24.11.14

Zwadder 14

Het weekend heb ik bijna volledig besteed aan het achterhalen van bijzonderheden over Zwadder van Rijckeborstel. Zonder veel succes, want op het internet is nauwelijks iets over hem te vinden en ook bleef een zaterdagse gang naar de lokale bibliotheek vruchteloos. Via een handelsregister uit 1938 kwam ik te weten dat hij samen met ene Richard Otsäcker in dat jaar een importbedrijf had van botols tjebok uit Semarang, destijds Nederlands Indië, in het Gelderse Klarenbeek, maar dat ging  na een half jaar reeds failliet. Klaarblijkelijk hoefde Van Rijckeborstel vanwege oud familiekapitaal geen arbeid te verrichten, toch begon hij in 1947 opnieuw een importfirma, dit keer met twee compagnons: Harke Ufterink en Lodewijk Apzwanzer, van rozebotteltheebuiltjes van het merk Farouk uit Egypte, ook dit bleek geen succes want na een jaar werd de firma bij de Kamer van Koophandel in Zetten  weer uitgeschreven. Verdere nasporingen mijnerzijds bleven zonder enig succes, dus ik vrees dat we het wat Zwadder van Rijckeborstel hierbij moeten laten.

23.11.14

Automotrice

Voordat er regeliere automotrices verschenen van gerenommeerde fabrieken werd er vanzelfsprekend geëxperimenteerd met door verbrandingsmotoren aangedreven railvoertuigen. Eén voorbeeld van zo'n experiment uit 1922 is bewaard gebleven en staat in het prachtige Franse spoorwegmuseum in Mulhouse. Het is eigenlijk heel simpel, je neemt een rijtuig van de staatspoorwegen (de État), haalt er een flink stuk d.w.z twee coupé's af en installeert in plaats daarvan een Somua*vrachtwagenmotor, een bestuurderscompartiment en een bagageafdeling, een bijkomend voordeel is dat je een onverbouwd rijtuig mee op sleeptouw kunt nemen.
 
 *Somua = Société d'Outillage Mécanique et d'Usinage d'Artillerie), die o.a tussen 1917 en 1922 onderstaand terreinvoertuig leverde.



Mario

Nee, hij heet natuurlijk geen Mario, maar net zoals pleepapier bij tijd en wijle een toiletrol heet, laat hij zich Mario noemen en alsof dat nog niet genoeg is "Super Mario". Hij was nog niet zo heel lang geleden "een gebroken man" nadat hij met zijn gepimpte (in simpel Nederlands heet zoiets gepooierde) vrachtwagentje in Haaksbergen drie mensen had  doodgereden, maar schuldgevoel en spijt duurt nooit erg lang bij zijn soort, want inmiddels beschuldigt hij het O.M. van een slecht onderzoek.

22.11.14

Stoom 2

Na de Tweede Wereldoorlog toen de Elzas, net als na de Eerste Wereldoorlog, weer Frans geworden was, bleven er drietal door de Maschinenfabrik Esslingen veertig jaar eerder gconstrueerde door stoom aangedreven automotrices achter. Ze heetten Kittel, want dat was de naam van de uitvinder. Oorspronkelijk was  het een serie van 36 geweest: 18 voor de Württembergse spoorwegen en 18 voor andere Duitse spoorwegmaatschappijen, de stoommachines waren gebouwd naar een Frans octrooi uit 1897 van Léon Serpollet. Van twee, de CiDT 2 vernummerd in X DR 10102 en CiDT 3 vernumerd in X DR 10103, is bekend wat er mee gebeurd is, waar de CiDT 9 vernummerd in X DR 10109 is gebleven is onbekend, er bestaat natuurlijk de mogelijkheid dat de X DR 101009 als onderdelenleverancier heeft gediend voor de andere automotrices. In ieder geval hebben die tot 1955 gereden, maar niet in de passagiersdienst doch vanaf 8 janauri 1946 als spoorwegpersoneelstransportmiddel tussen het depot Île-Napoléon en Mulhouse. Bovenstaande Kittel is nog in het bruin van de Duitse Reichsbahn, in Frankrijk deden ze dienst in het groen van de SNCF.

