4.11.25

Type 30

Van het ene uiterste naar het andere, van de Cambro naar Bugatti.

Anders dan in Europa, waar, na het verbod op races van stad naar stad, op een afgesloten circuit van openbare wegen rondjes moesten worden gedraaid, werden in  de Verenigde Staten naar analogie van wielrennerij speciale banen geconstrueerd waarop geracet werd. In 1923 werden vijf Type 30's voor de Indianapolis 500 ingeschreven door de Argentijn De Algaza.  De Prins de Cystria eindigde op de negende plaats, de coureurs De Vizcaya, Zborowski, Riganta en De Algaza zelf vielen uit met pech. De Type 30 was Bugatti's eerste acht cylinder die echt in productie werd genomen, want we kunnen de koppeling van twee viercylinderblokken uit 1912/'13 en het Type 28 slecht meetellen. De motor had een cylinderinhoud van tweeliter en kreeg voor Indianapolis vier carburateurs. De wagens waren echte 'singleseaters' want er was anders dan aan deze kant van de Atlantische Oceaan geen sprake van een meerijdende monteur.
De eerste Type 30's , met een totaal andere carrosserie dan die van de wagens die naar Indianapolis gingen, reden met De Vizcaya, Friderich, Mones-Maury en Marco als coureurs in de Strasbourg Grand Prix op 16 juli 1922. De race werd gewonnen door Nazarro in een Fiat 804, De Vizcaya en Marco eindigden op plaats 2 en 3. Mones-Maury op de laatste en vijfde plaats, de rest van het 18 wagens tellende veld viel -  meestal met motorpech - uit. Ook de van een bijna identieke carrosserie voorziene Ballots. Beelden van de race zijn hier te vinden, begeleid door muziek uitgezocht door een augurk, die niet weet dat "Ain't She Sweet" pas in 1927 werd gecomponeerd. Het muziekje waarmee het filmpje eindigt ("Sweet Georgia Brown") dateert uit 1925.
Natuurlijk was er ook een civielere versie van het Type 30, een auto waarvan verwacht werd dat er niet het circuit mee werd opgegaan. Anders dan het vijftal dat in 1923 naar Indianapolis ging had de wagen twee of - slechts - één carburateur, in het laatste geval was het meestal een Zenith. Type 30 was van 1922 tot 1925 in productie.

 

3.11.25

Bal

Geert Wilders heeft voorgesteld een groot deel van het Tweede Kamergebouw te laten afbreken en te vervangen door een balzaal, Dilan Yeşilgöz voelt daar heel veel voor en heeft reeds toegezegd het eerste  bal te openen.

Cambro

 


Ooit geadverteerd als 's werelds meest  goedkope auto: de  Cambro. Het wagentje had een tweecylinder 192cc motor geplaatst over het achterwiel. Er was slechts plaats voor de chauffeur en de carrosserie had veel weg van een auto met pedalen. De auto werd in 1920 gemaakt door de  Central Aircraft Co, in Northolt, Middlesex.

Touristik

 

Uit de gids "Landelijke heerlijkheden rond Fötelburg en Häherbach".
Of u nu met de vouwfiets of op de vouwstep het landelijk gebied rond Fötelburg an der Elbe verkent, het is een uitermate  boeiende bezigheid en verre te verkiezen boven de stad Fötelburg zelf, die slechts de restanten van een weinig interessante abdij uit de twaalfde eeuw te bieden heeft. Laat uw auto achter op het naar Ritter von Schmorck genoemde marktplein in Fötelburg, ontvouw uw fiets dan wel uw step en sla om te beginnen de Lumperstrasse in, die u vanzelf in de richting van Übelschwandau brengt, links en rechts van de N3412 staan de eenvoudige huizen van arbeiders in de destijds voor deze streek zo kenmerkende geitenlerenhuisindustrie. Na ongeveer anderhalve kilometer vindt u aan de rechterzijde van de weg het gerestaureerde huisje van Swibold Flatersohn (1865-1911), thans een alleraardigst museum, dat zeker een bezoek meer dan waard is. Swibold woonde in dit huis met zijn vrouw en zestien kinderen,  terwijl  op het achterliggende grasveld van drie bij  zes meter zijn inkomstenbron - vaak meer  dan twintig geiten - graasde, have, die niet alleen voor drank en voeding zorgde. Geiten werden vooral voor de huid gehouden, die door Swibold zelf tot leer werd verwerkt en vervolgens door hem per hondenkar naar Fötelburg werd getransporteerd om daar tot schachten van laarzen te worden verwerkt. Het geitenhaar werd door Swibolds echtgenote Schwänchen, geboren Meuchelmann, verwerkt tot geitenwollensokken die door het modemagazijn "Mahlschatz" aan de reeds genoemde Ritter von Schmorckplatz naar de destijds nog bestaande Duitse koloniën met veel succes werden geëxporteerd, zo zijn ze nog gedragen door de vader van Hermann Göring in Zuidwest-Afrika tijdens diens veldtochten tegen de Herero's. Een paar van zijn met Hererobloed bevlekte sokken is bewaard gebleven in het nationaal museum van Namibië in Windhoek, maar dat is waarschijnlijk iets te ver voor vouwfiets en vouwstep.

Straks

Straks gaat Wilders Zaandam bellen en vragen of ze daar  daar nog ergens 20.000 stemmen voor hem kunnen vinden zodat  hij toch nog de grootste wordt  

2.11.25

100 jaar

De nacht van 100 jaar VARA: het kan natuurlijk best zijn dat ik dood ben of nooit bij de VARA heb gewerkt... 

Edward

  


Edward Moutbatten Windsor