10.9.19

KOPEN

DEZE WEEK KOPEN: "DER SPIEGEL"
Al was het alleen maar om het indrukwekkende essay "Da spricht ja mein Vater" door Niklas Frank, zoon van  de nazi-massamoordenaar Hans Frank, generaalgouverneur van het bezette Polen, over de parallellen tussen de AfD en de NSDAP voor de "Machtergreifung".

De Falla

De eerste dertig centimeter  langspeelplaat die ik ooit kreeg was die met Manuel de Falla's "El Somberero de Tres Picos", oorspronkelijk door de componist geschreven als een muzikale klucht, maar op verzoek van Sergei Diaghilev tot ballet  omgewerkt. Het ballet ging in 1919 in premiere, gedanst door "Les Ballets Russes" met een choreografie van Léonide Massine (Leonid Fyodorovich Myasin), de costuums waren ontworpen door Picasso. Tot mijn schande ben ik de grammofoonplaat kwijt geraakt, de hoes was fel oranje met een donkergroene letter (klaarblijkelijk heb ik een grafisch geheugen), het orkest was l'Orchestre de la Suisse Romande onder de directie van Ernest Ansermet, die ook de premiere had gedirigeerd. Ik heb het ballet nooit gezien, het schijnt weinig uitgevoerd te worden, de beide orkestsuites gelukkig vaker. En de muziek vind ik nog altijd fascinerend. Dit is de finale. Het bijzonder van Manuel de Falla's muziek is dat hij ogenblikkelijk herkenbaar Spaans is. Er is lange tijd een discussie geweest, ook in Rusland, of muziek internationaal d.w.z. aansluitend wat er elders muzikaal gebeurde, dan wel nationaal moest zijn.

9.9.19

Last Night

Zaterdagavond a.s vindt in de Londense Royal Albert Hall het jaarlijks muziekspektakel, dat onder de naam Last Night of the Proms bekend staat, plaats. De aanwezigen zullen luidkeels "Wave Britanna, Britannia wave the rules" zingen. En niet te vergeten "Land of Hope for Brexit ". Het  wordt een dol avondje waar de Engelsman tracht te bewijzen dat er echt niets gaat boven een Engelsman te zijn.
Maar volgend muzikaal genot staat hem al te wachten. Hier vast een voorproefje.

8.9.19

DRACHT

Je ziet ze weinig meer: plusfours en hoeden. Plusfour staat zelfs niet meer in het Nederlands - Friese deel van het Frysk Wurdboek, ik wilde de spelling nakijken en greep het meest voor de hand staande woordenboek, omdat ik aarzelde of ik plusfours of plus-fours moest schrijven. De plusfour was als het jeugdkleed van de mantelmeeuw, geen kuiken, maar ook niet volwassen. Het was een wat genante dracht en behalve een enkeling, zoals Albert van Sondel uit mijn klas, probeerden we de plusfour, door hem laag op de schoenen te laten hangen, zoveel mogelijk op de gewenste lange broek te laten lijken. Albert droeg hem echter hoog en had er ook nog witte kniekousen onder, hij is later dan ook bij de marine gegaan. Als ik erover nadenk is het vreemd, als kind wilde je zo snel mogelijk uit de korte broek in de plusfour om daarna die, na een paar jaar, in te wisselen voor de lange broek, nu zie ik bejaarde mannen met knokige knieën zonder enige schaamte in mijn dorp winkelen in korte broek.
Mijn vader droeg, behalve als het hoogzomer was, altijd een hoed. Sommige ervan hadden een opstaande rand en ik moet denken aan de enkele keren dat ik me liet overhalen om het spel  in op "Cambuur" in Leeuwarden vanaf de statribune te zien. Ik weet niet meer wie van mijn vriendjes op die tribune een heel ander spel introduceerde, maar het was even spannend als het spel op het veld. We legden een knikker, soms zelf meer dan een, in de rand van de hoed van een voor ons staande man, die uiteraard van niets wist en gespannen het spel volgde, als de knikker door zijn hevige hoofdbeweging een volledig rondje maakte moest die van de hoed gehaald worden en worden afgestaan.

Poseren

Een foto van ver voor de tijd van de selfies, dat er veel kinderen op deze prentbiefkaart staan is niet verrassend, vlakbij was een school, de 'Tuuntsjeskoal', waar mijn moeder twee keer per dag van de boerderij aan het Jelsummerbinnenpad naar toeliep. Nee, ze staat er niet op, want de kaart werd in het jaar, dat zij geboren werd (1902) verstuurd. Op de dag dat deze kaart door ene Griet aan Mej. T. Alkema in Bolsward werd verstuurd was mijn moeder dertien dagen oud.

