11.6.26

Mussen

 

Ik moet het toch even  over de mussen  hebben. Ik zie de nijvere fladderaars niet waar ik woon, maar ik zie ze in grote getale op het plein van het voormalige raadhuis in Tallinn. Op een Duitse oorkonde staat vermeld, dat het toenmalige Tallinn onderdanig is aan het bestuur van Lübeck. Dat doe me meteen realiseren dat Estland van 1920 tot 1940 onafhankelijk was en nu vanaf 1990, al die andere tijd was er een heerser: Deens, Duits, Russisch en  toch gaan ze de straat niet op en krijsen: "Wij zijn Est". In ons land horen we dat wel "Wij zijn Nederland". Hoezo, vraag ik me af, wat  heb jij jeugdige schreeuwer bijgedragen aan  Nederland?  Ik schaam me vaak voor Nederlanders. Zie hoe ze broodjes walvisvlees eten in Bergen (Noorwegen), tijdens de  lock down hier naar Antwerpen trokken omdat in België minder strenge coronamaatregelen waren, de rommelmarkt op Koningsdag. Daar wil ik niet bij horen. Esten zingen, en bij  een militaire parade dragen ze op hun uniform een  wapperend lintje met het blauw-zwart-wit van  Estland en het blauw-geel  van Ukraine. Dat is andere koek dan wat  een vriend van me overkwam toen hij vanuit zijn woning een  Ukrainse vlag wilde ophangen  en van het bewonerscomité te horen  kreeg of hij soms wilde dat de Russen de vensters kwamen ingooien. Vraagt  iemand zich nog wel  eens af  hoe  het komt dat vanuit ons land in de oorlog de meeste Joden uit  West-Europa zijn vermoord. Nee, flink schreeuwen: "Wij  zijn Nederland", maar ik wilde het  over mussen hebben. Ze zijn onvoorstelbaar brutaal en eten als ze de kans krijgen van je bord en als iemand op het terras is uitgegeten en er nog het een en ander overblijft dan is het  helemaal feest. Met zijn tienen werpen ze zich op het restant van het eten.De vrouwtjes zijn een tikkeltje  brutaler dan de mannetjes. Ze sleuren hele stukken pannenkoek naar de grond.