5.11.25

Aurorails

 
 Geen Micheline, maar een Renault VH
Michelin was wat de constructie van railvoertuigen een vreemde eend in de bijt, maar de fabriek startte wel op het juiste ogenblik met de proefnemeningen en later de productie ervan: het rijden met stoomlocomotieven was kostbaar niet alleen qua verbruik aan kolen, maar ook qua personeel; op de locomotief waren twee personen nodig: een machinist en een stoker en voor de controle van de kaartjes een conducteur. Ook andere fabrieken als Renault, Bugatti en De Dion-Bouton, bekend uit de automobielindustrie, zetten voertuigen op rails, niet zo merkwaardig, want de crisis, ingezet in 1929, maakte de vraag naar hun product behoorlijk geringer en zeer waarschijnlijk had het merk Bugatti de jaren derig  niet  overleeft als de voor de "La Royale" ontworpen motor niet in een reeks van, door de fabriek in Molsheim gebouwde, railvoertuigen was beland. De Dietrich, dat weliswaar automobielen construeerde, maar oorspronkelijk locomotieven bouwde, Berliet, een autofabrikant in Lyon, Somua, bekend van oorlogsmaterieel,  heel wat Franse bedrijven zetten in op het nieuwe product. Een paar grote autofabrikanten hielden zich afzijdig: Peugeot en Citroën - laatst genoemde hield het bij openbaar vervoer over de weg, en Panhard, dat overigens wel de motoren leverde voor de Michelines. Het wonderlijke is dat de naam Micheline,  gebouwd door Michelin,  een kleinere speler op de markt dan  bijvoorbeeld Renault, in Frankrijk is beklijfd op een manier die doet denken aan de wijze waarop  elke pijnstiller asperientje genoemd wordt, want een echte Micheline staat op rubberbanden en de correcte naam voor een  voor passagiers ingericht railvoertuig is autorail. Soms leken de autorails op autobussen op rails, niet zo merkwaardig wanneer de bouwer zoals De Dion-Bouton daar ervaring in had. De Michelines veranderden overigens van uiterlijk,  het oorsronkelijke trekker/opleggermodel werd verlaten en kregen het ietwat gestroomlijnde uiterlijk van wat  andere fabrikanten op de rails zette, alhoewel het type "Coloniale" dat o.a dienst doet in Madagascar de oude vorm behield. Wie een Micheline wil zien moet naar Mulhouse, waar in het magnifieke spoorwegmuseum een latere Micheline staat. Helaas is het eerder op dit blog genoemde Type 5, dat voor het nageslacht bewaard zou blijven in het Musée nationale de la voiture et du tourisme in Compiègne maar wegens plaatsgebrek binnen, buiten werd opgesteld, dusdanig vervallen,  dat het  in  1948 moest worden gesloopt.
Geen Micheline, maar  een Berliet



 


De Pontac

Dit is Citroëns 2CV in een adellijk jurkje. Dat jurkje klinkt misschien wat oneerbiedig, maar de carrosserie kon daadwerkelijk worden voorzien van een habijt dat overeenkwam met het stofje van de japon van de bestuurster van de auto. Het woord adellijk is trouwens eveneens juist, want de De Pontac was ontworpen door de Markies de Pontac. Voor en achterkant van de De Pontac waren identiek en de auto kon worden voorzien van een motor met een inhoud van 425 cc. dan wel 500 cc en voor wie dat nog onvoldoende was ook een Panhardmotor met een inhoud van 850 cc kon in het vooronder. 


 

Riders

 


Je had toen fantastische namen als Commander Cody and his Lost Planet Airmen and New Riders of the Purple Sage, de laatstgenoemde groep was een "offspring" van Jerry Garia's The Greatful Dead. Zowel de Airmen als de Riders  heb  ik ooit  opgenomen. Wanneer precies weet ik niet meer. Zanger van laatstgenoemde groep was John Dawson (1945-2009),  ook bekend als Marmaduke  Dawson (foto) vroeg me of ik een winkel wist  waar wielrenshirtjes te koop waren. Die  wist ik: in het  centrum van Utrecht. Dus  haalde ik  Dawson op een zaterdagochtend op in zijn hotel in Amsterdam en  gingen we naar de Domstad. Onderweg werden we ingehaald door een Porsche van  de Rijkspolitie. Dawson kraaide van vreugde toen  hij de oranje helmen van  de agenten zag: "Janis should  see them, Janis should see them", riep hij,  refererend aan  Janis  Joplins "Oh Lord, won't you buy me a Mercedes Benz, My friends all drive Porsches, I must make amends".
 

Brain


His brain has reached its end. 

Type 30 2

 


Vandaag de dag herken je nauwelijks auto's aan hun grille. Goed, er zijn uitzonderingen als Mercedes en Rolls-Royce, maar de rest proberen  we een naam te geven  door naar de carrosserie te kijken  en dat is al moeilijk genoeg. In de dagen dat Bugatti furore  maakte was dat anders,  Bugatti leverde een rollend chassis, d.w.z. een chassis compleet met motor, versnellingsbak, radiateur, wielen en al wat  dies meer zij, zodat er met de wagen,  door er een houten  bankje op te zetten, gereden kon worden. Het rollend chassis ging  vervolgens naar een carrosseriebedrijf om te worden afgebouwd. Het gevolg wat dat de ene  Bugatti niet leek  op de andere  Bugatti, behalve de grille, want die was altijd gelijk. De eerste Bugatti die  een fabriekscarrosserie kreeg, was de zogenaamde "tank" Type 32, gebouwd voor de Grand Prix in Tours.


 

4.11.25

Harry

 


Hij werd gisteravond door Gijs Groenteman binnengehaald als een  groot Varacoryfee: Harry van Meegen,  vervolgens had Marcel van Roosmalen alle  nodige moeite het rechtse gebral van Van Meegen binnen de perken te houden. Graag enkele reis Spanje en nooit meer terug naar  Nederland. 

Fatsby

 


The Great Fatsby