Veel meer dan vijftig automobielen zullen de heren Maurice Audibert en Emile Lavirotte in Lyon niet gemaakt hebben, eerst vanaf 1894 met de motor achterin, daarna met een twee- of viercylinder naar eigen ontwerp voorin, de eindaandrijving vond plaats door middel van kettingen. Bovenstaand miniatuur is een Audibert-Lavirotte uit 1898, de echte auto is bewaard gebleven en staat in het prachtige museum van Henri Malatre in Rochetaillée-sur-Saône, vlakbij Lyon. In 1901 werd de fabriek overgenomen door Marius Berliet, die eveneens in Lyon in 1895 begonnen was met de constructie van automobielen, de jaarlijkse productie bedroeg zes exemplaren. Na de overname werd Lavirotte commercieel directeur van Berliet. De fabriek had succes zowel met de bouw van personen- als met vrachtauto's. Op onderstaande foto staan v.l.n.r. een vrachtwagen uit 1913, een model dat ook tijdens de Eerste Wereldoorlog voor het Franse leger geproduceerd werd, een gesloten personenwagen uit 1910, de auto van de Franse president Poincaré uit 1913 en de zwanenzang wat betreft de personenauto's van Berliet van vlak voor de Tweede Wereldoorlog: de "Dauphine" met een tweeliter motor uit eigen huis maar met een carrosserie van de Peugeot 402. Daarna werden alleen maar vrachtwagens - waaronder zeer zware - gebouwd, na overname door Citroën in 1967 bleef het merk nog tot 1978 bestaan.
4.9.16
Triumph
De Triumph TR 4 was in productie van 1961 tot 1965, had een viercylindermotor met een inhoud van 2138cc, 2 SU- of 2 Strombergcarburateurs en een volledig gesynchroniseerde versnellingsbak. De basisprijs was destijds 750 Britse ponden.
Het idee voor een opvolger van de TR3 bestond al in 1956, maar het zou nog een paar jaar duren voordat de succesvolle TR3A zou worden opgevolgd, de codenaam voor het project was "Zest" en de eerste poging van de Italiaanse ontwerper Michelotti was een tweezitscoupé op basis van de TR3A met een dak van de Triumph "Herald". Michelotti ontwierp intussen ook de Italia 2000 voor de carrosseriebouwer Vignale op een onderstel van Triumph, daarvan werden tussen 1959 en 1963 ongeveer 300 exemplaren gebouwd. Standard-Triumph had inmiddels serieuze financiële problemen (de fabriek verloor 600.000 Britse ponden per maand) en er was op een gegeven moment zelfs sprake van dat de TR3A opgevolgd zou worden door de TR3B. Uiteindelijk werd gekozen voor de TR4, die leverbaar werd niet alleen met de 2138cc- maar ook met een iets kleinere 1991cc-motor. De door Michelotti ontworpen TR4 oogde totaal anders dan de auto die hij opvolgde en traditioneel ingestelde Triumpgadepten vonden het in eerste instantie maar niets. De carrosserieën van de auto werden gebouwd in Liverpool, die werden met een dozijn tegelijk per speciale oplegger naar Coventry getransporteerd, waar de TR4 werd afgebouwd. Standard-Triumph was inmiddels - begin 1961 - overgenomen door Leyland. De auto op de foto dateert uit 1964.
Schoonheid
Het verslag van de Schoonheidscommissie Goyse Meren van gister verdient qua vormgeving geen schoonheidsprijs e.e.a. heeft te maken met de KPN-internetstoring van gister, waardoor ik een aantal handelingen moest verrichten die anders niet noodzakelijk zijn.
3.9.16
Prachtig
Alida Bombardeitje-Fluym: “Hiermee open ik
volgaarne de zitting van de Schoonheidscommissie Goyse Meren in haar nieuwe samenstelling, waarbij een speciaal woord van welkom voor ons nieuwe lid de heer Kleinbrötchen, die naar ik hoo….”
Arabella Pattefoon-Oorwurmpje (vanuit de
deuropening): “Neem me vooral niet kwalijk dat ik en de heer Karel Menobbel even storen, maar
wij zouden toch wel graag willen
weten waarom wij zonder enig overleg uit de schoonheidscommissie zijn
gezet.”
Alida Bombardeitje-Fluym: “Mevrouw, u hebt hier niets te zoeken, u bent gedetacheerd
op de afdeling hondenbelasting en de heer Menobbel
hoort in het centrum rond te wandelen op zoek …”
Arabella Pattefoon-Oorwurmpje: “Waarom moeten
ik en de heer Menobbel plaats
maken voor meneer Kleinbrötchen en waarom mogen Clovis
Bakkeleier en Karel Grombauts in de commissie blijven zitten?”
