7.10.11

Naar Stad

De allereerste keer dat ik in Groningen was, moet in 1941 of 1942 geweest zijn. Ik herinner me het niet zo goed, ik was vijf. Mijn vader en ik gingen met de stoomtram vanuit Drachten. Het eerste wat in mijn geheugen boven komt drijven is een vies ijsje, een ijsje met een donkerrode saus dat ik kreeg bij Frigge. Het was beangstigend donker in de zaak. Daarna liepen we een heel eind, naar huizen gebouwd van baksteen, ergens op een hoek op de tweede etage bezochten we mensen met een vreemde naam. Het moet Aakster of iets dergelijks geweest zijn of we er gelogeerd hebben, weet ik niet meer. Jaren later, ik was inmiddels dertien, presteerde ik het om op vrije middagen vanuit Leeuwarden naar Groningen te liften. Eenmaal aangekomen stak ik de weg over en lifte weer naar huis. De naam van een van mijn liftkompanen weet ik nog: Jopie Schöder, of was het gewoon Schreuder, dezelfde met wie ik op de Eewal brandweertje speelde met een kinderwagenonderstel waarop we, hoe misdadig, een antieke speeldoos als sirene geinstalleerd hadden.