4.3.15

Zijpad

Op de Amerikaanse postzegel (gister op dit blog) is John Henry zwart, of hij echt bestaan heeft is de vraag, laten we het er op houden dat hij er best zo rond 1845 geweest zou kunnen zijn als arbeider in één van de vele ploegen die "spikes" in de bielzen sloegen om de spoorstaven vast te houden. Of het lied ontstaan is als een zogenaamde worksong bestaat twijfel, als het wel het geval is dan moet het geklonken hebben zoals in de uitvoering van Arthur Bell, een gevangene werkzaam op de Cummins State Farm in Arkansas. Er zijn heel veel opnamen van het lied: Bruce Springsteen, Johnny Cash, Tom T. Hall en zelfs van Van Morrison bestaat een versie, maar op zoek naar oudere versies vond ik deze van een op straat spelende zwarte stringband n.b. met een tuba.  Aanvoerder van het musicerend gezelschapje is Blind James Campbell (1906-1981). Ook geboren in 1906 is de eveneens blinde James Dixon, die optrad onder de naam Blind Arvella Gray en regelmatig te vinden was op de markt in Chicago's Maxwell Street. Veel bekender is Pink Anderson (foto), geboren in Laurens, South Carolina, die op veertienjarige leeftijd ging optreden met Dr. William Kerr van de Indian Remedy  Company, een zogenaamde medicine show, waarbij  muzikanten de taak hadden om op markten klanten te trekken voordat er uiterst twijfelachtige geneesmiddelen werden verkocht, die voor vele kwalen hielpen,  daarna werkte Anderson voor Leo "Chief Thundercloud" Kahdots medicine show. Hij tourde, geboren in 1900 tot in de vroege jaren zeventig en trad toen onder andere op in New York en Boston. De laatste versie komt van harmonicaspeler Sonny Terry (1911-1986), de derde blinde na Campbell en Gray, die vooral furore maakte, eerst met Blind Boy Fuller en daarna met Brownie McGhee. Sonny Terry was een meester op zijn instrument en imiteerde o.a. treinen en vossenjachten. "John Henry" smeekt als het ware om een parodie en die is er van The Limeliters (Alex Hassilev, Lou Gottlieb en Glenn Yarbrough) onder de titel Max Goolis, het hilarische verhaal over een straatveger in San Francisco.


3.3.15

Netanyeehaw


Hillbilly 10

Iedere Amerikaanse platenmaatschappij van enige naam nam hillbillymuziek op, soms leiden de titels tot verwarring want wie zou  achter "Gonna die with a hammer in my hand" het overbekende "John Henry" vermoeden, een strijd tussen man en machine, waarvan talloze zwarte en witte uitvoeringen bestaan. De Williamson Brothers (Arnold viool en Irving gitaar) aangevuld met een banjospeler met de naam Curry kwamen uit Logan County in West Virginia. Ze namen een zestal plaatkanten op voor Okeh.


Alvis

 Het eerste dat opvalt is  de rode driehoek op de grille en daarna de enorme koplampen. Dit moet dus een Alvis zijn en de Lucas P-100's werden door de fabriek in Coventry pas vanaf 1934 gemonteerd, dus de auto dateert van daarna. Het is is een "Silver Crest", Britse luxe uit 1938 met drie SU-carburateurs en ingebouwde cricks. De fabriek begon met automobielbouw in 1919 nadat onder de naam Alvis oorspronkelijk aluminium zuigers waren gefabriceerd. De "Silver Crest" was ontworpen  door George Lanchester, de zescylindermotor had  een inhoud van 2762cc en de versnellingsbak had vier gesynchroniseerde versnellingen, de maximumsnelheid was net geen 130 km/u.   Er zijn slechts 340 gemaakt, de carrosserie kwam van Holbrook. De volledige  naam van de gefotografeerde auto  luidt  Alvis "Silver Crest" TH 19.82 Holbrook 4181, hij werd op 10 januari 1938 afgeleverd. De registratie TP 311327 is Zuidafrikaans.


