Dat het vliegtuig een vorm kreeg die algemeen aanvaard werd was in het verleden niet zeker, men heeft van alles geprobeerd, een aantal redelijk bizarre pogingen ziet u in dit filmpje.
8.5.22
Vreemde vogels
Dat het vliegtuig een vorm kreeg die algemeen aanvaard werd was in het verleden niet zeker, men heeft van alles geprobeerd, een aantal redelijk bizarre pogingen ziet u in dit filmpje.
DRIEWIELER
Lapidarius 3
Het is duidelijk dat op de lapidari in Morra en Ypecolsga na, de lapidari gevestid waren in een gebied van Friesland dat nu de Wâlden genoemd wordt en dat de lapidari mannen waren, toch is er één vrouwelijke lapidari bekend, Willempje, bijgenaamd Demorfiate te Hoornsterzwaag. Zij was bovendien abdis van het daar gevestigde Ursulinenklooster en bekend als een uitstekend fedelspeelster. In laatst genoemde hoedanigheid was zij regelmatig op tournee en tijdens een fedelende rondreis door de Groninger dreven werd haar lapidariaat haar door ene Swinderick, lapidarius te Oosterwolde haar ontnomen. Willempje is vervolgens naar Utrecht gereisd en heeft onder de naam Suster Bertken de rest van haar leven boete gedaan en van het vangen van konijnen door haar is niets meer vernomen. Toch heeft men ook elders buiten Friesland geprobeerd lapidariaten in te stellen, zo is een geval bekend in West-Friesland, in Schagen, hetgeen echter op een faliekante mislukking is afgelopen omdat bedoelde lapidarius, Archibaldus, oculatus verdronk nabij Wieringen.
6.5.22
HET EINDE
Lapidarius 2
Zeer waarschijnlijk is lapidarius een verbastering van lapindarius. De lapidari bestreden elkaar en trachten hun gebied uit te breiden, zo is bekend dat de lapidarius van Hemrik verschillende pogingen heeft gedaan om te vuur en zwaard zijn kanton via Ureterp tot Oudega en nog verder tot aan Bergum te vergroten. Dit ging echter niet zonder slag of stoot en bij een treffen tussen hem en Heinze, lapidarius te Oostermeer werd hij vernietigend verslagen. Omdat het ambt van lapidari erfelijk was nam zijn zoon Harmen, bijgenaamd de schijnheilige, zijn vaders taak over, maar inmiddels was er in de omgeving van Hemrik een opstand onder boeren uitgebroken, die kans zagen onder het juk van de lapidari uit te komen. Het heeft Harmen met regelmatige en bloedige veldtochten drie jaar gekost het volk weer onder de knoet te krijgen. In die periode kwam hij nauwelijks toe aan het vak dat in feite toebehoorde aan een lapidarius, het vangen van konijnen. Van wildgroei was dus zeer veel sprake, vooral in Harkema en Zwaagwesteinde is de konijnengroei destijds enorm toegenomen, de uitspraak "it is by de kninen omt ôf" dateert uit die periode.
5.5.22
CHAIM

