11.3.25

Adler


Wat er de laatste veertig jaar vierentwintig uur in Le Mans rondreed, is niet aan mij besteed. Maar deze Adler "Super Trumpf Rennlimousine" die in 1938 met racenummer 28 -  en met de heren Orssich en Sauerwein -  op de zesde plaats eindigde wel! Een jaar eerder waren dezelfde heren met een identieke wagen eveneens op plaats 6 geëindigd, de motor was een viercylinder die sinds 1934 ook in de gewone "Trumpf" zat, maar de carrosserie van de "Rennlimousine" was voor de jaren dertig extreem gestroomlijnd. De Hongaarse ingenieur Paul Jaray deed eindelijk zijn invloed gelden, al vind ik zijn naam niet genoemd in de de Duitse boeken waarin ik naar gegevens over de auto speur, maar dat  heeft natuurlijk allles te maken  met het feit dat Jaray van joodse origine was en zijn naam inmiddels gemakshalve vergeten is.

 

Wobster

Wobster Kneulemansz vroeg zich al 64 jaar lang af hoe hij aan zijn merkwaardige voornaam  kwam.  Hij  had nog niet zo lang geleden correspondentie gevoerd met het Nemzetközi Névadó Intézet, het  Internationaal Naamgevings  Instituut in Boedapest, wat hem een enthousiaste, door Viktor Orban ondertekende brief opleverde, vergezeld van een klein flesje bikaver. Uit Washington had hij daarentegen recent geen enkel  antwoord ontvangen, waarschijnlijk was het naamgevingsinstituut daar door Musk om zeep geholpen. Wobster was op zijn derde in  Den Haag te vondeling gelegd, met een klein briefje, waarop de woorden Wobster Kneulemansz. De kleine Wobster was opgepikt door de zesde zaakgelastigde van Joegoslavië die hem eerst een week in  de ambassade had ondergebracht maar na tussenkomst van Tito hem naar het hoofdbureau van politie had  gebracht. Er was nog enige discussie tussen de ambassade en de politie gevoerd waarom er een week was verstreken tussen zijn vondst en zijn aankomst bij het politiebureau, maar voordat een diplomatieke rel was ontstaan, had de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken ingegrepen en was commissaris van politie Hobbelaar voortijdig met pensioen gegaan.

10.3.25

Ariès

 


De firma Ariès schijnt ooit begonnen te zijn met het bouwen van bestelwagens, maar daar kwam onder aanvoering van baron Charles Petiet al gauw verandering in, alhoewel utiliteitsvoertuigen een belangrijk product van de fabriek uit Courbevoie bleven: er reden dubbeldekkerbussen van het merk in Londen en Arièstaxi's in New York. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bouwde Ariès Hispano-Suizavliegtuigmotoren, maar de automobielproductie werd in 1919 hervat. Vanaf 1924 tot en met 1928 deed de firma mee in Le Mans, steeds met drie of met vier wagens. In 1926 haalde nevenstaand nummer 10, een 3 litre surbaissée, met Robert Laly en Jean Chassagne als chauffeurs de eindstreep niet. Ook hier is weer sprake van een zogenaamde 'tankcarrosserie',  het voorste gedeelte van de Ariès is orthodox vormgegeven, maar het achterstuk is, net als de Bugatti Type 32, die in 1923 meedeed aan de Grand Prix in Tours, wagenbreed. In de jaren twintig zien we een groot aantal kleinere Franse merken in Le Mans, merken die op die manier hun verkoop trachten te bevorden, behalve Ariès zijn dat behalve de al elders genoemde, o.a. Alphi, Bignan, Brasier, Corre La Licorne, Fasto, G.R.P., Georges Irat, Rolland Pillain, Th. Schneider, Sizaire - Berwick en d'Yrsan. De auto's van Ariès bleven tot het eind van de productie in 1938 interessant, zo was er de CC45 met twee bougies per cylinder en de 10CV Super met een tweeversnellingsachteras.

