3.1.14

Münster

Ik was een paar dagen in Münster, een van de redenen was dat ik Una niet urenlang aan het vaderlandse geknal wilde blootstellen en het daar tot een halfuurtje beperkt bleef. Hier was het vanaf de dertigste november al raak en sprong Una letterlijk tegen de ramen op. Een andere reden was het bezoek aan vrienden en een derde reden was om weer eens te kijken of er inmiddels meer boekjes over het lokale dialect, "masematte" verschenen waren. Een dialect, dat net als in Amsterdam en in Winschoten, nogal wat jiddisje woorden bevat, maar dat net als in genoemde Nederlandse steden langzamerhand verloren gaat. Ik vond een woordenboek en een boekje met verhalen. Tot mijn verbazing ontleent masematte ook woorden aan het Nederlands zo is het woord Maue natuurlijk terug te leiden tot ons mouw (in het Duits is het Ärmel) en beobachten blijkt beluren, Hals, Strotte en Gesindel Jannagel (daar zal 50+ van opkijken!) in onze taal is het, inmiddels in onbruik geraakte, Jan Hagel. Zelfs is er een goed Fries woord in het Münsterse dialect doorgedrongen miegen, dat pinkeln (pissen) betekent. Maar het aandeel van het jiddisj is veel groter, zelfs de naam masematte komt uit het jiddisj, een verbastering van het Hebreeuwse massa u'matan dat handelen/onderhandelen betekent. Er zijn woorden in het Münsterse dialect die ook in Nederland stand gehouden hebben, zoals schicker (dronken), mesjugge (dwaas), mischpoke (familie), gannef (dief), acheln (eten), tokus (kont), laulone (niets) en massel (geluk), soms iets anders dan in Nederland gespeld en soms ook met een iets andere betekenis, zo is een Schickse (een niet-Joodse vrouw) in Münster een dienstmeisje. Maar er is een groot aantal woorden die de de doorsnee-Nederlander niet begrijpen zal. Ik noem een paar: gasselmann (van chassene = bruiloft) bruidegom; keilof (van keilew) hond; tofelmönisch (tofel is oud, oudgelovige, in tegenstelling tot chaddesjemoon = protestant) katholiek; katzow, slager; en träf (van niet-koosjer, ritueel ongeoorloofd) mager en beheime, koe.