2.3.15

Lloyd

Vlakbij me woonde eind jaren zestig een Brit die bij de Wereldomroep werkte en hij reed Lloyd, niet de Britse Lloyd, hierboven afgebeeld maar de Duitse Lloyd uit Bremen. De fabriek in Bremen had een wonderlijke geschiedenis want begonnen in 1906 als  onderdeel van de Norddeutsche Lloyd, een scheepvaartmaatschappij, werden er tot 1914 auto's gebouwd toen de fabriek samenging met Hansa  en onder de Hansa-Lloyd tot 1929, toen het merk werd overgenomen door Borgward, voornamelijk vrachtwagens fabriceerde. In 1950 verscheen Lloyd opnieuw met een kleine tweecylinder met een houten carrosserie bekleed met kunstleer (een autootje dat in de Bondsrepubliek het gezegde opleverde "Wer den Tod nicht scheut, fährt Lloyd), in 1954 kreeg de auto een stalen carrosserie. Lloyd ging samen met Borgward en Goliath begin jaren zestig  failliet, nadat het concern eerst nog in een ultieme reddingspoging over was genomen door het Bremer stadsbestuur. Het Britse Lloyd, gevestigd in Grimsby, startte in 1936 met de bouw een kleine open two-seater met een achterin geplaatste ééncylinder met een inhoud van 350cc. In 1946 verscheen de '650' (zie boven), met een verticale tweecylinder met een inhoud van zeshonderdvijftig cc, een succes werd het niet en de productie werd in 1951 gestaakt.

1.3.15

Genôch is Genôch of de PVV-kandidatenlijst in Fryslân

  1.  Max Aardema, Drachten, stiefvader van 5. Erna Cohen, neef van 7. Jitske Eizema en zwager van 10. Wietske van der Ploeg.
  2.  Cees Riezebos, Hindeloopen, zwager van 1. Max Aardema en achterneef van 4. Pier Visser.
  3.  Harrie Graansma, Boelenslaan, kleinzoon van zuster van 6. Maarten van den Brand.
  4.  Pier Visser, Grijpskerk, achterneef van 2. Cees Riezebos.
  5.  Erna Cohen, Paesens, echtgenote van 6. Maarten van den Brand, stiefdochter van 1. Max Aardema, moeder van 8. David van den Brand en schoonzuster van 9. Nick Sikkenk.
  6.  Maarten van den Brand, Paesens, echtgenoot van 5. Erna Cohen,  vader van 8. David van den Brand en oudoom van 3. Harrie Graansma.
  7.  Jitske Eizema, Leeuwarden, tante van 1. Max Aardema.
  8.  David van den Brand, Ternaard, zoon van 5. Erna Cohen en 6. Maarten van den Brand.
  9.  Nick Sikkenk, Jubbega, zwager van 5. Erna Cohen.
  10. Wietske van der Ploeg, Hilaard, schoonzuster van 1. Max Aardema.

Hillbilly 9

Het woord hillbilly had een negatieve klank, maar zoals wel vaker gebeurd uiteindelijk werd het een soort geuzennaam en koos Al Hopkins het als naam voor zijn bandje en namen The Original Hillbillies platen op voor Okeh en Vocalion. Het kwartet,  nota bene met een draagbare piano, was zo gevraagd dat het onder een andere naam, als The Buckle Busters, voor de firma Brunswick in de studio stond. Dat laatste kwam, zeker in jaren twintig, vaker voor. In elk geval was de groep heel populair ook omdat er behalve platen werden opgenomen, opgetreden werd voor het radiostation WRC in de Amerikaanse hoofdstad Washington en op scholen, maar ook op politieke bijeenkomsten. Van elk een opname, eerst de Original Hillbillies met "Cluck Old Hen", vervolgens de Buckle Busters met "Sally Ann", beide stukjes hebben tot op de dag van vandaag in het old-timey-wereldje repertoire kunnen houden.