26.7.13

Gesprek in Duitsland 3


Maar eigenlijk heb ik geen zin om van ons gesprek een marktplaats van ellende te maken, dus ik noem geen fietsers die linksom een rotonde nemen en motorrijders met Viagra in hun tank en keer terug bij Čalba’s korte broeken, mouwloze hempjes en tatoeages en ik verzoek hem zijn ergernissen te precizeren.  “Herinner je je toen je voor de eerste keer een lange broek kreeg”, vraagt hij. “O ja, toen ik eindelijk die gehate plus-fours kon verwisselen tegen een echte lange broek, die plus-fours was een verdomd ellendige en veel te lange fase tussen korte en lange broek.” Aha, u was verheugd, wat beweegt dan al die oude mannen van vandaag  een korte broek aan te trekken? Zoiets valt toch alleen maar te duiden als een terugval, heimwee naar een lang geleden afgesloten fase. Infantiel gedrag, regressie, noem het wat u wilt, maar het is niet normaal. Het zou me dan ook niets verbazen als hun onderbroeken niet geheel brandschoon zijn.”  “Maar moet je het dragen van een korte broek boven een zekere leeftijd verbieden?”  “Ik vind van wel, je moet mensen tegen hun eigen  infantiele gedrag beschermen. Het is het begin van dementeren.” “Dat is wel erg kort door de bocht. Ik kan me uw esthetische bezwaren heel goed voorstellen, maar om het  dragen van een korte broek nu meteen in het hoofdstuk geestelijke defecten onder te brengen…” “U gaat veel te veel uit van uw persoonlijke bezwaren, maar ik zie het anders, die, ik noem ze voor het gemak maar kortebroekers of naaktbeners (Čalba gebruikte het woord nudeleggers) moeten tegen zichzelf in bescherming worden genomen. Dat ze het straatbeeld bevuilen is duidelijk, maar als we dat als uitgangspunt nemen ontstaat veel te gauw  een discussie over smaak en die wens ik niet te voeren. Hoe korter de broek hoe geringer de intelligentie, daar moeten ze op worden aangesproken. Ze moeten zich schamen dat ze zich zo gekleed in de openbare ruimte durven te vertonen."