26.2.20

STRIJD 2

Zo, nu alleen nog zijn handtekening onder de brief  en dan was die klaar voor verzending. Hij  had net bedacht dat hij dat, ook ter besparing van kosten,  niet per post ging doen, per slot van  rekening stond hij binnen vijf minuten op de fiets voor het huis van Doekele en Deunske Volbehaard, dus hij ging de brief zelf bezorgen. Hij zou de brief niet in het groene busje aan het begin van  het tuinpad gooien maar in de van koperbeslag voorziene brievenbus in de voordeur. Wat hij niet kon weten dat Deunske net achter de brievenbus in de voordeur bezig was een tochtstrip aan te brengen. Ze had al weken tegen Doekele geklaagd dat het zo tochtig was en of hij er iets tegen wilde ondernemen, maar zoals gewoonlijk was het, wanneer het om kleine karweitjes in huis ging, bij hem het ene oor in-,  het andere oor uitgegaan en zat ze nu op haar knieën achter de voordeur toen Oerstallinga's brief op haar hoofd viel. Oerstallinga was  het tuinpad nog niet af toen de voordeur openging, Deunske wat moeizaam opgekrabbeld, had de brief en vooral de afzender  bekeken en riep: "U bent geen lid van "Ús Deasnokje"!" Daar had ze gelijk in, Oerstallinga vond het maar een vreemd clubje waarvan het bestuur in handen was van één familie, maar hij had ze nu  nodig dus stroop was  de boodschap: "Dat weet ik, maar jullie vinden het natuurlijk net zo erg als ik dat de Hobbedobbe dreigt te verdwijnen." "De Hobbedobbe?", informeerde Deunske. "Nou, ik vind het maar een een verzamelplek van steekmuggen en anders niet, bovendien zal onze dochter Lolkje, als de Hobbedobbe gedempt is, daar komen te wonen!" Oerstallinga slikte en zei behalve dat het bestuur van "Ús Deasnokje" eerst  maar eens zijn brief moest lezen, verder niets en stapte op zijn fiets.
Zouden ze je niet? En dat noemde zich een historische vereniging. Een monument vernietigen omdat de dochter een woning nodig had, wat een rotvolk. Hij lette even niet op en reed bijna Hylke Breedspraak aan die met een tas vol boodschappen het enige zebrapad van het dorp overstak. Hij verontschuldigde zich en begon meteen over "Ús Deasnokje" en de Hobbedobbe. Breedspraak zette zijn tas neer en zei "Dat is een verloren zaak Oerstallinga, de Hobbedobbe gaat gedempt worden en daar zal de historische vereninging geen moment wakker van liggen omdat Deunske Volbehaard en haar familie ieder jaar zo'n vijfentwintighonderd euro subsidie krijgt uit de gemeentekas en dan denk jij toch niet dat ze dat geld als zogenaamde historische vereniging willen mislopen alleen omdat jij de Hobbedobbe voor ons nageslacht wil bewaren. Man wees verstandig en als je er niet mee kunt leven,  verhuis, want er is echt geen andere oplossing".