Drage zette zijn fiets in de stalling voor rijwielen van leraren die anders dan de fietsen voor leerlingen overdekt was en begaf zich naar de lerarenkamer, waar vandaan een enorme lawaai te horen was. Die heisa had alles te maken met het feit dat Véroniqe Bouc, lerares Frans, op haar fiets was geschept door een morveux, zoals zij het noemde, op een fatbike en nu door Karel Kamgaren, leraar lichamelijke oefening, bezitter van het diploma EHBO en de verbandtrommel van de school, aan een schaafwond aan haar rechterknie werd geholpen. Ze zat op een stoel met haar rechterbeen op een andere stoel. Terwijl Karel het flesje jodium opende probeerde de directeur van de school Simon Bekauch er achter te komen of de snotaap met de fatbike wellicht leerling van de school was en vroeg hij Véronique naar een signalement. Daar had hij beter even mee kunnen wachten, want Véronique liet een kreet als van een Maartse kat toen de jodium haar knie op druppelde. De bel ging en de leraren gingen hun weegs. Drage werd door collega Hans Horkenboer gestopt: "Kan ik je even spreken. Ja, ik weet niet hoe ik het zeggen moet, maar dinsdagavond was ik rond een uur of tien in het "Het Bezwete Paard" om een biertje te pakken toen ik Lolkje, jouw vrouw, achterin de kroeg zag zitten met een vreemde man. Ze hadden het zo te zien erg naar hun zin."