Alida Bombardeitje-Fluym: “Dat ga ik u nu
meteen haarfijn uitleggen en daarna dient u spoorslags te verdwijnen anders licht ik zowel de
burgemeester, mevrouw Barbeltje Gougiës, als de politie in over uw zeer ongewenste optreden hier! Zowel
ik en de heren Bakkeleier en Grombauts hebben onze sporen in de kunst verdiend. Over mij ga ik
hier niet uitweiden, ik neem aan dat zulks genoegzaam bekend zal zijn, maar de heer Bakkeleier
bezoekt ieder jaar het Amsterdamse Grachtenconcert en het Utrechtse Spoorwegmuseum,
terwijl de heer Grombauts een fervent kijker is naar het televisieprogramma Kunsjt en Kitsch,
alhoewel hij het zeer betreurt dat de uiterst vakkundige presentatrice is vervangen door
een of ander jongmens, bovendien verzamelde
de heer Grombauts in zijn jeugd
voetbalplaatjes. Wilt u nu deze ruimte verlaten voordat ik voor u onplezierige maatregelen moet gaan nemen!”
Arabella Pattefoon-Oorwurmpje (terwijl ze de
deur sluit): “Hier is het laatste woord nog niet over gesproken.”
Alida Bombardeitje-Fluym: “Zeer vervelend
dergelijke storingen, maar nogmaals hartelijk welkom en ik heb begrepen dat jij Clovis weer een
werkelijk fantastische versiering hebt kunnen vastleggen.”
Alida Bombardeitje-Fluym: “Ja zeker ik zal ze
een felicitatiekaart doen toekomen namens de Schoonheidscommissie Goyse Meren.”
2.9.16
Mercedes-Benz
In de wandeling laten we in de regel het laatste deel van de naam weg, maar volledig is het echt Mercedes-Benz, in dit geval een 170S Cabriolet uit 1950. De 170S werd ontwikkeld uit de 170V die van 1936 tot 1941 gebouwd werd, qua carrosserie werden stijlkenmerken ontleend aan het vooroorlogse type 230. De prijs van de gesloten personenwagen, die van 1949 tot 1953 werd gebouwd was net iets boven die DM 10000, de cabriolet die in twee versies slechts in 1950 van de band rolde was voor het type B DM 12850 (zie foto) en voor het type A DM 15800. De cylinderinhoud bedroeg 1697cc, de wagen had vierversnellingen, de topsnelheid lag net onder 110km/u.
1.9.16
Fraaier
Alida Bombardeitje-Fluym: "Ik heb jullie, Clovis en Kodde, vanmorgen even verzocht om en petit comité bijeen te komen om jullie voor te stellen aan Oscar-Kenneth Kleinbrötchen, hij gaat Karel Menobbel, die zoals ik eerder zei, vandaag aan een nieuwe loopbaan begint als parkeerwacht, vervangen. De heer Kleinbrötchen heeft zijn sporen verdiend als politieman, maar hij is helaas na een jarenlange succesvolle carrière, waarschijnlijk ten onrechte beschuldigd van corruptie, ontslagen. Al heel jong blonk hij uit door zijn gevoel voor schoonheid, zo hard van node in onze commisie, zo won hij in de jaren zestig driemaal achtereen de kampioenschappen matjevlechten voor jongvolwassenen in Muiderberg. De heer Kleinbrötchen is bovendien geen onverdienstelijk amateurschilder en amateurbeeldhouwer, terwijl hij bovendien in het shantykoor "De Losse Tros" zingt, kortom hij is wat schoonheid betreft van vele markten thuis en is daarom een fantastische aanwinst voor de Schoonheidscommissie Goyse Meren. De foto waarmee de heer Kleinbrötchen zijn entree doet mag er zijn. want natuurlijk gaat het bij de waarlijke schoonheid altijd om die van jezelf en niet om die van Mark Rutte, Donald Trump, de bouvier van je buurman of om een ander voorbeeld te noemen die van Karel Menobbel."
S.S.
De van oorsprong motorfietszijspanvervaardigendefabriek Swallow Coachbuilding Co Ltd., in Coventry wijzigde in 1934 de naam in S.S. Cars Ltd., geen bijster verstandige keuze in dat tijdsgewricht en in 1945 werd de naam opnieuw gewijzigd in Jaguar., een naam die in 1936 voor het eerst gebruikt werd voor een specifiek S.S.-model. De S.S. 1 dateert van 1932 en was gebouwd op basis van een Standard, zij het met een ander chassis. In 1939, het jaar waarin de j.l. zaterdag gefotografeerde auto werd gebouwd waren er wagens met drie verschillende Standardmotoren leverbaar: met een 1 1/2 liter viercylinder, een 2 1/2 liter zescylinder en een 3 1/2 liter zescylinder. AR-56-69 heeft een tweeëneenhalveliter motor in het vooronder.
Subscribe to:
Posts (Atom)