16.5.25

Jazz

Op de hoek van de Grote Marktstraat en de Wagenstraat stond het pand van de Haagsche Courant,  liep je een paar meter  de Wagenstraat  in dan vond je  daar een uitstekende tijdschriftenwinkel met o.a. Franse jazz- en autobladen. De eigenaar was een wat norsige  man, die in de  verte wat op André van der Louw leek, maar dat wist ik toen nog niet want die zou ik pas  een paar jaar later leren kennen. In  maart 1959 zat ik in dienst en moet ik bijvoorbeeld "Jazz Hot " missen en om toch enigszins op de hoogte te blijven kocht ik het Nederlandse blad "Rhythme". Dat was afzien. Frank Visser beschreef  in "Uit de konsertzaal" een optreden van Sonny Rollins als volgt: "Anders dan een verschijnsel kan ik hem  niet noemen: een vleesgeworden symbool van jazzuitingen, die aan het waanzinnige grenzen. (......)  Deze  man is  geestesziek. Rollins moet in  de greep zijn van een angst de techniek niet de baas te kunnen; angst om te zullen falen, dat het instrument hèm overwint... Zijn aan waanzin grenzende doubletimes, ontstellend lange passages gedoedel van één loodgrijze kleur liggen buiten alle de jazzproporties, zelfs buiten de proporties die Parker zich verloven kon in tijden van inspiratieloze zenuwinstortingen".

15.5.25

Hobbedobbe 3

 

"Maar eh, Oerstallinga, ik denk dat we nu helaas een eind moeten maken aan ons gesprek. Nee, nee geen  dank voor het glaasje wodka,  graag gedaan  kerel, maar ik  krijg over drie minuten een  belangrijk gesprek uit Boedapest over mijn stallen in Székesfehérvár en je begrijpt dat ik daar even al mijn aandacht voor nodig heb, want ik heb een aanbieding gedaan om per week  2500 varkens af te leveren aan een Hongaarse worstfirma, die ze gaat verwerken in paprikakolbasz, een speciale Hongaarse smulworst met de naam Orbán,  in de handel gebracht door een neef van  de  premier. Dit soort contacten zijn bijzonder waardevol, Oerstallinga, dat begrijp je, maar bijzonder aardig je gesproken te hebben en ik zou zeggen kom nog eens langs. Ik zal Agnieszka even roepen  dan kan die je uitlaten." Speestra klapte in zijn handen. 
Het duizelde hem toen hij wegfietste, zelfs het woord Hobbedobbe was niet gevallen. Het gesprek, nou ja gesprek? Speestra's redevoering was eigenlijk alleen maar over varkens gegaan en over de all dan niet empathische gevoelens van de Friezen voor de zwarte medemens. Leaver dea as slaef, hoe kwam je er godverdomme op? Moest hij wat  de Hobbedobbe betreft contact opnemen met de krant? Hij schudde zijn hoofd. Er was maar één krant en die was in het grijze verleden ook al eens fout geweest. Hij was bijna thuis toen hij gemeenteraadslid Sipke Fluimstra inhaalde, die riep: "Hé Oerstallinga, wat ik je vanmiddag nog vergeten heb te vertellen: het buurtje dat in de plaats van de Hobbedobbe komt gaat Obe Slotplantsoen heten, ter herinnering aan de man die de het standbeeld van de heilige drievuldigheid aan de gemeente heeft  geschonken en aan zijn kleinzoon bumperjumper Obe junior, zo jammerlijk omgekomen bij bumperjumpen in Leeuwarden. Het standbeeld van de drievuldigheid wordt er ook naar toe verplaatst. Je kunt de tekeningen inzien  op het gemeentehuis."
Hoe zei korporaal Jones het ook alweer? O, ja: "Don't panic. Don't panic." Er moest toch een manier zijn om het  onzalige plan stop te zetten. De Hobbedobbe moest hoe dan ook bewaard blijven. Dan bouwden ze het nieuwe wijkje  er maar omheen. Misschien moest hij wel stickers laten maken. In het Nederlands dat wel, vanwege de Hollandse import in het dorp. En meteen daarop dacht hij: Staterinx, die man  uit  Soest, altijd in de weer voor de natuur. Dat hij daar niet eerder aan gedacht had. Misschien kwam het grijze paarlmoermotje wel voor in de Hobbedobbe? Of de vlakbuikgehoorndeneuspad? Hij noemde maar wat.  In elke geval wist  hij dat sommige wegen in Nederland niet waren aanglegd omdat er een zeldzame diersoort huisde of een plantje als het  dwarsgeweldehelmgras. Hij begon sneller te trappen. Op naar Staterinx en meteen met de deur in huis vallen en zich  niet het gedrag van Speestra laten welgevallen.Hij moest twee keer bellen voor de deur bij Staterinx werd opengedaan. "Is je vader thuis?" begon hij. "Ja, mijn man is thuis",  kwam het antwoord. "Wie kan ik zeggen of  beter waar komt u voor?"
"Voor de natuur in het dorp!" Hij  dacht dat het beter  was om het algemeen te houden. "Nou dat treft, behalve mijn man is toevallig het rayonhoofd natuurbeheer Struynderboon op visite. Maar komt u binnen." 
De heren zaten gebogen over een aantal kaarten aan de eetkamertafel toen hij binnenkwam.  "U wilt iets opmerken over de natuur in het dorp, die gaat u ter harte? Dat is mooi, hoe meer mensen geïnteresseerd zijn in alles wat leeft en bloeit en altijd weer boeit, des te beter", zei Struynderboon . 
"Ja, daarom begrijp ik niet dat een schitterende vijver als de Hobbedobbe plaats moet maken voor een onbenullig woonwijkje." Zo dat was eruit, alleen had hij misschien het woord onbenullig niet moeten gebruiken. 
Struynderboon keek Staterinx vragend aan: "Hobbedobbe? Dempen?" "De Hobbedobbe is inderdaad een vijver die gedempt gaat worden omdat er een tekort is aan bouwgrond voor betaalbare woningen", zei Staterinx. "Gezichtbepalende natuur met zeldzame diertjes en grasjes?", vroeg Struynderboon. 
Hij zei: "Van die diertjes en grasjes, weet ik niet, maar ik vermoed wel  dat ze er zijn en gezichtsbepalend is de Hobbedobbe zeker!" "Dat kan natuurlijk van iedere vijver gezegd worden", zei  Struynderboon, "maar uiteindelijk  gaat het bij ons om de diertjes en de  grasjes en of de Hobbedobbe beschermd dient te worden kunnen we op deze  kaart zien", en hij wees op een plattegrond van het dorp.  Staterinx pakte een vergrootglas en Struynderboon ging daarmee op zoek naar eventuele rode stippen die de aanwezigheid van zeldzame natuur zouden tonen. "Rond de Hobbedobbe en in de Hobbedobbe is geen enkele rode stip te zien, dat betekent dat wij als vereniging geen bezwaar kunnen maken. Wij kunnen dus niets voor u betekenen, want wij kunnen wettelijk pas ingrijpen en bezwaar maken als er sprake is van plannen om ernstige schade toe te brengen aan bijzondere natuur. Dat is heel nauwkeurig omschreven."

