8.2.08

Stoofjes

Deze week hoorde ik twee keer de term “stoofjes”, dat woord, voor de kleine, kubusachtige locomotiefjes uit mijn jeugd, kende ik niet. In 1941 waren we in Drachten komen wonen, als je
van het Moleneind linksaf de Noorderbuurt insloeg, dan was daar een halte van de tram, vlak voor het hotel “De Phoenx” en wanneer je verder liep, kwam je op de Stationsweg, aan het eind ervan aan de rechterkant was het tramstation. Daar kwam ik niet vaak, het was ver.
Op de een of andere manier ontroeren die locomotiefjes me, ik heb er inmiddels een aantal, terwijl ze helemaal niet op mijn Franse modelspoorbaan thuishoren. Natuurlijk is het nostalgie, maar het is ook de merkwaardige verschijning: een doos op wielen, waarin alles verstopt zit dat hem voortbeweegt. Bijna een mechanische schildpad, die op een onhandige manier voortschuivelt. Soms zo onhandig, dat hij probeert tegen de openstaande hoofdbrug over de Drachtstercompagnonsvaart op te klimmen en er een hele dag een praam als noodbrug over de vaart komt te liggen.
Het gaat er mij niet eens om of de locomotiefjes echt in dienst van de Nederlandsche Tramwegmaatschappij (NTM) hebben gereden, voor mij gaat het om het model, deze, die een stukje in “Frankrijk” rijdt, kan ik nooit gezien hebben, want hij werd in 1936 afgevoerd. Er waren er drie van de 6601, 6602 en 6603, in 1898 gebouwd door Machinefabriek “Breda”, voorheen Backer & Rueb voor de Stoomtramweg-Maatschappij ‘West Friesland’ (SMWF), een bedrijf dat beheerd werd door de Maatschappij tot Exploitatie van Tramwegen (MET) om dienst te doen op de lijjn Schagen - Wognum/Nibbixwoud. In 1909 werd het bedrijf over genomen door de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM). In 1923 verhuisden de 6601 en 6603 naar Friesland, de 6602 volgde in 1924. Ze reden er voornamelijk in de goederendienst (ze hadden zowel tram- als treinstootwerk), maar trokken ook passagierstreinen tussen Drachten en Groningen.