9.3.25

Quebec

De naam van tenorsaxofonist Ike Quebec (1918 -1963) zal waarschijnlijk weinig belletjes doen rinkelen, het is een van die musici, die weliswaar met Ella Fitzgerald, Roy Eldridge, Trummy Young en Coleman Hawkins opnamen heeft gemaakt, maar helaas te weinig aan de weg heeft getimmerd om bekend te blijven. Op "Topsy" speelt hij met zijn Swing Seven, bestaande uit Buck Clayton, trompet; Frederic Homer "Keg" Johnson, trombone; Roger Ramirez, piano; Tiny Grimes, gitaar; Grachan Moncur (de vader van trombonist Grachan Moncur III), bas en J.C. Heard, drums.

 

La France

 

Het zat vanaf het begin niet mee. Twee dagen voordat we liftend naar Frankrijk zouden gaan, liet mijn klas- en reisgenoot weten dat hij van de tocht afzag. Ik besloot alleen te gaan. Tot bijna aan de Franse grens kon ik meerijden met een bevriende Belgische arts, die ik op het hart drukte mijn ouders niet te vertellen dat ik alleen onderweg was. De eerste nacht kon ik logeren in het huis van zijn schoonouders,  een landgoed met kamers in verschillende pasteltinten. De volgende ochtend zette hij me af aan de grens. Er kwamen, het was zondagochtend, nauwelijks auto's voorbij en de  auto's die wel voorbij kwamen zaten vol. Ik stond er drie uur voordat ik werd meegenomen tot Arras. De vrede van Atrecht, dacht ik, er waren verschillende geweest, maar wanneer waren die ook al weer? Ik sjouwde met mijn rugzak over de fraaie markt naar de uitvalsweg. Nog steeds op weg naar Parijs. De somberheid sloeg toe. Want opnieuw stond ik tijden langs de kant van de weg, tot ik, het was inmiddels half zeven, eindelijk een lift kreeg en tien kilometer verderop belandde. Ik zag geen heil meer in verder liften, rolde mijn slaapzak uit bij bossages, zo'n honderd meter van de weg. Maar van slapen kwam weinig, plotseling was er een jolige stoet claxonerende automobilisten onderweg. Ik stond op. Dan maar naar de volgende plaats. Ik liep terug naar een bushalte en in een overvolle bus ging ik mee naar Bapaume en begreep de drukte. In Bapaume was kermis. Maar aan die uitgelatenheid had ik absoluut geen zin. Ik vond en hotel en wist de prijs van het logies te halveren omdat ik een slaapzak had.

Paasei

Er werden aan het begin van de vorige eeuw snelheidswedstrijden tussen steden georganiseerd, die zorgden vanzelfsprekend voor veel publiciteit. Pas in 1902 wordt in Achères een gevecht om de wereldsnelheidsttitel opnieuw begonnen, Rolls (jazeker, de Rolls van Roll-Royce met een Mors) en VanderBilt met een Mercedes-Simplex doen een gooi, maar beide pogingen worden door Automobile Club de France niet erkend.



Het Paasei van Serpollet
Op 13 april 1902 verbetert Leon Serpollet met een stoomauto, bijgenaamd Oeuf de Pâques van het merk Garner-Serpollet, op de Promenade des Anglais in Nice het record, het komt op 120,80 km/u.

Mors Z Paris - Vienne

Later dat jaar wordt het record met kleine stapjes verhoogd met een Mors, die de aan de wedstrijd Parijs -Wenen (gewonnen door Marcel Renault met een Renault) had deelgenomen, door respectievelijk VanderBilt, Fournier en Augières. De Mors is de eerste auto met een benzinemotor, die in de recordannalen kan worden bijgeschreven.

Lampetkan

Lampet. Het klinkt Frans, maar als ik in mijn woordenboek Frans zoek, kan ik het niet vinden. Wie kent het woord, daterend uit de tijd dat je het met één kraantje met stromend water boven de gootsteen in het huis moest doen, nog? Op de slaapkamer moest je je wassen met behulp van een lampetkan en -kom. Je goot het water van de kan in de kom. waste je en goot vervolgens het water uit de kom in een met een deksel af te sluiten emmer. De laatste keer dat ik me op die manier waste is 71 jaar geleden.