Vrachtwagens

  


Twee Amerikaanse mastodonten: boven een Peterbilt, onder een Mack.

Bij beide vrachtwagens in Costa Rica valt de enorme zonneklep op, de chauffeurs moeten klein zijn of heel gebogen  achter het stuur zitten.
 

14.5.25

Luiaard

 



Luiaard, nee, snel is hij niet als hij op de grond loopt, als hij in een boom klimt is  hij wat  sneller, maar hij  komt  maar een keer per week  uit de boom, om te poepen.

Hobbedobbe 2

 

Sybert Speestra, die hij eerst maar even opzocht, bleek niet thuis, dat was  geen wonder want hij had het druk als voorzitter van de vereniging van varkenshouders , die eigenlijk "Bargen yn'e Romte" had zullen heten, maar naar  goed Fries gebruik de Engelse naam "Pigs in Space" had gekregen. Sybert ging in de ons omringende landen  als Cyber Spacestra door het leven en daar was Speestra apetrots op (sa grutsk as in pau op, hetgeen evenwel niet wil zeggen dat in Fryslân het onderscheid tussen een aap en pau niet wordt geweten). 
Hij zou het vanavond nog eens proberen, want dat Speestra nu alweer in zijn vakantiehuisje op de camping in Świnoujście (Schwinemünde)  zou zitten leek hem vreemd. Het gaf hem tijd een strategie te bedenken, want achteraf was het misschien niet zo verstandig geweest meteen een brief met de vraag om ondersteuning naar "Ús Deasnokje" te sturen. Het had niets uitgehaald, sterker nog zijn brief had zoals het er nu voorstond het  tegendeel bewerkstelligd en zou betovergrootvaders Hobbedobbe voorgoed  laten verdwijnen.
Toen hij om twintig over acht het  erf van Sybert Speestra opfietste stond diens BMW voor de garage geparkeerd, Sybert was dus thuis en voordat hij aangebeld  had ging de  deur al open: "Kom er in Oerstallinga. Ik ben net terug uit Polen,  drie megavarkensstallen, van vijftigduizend elk, speciaal laten openen door Bastian Schweinsteiger, je weet wel van de Mannschaft, Bayern München en Manchester United, hij speelt nu in Chicago, heb hem speciaal in de businessclass laten overvliegen, kostte natuurlijk het een en ander,  maar dan  heb je ook iets speciaals, de Polen stonden met de bek open, die zijn zulke speciale dingen niet gewend. Ik heb Schweinsteiger nog uitgenodigd om ook even hier naar toe te komen, had ons dorp ook nog iets speciaals gehad, maar ja, de voetballerij ging voor. Dat was wel  jammer, want wees nou eerlijk er gebeuren hier weinig speciale dingen. Weet je wat het is Oerstallinga", vervolgde Speestra, "de Polen houden niet alleen varkens, ze houden ook van varkens, het  is  gemakkelijker een megastal met honderdvijftigduizend varkens in Świnoujście te hebben dan één varken in je achtertuin in Nederland. Wat was het niet fantastisch geweest als we Schweinsteiger hier in ons dorp hadden kunnen ontvangen,  maar nee, voor zulke speciale dingen moet je naar Polen, zoals ik al zei, in Polen weten ze wat  een varken toekomt en maken ze het houden van varkens tot een speciale liefhebberij en worden  in plaats van  rare regeltjes in  te voeren rechters die dat toch willen naar huis gestuurd, in Polen is het varken nog koning, dat kunnen we hier nauwelijks meer waarmaken, Oerstallinga. En waarom, Oerstallinga? Iedereen wil toch een karbonaadje op  zijn bord of  niet soms? Zo'n lekker sappig karbonaadje met