Ik moet het toch even over de mussen hebben. Ik zie de nijvere fladderaars niet waar ik woon, maar ik zie ze in grote getale op het plein van het voormalige raadhuis in Tallinn. Op een Duitse oorkonde staat vermeld, dat het toenmalige Tallinn onderdanig is aan het bestuur van Lübeck. Dat doe me meteen realiseren dat Estland van 1920 tot 1940 onafhankelijk was en nu vanaf 1990, al die andere tijd was er een heerser: Deens, Duits, Russisch en toch gaan ze de straat niet op en krijsen: "Wij zijn Est". In ons land horen we dat wel "Wij zijn Nederland". Hoezo, vraag ik me af, wat heb jij jeugdige schreeuwer bijgedragen aan Nederland? Ik schaam me vaak voor Nederlanders. Zie hoe ze broodjes walvisvlees eten in Bergen (Noorwegen), tijdens de lock down hier naar Antwerpen trokken omdat in België minder strenge coronamaatregelen waren, de rommelmarkt op Koningsdag. Daar wil ik niet bij horen. Esten zingen, en bij een militaire parade dragen ze op hun uniform een wapperend lintje met het blauw-zwart-wit van Estland en het blauw-geel van Ukraine. Dat is andere koek dan wat een vriend van me overkwam toen hij vanuit zijn woning een Ukrainse vlag wilde ophangen en van het bewonerscomité te horen kreeg of hij soms wilde dat de Russen de vensters kwamen ingooien. Vraagt iemand zich nog wel eens af hoe het komt dat vanuit ons land in de oorlog de meeste Joden uit West-Europa zijn vermoord. Nee, flink schreeuwen: "Wij zijn Nederland", maar ik wilde het over mussen hebben. Ze zijn onvoorstelbaar brutaal en eten als ze de kans krijgen van je bord en als iemand op het terras is uitgegeten en er nog het een en ander overblijft dan is het helemaal feest. Met zijn tienen werpen ze zich op het restant van het eten.De vrouwtjes zijn een tikkeltje brutaler dan de mannetjes. Ze sleuren hele stukken pannenkoek naar de grond.
