23.11.25

Auto's en treinen

 


Even terug naar de midtwintiger jaren: in 1924 eindigt Lorraine-Dietrich op de tweede en derde plaats in de "24 Uur van Le Mans", in 1925 is plaats één voor dezelfde fabriek en in 1926 zijn de eerste drie plaatsen voor het  merk. In de jaren dertig - na de crash van  Wallstreet en een aanhoudende wereldcrisis gaat het beduidend minder, en net als andere Franse merken, probeert de fabriek het hoofd boven water te houden met het bouwen van railvoertuigen, de zogenaamde autorails. Dat lukt sommige fabrieken wonderwel, Bugatti zou in de jaren dertig zijn verdwenen als de razendsnelle "Présidentiels" en derivaten daarvan niet waren gebouwd. De geschiedenis van Lorraine-Dietrich is redelijk gecompliceerd, want de Frans-Pruisische Oorlog (1870-'71) betekende dat naast de fabriek in Reichshoffen in de door Duitsland geannexeerde Elzas, een nieuw fabriek in Lunéville moest worden gestart. In 1905 splitste die zich af van het moederbedrijf onder de naam Société Lorraine des Anciens Etablissements de Dietrich et Cie de Lunéville. In 1932 werden er plannen gemaakt voor een railvoertuig dat samen met Renault zou worden  ontwikkeld: Loraine zou het chassis, de carrosserie en  de wielen leveren, Renault de motoren en alles wat daar mee samenhing. Maar daar stak de oude firma - de Elzas lag sinds 1918 weer in Frankrijk - een stokje voor, want die had inmiddels zelf plannen voor een railvoertuig. Lorraine ging op eigen houtje - zonder Renault - door. In 1932 verscheen een prototype, de VT 61, het jaar daarop gevolgd door de VT 62, waarvan zes exempraten werden gebouwd voor de "Est" en vier  VT 63 voor de "État". De zescylinderdieselmotoren waren ontwikkeld door een ingenieur van de firma, M. Barbaroux. Autorails hadden in de regel geen herkenbare radiateurgrille, zoals een auto, de Lorraines hadden die wel, uiteraard voorzien van het Lotharinger kruis,

 

Type 55


Bugatti Type 55,  met dubbele bovenliggende nokkenas, was de opvolger van  het Type  43. Dezelfde geblazen motor  zat in de types 45 en 54, terwijl het chassis vrijwel identiek was aan het Type 43. De auto haalde de respectabele  topsnelheid van 180 km/u., maar was prijzig, zodat er uiteindelijk vanaf  1932 maar 38 zijn gemaakt.De fabriekscarrosserie was van de hand van Jean Bugatti, maar ook Parijse carrosseriebouwers hielden zich bezig met het Type 55, zoals Vanvooren. Bovenstaand Type 55 heeft een Vanvoorencarrosserie.

22.11.25

Biografie 2

 Uit nostalgische overwegingen eerst een fragment met de stem van Philip Bloemendal en daarna "Appleknockers Flophouse" van Cuby and the Blizzards.

21.11.25

Mexico 2

Goed, u  moet er even  voor gaan zitten, want het programma duurt meer dan een uur, maar dan ziet u ook het een en ander: van de  Mexicaanse president Claudia Sheinbaum tot A Fords, van veel paarden tot lassowerpers en nog heel veel meer, waarbij de vele Mexicaanse revoluties in tableaux vivants op vrachtwagens voorbij trekken, kortom het is interessant.

Volksmuziek

 

Soms  is het veel mooier Mexicaanse folklore te zien  zonder grote hoeden en prachtige pakken, maar muziek te horen in een eenvoudige setting  zoals hier. Muziek zoals die bedoelt is.

Biografie

 


Net twee biografieën gelezen, één over Philip Bloemendal (foto), geschreven door zijn zoon in samenwerking met Rob de Lange en ontstaan uit lange wandelingen  van zoon Robert met  zijn vader vergezeld door een bandrecorder. Philip was de stem van Polygoon, het bioscoopjournaal. Indrukwekkend verslag van het leven van de man, die ik soms ontmoette bij het toenmalig kantoor van  de  de NMB-bank in Hilversum, waar we dan soms lachend verhalen uitwisselden over mensen die verkeerd gebeld hadden, mensen die Bloemendal zochten, maar  Bloemendaal aan  de  lijn kregen en omgekeerd. Over de andere biografie van de hand van Jeroen Wielaert "Final Blues, de kruispunten van Harry Cuby' Muskee" ben ik aanzienlijk minder tevreden. Het ego van de schrijver  staat  een goede biografie in  de weg, teveel weetjes, die soms nog fout zijn ook strooit hij rond, Lionel Hampton trad niet in het Concertgebouw op, maar in de Apollohal en  de Berlijnse muur  dateert niet van  1963, maar van 1961, die weetjes brengen mij niet dichter bij Muskee en dat is tocht het  doel  van een biografie.

Jowett 2

 


Toen de Standard 8 werd vervangen door de door Giovanni Michelotti ontworpen Triumph  Herald waren er meteen diverse versies van de Herald leverbaar en kort daarop  verscheen zelfs de sportief ogende Spitfire op hetzelfde chassis. Jaren  daarvoor zat het toch anders met de Jowett Javelin die een sportief equivalent kreeg met de Jupiter,  een door Eberan von Eberhorst ontworpen tweezitter, een auto die 145km/u als top had. Helaas sloot de fabriek in 1954 zijn deuren, na productie van 30000 Javelins en 1300 Jupiters.