een speciaal sausje. Jij wil toch ook een goed stuk vlees, Oerstallinga?" Op dat ogenblik betrad een hem vreemde dame gekleed in een met een panterpatroon bedrukt,  miniem jurkje de voorkamer waar ze inmiddels waren gaan zitten: "Kieliszek wódki, panowie?" "Of je een glaasje wodka wilt", verduidelijkte Speestra. "Poolse, speciale  wodka, Zubrovka, met bisongras en laat ik je meteen even voorstellen aan mijn vriendin Agnieszka uit Świnoujście, ik lig in scheiding met Lolkje, ik vertel je dit even Oerstallinga, zodat er geen gepraat in het dorp ontstaat, want daar  heeft niemand wat aan. Oerstallinga nipte voorzichtig van zijn glaasje. "Nee", riep Speestra,  "zo doen ze dat niet in Polen, je drinkt wodka in één teug. "Zdrowie!" en Speestra kneep Agnieszka in haar linker bil.

T-Ford

 

Geheel in stijl, twee leden van de Gateway Antique Auto Club voor hun T-Ford in Norwalk, Connecticut.

P&M

Laat ik nog een keer teruggaan naar het radioprogramma  dat ik zo'n 25 jaar gelden maakte "De gezamenlijke zenders Peazens en Moddergat", een programma waarbij ik niet zomaar wat plaatjes draaide  maar waarin  ik associatief met  muziek in de weer was en allerlei  soorten muziek voorbij konden komen. Om de beginnen is hier " Fishin Blues'" van Taj Mahal. Mahal, echte naam Henry St. Clair Fredericks Jr., is  een Amerikaanse bluesgitarist en zanger, maar tegelijk een muziekhistoricus,  die  graag pareltjes opduikt uit de Amerikaanse zwarte muziekgeschiedenis. Dan hetzelfde liedje dat anders klinkt in de bewerking van Amos Garrett en Geoff Muldaur, twee mannen oorspronkelijk uit het jugbandcircuit, maar hier op tournee in Japan. In feite was de jugbandmuziek uit de jaren zestig een herleving van de jugbandmuziek uit de jaren twintig,  toen zwarte muzikanten door geldgebrek op een aarden kruik een bas imiteerden en op een washboard zorgden voor het geluid van een drum. In de jaren zestig waren de musici wit. Geoff Muldaur en echtgenote Maria keken ook terug toen ze "Dardanella" opnamen, een nummer dat in de jaren twintig voor de eerste keer op de plaats werd gezet. We zouden "Dardanella" een noveltynummer kunnen noemen, een slecht te vertalen term, maar die duidt op muziek bijvoorbeeld met een pseudo-oosterskarakter. "Dardanella' brengt ons naar Turkije en er bestaan een paar Turkse marsjes van befaamde componisten, deze is van Mozart en deze van Beethoven. Natuurlijk  is de muziek van  Mozart  noch die van Beethoven Turks, het volgende stuk is wel gelijk Turks, gespeeld op klarinet en darbuka, een handtrommel. Een ander soort trommel vinden we in Ierland, de bodhran, bespeelt met één stok. Dat je helemaal geen instrument nodig  hebt en toch kunt drummen laten deze Bakavrouwen horen, ze gebruiken een rivier als instrument. Veel mensen,  allemaal op hun eigen trommel, we zijn in Japan. Heel stevige klappen,  maar we draaien het om: één man op een drumstel, dus meer trommels tegelijk: Jo Jones Een andere, jongere Jo Jones, Philly Jo Jones, ook een drummer met Bill Evans aan de piano. Meer van Bill Evans,  maar dan in  driekwartsmaat: "Waltz for Debby". Tot slot geen wals maar een mars van de Weense walsenkoning, de "Radetzkymarsch", gespeeld door de  Wiener Symphoniker onder leiding van Daniel Barenboim