15.3.16
Grenzen
Citroën 3
Niet alleen heeft deze C4 een veranderde radiateurmantel maar ook de motor is gewijzigd, in plaats van 1628 cc heeft de viercylinder van de C4 G een inhoud van 1767 cc. De G, opvolger van de F, werd op de Parijse Salon in de herfst van 1931 voorgesteld, in 1932 werd er een type aan toegevoegd, de C4 G "Grand Luxe", waarbij de sleuven in de motorkap vervangen werden door deurtjes.
78 A4
Pianiste in "Potato Head Blues" en "Alligator Crawl" (zie gister) was Lil Armstrong, Louis' echtgenote. Zij is goed beschouwd ook degene die Louis de weg wees naar zijn eerste eigen orkestjes, de "Hot Five" en " Hot Seven", hem onder als het ware onder de vleugels van King Oliver vandaan haalde. Alhoewel het huweloijk pas in 1938 werd onbonden leefden Louis en Lil al vanaf de het begin van de jaren dertig niet meer samen en maakte Lil in 1936 en later jaren, niet onder haar meisjesnaam (Hardin), maar onder de naam Lil Armstrong and her Swing Orchestra een behoorlijk aantal opnamen, zoals "Brown Gal" en "Or leave me alone".Wie exact de muzikanten zijn in beide nummers weet ik niet. Trombonist J.C Higginbotham, clarinettist Buster Bailey, tenorsaxofonist Chu Berry en bassist Welman Braud waren in en aantal opnames van het orkest aanwezig.
14.3.16
Citroën 2
Dit is de Citroën C4 van twee jaar later, de C4F, in productie van october 1930 tot september 1931. Totaal: 42.000 exemplaren, met dezelfde viercylindermotor als die van 1929, die overigens anders opgehangen was, maar er was nog geen sprake van de "Moteur Flottant", met het zwaantje voor de double chevrons als beeldmerk. De topsneheid was 90 km/u.
Chrysler 1953
Dit is leuk want in mijn stapeltje Chryslerfolders zit er eentje waarop een Amerikaanse heer notities heeft gemaakt en zo weten we dat voor een radio $101 extra moest worden betaald en dat "power steering" $199 meer kostte.
78 A3
De liefde voor de muziek van Louis Armstrong moest worden uitgedragen en als zestienjarige wist ik niets beter te verzinnen dan een lichtgroene stropdas te beschilderen met het hoofd van Satchmo, want dat was Armstrongs bijnaam. Daarmee ging ik naar school in de tijd dat Percy Faith, Perry Como en Teresa Brewer furore maakten. De lange broek bleef nog even uit zicht, na de korte broek droeg het jeugdig mannelijk deel der natie de vermaledijde plusfour, beter bekend als drollenvanger. Het waren verschrikkelijke jaren, maar de muziek van Armstrong vergoedde veel. Ik begreep dan "Mighty River" en "Basin Street Blues" uit het begin van de jaren dertig niet het toppunt toonden van Armstrongs muzikaliteit, uit literatuur leerde ik dat ik op jacht moest naar eerder opgenomen materiaal: muziek van zijn Hot Five en Hot Seven. Hier een opname van de Hot Seven uit 1927 "Potato Head Blues", met anders dan op het etiket dat op YouTube zichtbaar wordt: John Thomas op trombone, Peter Briggs op tuba en Johhny St.Cyr op banjo. Aan de andre kant van de plaat staat "Alligator Crawl", op het etiket van de plaat trouwens "Alligator Blues" genoemd, met, uiterst opmerkelijk voor die jaren, een korte gitaarsolo van St.Cyr.
Subscribe to:
Posts (Atom)




