21.3.10
20.3.10
Bernard
Annejet van der Zijls "Bernard" gelezen. Slotindruk: breedsprakig, te uitvoerig, maar het boek geeft desondanks toch een goed inzicht in het karakter van de man, die her en der in het vaderland nog steeds bejubeld wordt. Met te uitvoerig bedoel ik de overkokende woordenpap om iets te verduidelijken, zoals de sfeer in Berlijn gedurende de jaren twintig. Of waarom de lezer moet weten dat de auto die Bernards vader aanschaft, een Maybach W3, een chassis heeft dat 1650 kilo weegt en geproduceerd wordt door een firma die na 1918 noodgedwongen van de productie van zeppelinmotoren op die van auto's was overgestapt. Soms is Van der Zijls behoefte tot completering zo groot dat ze klaarblijkelijk geen tijd heeft gehad om de juistheid van haar opsomming te controleren. Op bladzijde 348 staat een lijstje met door Bernard na de oorlog bijeengegraaide vliegtuigen: "verkenners van de types Vigilant, Sentinet en Storch, twee Siebel 204 transportvliegtuigen, een Messerschmitt Taifun - naar eigen zeggen losgepeuterd bij de Franse generaal De Gaulle - en een Douglas C47 Dakota, die voor een zacht prijsje overgenomen was via Eisenhowers stafchef Bedell Smith." Ik had het maar bij drie verkenners, drie transportvliegtuigen en een sportvliegtuig gelaten. Want zoals het er nu staat is het onbeholpen, de ene keer noemt Van de Zijl fabrikant en type, de andere keer alleen het type. Compleet zou er behoren te staan Stinson "Vigilant" (foto), Stinson "Sentinel" (niet Sentinet), Fieseler "Storch", Siebel "Si 204D", Messerschmitt "Taifun" en Douglas "C47", hier beter bekend als "Dakota".Over de kwaliteit van de in het boek afgedrukte foto's en documenten, zwijg ik maar.
19.3.10
NIW
Het blad steekt net iets boven de andere weekbladen uit. Kom, denk ik, laat ik het toch maar weer eens kopen, is het niet om me te ergeren, dan is het wel om te lachen. Het NIW , het Nieuw Israelitisch Weekblad. Op aanraden van een rabbijn, nam ik er 25 jaar geleden een abonnement op. Ik was verbaasd, wat een rechtse lariekoek stond er in het blad, mijlenver verwijderd van de ideeënwereld van mijn lang daarvoor overleden Joodse vader. Mijn vader was sociaal-democraat en dat droeg hij uit. Uit het NIW walmde me iets engs tegemoet, iets wat ik van het jodendom niet verwachtte. Ik heb net het jongste nummer doorgenomen en ik hoef mijn mening niet te herzien. Ik struikel over zinnen n.a.v. het lijsttrekerschap van Job Cohen; "de kans is aanwezig dat 130 jaar nadat Benjamin Disraeli afscheid nam van zijn functie als Brits premier, opnieuw een Jood een Europees land zal gaan leiden". Zo'n gedachte - die bovendien niet klopt, want leidde Pierre Mendès-France in de jaren vijftig geen Franse kabinetten? - hoe kom je erop? Maar het meest frivole artikel komt van columnist G. Philip Mok, Barack Obama heet bij Mok natuurlijk Barack Hoessein Obama en er wordt bovendien een fiks partijtje gescholden: schurk en lamstraal zijn een paar kwalificaties die Mok uit zijn pen laat vloeien. De leukste zinnen moeten dan nog komen en die ga ik citeren:
" De VS hebben Israël met geld, wapens en brave lippendienst gesteuud, maar het 'klassieke' conflict in het Midden-Oosten zou allang zijn opgelost als diezelfde VS niet door de jaren heen ook de voornaamste contribuant was gebleven van de United Nations relief and Works Agency (Unrwa), na 1948 speciaal in het leven geroepen...nee, in wezen niet om' Palestijnse vluchtelingen' te helpen maar de bonje tussen de Arabieren en Israël te laten voortduren. Washington is nog steeds de voornaamste geldverschaffer aan Unwra. Bovendien worden de 'politie- en veiligheidsdiensten' van de Palestijnse Autoriteit betaald en getraind door zowel Amerika als Europa (de Nederlandse belastingbetaler is er, ook voor de tv-ophitsing tot Jodenmoord, jaarlijks vele miljoenen aan kwijt)."
