3.10.19

Donkerrood



De P.L.M liet een aantal in 1906 en 1907 gebouwde houten rijtuigen  tussen 1926 en 1940 verbouwen tot stalen rijtuigen, maar ook kwamen geheel nieuwe rijtuigen op de baan, de constructie daarvan, de zogenaamde "OCEM-RA" geschiedde tussen 1928 en 1931. Opvallend is dat dit rijtuig eerste klasse (immers donkerrood) een aantal coupé's heeft voor reizigers tweede klasse. Het rijtuig is geregistreerd als A3B5yfi.

Thorshavn 2

Natuurlijk deed ik navraag naar de muziek van de Far Oer, waar dus gedanst wordt op eigen zang. Was er geen instrumentarium? Oorspronkelijk niet, werd me verteld, maar voorzichtig werd naar Shetland  gekeken en  ontleende men van die, niet zo heel ver weggelegen, eilandengroep wat instrumentale geluiden. Al eerder, op een totaal  ander terrein, was dat het geval: het Faroerse aggresieve schaap stierf rond 1840 uit en werd vervangen door het veel tammere Shetlandse schaap. 
Wat ik destijds miste op muzikaal gebied was de rockgroep Clickhaze, waarvan de zangeres Eivør Pálsdóttir (foto) inmiddels solo is gegaan en die - dat is toch heel opmerkelijk - zichzelf uiterst miniem begeleid. Eerst horen we haar in "Tròdlabùndin" en vervolgens in "Monster".

Eindelijk

Eindelijk, ja eindelijk, neemt het Amsterdams stadsbestuur het verstandige besluit de jeugd tot twaalf jaar op woensdagmiddag en gedurende het weekend gratis met het openbaar vervoer te laten reizen, niet alleen het personeel van het  gemeentelijk vervoerbedrijf heeft daar  jarenlang naar uitgekeken, maar ook worden we eindelijk verlost van het raggen met suv's door negen-, tien- en elfjarigen op genoemde dagen door Beethovenstraat, Overtoom en Damrak, om slechts een paar straten te noemen.
Jarich van Knuppelen, Amsterdam.

2.10.19

Thorshavn


De hoofdstad van de Far Oer is Thorshavn. Ik logeerde er in een bed & breakfast vlak bij de haven bij een aardige mevrouw met wie het lastig communiceren was omdat we geen gemeenschappelijke taal hadden. Op een aanplakbiljet in de stad las ik dat er op zaterdag een muzikale avond zou worden gegeven in een zaal ver buiten het centrum. Ik raak bij een dergelijk evenement altijd ietwat paniekerig en probeerde kaarten in de voorverkoop te bemachtigen, want je weet immers maar nooit, straks is zoiets uitverkocht. Men bezwoor mij bij de VVV dat dat niet het geval zou zijn. Maar toch ongerust begon ik op zaterdagmorgen een lange wandeling naar het theater. Dat bleek werkelijk schitterend, gedeeltelijk ingegraven en met, zoals zo vaak het geval is op de Far Oer, gras op het dak. Ik kocht de kaarten, liep terug naar het centrum en was 's avonds om kwart voor tien aanwezig. Tot mijn verbazing stonden er geen microfoons op het podium, er was werkelijk niets dat op een concert duidde. Gelukkig was er wel publiek. Om klokslag tien uur begaf het publiek zich naar beneden, haakte in een begon al zingend te dansen. De eerste dans duurde 27 minuten, mensen verlieten de dans, pakten een biertje en kwamen daarna terug.. Toen ik na vier ongeveer even lange dansen de terugreis naar de B&B aanvaardde was het nog steeds licht buiten en arriveerden nog steeds zangers/dansers.

BLOG

Het onderhouden van dit blog  stelt me soms voor raadsels, want wie zijn de lezers? Ik schrijf in het Nederlands, maar soms zijn er meer buitenlanders dan Nederlanders, die kijken. Japan scoort vandaag, samen met Italië en Rusland bijzonder hoog.

Zwart? 4

 
Goederen- of bagagewagens verschilden zo'n 150 jaar geleden net als de locomotieven eveneens in kleur, maar ook in detail per Franse maatschappij, zoals te zien is bij dit drietal van respectievelijk de Estcompagnie, de État en de PLM. De Est- en de Étatwagen hadden ieder één schuifdeur aan een kant, de PLM had er twee en liep bovendien op drie assen. Deze wagens liepen vaak mee in passagierstreinen, meestal vooraan, vlak achter de postwagen, zodat er geen gezoek was op de diverse  stations en er snel uit- en ingeladen kon worden en het oponthoud beperkt kon blijven.
 
 
 

 

1.10.19

Zwart 3?

Een appelgroene locomotief van de Franse Noordcompagnie, de "Outrance", een 4.4.0. ontworpen door Alfred de Glehn en de hoofdingenieur van de "Nord" Gaston du Bousquet.  Het eerste dat opvalt  is dat de locomotief een draaistel heeft, in plaats van twee losse voorloopassen. De "Outrance" was snel, zowel wat optrekken als wat topsnelheid betreft, de locomotief was dan ook gebouwd om snelle passagierstreinen te trekken tussen Parijs, Amiens en Lille. Met een trein van 140 ton aan de haak, werd de afstand Paris - Amiens (130 kilometer) in anderhalf uur afgelegd.

De "Nord"-locomotieven veranderden van kleur en werden bruin met gele biezen, het ongecontroleerde verhaal gaat dat dat gebeurde omdat het personeel van directeur James de Rothschild in een dergelijk gekleurde livrei dienst deed. Op de foto een 2.8.0. bijgenaamd "Boeuf", gebouwd voor een heel ander doel dan de "Outrance", namelijk  voor het trekken van zware goederentreinen, bij voorbeeld voor de kolentreinen tussen Lens en Le Bourget. De "Boeufs" deden tijdens de Eerste Wereldoorlog echter ook dienst voor troepentransport en na die oorlog voor passagierstreinen.


Vanwege de gedrongen bouw van deze tenderlocomotief werd hij "Revolver" genoemd en hij deed dienst op de banlieubaan, de "Petite Ceinture" van Parijs, de kleur is inmiddels veranderd in een voor ons bekender donkergroen. De "Revolver", een 2.2.2., werd  ontworpen door de al genoemde Gaston du Bousquet en tussen 1901 en  1906 gebouwd dor de Ateliers du Chemin de fer du Nord d'Hemmes.