7.9.19

Arie & Arie 2

Van Sjaak van der Snelste uit Dassemus, een van de vele lezers van dit blog, kreeg ik de volgende aanvulling op mijn verhaal over het accordeonduo Arie & Arie.
Na het lezen van het verhaal van Arie & Arie, komen herinneringen boven.
Het zal in 1967 geweest zijn, ik was van lichting 66-3, dat wij met de compagnie op oefening waren en ons bivak hadden opgeslagen bij Oude Willem. Wij moesten daar enkele weken doorbrengen onder erbarmelijke omstandigheden. Onze tentjes stonden onder sparrenbomen, en omdat eekhoorns de zaadjes uit dennenappels halen, vielen die appels altijd ‘s nachts op je tent. Van slapen kwam dan weinig terecht en de mieren wisten ons ook gauw te vinden.
Maar op de vrijdagavond was er voor ons vertier. Op de dienstfiets ging het dan naar Boterveen, waar in het buurthuis voor ontspanning werd gezorgd. Ik weet me nog te herinneren dat daar Arie & Arie optraden. Een accordeonduo dat je niet gauw vergeet. Hun optreden werd door de militairen vaak onderbroken door boegeroep, wat niet door Arie & Arie op prijs werd gesteld. Diverse militairen kregen ook last van winderigheid en dat waren vooral degenen, die niet muzikaal waren. Ik had daar gelukkig geen last van, want ik speelde al vanaf mijn jongens jaren op mijn grote teen. Bij terugkomst in het bivak moesten velen dus snel naar de zelf gegraven latrine gaan, die waren uiteraard vlakbij onze tentjes, wat weer tot gevolg had dat er veel vliegen op af kwamen. Zo heb ik daar een paar weken bij Oude Willem moeten lijden.
Tijdens de herhaling in 1973, dat was weer in de buurt van Oude Willem, sprak ik daar mensen van lichting 72-7, die hebben nog meegemaakt dat Arie Vinkenvleugel met zijn vrouw Strootje Bukkermans hebben opgetreden. Ook zij kregen toen erge last van winderigheid.
Tijdens mijn vakantie in Drenthe (2005) heb ik nog geprobeerd het graf van Arie Vlinkenvleugel op de begraafplaats in Oranjedorp te bezoeken. Van Arie was geen spoor te vinden, wel zag ik een steen met de naam van Strootje Bukkermans.
Zo een duo als Arie en Arie zul je waarschijnlijk wel nooit meer zien.
 

Vraaggesprekken

Omdat ik wel eens wilde weten wat een brugwachter deed, wanneer hij de brug niet bediende en wachtte op het volgende schip, interviewde ik ooit een brugwachter. In dezelfde reeks ondervroeg ik een schilderijenrestaurateur - ontbrak het hem aan eigen creativiteit en herstelde hij daarom andermans werk? - een koffiemelangeur, zodat ik nog altijd weet, dat de kwalitatief beste koffie in Finland wordt geschonken en een Amsterdamse hotelier, die omdat zijn vrouw graag een hotel bestierde, zich beklaagde over het feit, dat er altijd vreemden over de vloer waren. Maar er waren heel veel anderen met wie ik vraaggesprekken had: van Dolly Parton tot Jacques Presser, van Joop den Uyl tot Dennis Weaver (McCloud) en van Erik Ode (Der Kommissar) tot Günter Grass. Sommige, in druk verschenen vraaggesprekken, heb ik nog ergens in een map andere, voor radio-uitzending opgenomen, interviews zijn al lang verdwenen. Van een aantal herinner ik me de lokatie en ook het verloop, de werkelijke inhoud is te vaag geworden om hier nog te citeren. Aan Weaver, die ik een aantal keren sprak, bewaar ik heel plezierige herinneringen, Ode (foto) bleek daarentegen een nare man, die toen ik hem samen met een fotograaf in de buurt van München, waar hij in een dorpje opnamen maakte, opzocht, bijna bij ieder vraag informeerde; “Warum haben Sie mein Buch nicht gelesen?” Als Nederlandse journalist wist ik van geen boek en zei dat ook. Desalniettemin bleef hij me het hoogst kwalijk nemen, dat ik niet op de hoogte was van zijn autobiografie, die naar zijn zeggen in iedere “Münchener Buchhandlung” voorradig was. Na afloop van het stroef verlopen interview en teruggekeerd in München ben ik zeker in twaalf boekwinkels binnengelopen om naar het boek te informeren. Geen enkele, maar dan ook echt geen enkele, had het boek op de plank. Mijn wraak was zoet want het afgedrukte interview begon met een verslag van mijn moeizame speurtocht naar Odes boek.