7.3.10

Gois & Geiwe

Wie zich de laatste weken beweegt door het goise dorp met geiwe (en daar kan maar één plaats mee bedoeld zijn, het vermaledijde Bussum) ontdekt antifusiespandoeken en -affiches. De ramen van het gemeentehuis zijn er bijkans mee dichtgeplakt, maar het daar arbeidende volk heeft er ook alle belang bij dat een fusie met de naburge gemeentes Muiden, Naarden en Weesp niet doorgaat. Inmiddels is er meer dan tweehonderdduizend euro in de antifusiecampagne gestoken. "Waar komt dat geld vandaan?", vraagt u. Dat kan ik vertellen. Simpelweg door de OZB omhoog te schroeven. De waarde van mijn huis is, volgens de om hun werk bangende dames en heren in het met posters dichtgeplakte gemeentehuis, in één jaar tijd met meer dan 38% gestegen.

Wurlitzer 2


Gister schreef ik al: ze kwamen in soorten maten, voor de huiskamer, voor de kroeg en voor de balzaal. Dit is volgens de huidige (of wellicht vorige eigenaar, want het instrument stond te koop) iets unieks: 's wereld enige Wurlitzer Mandolin Pianochestra Model 33-A. Honderd jaar geleden gebouwd! Irving Berlin scoorde een jaar later zijn eerste hit met het wijsje dat het instrument speelt: "Alexander's Ragtime Band".

6.3.10

Amilcar 2

Anders dan de Franse concurrenten in de vroege jaren twintig maakte Amilcar de motoren zelf. Kleine motoren: boring 55 mm, slag 95 mm, zodat de viercylindermotor een inhoud had van 903 cc.

Wurlitzer


Vraag: "Wurlitzer?" En het antwoord komt bijna als een pavlovreactie: "Jukebox!" Maar hoe kan het dan Franz Rudolph Wurlitzer zijn firma in Cincinnati iets meer dan veertig jaar startte voor de uitvinding van de grammofoonplaat? Dan moet Wurlitzer voor de uitvinding van de jukebox (of deftiger de coin-operated phonograph), die overigens pas uit 1934 dateert, iets anders hebben gedaan. Dat klopt, oorspronkelijk importeerde het bedrijf muziekinstrumenten uit Europa, daarna vervaardigde Wurlitzer ze zelf, om in 1880 volledig over te schakelen op de vervaardiging van mechanische muziekinstrumenten, daar bleek een alsmaar groeiende markt voor te zijn.
Je had destijds als uitbater van een etablissement waar gedanst kon worden, maar niet alleen daar, de keuze tussen een pianist en eventueel een strijkje of een mechanisch muziekinstrument, dat ging spelen na inworp van een muntstuk. Met de groei van de dansgelegenheden groeiden ook de instrumenten. Een mechanische piano bleek niet genoeg en er werd een heel instrumentarium aan toegevoegd: een pijporgel, een stel percussie- en soms zelf snaarinstrumenten. Wurlitzer maakte ze allemaal en noemde de instrumenten uit laatst genoemde categorie niet ten onrechte orchestrions. Hier een voorbeeld van zo'n orchestrion uit 1912, met "Sweet George Brown".

5.3.10

Oud

Plastic betekende voor modelbouw ongekende mogelijkheden. Waren de eerste modelauto's nog van bedrukt blik en kwam later zamak (ook gespeld zamac en een legering bestaande uit zink, aluminium, magnesium en koper) in gebruik, vanaf de de jaren vijftig zien we een verschuiving naar plastic. De Franse firma Minialuxe, actief sinds 1959 komt eerst met een reeks Franse auto's uit de jaren vijftig op de markt, maar vanaf 1964 verschijnt onder de naam "Les Tacots" een serie modellen naar auto's gefabriceerd tussen 1891 en 1918.

Een van die alleroudste betreft een modelletje van een Panhard uit 1891.


In 1895 verscheen deze gesloten auto, eveneens een Panhard-Levassor.

Ik zag een soortgelijke Panhard vorige zomer in een museum in Cleveland. De kleur van het Minialuxemodel is natuurlijk volledig misgegrepen.

Maar qua kleuren zat ook een andere Franse fabriek, RAMI met deze "Tonneau" uit 1899 er flink naast. Het model was van zamak, maar had plastic wielen.

Safir, eveneens een Franse firma, maakte veel gedetailleerder modellen uit zamak en plastic, bij deze Panhard van rond de vorige eeuwwisseling is ook de onderzijde van de auto met motor, versnellingsbak en uitlaat weergegeven. Ik heb de auto trouwens wel omgeschilderd. Met alle kritiek, die ik op deze fabrikanten heb, ze maakten echt oude auto's en die vind je tegenwoordig niet meer.

Pianola 2

Draaiorgel en pianola zijn bekend, mechanische snaarinstrumenten minder, al staat er een prachtige pianola met viool (Hupfeld Phonoliszt Violina) in het Utrechtse museum "Van Speelklok tot Pierement"*. "Orange Blossom Special" is het showstuk van iedere Amerikaanse countryfiddler, maar hier wordt het uitgevoerd op mechanische banjo, piano en zeven percussieinstrumenten. (foto) Het principe is overigens hetzelfde als bij de pianola, ook hier wordt een papieren rol gebruikt.
Meer over het "Nationaal Museum van Speelklok tot Pierement": hier.

Laweit 2

Meteen na het lezen van "Vogelvrij", "Kopgeld, Nederlandse premiejager op zoek naar joden, 1943" van Ad van Liempt uit de kast gepakt en gaan herlezen. Bij het lezen van zijn voorwoord, weet ik ogenblikkelijk weer, waarom ik bij eerste lezing zo'n zeven jaar geleden geirriteerd raakte "..... op de nabestaanden van de jodenjagers zullen de hier beschreven gebeurtenissen ingetwijfeld diepe indruk maken. Omdat zij onschuldig zijn aan de vergrijpen van hun (voor)vaders heb ik besloten de namen van vrijwel alle jodenjagers te veranderen. Alleen bij de namen van de twee organisatoren Henneicke en Briedé en in een enkel ander geval heb ik dat weinig zinvol geacht, in ander gevallen heeft de bescherming van de privacy van de nabestaanden voor mij zwaarder gewogen dan de authenciteit van het verhaal. Als een naam voor het eerst wordt genoemd , wordt door middel van een * achter de naam aangegeven dat het om een gefingeerde achternaam gaat."
Wat een onzin. Hoovaardige onzin. Selectieve onzin. Om met de selectieve onzin te beginnen: waarom lees ik op bladzijde 75 "Deze Beppie A. is dienstmeisje in het huis van het Colonnelid Frans van Tol, de broer van Jacques van Tol, die in de oorlog fascistische cabaretteksten verzorgt....". Klaarblijkelijk hebben de (kleinkinderen) van de broers Van Tol in tegenstelling tot die van jodenjager Eddy Moerberg* geen bescherming nodig. Van Liempt strekt zijn hoovaardige handen, als ware hij onze Lieve Heer, over hen uit.
(Uit "Vogelvrij", dat volwassen met de namen van de misdadigers omgaat, weet ik dat achter de naam Eddy Moerberg in werkelijkheid Eduard Gijsbertus Moesbergen schuilgaat.)