15.8.15

Excuses

Nee, premier Rutte maakt vandaag geen excuses voor de abominabele opvang die de mensen uit voormalig Nederlands-Indië destijds in Nederland onvingen. Dat verbaast me niet, excuses voor wangedrag van Nederlandse zijde zijn hoogst ongewoon. De Nederlandse staat is ook ingebreke gebleven bij de  opvang van Joden na de Tweede Wereldoorlog, sterker nog de Nederlandse staat heeft door het heffen  van successierechten fors aan hen verdiend. Dat brengt me op herinneringen aan een Indisch jongentje waarmee ik in  de klas heb gezeten: Daantje. Daantje wist niet veel. Hoe dat kwam werd door geen van de leraren uitgelegd. Pas veel later begreep ik wat de oorzaak was: Daantje had in een jappenkamp gezeten. Ik haalde intussen zeer slechte cijfers voor Duits, waarop mijn vader naar  school is gegaan om uit te leggen dat de oorzaak daarvan voor de hand lag: een deel van de familie was uitgemoord. De volgende keer dat de klas Duitse les kreeg gaf de lerares een boutade tegen mij dat de oorlog niets te maken had met mijn weerzin tegen Duits. Dat heb ik mijn vader maar niet verteld. Onbegrip valt niet uit te roeien en excuses zijn daarom te veel gevraagd.

Jane VI

Opnieuw een bladzij verder vind ik een bijdrage van iemand die ter ondertekening alleen zijn initialen gebruikt: B.R.L. Daar kan ik weinig mee, maar vanwege Otho's achternaam,  Scott, voegt B.R.L. in een hoek van de pagina er wel een paar regels aan toe: "Know ye is a certainty that Virtue the Best of possessions can-not live under the bonds of Servility. Motto of W. Wallace champion of Scotland". (Wallace was een Schots ridder (voor 1272-1305) die optrad tijdens de eerste Schotse onafhankelijkheidsoorlog en wegens hoogverraad op afschuwelijke wijze in Londen werd terechtgesteld.) B.R.L.'s bijdrage brengt mij geen stap dichter bij de oplossing van het raadsel van het album. Vandaar een paar gegevens over Chagrin Falls, een plaatsje ten zuidoosten van Cleveland dat sinds 1845 bestaat en genoemd is naar een waterval in de Chagrin-rivier. De opervlakte bedraagt 5,5 vierkante kilometer en in 2013 woonden er iets meer dan vierduizend mensen.

14.8.15

Thibaud

Thibaud*, of om precies te zijn Thibaud IV, koning van Navarra. Een koninklijk troubadour (1201-1253), mecenas voor andere troubadours en zelf een bekwaam dichter van wie vijfenzeventig liederen zijn bewaard, de meeste geïnspireerd door zijn liefde voor Blanche van Castilië. Maar dit "Seigneurs, sachiez qui or ne s'en ira" is heeft alles te maken met de kruistochten.
*in 't Nederlands Theobald

Jane V

Dankzij de bijdrage van de heer Randall neem ik voorlopig  aan dat het album toebehoorde aan Otho Scott. Een tikkeltje merkwaardig vanwege de zoetige plaatjes her en der in het album.  Een bladzijde verder in het boekje - na Randall - schrijft J.J. Stranahan  op 13 december 1886 "There is plenty of room in the upper storey" - climb. Van  Stranahan ben ik iets meer te weten gekomen, het meeste uit een overlijdensbericht van zijn vrouw in 1892. Stranahan kwam  als inspecteur van het visserijwezen  in de herfst van 1873 naar Chagrin Falls, een jaar later richtte hij samen met P. Hohler een krant op: "The Chagrin Falls Exponent", die tot 1964 zou bestaan. Vanaf 1875 is Stranahan  de enige uitgever van  de krant, die in 1930 een weekblad  werd, maar dan is hij al vijftien jaar dood.

13.8.15

Rodin

DE NIEUWE BURGHERS VAN CALAIS

Suzy Solidor

Suzy Solidor (1900-1983) werd op meer dan één maner bekend: als zangeres, als actrice, als schrijfster van een roman (Térésine), als eigenares van een populaire Parijse nachtclub en als model voor onder meer Braque, Picasso en Tamara de Lempicka, van laatsgenoemde is bijgaand portret van Suzy Solidor. Oorspronkelijk kwam ze uit Saint-Servan-sur-Mer in Bretagne. Haar eerste en waarschijnlijk meest bekende lied is "Les Filles de Saint-Malo", opgenomen in 1934. Omdat haar nachtclub "Boite de Nuit" een geliefkoosd oord was voor Duitse officieren gedurende de Tweede Wereldoorlog, werd Solidor na de oorlog veroordeeld wegens collaboratie en  werd haar nachtclub gesloten. 

Jane IV

Twee pagina's verder staat de eerste bijdrage van iemand die er in een prachtig handschrift serieus werk van heeft gemaakt, maar C.W. Randall is dan ook de schoolopziener in Chagrin Falls.
Maar Friend Otho? Ik dacht dat het album aan Jane Scott behoorde, dat betekent dat ik de afgelopen dagen naar een verkeerde eigenaar van het album heb gezocht. Otho is een ongewone naam, die moet te vinden zijn en waarachtig in een volkstelling van 1 juni 1870 tref ik hem aan. Otho Scott is dan een acht maanden oude baby (dat betekent dat hij op 22 november 1886 16 jaar is). Hij woont samen met zijn moeder Jenny (32) en twee broertjes Frank (4) en George (2) in  Chagrin Falls, in een huis waarvan de waarde $800 is en de rest van het vermogen op $300 wordt begroot. Van een vader is geen sprake: is hij overleden of werkt hij elders? En is moeder Jenny dezelfde als Jane Scott die op 10 maart 1885 in Chagrin Falls een graf kocht?