13.2.15

Raymond Burr

Opnieuw de Nash met opnieuw een bekend persoon: Raymond Burr (1917-1993), ik haalde hem op van Schiphol, waar je destijds als journalist nog redelijk vrije toegang had en waar hij geheel toevallig Johnny Weissmuller (zwemkampioen en Tarzan) ontmoette. Altijd bijzonder om te zien hoe de ene beroemde een nog grotere beroemdheid begroet. Burr was na zijn rol in Perry Mason inmiddels een detective in een invalidewagen geworden: Ironside, en ik ging samen met fotograaf Ernst Niewenhuis op een zaterdag naar Kopenhagen om hem daar op zondag te interviewen, zodat het verhaal nog voordat hij in Nederland aankwam in de VARAGIDS kon verschijnen. Op zondagmorgen stonden we al vroeg op Kastrup om Burr af te halen en na een ontmoeting met de Deense pers kreeg ik ruime gelegenheid om met hem te praten. Na het gesprek dook de vraag op of ik voor transport kon zorgen van Schiphol naar  een Amsterdams hotel. Ik bood aan dat zelf, met de Nash, te doen. Op maandag vlogen Ernst en ik terug. Ernst zat aan het raam en wees op zeker moment naar een olieraffinaderij beneden ons. Dat moest Pernis zijn, maar zulke grote bochten om op Schiphol te gaan landen, leken mij onmogelijk en dat klopte want wij zaten in een vliegtuig op weg naar Brussel. Paniek, want waar was onze bagage. Bij aankomst niet in Brussel en Ernsts volgeschoten fotorolletjes zaten in zijn koffer. Na vier uur slenteren op luchthaven Brussel konden we eindelijk naar Schiphol, daar stond - gelukkig - onze bagage.

12.2.15

Misthoorn

Belangrijk nieuw uit Harlingen
Harlingen had om binnenkomende schepen
 bij mist behulpzaam te zijn een misthoorn. 
Ik schreef had, want het ding ging stuk. 
Gelukkig is er goed nieuws, want de mist-
hoorn komt terug, zij het niet in de oude
vorm. Zodra er een flard nevel aan de
 Friese westkust opduikt rent burgemees-
ter Roel Sluiter naar de zuidelijke havenpier
om  met ontbloot onderlijf al flatulerend het
scheepvaartverkeer te waarschuwen.

Isotta-Fraschini

Dit wat knullige reclamefoldertje werd in 1947 uitgereikt op de Parijse autosalon door de eens zo fameuze Italiaanse fabriek Isotta-Fraschini, die in de late jaren dertig door Mussolini gedwongen werd met de fabricage van buitengewoon luxe automobielen te stoppen en vrachtwagens  naar model van MAN en scheeps- en vliegtuigmotoren te bouwen. 
De voornaamste gegevens staan op bovenstaand  blaadje, dat wel, maar voor een merk dat probeerde terug te komen in het hoogste marktsegment was het toch wat mager. De auto was duur, voor de helft van het geld kocht je een Buick, een Jaguar of een Tatra, die net als de Monterosa een V8 achterin had. Er zijn hooguit twintig Monterosa's gebouwd voordat de fabriek in 1949 zijn poorten sloot.

11.2.15

Groene kaas 3

Mijn vader werd kort na de oorlog in 1945 administrateur bij de P.O.D. (Politieke Opsporingsdienst), voor mij ligt op dit moment zijn lidmaatschapsbewijs van de Vereniging Friesland '40-'45. waarop die functie vermeld staat. Hij werkte ergens rechts halverwege de Stationsweg in een groot gebouw, wat hij er deed was mij destijds volslagen onduidelijk. Achteraf vind ik het wel grappig, mijn vader als een soort politieagent, iets dat totaal niet bij hem  paste. Lang is hij het trouwens niet gebleven, want in december 1945 verhuisden we naar Leeuwarden en werd hij rayondirecteur van een krant. Nog in de administrateurtijd  confiskeerde hij een boek: "Mijn Kamp", een Nederlandse vertaling van Hitlers "Mein Kampf", ooit eigendom van een mevrouw Duursma, NSB-ster te Drachten, als ik me goed herinner, woonachtig aan de Zuidkade. In het boek vond ik een papiersnipper met de tekst "Yn it spier foar Greate* Pier, Hannes H." en die papiersnipper zette mij aan het werk, vooral toen ik  ontdekte dat de voomalige S.A.-Rottenführer Hannes Hanpelmann tijdens de oorlog in ieder geval gedurende een paar maanden in Smallingerland - hoofdplaats Drachten - als Gefreiter bij de Wehrmacht dienst gedaan had. Of mevrouw Duursma Hanpelmann gecontact heeft of Hanpelmann mevrouw Duursma, in ieder geval moet Hanpelmann haar over zijn verre voorvader Ruprecht de Rampzalige, die ver voor Grutte Pier 's mensens afkomst onderzocht door ze een zin na te laten zeggen, verteld hebben om het vervolgens mij mogelijk te maken de afgelopen dagen de zaak verder uit te zoeken.
*Greate: oudere spelling van Grutte.