Kortom mesjogge is troef.
" De VS hebben Israël met geld, wapens en brave lippendienst gesteuud, maar het 'klassieke' conflict in het Midden-Oosten zou allang zijn opgelost als diezelfde VS niet door de jaren heen ook de voornaamste contribuant was gebleven van de United Nations relief and Works Agency (Unrwa), na 1948 speciaal in het leven geroepen...nee, in wezen niet om' Palestijnse vluchtelingen' te helpen maar de bonje tussen de Arabieren en Israël te laten voortduren. Washington is nog steeds de voornaamste geldverschaffer aan Unwra. Bovendien worden de 'politie- en veiligheidsdiensten' van de Palestijnse Autoriteit betaald en getraind door zowel Amerika als Europa (de Nederlandse belastingbetaler is er, ook voor de tv-ophitsing tot Jodenmoord, jaarlijks vele miljoenen aan kwijt)."
Kortom mesjogge is troef.
Me rig deskey Cornoack termen me vee mawe
De Engelse naam in het Nederlands vertaald klinkt ronduit belachelijk: "Maismuur", de vlag misstaat niet op een begrafenisauto, ze hebben niet zoals Wales, Schotland en Noord-Ierland een eigen parlement, de taal is sinds het eind van de 18e eeuw uitgestorven, maar er wordt al meer dan een eeuw aan een herleving gewerkt. Die herleving zorgt trouwens voor problemen, want voorgaande aan de spelling in de 18e eeuw, waren er andere manieren om de taal op te schrijven en ga je in 2010 uit van de 16e, 17e of 18e eeuwse spelling? Ik heb het over de uiterste zuidwestpunt van het Verenigd Koninkrijk: Cornwall in de eigen taal Kernow geheten. In 1776 schreef William Bodinar, vermoedelijk een van de laatste Cornishsprekers, deze regels:Bluth vee try egance a pemp.
Thera vee dean bodgack an puscas.
Me rig deskey Cornoack termen me vee mawe.
Me vee de more gen seara vee a pemp dean mouy en cock.
Me rig scantlower clowes eden ger Sowsnack en cock rag sythen warebar.
Na riga vee biscath gwellas lever Cornoack.
Me deskey Cornoack moas da more gen tees coath.
Nag es mouy vel pager po pemp en dreav nye ell clapia Cornoack leben,
poble coath pager egance blouth.
Cornoack ewe oll naceaves gen poble younk.
Er bestaan zeker vier moderne transcripties van bovenstaande regels, dit is een voorbeeld in Standard Kernowek:
Bloodh vy yw try ugans ha pymp.
Th’erovy den bohojak an pùscas.
Me wrug desky Kernowek termyn me veu maw.
Me veu de mor gen sîra vy ha pymp den moy i’n côk.
Me wrug scantlowr clowes udn ger Sowsnek côwsys i’n cok rag seythen warbarth.
Na wrug avy byscath gweles lyver Kernowek.
Me wrug desky Kernowek ow mos de mor gen tus coth.
Nag eus moy ’vell pajer po pymp i’n dre ny yll clappya Kernowek lebmyn,
pobel coth pajer ugans bloodh.
Kernowek yw oll nakevys gen pobel yonk.
In het Engels staat er dit:
I'm sixty-five years old.
I'm a humble fisherman.
I learnt Cornish when I was a boy.
I was at sea with my father and five more men in a fishing boat.
I heard scant a single word of English in the boat for in seven days.
I did not ever see a Cornish book.
I learnt Cornish going to sea with the old men.
There are no more than four or five in our village who can talk Cornish now,
old people, eighty years old.
Cornish is all forgotten by the young people.
Om het allemaal nog een tikkeltje ingewikkelder te maken Cornouaille ligt in Frankrijk, in het departement Finistère in Bretagne, de Fransen noemen Cornwall Cornouailles. Het Cornish kon door de bewoners van Cornouaille worden verstaan, beide zijn Keltische talen.
