6.9.20

Adelbert 6

Bullay was een merkwaardig dorp, alle inwoners bleken, wat je nu een mohawkkapsel zou noemen, maar wat  destijds rond de Moezel een Bullaykam heette, in fluorescerende kleuren, te  dragen, bovendien waren ze zonder uitzondering getatoeëerd en buitengewoon luidruchtig. Adelbert keek zijn ogen uit en vroeg zich af hoe hij de in dit pandemonium de dorpssmid zou kunnen vinden,  want geen van de Bullayers leek aanspreekbaar. In het centrum, in de Graf Breiselstraße was ieder huis als dartboard beschilderd, langzamerhand begon het hem te dagen: Bullay was Bull's Eye. Hij sprak een bejaarde man aan, die hem met onverstaanbare kreten juichend tegemoet kwam en vroeg in zijn beste Duits: "Wo finde ich der Dorfsschmiede?" "Haueschuberhaueschuberderhaueschudegrumgrumbauer", was het antwoord. Dat schoot dus niet op. Hij zou de dorpssmid op geheel eigen gelegenheid moeten vinden, want in dit oord heerste werkelijke waanzin, hij bedacht  dat de enige die hem hier als  gids had kunnen dienen Raymond van Barneveld zou zijn geweest. Hij vloekte.

5.9.20

Constatering

OUDE RUSSISCHE  GEWOONTE:
ЛЮДИ УБИВАЮТ КРЫС ЯДОМ 
MENSEN DODEN RATTEN MET VERGIF
NIEUWE RUSSISCHE  GEWOONTE:
КРЫСЫ УБИВАЮТ ЛЮДЕЙ ЯДОМ
 
RATTEN DODEN MENSEN MET VERGIF

Adelbert 5

Adelbert passeerde het dorp Klotten en was heel even in paniek geraakt, omdat hij dacht in Zwitserland te zijn beland, tot hij zich realiseerde dat de naam van de luchthaven van Zürich met één t geschreven werd. Kort daarop hield de buitenboordmotor er definitief mee op, er zat niets anders op dan het varkensleren zeil te hijsen, om te  keren en in Klotten op zoek te gaan naar  een smid, die hem behulpzaam kon zijn met het demonteren van de buitenboordmotor, smeden konden immers alles, ze repareerden nagelschaartjes, pantservuisten en straalmotoren en hadden steevast het juiste  gereedschap. Hij  had wel wat steeksleutels en schroevendraaiers uit Burgum meegenomen, maar dit werd, wat  je noemt "a major operation". Hij meerde af en ging op zoek, helaas bleek de eerste Schmitt een wijnboer, maar die wist hem wel  te vertellen dat een eind verderop langs de Moezel in Bullay een smid woonachtig was, die zelfs  een Opel Kadett had gerepareerd. Er zat niets anders op dan op zijn schreden terug te keren en opnieuw het varkensleren zeil te hijsen. Hij had danig de smoor in, want het was door het uitvallen de buitenboordmotor ook onmogelijk zijn nieuw verworven grammofoonplaat met "Wir sind Kinder von der Mosel" te draaien, omdat de buitenboordmotor tevens zorgde voor de aandrijving van de platenspeler.

4.9.20

HEALEY

 
Het modelletje staat, het dateert van 1973, al zo'n vijfenveertig jaar in een vitrine. Ik kocht, de Healey "Silverstone" in kitvorm, niet dat ik ooit de auto in het echt had gezien, maar ik vond het idee om de reserveband als achterbumper te gebruiken zo interessant dat ik vond dat de Healey in de verzameling thuis hoorde. Bovendien was Healey een bekende naam, want Healey had Nashmotoren gebruikt in de Nash Healey en ik had destijds zelf een Nash, een statige zwarte wagen uit 1937. Dat er er Austin Healeys waren interesseerde me iets minder. Ooit zag ik een echte "Silverstone, al moet je voorzichtig zijn met het woord echt, want er is monenteel een bedrijf in het Britse dat replicacarrosserieën vervaardigt, dat die op de chassis plaatst van donorauto's die in gesloten vorm eind jaren veertig de fabriek verlieten. De "Silverstone" had een 2.4 liter viercylinder Rileymotor. Behalve de reseveband als achterbumper had de "Silverstone" nog een paar bijzonderheden: de voorruit kon voor racedoeleinden geheel in de carrosserie zinken en net als bij de Peugeot 202 enz. zaten de koplampen achter de grille.

