28.8.09

Robby



Eerlijk gezegd: ik heb niet zo heel veel met honden. Katten hebben lang mijn voorkeur genoten, al heb ik jaren geen meer. Maar nog steeds komen sommige in de buurt op mij af, vooral als ik ze miauwend begroet. Sinds 30 juni heb ik een hond. In feite heb het bezit de danken aan mijn goede vriend E.G. te M., die een buitengewoon komische Jack Russell heeft: Dirk. Dirk is een onvermoeibaar pretpakket, dat enthousiast dikke takken van bomen aansleept, die dienen te worden weggegooid, opdat hij ze terug kan brengen. Robby, mijn hond, is een Cairnterrier, waarvan gezegd wordt dat het een grote hond is in een klein pakje. Die observatie klopt, want meneer hoeft maar een grote reu te zien of hij krijgt het te kwaad: trekt aan de lijn, blaft, gromt en laat zijn tanden zien. Robby is overwegend zwart, met hier en daar een grijze en witte veeg, alsof hij langs nat schilderwerk heeft gelopen, zijn staart is net een maiskolf.
Hij zat, nadat zijn bazin overleden was, veertien dagen in een asyl in het zuiden des lands, maar ging zonder problemen met bus en trein mee naar Bussum. Inmiddels heeft hij er diverse treinreizen, en autoritten opzitten, gaat hij mee in een mand achterop de tandem en loop ik drie keer per dag door straten, waar ik nooit eerder was. Tijdens mijn bezoek aan de Verenigde Staten was hij o.a. logeren bij Dirk. Robby heeft, zo heb ik ontdekt vrolijke en boze dagen. Nu ligt hij onder mijn stoel, want van onweer wordt hij nerveus.