12.3.11

150-P

De Franse industrie had zoveel oorlogsschade opgelopen dat het tot 1948 duurde voordat de eerste 241-P door de SNCF in dienst konden worden genomen, de Amerikaanse industrie kende geen leveringsproblemen en de 141-R nam dus voor een belangrijk deel de plaats in van nationale producten. Toch werd ook gekeken welke series vooroorlogse machines met nieuw te bouwen exemplaren konden worden vergroot. De 150-P, was in 1939 ontwikkeld uit een ontwerp van Marc de Caso voor de "Nord" en de serie van 90 exemplaren werd tot 1951 aangevuld met 25 nieuwe locomotieven. Bovenstaande locomotief heeft de typische rookkastdeur van de "Nord".

11.3.11

Wobbe

"Nou se bedocht hewwe dat der un stoomlokummetief in Frysland ride mut, dyt der noait reden het, wudt 't oek tyd andere saken in onze geskiedenis an te passen: soa het de Tweede Wereldoarloch van 1934 tot an 1938 duurd, was Fraans Vergonet 'n bekende fersetsheld en hadden de heren Skurer & Troelstra 'n kaffé anne Weaze met de naam "De Lytse Slynder", is Eeltsje Halbertsma sneuveld inne slach bij Warns, had Marijke Muoi (foto) een bordeel anne Butterhoek, was Domela Nieuwenhuis winnaar fanne earste Elfstedentocht en binne Hepie & Hepie in 1917 bij Dokkum fermoard."

141-R


Om de zaak lin Frankrijk letterlijk en figuurlijk na de Tweede Wereldoorlog weer op de rails te krijgen werden er in in de zomer van 1944 700 locomotieven in de Verenigde Staten besteld, berustend op een ontwerp uit 1917-'18 voor de Untited States Railroad Administration. Ze werden gebouwd door drie fabrieken, de eerste 180 door Lima, de 181 tot en met 440 door Alco en de rest door Baldwin. Op 17 november 1945 werd de eerste, de 144-R-466 in Marseille van boord getakeld en in april van het volgend jaar was de totale serie afgeleverd. Alle locomotieven waren kolengestookt in tegenstelling tot de vervolgserie, de 701 tot en met 1340 die met olie werden gestookt en die behalve door de genoemde Amerikaanse fabrieken ook in Canada, door Montreal en Canadian werden gebouwd. Van het totaal gefabriceerde aantal gingen zeventien machines verloren, de 141-R-1220 tot en met 1235 aan boord van het Noorse schip "Belpamela", dat tijdens een hevige stormvoor de kust van New Foundland op 11 april 1947 verging, de 141-R-1241 viel in Marseille uit de takels, zodat uiteindelijk 1323 bij de SNCF dienst deden. In 1949 namen zij 30% van het Franse railvervoer voor hun rekening. De laatste 141-R, de 420, ging op 29 maart 1974 uit dienst. Er zijn in 2011 zes machines in rijdende conditie, een aantal andere staan in musea of elders opgesteld. De foto toont een oliegestookte 1187 met boxpoxwielen en een grote tender.

10.3.11

Achter de duinen?

Van een achternicht in de Verenigde Staten kreeg ik per email een aantal foto's van bollenvelden met de vraag of het hier in een paar maanden echt zo kleurrijk is? Vooral onderstaande foto zorgde voor veel plezier.


Ben Pollack

Drummer Ben Pollack verwierf zijn eerste faam op 20-jarige leeftijd in the New Orleans Rhytm Kings toen de band optrad in zijn geboortestad Chicago. Pollack is het meest bekend geworden doordat een groot aantal musici in zijn orkest hun eerste schreden naar roem hebben gezet: Glenn Miller, Jack Teagarden, Ray Bauduc, Benny Goodman en Jimmy McPartland zijn maar een paar van hen. Wie ooit de films "The Glenn Miller Story" en "The Benny Goodman Story" heeft gezien herinnert zich misschien Ben Pollack. In "Buy, Buy For Baby" opgenomen op 15 october 1928 horen we Jimmy McPartland en Al Harris, cornet; Jack Teagarden, trombone; Benny Goodman, clarinet; Gil Rodin, altsax; Larry Binyon, clarinet, fluit en tenorsax, Al Beller en Ed Bergman, viool; Bill Schumann, cello; Vic Breidis, piano; Harry Goodman, tuba, Belle Mann, zang en Ben Pollack, drums.

232-U

Van de 15235 SNCF-stoomlocomotieven in 1938 waren er in 1945 nog maar 12000 over en van die 12000 waren slechts 3000 inzetbaar voor personen- en goederenvervoer. In 1940 had Marc de Caso de 232-R (kleine foto), een driecylinder locomotief ontworpen, daaruit was in 1940-'41 de 232-S, een viercylinderlocomotief ontwikkeld, in 1949 volgde de 232-U, eveneens een viercylinderlocomotief, waarvan slechts een exemplaar gebouwd is, de 232-U-1 (grote foto). De spoorwegmensen noemden de loc "La Divine".

Hieronder de 232-U-1 in het Franse spoorwegmuseum "Cité du Train" in Mulhouse.


19 maart