Ik heb verschrikkelijke buikpijn als ik uit school kom. Ik ga niet naar huis, maar moet naar een zus van mijn moeder, want daar heb ik met mijn moeder afgesproken. We gaan meteen naar ons huis. De gang erheen is een martelgang. De dokter wordt gebeld. Als ik verhoging heb is het blindedarmontsteking. Ik heb geen koorts. Maar de pijn houdt aan. De dokter komt opnieuw. Pas als er verhoging is kan hij actie ondernemen. Eindelijk 's morgens vroeg heb ik koorts. De dokter belt een ambulance en ik ga naar het Bonifaciushospitaal. Later hoor ik dat ze niet veel langer met de operatie hadden moeten wachten, want anders waren er complicaties geweest. De verpleegsters zijn allemaal nonnetjes. Allemaal met kappen. Er zijn aardige en minder aardige. De pijn in mijn buik is weg, maar ik kan niet lachen, want dat doet zeer. Ik maak in het ziekenhuisbed op een stuk karton een schilderij met tandpasta.
18.7.22
Ziek
17.7.22
#1
Dit is 'Old Number One', niet de allereerste MG, zoals de naam doet
vermoeden, maar wel de eerste MG, die speciaal gebouwd was om aan
wedstrijden mee te doen. De basis was een Morris 'Cowley', waarvan het
chassis was ingekort, de motor was een kopklepper Hotchkiss met een
cylinderinhoud van 1548cc gekoppeld aan een Morrisdrieversnellingsbak.
De lichtgewicht carrosserie was ontworpen door Carbodies in Coventry en
het geheel werd door de Morrisfabriek in Oxford geassembleerd. Cecil
Kimber, salesmanager van Morris Garages
in Oxford, had veel succes met 'Old Number One', hij won in 1925 in de
Lands End Trial een gouden medaille in de lichte autoklasse. De totale
bouwkosten schijnen 279 pond geweest te zijn, na de Trial verkocht
Kimber de auto voor 300 pond de wagen dreigde vervolgens zijn bestaan te
eindigen op een sloperij in Manchester, nadat hij gebruikt was om een
aanhanger met varkens te slepen. Een werknemer van MG ontdekte 'Old
Number One' in 1932 op de sloperij en kocht de wagen voor 15 pond.
Daarna werd hij gerestaureerd en in de jaren vijftig werd hij donkerrood
gespoten en kreeg hij kenteken FC 7900. Maar oorspronkelijk was de auto
grijs en was het kenteken FMO 842.
16.7.22
70km/u.
Net zoals Mercedes* genoemd werd naar een dochter, kreeg de Société
Antoinette de naam van een dochter, in dit geval van Jules Gastambide,
de directeur van de firma, de belangrijkse man van het bedrijf was
echter de ontwerper: Léon Levavasseur. Op de foto een
Antoinette VII, waarmee luchtvaartpionier Hubert Latham het Kanaal
probeerde over te steken, beide keren draaide dat op een mislukking uit, maar Latham revancheerde zich door in Reims de Prix de l'Altitude veroveren
door als eerste op een hoogte van 155 meter te vliegen. Het vliegtuig
had een achtcylinderwatergekoelde motor, de spanwijdte was 11,5 m., de
vleugels waren bespannen met een door Michelin vervaardigd rubberdoek. De maximale snelheid was 70km/u.
*Mercedes is genoemd naar Mercedes Jellinek,de dochter van een Oostenrijks diplomaat en autoimporteur in Nice.
*Mercedes is genoemd naar Mercedes Jellinek,de dochter van een Oostenrijks diplomaat en autoimporteur in Nice.
DOEDELZAK
Bij het horen van een doedelzak denken we ogenblikkelijk aan Schotland, maar in Italië hebben ze de zampogna. Hier een tarantella
op zo'n Italiaanse doedelzak, met begeleiding op
tamboerijn, de tamburello. Het bespelen van de zampagogna lijkt op een
worsteling met een levende geit, niet zo ver gezocht want de zak is
gemaakt van de huid van een geit of een schaap, de haren zitten aan de
binnenkant. In een van de voorpoten van het dier wordt het korte pijpje
waarop geblazen wordt bevestigd. Er zijn twee melodiepijpen, een
sopraan- (de ritta) en de baspijp (de manga).
Geen benzine
Citroën 11UB
De
Citroën 11UB staat wat wonderlijk samen met een Duitse "Kübelwagen" en
een Amerikaanse Jeep in een hoek van het Brusselse automobielmuseum.
Ergens begrijp ik het wel: hier is een tafereel uit de Tweede
Wereldoorlog gecreëerd. Op een andere plaats in het museum staan een
paar kleine auto's bij elkaar een Peugeot VLV, een Rovin en een
Crosley. Ik zou dat anders hebben ingericht, ik zou de Citroën en de
Peugeot naast elkaar gezet hebben. Waarom? Omdat beide auto's een
oplossing tonen voor het benzinegebrek in de oorlog: de Citroën door de
installatie van een houtgasgenerator, de Peugeot VLV (waarvan maar 377
exemplaren gebouwd zijn) met een elektromotor. Die VLV toont dat er al
eerder werd nagedacht over het vervangen van de verbrandingsmotor en dat
elektra niet door het Californische Tesla op de kaart is gezet. Om dat
helemaal duidelijk te maken zou ik de Detroit Electric
uit 1915 er naast zetten. Afkomstig uit een fabriek die van 1907 tot
1942 elektrische auto's leverde, oorspronkelijk gedacht voor gebruik in
de stad door dames omdat de bediening simpel was. De auto in het
Brussels museum heeft een originele fabriekscarrosserie, later - in de
jaren dertig - gebruikte men Willys-Overlandbodies.
Detroit Electric
Hun vlag achterna
Hedenochtend om halfzes is een colonne Nederlandse boeren vertrokken in de richting Schlewig-Holstein met de nationale Sleeswijk-Holsteinse blauw-wit-rode vlag in top, terwijl zij "Deutschland, Deutschland über alles" ten gehore brachten. Een enkeling, die het boerenleed vergeleek met de jodenvervolging, zong "Die Fahne hoch", waarbij hij wees op het lustig wapperende blauw-wit-rood. Ze denken enige dagen nodig te hebben om hun doel in Noord-Duitsland te bereiken.
Subscribe to:
Posts (Atom)



