Jean-Piere Wimille was een beroemd autocoureur, die tijdens de oorlog -
er viel weinig te beleven op de racecircuits - een prachtig
gestroomlijnde auto ontwierp. De bedoeling was een V6-motor met een
inhoud van 1500cc te installeren, maar toen die in 1946 niet klaar was
werd een Citroënmotor - bekend van de 11CV Traction Avant - achterin
geplaatst. Daar gaf Citroën bij nader inzien geen toestemming voor,
zodat Wimille bij Ford France aanklopte en een V8 met een inhoud van
2158cc in het tweede prototype mocht inbouwen, bovendien kreeg de
ontwerper Philippe Charbonneaux gelegenheid de wagen iets comfortabeler
te maken. Na de dood van Wimille, die verongelukte tijdens de training
voor de Grote Prijs van Buenos-Aires in 1949, werd nog een derde
prototype tentoongesteld op de Parijse Salon in 1950, maar inmiddels had
de Franse Fordfabriek van het hoofdkantoor in Detroit de opdracht
gekregen iedere samenwerking voor een eventuele, toekomstige
Wimille-automobiel te stoppen. Hier boven
staat een model van prototype drie met een centrale chauffeursplaats.
Een soortgelijke Wimille staat in het museum Rochetailée-sur-Saône.