SON

 

In Latijns-Amerika is son het woord voor lied. Mexico, met zijn van streek tot streek verschillende cultuur, kent verschillende vormen van sones, een heel bekende is de huapango, net als de son jarocho, uit de buurt van Veracruz. Hier wordt een huapango door twee heren gezongen en gespeeld in een rumoerige cantina, maar de de huapango is dankzij de Mexicaanse componist José Pablo Moncayo (foto) ook naar de concertzaal gebracht. Er is onder 'serieuze' componisten uit landen, waar een duidelijke muzikale folklore bestaat, altijd een discussie geweest of hun werk beinvloed moest worden door die folklore, of dat ze aanluiting moest hebben met wat er internationaal compositorisch gebeurde. Die discussie vond bijvoorbeeld in de negentiende eeuw plaats in Rusland en in de twintigste eeuw in Spanje plaats. De in Guadalajara geboren Moncayo (1912 - 1958) koos duidelijk voor de eerste stroming: aansluiting bij de folklore van Mexico. Hij studeerde compositie bij Carlos Chavez in Mexico-Stad, terwijl hij zijn brood verdiende als jazzpianist.
"Huapango" uit 1941 was zijn eerste symfonische werk. Wie op zoek is naar een CD met Montoya's 'Huapango' en geinteresseerd is in andere Mexicaanse componisten moet op zoek naar deel drie van de voortreffelijke serie Musica Mexicana (ASV Digital CD DCA 871).

RADIO

Radio in de jaren twintig in de Verenigde Staten was totaal anders van opzet dan die in ons land, waar langs religieuze en politieke lijnen de omroep ontstond. In de Verenigde Staten werd WSM in Nashville bijvoorbeeld opgezet door een verzekeringsmaatschappij en al heel  gauw kwamen er programma's voor bepaalde groepen luisteraars, die dan weer gesponsored werden door een automerk of een meelfabrikant. Zo'n meelfabrikant kocht een dagelijks uur dat gevuld werd door een orkestje dat regelmatig de kwaliteit van het meel aanprees. Op en top commerciële radio. Die orkestjes maakten naam en er kwam vraag naar hun grammofoonplaten.  Dus behalve de scouts van platenmaatschappijen en de medicineshows kwam er een andere mogelijkheid om 'ontdekt' te worden en buiten de zaterdagse 'barndance' in je eigen dorp populair te worden. Charlie Poole (foto), die in 1931 stierf op het hoogtepunt van zijn carrière is, met zijn North Caroline Ramblers, een voorbeeld van iemand, die juist zonder radio en grammofoonplaat bekend werd. Oorspronkelijk werkzaam in de textielindustrie startte hij in 1918 met een orkestje, maar pas zeven jaar later maakt hij zijn eerste grammofoonplaat, daarvoor reisde de band naar New York, want in het zuiden waren geen opnamefaciliteiten. Tijdens die eerste sessie nam Poole het nummer op waardoor hij bekend zou worden en blijven:"Don't let your deal go down", dat nog altijd op het repertoire te vinden is van bluegrassbandjes.

Adelbert 4

Even na Koblenz besloot Adelbert de grammofoonplaat met "Warum ist es an Rhein so schön?" overboord te gooien, je wist het immers maar  nooit, misschien bestond  er wel een  hevige animositeit tussen  Moezelaren en Rijnlingen, net als thuis tussen Schieringers en Vetkopers en liep  hij groot gevaar wanneer een  Moezelaar een Rijnlied  hoorde. Hij kon zich wel voor zijn kop slaan, natuurlijk had hij in Koblenz een grammofoonplaat met een loflied op  de Moezel moeten aan schaffen maar daar had hij niet aangedacht, want hij had het te druk gehad met de aanschaf van hout voor de buitenboordmotor, die trouwens regelmatig haperde, omdat het hout van inferieure kwaliteit was. In Winningen vond Adelbert gelukkig een kleine platenzaak, die een grote voorraad Moezelliederen te koop aanbood, hij koos "Wir sind Kinder von der Mosel". Wanneer dat lied over het water van de Moezel zou schallen, moest dat tot verbroedering leiden en kon er wellicht in een volgende aanlegplaats zelfs Bruderschaft gedronken worden, waarbij Adelbert totaal vergat dat langs de Moezel niet bier maar wijn de favoriete drank was. Voordat hij de plaat op de  draaitafel legde, had hij geprobeerd Karl Marx te bellen, die woonde immers in zijn voorlopig einddoel Trier, om een afspraak te maken en naar een persoonlijke uitleg van "Das Kapital" te vragen,  daar had hij, vond hij, als Fries industrieel, recht op.