20.9.11

Amilcar


Daar stond hij dan. Helemaal alleen jongstleden zaterdag in de Marktstraat in Naarden. Een Amilcar CGSs. 1926, '27, '28?
Het merk dateert uit 1921 en de firma heette volledig Société Nouvelle pour l'Automobile Amilcar en werd opgericht door André Morel en Edmond Moyet, beiden voor de Eerste Wereldoorlog werkzaam bij Le Zèbre van Jules Salomon, die na die oorlog Citroëns eersteling, de A ontwierp. Het benodigde geld voor de nieuwe firma kwam eveneens van iemand die zijn sporen had verdiend bij Le Zèbre, Joseph Lamy, terwijl ook Émile Akar investeerde. Lamy werd hoofd van de verkoopafdeling en Akar directeur van Amilcar. Bovendien werd uit beider namen de naam van het nieuwe merk gedestilleerd. Het eerste product was een sportief autootje, zoals er veel in het begin van de jaren twintig in Frankrijk werden gemaakt. Het bijzonder was dat Amilcar een in eigen huis ontwikkelde motor gebruikte en niet een Dornier-Chapuis, een S.C.A.P of een C.I.M.E. Het was een succes, niet alleen in verkoop maar ook in wedstrijden.
In 1924 werd de CGS Grand Sport uitgebracht met een motor met een iets grotere cilinderinhoud. In 1926 volgde de afgebeelde CGSs, de surbaissé, met een korter en lager geplaatst chassis. Topsnelheid 130 km/u.

Men noemde de Amilcar destijds de Bugatti van de arme man: 'poor man's Bugatti'.

Zelfs de heer Ozenfant kon er niet genoeg van krijgen.

De enorm lange starthandle.

Duval in Boulogne was de carrosseriebouwer.