "Öperdepöp" en niet "Aperdepaap"?
2.Hoe kwam het dat Katrien  "Ich bin ein Menamer auf dem  Weg naar Dokkum" zong en ging zij werkelijk naar Dokkum? Zij had bijvoorbeeld ook naar Zwartewegsend kunnen gaan.
3. Noem drie andere punkrockgroepen uit Menaldum, behalve "Rúnemiich".
4. Hoe heette de grootvader van hoofd der school Hobbe Ossebosse en met wie was hij in de echt verbonden? 
5. Wat is een neurende potentate en kan daar soep of pap van  gekookt  worden?
6.Waarom woont Jabikje Kruis-Wortel niet in Sint Jacobiparochie?
7. Welke rol speelt Bontebok in de strijd in Syrië?
8. Wat is het verschil tussen een encycliek en
Geert Wilders?