21.11.14

Stoom

Anders dan in Engeland en Duitsland heeft stoom als aandrijving voor automotrices in Frankrijk nauwelijks een rol gespeeld, dat is merkwaardig, want Serpollet was niet alleen een  befaamde fabriek  van door stoom  aangedreven auto's, maar men bouwde ook trams.  In juni 1897 kwam er bij de Franse Nord compagnie een speciaal postrijtuig op de rails, de VS 1,  dat 's nachts dienst ging doen tussen Beauvais en Creil. Er konden eventueel twaalf passagiers worden meegenomen, bovendien kon het voertuig drie wagons trekken met een snelheid die net boven de veertig kilometer per uur lag. Het verbruik was zeven liter water en twee kilo briketten per kilometer. (In dezelfde periode  schijnt de Nord  geëxperimenteerd te hebben met een veel kleiner door Panhard-Levassor geleverd postrijtuig (VP 1) met Daimlermotor.)

Zwadder 13

Er is eigenlijk weinig bekend over Zwadder van Rijckeborstels jonge jaren, behalve dat hij op zeventienjarige leeftijd nationaal kampioen koekhappen werd tijdens de in Boelenslaan gehouden volksspelen, er werd die dag gehinkeld, slootje gesprongen, geknikkerd, katgeknuppeld, vergepist, palinggetrokken en gekoekhapt, aan het katknuppelen en palingtrekken werd echter door agent eerste klas Bote Salverda onder luid protest van de deelnemers echter vrijwel onmiddelijk een eind gemaakt omdat het de dieren leed zou berokkenen, hetgeen door Auke Beintema, zeker wat het katknuppelen betrof, hevig werd bestreden. Even dreigde, net als in 1886 in Amsterdam geschiedde, een oproer, zodat agent eerste klas Bote Salverda zijn klewang - hij had nog onder Van Heutsz in Indië gevochten - van huis ging halen, maar kalmerende woorden van burgemeester Sickema à Murmurwald brachten rust onder de gelederen, zeker nadat het katknuppelen vervangen was door het zwijntjerijden. Het zwijntjerijden werd trouwens gewonnen door Zwadders oudere broer Bombardon van Rijckeborstel, die zich oorspronkelijk had ingeschreven had voor het verpissen en het katknuppelen, maar na het zwijnjterijden wegens pijn in het onderlijf afzag van deelname aan het verpissen.

20.11.14

FNC

Wat doe je als je baan op de tocht komt te staan en ontslag dreigt wanneer je baas de werkzaamheden om economische redenen inkrimpt? Want dat laatste was het geval vlak na de oorlog in Frankrijk, 'cheminots' hing ontslag boven het hoofd omdat onrendabele lijnen werden opgeheven, om de doodsimpele reden dat een stoomlocomotief met een enkel rijtuig voor slechts een handvol passagiers  te veel geld kostte. Drie vakbonden, met als belangrijkste de communistische fédération CGT des Cheminots, deden gezamenlijk als Fédération Nationale de Cheminots (FNC)  een uniek voorstel: om banen voor hun leden te behouden werd de spoorwegfirma Billard in Tours opdracht gegeven een autorail te bouwen en op 20 november 1946 reed het prototype. Uitgerust met Panhard viercylinderdieselmotor en vierversnellingsbak was de maximumsnelheid 65 km/u. Er was slechts één klasse - derde - , maar er was wel (let even op vaderlandse teloorwegen) een WC voor de 51 passagiers (30 op banken, 13 op noodzittingen en 8 staand). De FNC-autorails reden door heel Frankrijk, de kortste afstand was Sarrebourg-Reding: 3 kilometer, de langste Avignon-Digne via Pertuis : 167 km. Op de foto twee gekoppelde FNC's