18.3.10
Sterk spul
Seashanties, ik hoef het niet uit te leggen zijn zeemansliedjes uit de tijd van de zeilvaart, toen veel arbeid aan boord van het schip gezamenlijk moest worden uitgevoerd. Inmiddels heeft bijna ieder Nederlands dorp een shantykoor, soms met een repertoire dat niets van doen heeft met de vroegere zeilvaart en worden overjarige tophits als "De klok van Arnemmuiden", natuurlijk gecostumeerd, uitgegalmd. Port Isaac aan Cornwalls noordkust heeft een shantykoor "Fishermen's Friends", dat gelukkig dichter bij de bron blijft, waarschijnlijk omdat Port Isaac aan zee ligt, maar vooral omdat het voor een belangrijk deel bestaat uit lokale vissers. Inmiddels is het koor regelmatig op tournee en heeft het een platencontract getekend.Fantoom of fantast
"Benjamin" is een gratis kwartaalblad voor iedereen met een Joodse achtergrond. Gister ontving ik het jongste nummer met een over twee pagina's uitgesmeerd interview met Theodor Holman, u herinnert zich de schildknaap van T.v.G. (en mocht u de naam vergeten zijn, zie dit blog van eergister).
Zijn verhaal begint zo: 'In een land hier niet zo ver vandaan, Friesland, woonde eens de jonkvrouw van Hania tot Weidum. Op een dag stond de blonde jonkvrouw te kijken naar diamanten die zo schitterden in de vitrines, dat ze moest kijken. "U vindt ze mooi", zei een stem. "Schitterend", zei ze bijna onhoorbaar. Ze draaide zich om en zag een man met vurige bruine ogen, zwarte haren met lange krullen en een glimlach die mooier was dan alle dan alle juwelen die ze ooit had gezien. Hij was het zelf, de Joodse juwelier en eigenaar van 'Gouden Kettingen.'" Verderop in het interview verklaart Holman zich nader: Theo's adelijke overgrootmoeder werd zwanger van zijn Joodse overgrootvader. "Maar ze mochten niet samen zijn. Zij was van adel en hij was een Jood. Weliswaar rijk, maar wel een Jood en geen christen, dat ging niet samen. Dat was het familiegeheim. Die liefde tussen mijn Joodse overgrootvader en van mijn overgrootmoeder van Friese adel eindigde in een verboden mooie liefdesbaby, mijn grootmoeder. Maar de geliefden trouwden niet met elkaar. Ze trouwde met een man van haar stand."
Zegt de naam "Hania tot Weidum" mij iets? Dat merkwaardige "tot" ken ik niet in Friese adelijke titels, Friezen gebruiken "a", bovendien blijkt na enig zoeken er wel een Hania State in Weidum te hebben gestaan, maar het adelijke geslacht Hania is al enige eeuwen geleden uitgestorven. Holman is een kleinzoon van een fantoom of Holman is een fantast.
17.3.10
Pad
Sinds eergister legde de heer Ozenfant een bovenmatige nieuwgierigheid voor het plaatsje achter het huis aan de dag. Voor die tijd kwam hij er ook graag om als volleerd voyeur de gedragingen van de buren te aanschouwen, maar dit keer was er iets anders dat zijn aandacht trok. Steeds weer probeerde hij achter een in onbruik zijnd terrarium te komen. Dat lukte niet, maar hij bleef onvermoeibaar. Eenmaal weer binnenshuis stelde hij zich regelmatig op bij de achterdeur, ging op zijn achterpoten staan om mij te laten weten dat er zich op het plaatsje buitengewoon interessante zaken afspeelden. Kortom hij was niet bij de achterdeur weg te slaan. Gistermorgen heb ik de heer Ozenfant bij zijn snuifwerkzaamheden gevolgd en ontdekt wat er aan de hand was: achter het terrarium had zich een pad verstopt. Gelukkig ontsnapte die, voordat de heer Ozenfant toe kon bijten. Maar sinds dat moment houdt de heer Ozenfant de wacht bij de achterdeur. Oorspronkelijk werden cairnterriers in Schotland gefokt voor de jacht op otters en vossen, de heer Ozenfant heeft klaarblijkelijk zijn jachtinstinct niet verloren, maar geminimaliseerd.
Subscribe to:
Posts (Atom)