10.2.15

Groene kaas 2

Die verre nazaat van Ruprecht de Rampzalige en de gebochelde Leerse waardsdochter, wier naam en bochel verder onbekend bleven, Hannes Hanpelmann (mit fünfmal n, bitte schön) in Schwäbisch Gmünd, had zelf zijn voorgeslacht "ausfindig gemacht", hetgeen heel iets anders is dan "erfunden". Hij had begin jaren dertig de tijd mee, Sippen- und Ahnenforschung was noodzakelijk om in het Duitse leven iets te bereiken en een eerste stap in de goede  richting was  gezet door Rottenfüher bij de SA te worden. Pas later bleek dat Hannes op het verkeerde paard gewed had en beter bij de SS had kunnen gaan, maar ik loop op de dingen vooruit. Zijn Sturmbannführer Heinrich Lumperding had bij het zien van Hannes' ahnenlijst wel iets gemompeld over een Franzose toen hij de oorspronkelijke naam van Ruprecht zag, die immers Henri, chevalier de Val de Rappes luidde, maar daar had diens later gekozen woonplaats Leer ruimschoots tegen opgewogen, want wat was beter dan "ein leeres Gehirn so kann es durch unser Führer besser ausgefüllt werden" gevolgd door een welgemeend "Heil Hitler!"

9.2.15

Groene kaas

Helemaal precies heb ik de zin nooit begrepen, alhoewel me het uiteindelijke doel niet ontgaat: het kaf van het koren te scheiden of beter nog onderscheid te maken tussen bokken en geiten, want het gaat tenslotte om ademende  have. Verschil te maken tussen Friezen en niet-Friezen. Bedoelde zin luidt: "Bûter, brea en griene tsiis wa 't dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries" (Boter, brood en groene kaas wie dat niet kan zeggen is geen echte Fries). Ik begrijp die groene kaas niet, Friese kaas is niet groen, maar is gevuld met krûdnagel en komyn. Volgens de boeken zou Grutte Pier (1480-1520), ondermeer zeeschuimer, die de Zuiderzee onveilig maakte, de bedenker van de zin zijn, schepen enterend om vervolgens aan boord klauterend vermelde zin uit te schreeuwen en wanneer men van kapitein tot koksmaat niet in staat bleek Grutte Pier na te praten werd de bemanning een kopje kleiner gemaakt. Nu was onthoofden destijds niet een ongebruikelijke handeling. Ook de na te spreken volzin was niet origineel. Zo is er een zin met ongeveer dezelfde inhoud overgeleverd uit een met de hand geschreven foliant die het leven van Henri, chevalier de Val de Rappes beschrijft, afkomstig uit Épernay, trok hij ter kruistocht, de tweede, zoals later is vastgesteld, nadat  zijn echtgenote van een kuisheidsgordel te hebben voorzien, verdween hij in de richting van Jeruzalem om enige jaren later terug te keren naar Leer in Oost-Friesland, waar hij de rest van zijn dagen sleet als Ruprecht de Rampzalige, zonder overigens de sleutel van zijn vrouws kuisheidsgordel te retourneren. die hij  bij het pootjebaden met een lokale schone in de Dode Zee was kwijtgeraakt, zodat er weinig te retourneren viel. Hij zat intussen ook in Leer niet stil en bezwangerde onder meer de gebochelde dochter van de waard van de lokale herberg in Leer "Im Schwarzen Adebar"* een aantal malen, één van van hun nazaten werd in 1934 Rottenführer bij de SA in Schwäbisch Gmünd. Uit Ruprechts mond werd door de volijverige monnik Adelwulf - let wel ruim drie eeuwen voor Grutte Pier - volgende zin opgetekend : "butter, broat un käs, wer dath nit seggen kann is nit kehn freez". Nu was Ruprecht allesbehave een Freez, maar klaarblijkelijk werd er in die dagen minder op dergelijke eigenlijk racistische zaken gelet. Doch ook Ruprecht was niet origineel, waarschijnlijk is hij op weg naar het Heilige land om de Muzelmannen mores te leren door Beieren getrokken, want aldaar bestaat de volgende zin om Beier en niet-Beier te onderscheiden "A Woasswürstchn und nein Oaa, wa des ned frisst is koa Boar" (een witworstje en negen eieren, wie dat niet vreet is geen Beier).  Mogelijkerwijs zijn er nog oudere zinnen om  te onderzoeken om men met een landsman van doen heeft, om bijvoorbeeld onderscheid te maken tussen Assyriërs en Babyloniërs, uiteindelijk worden in die contreien nog steeds hoofden afgehakt.
*adebar oud-Duits, waar zowel het nederlandse ooievaar als het  friese earrebarre aan zijn ontleend.

5.2.15

Crazy 'Bout An Automobile

Ry Cooder op een spatbord van mijn 1937 Nash in de vroege jaren zeventig tijdens zijn eerste bezoek aan ons land. Hij had een naoorlogse Nash, waarvan ik de uitlaat in 1974, bij een bezoek aan hem nog eens, heb verhangen. Ik had hem met zijn vrouw Susan afgehaald van Schiphol en ergens onderweg maakte Laurens van Houten bovenstaande foto.