Een paar jaar later was ik opnieuw op een boerderij, dit keer in Hoornsterzwaag. Dat twee paarden daar op hol sloegen was mijn schuld. Het was namiddag, melkerstijd. Langs de groentetuin stond een wagen met een paar ervoor, op de wagen stonden melkbussen en achter de wagen stonden een koe en een paard. De boer had doeken vergeten waar de uiers van de koeien moesten worden schoon gemaakt en vroeg of ik ze even wilde halen. Dat deed ik en ik gooide de doelen onnadenkend op wagen vlak voor het paard achter de wagen, het paard schrok, trok zich los en maakte een rondje om de moestuin zodat het vlak voor het paard voor de wagen belandde. Dat zag zijn collega in wilde galop en zette meteen de achtervolging in. De melkbussen vlogen van de wagen en de arme koe werd een paar meter meegesleurd als een dame op naaldhakken. Uiteindelijk ontstond er weer rust in de tent, maar alle melkbussen moesten worden schoongemaakt en een paar uit de sloot worden gevist. Geen beste beurt.