Natuurlijk zocht de Britse auto-industrie na de Tweede Wereldoorlog ook naarstig naar een opvolger van de jeep, want het leger stond garant voor een groot aantal leveringen. Die opvolger werd in eerste instantie de Nuffield Gutty waarvan drie exemplaren werden gebouwd, met een platte viercylindermotor die ook in de Morris Mosquito zou worden geïnstalleerd, maar uiteindelijk ging die Morris Minor heten en kreeg die, net als de Gutty, een normale motor. Daarna werd de Wolseley Mudlark gebouwd in vijftien exemplaren die niet allemaal gelijkwaren, maar wel een Rolls-Roycemotror kregen. Tenslotte eindigde het project bij de Austin Champ die door het leger werd aangeschaft, maar met concurrentie van de Landrover (oorspronkelijk Land Rover) die in de zelfde periode kort na de Tweede Wereldoorlog in Engeland werd geconcipieerd.
24.8.26
Buddicom
*111: één voorloopas, één aangedreven as, één naloopas
Kleur
GP 4
23.8.26
GP 3
De Wehrmacht had een grote variëteit aan kleinere vierwielaangedreven voertuigen, niet alleen geproduceerd in Nazi-Duitsland maar ook daarbuiten. In het Derde Rijk waren BMW, Hanomag, Stoewer, Tempo, Horch, Mercedes-Benz, Opel, Ford en Phänomen de makers, in de bezette landen waren het Laffly, Latil (beide Frans) en Tatra (Tsjechoslowaaks) die jeep- en beepachtige voertuigen leverden. Onderstaande Laffly heet op de verpakking : "Laffly Lastkraftwagen 1.8t Typ V15T. 16. Infanteriedivision (motorisiert Kyiv (Ukraine) - September, 1941". Op de eerste plaats zou ik dit absoluut geen vrachtwagen willen noemen, maar belangrijker: voor dertien verschillende merken reservematerieel mee te moeten nemen is krankzinnig. De Laffly had een viercylnder Hotchkissmotor en bestond ook als V15R, die eveneens meeging in de Operatie Barbarossa,







